Jonge mensen vragen . . .
Hoe overtuig ik mijn ouders ervan dat zij mij gerust de auto kunnen meegeven?
Je bent geslaagd! O, wat was je zenuwachtig. En bij die norse examinator kon er werkelijk niet één keer een glimlachje af. Niettemin slaagde je er op de een of andere manier in de bijzondere verrichtingen uit te voeren en de auto te parkeren als een echte beroepschauffeur. Ja, je bent nu de trotse bezitter van een rijbewijs!
Om de een of andere reden echter schijnen je ouders je opwinding niet te delen. Toen je je vader vroeg of je de auto dit weekend mocht lenen, kreeg je slechts een vaag: „Ik zal erover nadenken.” En toen je bij hem aandrong om een antwoord, zei hij: „Nee!”
„Dat is niet eerlijk!”, zeg je. „Ik heb mijn rijbewijs!”
MET dat nieuwe rijbewijs, veilig weggestopt in je portefeuille, lijkt je droom om met de gezinsauto op pad te gaan, werkelijkheid te worden. Maar als je ouders minder enthousiast schijnen bij het idee, is dat een hele teleurstelling. Het is zoals een oude spreuk het zegt: „Verwachting die wordt uitgesteld, maakt het hart ziek, maar het begeerde is een boom des levens wanneer het inderdaad komt” (Spreuken 13:12). Hoe overtuig je je ouders ervan dat zij je gerust de auto kunnen meegeven?
Het standpunt van je ouders
Het halen van een rijbewijs is werkelijk iets waar je blij mee kunt zijn. Maar rijden is geen recht. Het is een voorrecht, dat niet alleen afhangt van het oordeel van de plaatselijke autoriteiten maar ook van dat van je ouders. En je ouders zijn misschien bang dat jij straks een van de vele verkeersslachtoffers bent. Een moeder zei: „Vorige week heeft mijn zoon zijn rijbewijs gehaald. Sindsdien kan ik niet meer slapen. Gisteren heeft hij zelf voor het eerst achter het stuur gezeten in mijn auto. Het was de langste rit van mijn leven.”
Financiële aangelegenheden spelen ook een rol. Het komt voor dat autoverzekeringsmaatschappijen automatisch de premie verhogen wanneer er een tiener aan de lijst van rijders in het gezin wordt toegevoegd. Een rijder erbij betekent meer slijtage aan de auto — en meer reparaties. En terwijl je gezondheid en veiligheid de grootste zorg van je ouders zijn, flitst zonder twijfel ook de gedachte aan een deuk in hun glanzende nieuwe bumper wel eens door hun geest.
Betoon je getrouw in kleine dingen
Een door Jezus Christus genoemd beginsel is heel toepasselijk: „Wie getrouw is in het geringste, is ook getrouw in veel, en wie onrechtvaardig is in het geringste, is ook onrechtvaardig in veel” (Lukas 16:10). The Family Handbook of Adolescence vertelt ouders: „De beste indicatie of een tiener verantwoord zal rijden, is het verantwoordelijkheidsgevoel waarvan hij of zij in andere kwesties blijk heeft gegeven. Wanneer men erop kan vertrouwen dat de tiener zich aan de regels houdt en hij of zij over het algemeen betrouwbaar is, zullen deze zelfde eigenschappen waarschijnlijk zijn of haar rijgedrag bepalen.” Vraag je dus af, voordat je jammert dat je ’de auto zaterdagavond nodig hebt’, in hoeverre je een reputatie van betrouwbaarheid bij je ouders hebt opgebouwd.
Wat voor cijfers had je bijvoorbeeld op school? Er lijkt misschien maar weinig verband te bestaan tussen slagen voor je wiskunde en het krijgen van de autosleutels. Maar als je je schoolopleiding niet serieus neemt, waarom zouden je ouders dan denken dat je serieuzer zult zijn in het gehoorzamen van de verkeersregels? Sta ook eens stil bij de huishoudelijke karweitjes die je zijn opgedragen. Als je ouders er niet op kunnen rekenen dat je het huisvuil op tijd buitenzet, kunnen ze er dan wel op vertrouwen dat je op tijd thuis zult zijn van een uitstapje met hun auto? En hoe staat het met je kamer? Als je moeder door je rondslingerende kleding de vloer niet meer kan zien, zal zij dan geneigd zijn je in haar vlekkeloos schone auto te laten rijden?
Ook je voorzichtigheid in minder belangrijke kwesties zal van invloed zijn op de vraag of je de gezinsauto zult mogen gebruiken. Als je een waaghals bent op een skateboard, op je fiets of op het basketballveld, zullen je ouders zich wel twee keer bedenken voordat zij je een voertuig dat dodelijk kan zijn, toevertrouwen. Ja, je zult misschien enkele fundamentele veranderingen moeten aanbrengen voordat je ouders ook maar zullen overwegen je de autosleutels te geven.
De geïrriteerde rijder
Het boek Licensed to Kill zegt: „Achter het stuur van de . . . auto worden enkele van de laakbaarste menselijke emoties de vrije loop gelaten — haat, ongeduldigheid, onattentheid en zelfzucht, om er maar enkele te noemen. . . . Het lijkt erop dat wanneer iemand achter het stuur van zijn auto zit, hij zich afgeschermd voelt tegen letsel en zich daardoor vrij voelt zijn opgekropte woede en frustraties de vrije loop te laten zonder zich zorgen te hoeven maken over represailles.”
Al te vaak echter krijgen vijandige rijders wel degelijk met represailles te maken — in de vorm van verminkte ledematen, aangezichtskneuzingen, gebroken en verbrijzelde botten en soms de dood. Hoe zul jij dan reageren wanneer een andere rijder je snijdt, ongeduldig naar je toetert of met een slakkegang rijdt terwijl jij haast hebt? Christenen krijgen de opdracht ’de nieuwe persoonlijkheid aan te doen’. Dit betekent dat ’alle kwaadaardige bitterheid en toorn en gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat moeten worden weggedaan’. — Efeziërs 4:24, 31.
Maar als je snel driftig of ongeduldig wordt, zullen je ouders terecht vrezen dat je zulke gevoelens ook op de weg niet zult beheersen.
Je rijbekwaamheid verbeteren
Dr. Robert B. McCall vraagt ouders: „Bent u tevreden over de bekwaamheid, de houding, het geduld, de snelheid, het defensief rijgedrag en het nemen van risico’s [van uw tienerzoon of -dochter]?” Veel ouders zijn dat niet.
Je moet je rijbekwaamheid dan ook verder bijschaven; achteruit kunnen parkeren is niet voldoende. Je moet vertrouwd zijn met de verkeersregels — ze niet slechts erin gestampt hebben om voor het examen te slagen. Bedenk dat net zoals iemands waarnemingsvermogen „door gebruik” wordt geoefend, ook rijbekwaamheid door ervaring ontwikkeld wordt (Hebreeën 5:14). „Oefen, oefen, oefen”, adviseert de beroepschauffeur Lyn St. James in het tijdschrift Seventeen. „Geef jezelf volop de tijd om je achter het stuur op je gemak te voelen.”
Sommigen adviseren dat tieners minimaal zes maanden rijervaring zouden moeten opdoen alvorens een rijbewijs te krijgen. Per slot van rekening is er een hele reeks vaardigheden die je je eigen moet maken: keren, invoegen, uitwijkmanoeuvres, de auto onder controle houden als je in een slip raakt, op hellingen optrekken en in druk verkeer rijden. Hoe bekwamer je wordt, des te meer vertrouwen je ouders in je zullen hebben.
Je ouders zullen ook onder de indruk zijn als je laat zien dat je je om de veiligheid bekommert. Hoewel jij autogordels misschien als een last beschouwt, zeggen sommigen dat ze het risico om gedood te worden bij een ongeval, met 50 procent verminderen! Ook is het verstandig de gewoonte te ontwikkelen om enkele punten te controleren (spiegels, bandenspanning, portiersloten, vloeistoflekkages, enzovoort) alvorens de sleutel in het contactslot te steken.
„Mag ik de auto vanavond gebruiken, Pa?”
Als je bewezen hebt dat je een veilige rijder bent, zullen je ouders je misschien (zij het wat aarzelend) toestemming geven om de auto te gebruiken. Het is echter onvermijdelijk dat dit gebruik beperkt is — op zijn minst in het begin, al was het maar omdat je ouders ook vervoer nodig hebben en je niet van hen kunt verlangen dat zij steeds hun plannen laten varen ter wille van die van jou.
Veel zal ook afhangen van de manier waarop je met je pasverworven vrijheid omgaat. Als je de gezinsauto terugbrengt met een lege tank of als de vloer bezaaid ligt met limonadeblikjes of lege zakjes, kun je ervan op aan dat je rijvoorrechten beknot worden. Je ouders zullen misschien voorwaarden stellen (zo nodig op schrift) voor het gebruik van de auto. Je kunt wellicht van jouw kant afspreken dat je de auto wast en in de was zet, tankt en de bandenspanning en het vloeistofpeil controleert in ruil voor het gebruik van de auto op een bepaalde avond. Je zou, als je na schooltijd een part-timebaan hebt, kunnen voorstellen om bij te dragen in de kosten van de autoverzekering of andere auto-onkosten.
In de wetenschap dat de bijbel het afkeurt als een zoon of dochter „aan zichzelf overgelaten” wordt, hebben je ouders het recht precies te weten waar je naar toe gaat en met wie, en wanneer je weer thuiskomt (Spreuken 29:15). Per slot van rekening is een rijbewijs geen vergunning voor losbandigheid of om je te misdragen met leden van het andere geslacht. Wees dus eerlijk tegen je ouders, laat hun weten dat je niets voor hen te verbergen hebt. En als je hebt afgesproken dat je op een bepaalde tijd thuis zult zijn, zorg er dan voor dat je je aan je woord houdt (Matthéüs 5:37). Dan zul je vast en zeker de auto vaker mogen lenen.
Bedenk echter: Je hebt tegenover je ouders en God de verantwoordelijkheid je aan de verkeersregels te houden (Romeinen 13:1-5). Wat nog belangrijker is, je hebt de verantwoordelijkheid om respect voor het leven te tonen — jouw leven en dat van anderen (Psalm 36:9; 55:23). Onderdruk dus de neiging om op te scheppen of om dwaze risico’s te nemen. Gebruik nooit alcohol als je rijdt.a Rij verantwoord, verstandig, veilig — en je ouders zullen je met plezier een redelijk gebruik van de gezinsauto toestaan!
[Voetnoten]
[Illustraties op blz. 23]
Breng de auto van je ouders altijd in goede staat terug