Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 22/5 blz. 26-27
  • Pang! Pang! Je bent dood!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Pang! Pang! Je bent dood!
  • Ontwaakt! 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zijn oorlogsspelen iets voor christenen?
  • Lopen de spelers gevaar?
    Ontwaakt! 2002
  • De veranderende wereld van de elektronische spelletjes
    Ontwaakt! 2002
  • Kan ik me bezighouden met computer- of videospelletjes?
    Ontwaakt! 1996
  • Hoe zit het met games?
    Ontwaakt! 2008
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 22/5 blz. 26-27

Pang! Pang! Je bent dood!

HET is nog koud, zo vroeg op de ochtend. De bomen in het dichte woud bewegen niet — er staat nauwelijks een zuchtje wind. De vele soorten vogels die in de bladerrijke takken nestelden en er net nog beschutting vonden, zijn plotseling verdwenen. De herten en andere dieren die zich enkele uren geleden nog verscholen in het dichte gebladerte, zijn weggevlucht. Er hangt iets dreigends in de lucht. Beetje bij beetje schuif je op je buik vooruit, door de modder en het slijk. Het vocht dringt door je haveloze camouflagepak heen. Als je het er levend af wilt brengen, moet je er wel languit in liggen.

Plotseling wordt de stilte verscheurd door een bloedstollende oorlogskreet. Een ander menselijk schepsel springt plotseling, op niet meer dan zes meter afstand, uit het kreupelhout. Vol roekeloze overgave haalt hij de trekker over. Zijn wapen weigert en het schot blijft uit. Zijn gevloek is in de wijde omtrek te horen. Instinctief rol je naar opzij en haalt tegelijk de trekker van je eigen wapen over. In een oogwenk vertoont de borst van de vijand een vuurrode vlek, die zich over de voorkant van zijn uniform uitbreidt. Je bent op de vijand gestuit en hebt hem verslagen!

Zijn dit de droevige herinneringen van een veteraan uit de Eerste of de Tweede Wereldoorlog, uit Korea of uit Vietnam? Nee, het is het toneel en het scenario voor de duizenden „weekendstrijders”, zowel mannen als vrouwen, die wekelijks deelnemen aan een van de snelst groeiende sporten in de Verenigde Staten en Canada, alsook in Engeland, Frankrijk, West-Duitsland en Japan. Er wordt gespeeld met twee teams van 12, 15 of 20 strijders en het is de bedoeling dat de vlag van de tegenpartij wordt veroverd.

Het wordt door mannen en vrouwen van elke rang en stand gespeeld — artsen, advocaten, verpleegkundigen, secretaresses, technologen, detailhandelaars en personen uit alle lagen van het bedrijfsleven. Gekleed in camouflagetenue, hun gezichten onder de modder of bruin, zwart en groen beklad, zijn alle spelers onder één gemeenschappelijke noemer te brengen — belachelijk ogende volwassenen die een oorlogsspel spelen.

De spelers zijn uitgerust met speciaal ontworpen pistolen en geweren waarmee zij met rode waterverf gevulde gelatinecapsules ter grootte van een gombal kunnen afschieten. Deze „kogels” hebben een snelheid van 76 meter per seconde en barsten zodra ze doel treffen open. De spelers hebben allemaal het onheilspellende uiterlijk van een doorgewinterde Vietnam-veteraan. Het veelzeggende rood, dat wel uit elke porie lijkt te druipen, laat zowel vriend als vijand weten dat er iemand is gesneuveld. Als een speler eenmaal door een tegenspeler is neergeschoten, is hij „dood” voor de rest van het spel. Er worden geen krijgsgevangenen gemaakt!

Ieder bebost gebied, dat vaak gehuurd of geleast wordt of eigendom is van de vereniging, kan dienst doen als gevechtsterrein. Veel van deze terreinen hebben beken en dicht struikgewas, met het slijk en de modder waarvan in het begin gewag werd gemaakt. De betere terreinen hebben soms speciaal gebouwde hutten die aan Vietnamese dorpen doen denken om er een huis-aan-huis-gevecht te kunnen voeren. Veel ervan hebben een Vietnamese naam gekregen. Sommige hebben legertanks om het echter te doen lijken, of grotten en schuttersputjes waarin men zich schuil kan houden of verdekt kan opstellen. In de takken van bomen kunnen kleine platforms gebouwd zijn vanwaar sluipschutters hun slachtoffers kunnen opsporen en hen kunnen „doden”. Als de vlag van de tegenpartij niet veroverd wordt, wint het team dat het grootste aantal vijanden „geveld” heeft het spel.

Zijn oorlogsspelen iets voor christenen?

Ongeveer 20 leden van twee kerken uit de omgeving van Sacramento (Californië) betaalden zo’n $35 per persoon om „deel te nemen aan deze steeds populairder wordende buitensport”, schreef een journalist. „Bijna zes uur waren zij, kerk tegen kerk, op het ruige terrein bezig — zij verscholen zich achter bomen en 200-litervaten, schoten met kooldioxyde-drukgasgeweren en probeerden de vlag van het andere team te veroveren.” Toen een predikant van een van de kerken werd gevraagd of het voor een kerkelijk leider gepast was met zo’n sport mee te doen, zei hij: „Dat je een christen bent, betekent nog niet dat je geen mens kunt zijn en je niet mag amuseren.” Zijn collega, de predikant van de kerk van de tegenpartij, had er naar verluidt „niets op tegen om op regelmatige basis deel te nemen aan oorlogsspelen.” Dient iemand die zich een christen noemt er echter niet juist wel degelijk iets op tegen te hebben spelletjes te spelen waarin oorlog opgehemeld wordt?

Een speler verklaarde: „Iedereen droomt ervan zijn tegenstander van achteren te besluipen en hem dan neer te knallen. Dat is het toppunt van doden. Voordat hij beseft wat hem overkomt, is hij dood.” Een ander zei: „De eerste keer dat ik het speelde was ik er al verkikkerd op. Het is net een verslaving. Je moet er iedere week heen om je adrenalinekick te halen.”

Veel gedragswetenschappers veroordelen oorlogsspelen als agressief en een struikelblok voor anderen en noemen ze een „angstaanjagend verschijnsel”. Verschillende reacties waren:

„Een geweer op iemand richten, al dan niet geladen met verfkogeltjes, en de trekker overhalen, zou kunnen leiden tot ongevoeligheid wanneer het op echt geweld aankomt.” „Een kick krijgen van mensen neerschieten is buitengewoon walgelijk.” „Ik constateer dat het veel meer kwaad dan goed doet”, zei een hoogleraar in de psychologie aan de University of Wisconsin (VS) en een deskundige op het gebied van agressie. „Alles wijst erop dat er geen sprake is van een heilzame uitlaatklep en dat er een vermindering van de remmingen tegenover geweld kan optreden.” „Andere critici hebben de oorlogsspelrage een ziekelijke variant van op mensen jagen en het nabootsen van moord genoemd”, zegt het tijdschrift New Orleans. „Iemand . . . opperde de gedachte dat deelnemers aan oorlogsspelen eigenlijk behoefte hadden aan een goede therapeut.”

Behalve de moreel afstotelijke aard van de spelen kleven er tal van gevaren aan, die vaak tot verwondingen leiden.

Oorlog is een weerzinwekkend iets. Daarom put een christen geen sensatie of vreugde uit het nabootsen of het aanschouwelijk voorstellen ervan. In plaats dat de ware christen behagen schept in het deelnemen aan zulke agressieve spelen, schept hij behagen in het feit dat de Grootse Schepper, Jehovah God, binnenkort „oorlogen [doet] ophouden tot het uiteinde der aarde”. — Psalm 46:9; Jesaja 2:4.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen