De toekomst van de religie gezien haar verleden
Deel 5: ca. 1000-31 v.G.T. — Mythische goden zonder verdienste
„Elke religie vindt haar oorsprong in Azië.” — Japans spreekwoord
DE JAPANNERS hebben gelijk. De wortels van de religie lopen naar Azië. Specifieker nog, de basisleerstellingen en -gebruiken die in de godsdiensten van de wereld worden aangetroffen, zijn afkomstig uit het oude Babylon, dat in Azië lag.
Het boek The Religion of Babylonia and Assyria bevestigt dit met de woorden: „Egypte, Perzië en Griekenland ondergingen de invloed van de Babylonische religie . . . De krachtige aanwezigheid van Semitische elementen in zowel de vroeg-Griekse mythologie als de Griekse culten, wordt thans door geleerden zo algemeen aanvaard, dat verder commentaar overbodig is. Deze Semitische elementen zijn voor een groot deel meer specifiek Babylonisch.”
De Babylonische elementen in de Griekse mythologie vonden gemakkelijk hun weg naar de vroeg-Griekse religie, die, zo schrijft The Encyclopedia of Religion, „geen heilig boek [had] waarin de waarheid eens en voor al was vastgelegd . . . Het was voldoende als iemand die rituele handelingen verrichtte, geloof hechtte aan een uitgebreid repertoire van verhalen die hij in zijn jeugd geleerd had. Van elk van deze verhalen bestonden vele versies, die een brede marge van interpretatie toelieten.”
Typerend voor deze verhalen waren die welke worden verteld in de Ilias en de Odyssee van Homerus, de vermaarde Griekse dichter die waarschijnlijk in de achtste of negende eeuw v.G.T. leefde. Zijn werken, waarin de nadruk werd gelegd op de relaties tussen de mythische goden van de berg Olympus en mensen, met inbegrip van wezens die een middenpositie innamen tussen goden en mensen en als heroën of helden werden vereerd, werden een bron waaruit de Griekse religie naar hartelust kon putten. Daardoor komt het, zo verklaart de schrijver G. S. Kirk, dat „mythe en religie elkaar overlappen”.
De Griekse religie putte ook uit andere bronnen. The New Encyclopædia Britannica wijst erop dat „de hellenistische wereld, die een bijzondere voorkeur had voor mysteriereligies, [uit Egypte] de verering van Osiris, van Isis en van Horus overnam”. Van daar uit „verbreidden die zich over het gehele Romeinse Rijk”. Hoe gebeurde dat?
De Griekse mythologie verovert Rome
De vroege voorouders van de Romeinen beoefenden een eenvoudige religie waarbij de goden werden beschouwd als onpersoonlijke geesten die in allerlei stoffelijke gedaanten huisden. Het was een religie van bijgeloof waarin men geloof hechtte aan voortekens en de magische eigenschappen van planten of dieren. Ze kende jaarlijkse feesten, zoals de Saturnalia in december, waarop mensen geschenken uitwisselden. Het boek Imperial Rome beschrijft het als „een religie van formaliteiten, van ritueel, met weinig nadruk op het geestelijke. De Romein sloot een overeenkomst met zijn goden — jullie doen iets voor mij, dan zal ik iets voor jullie doen — en zijn religie was grotendeels een nauwgezette naleving van die afspraak.” Dit leidde tot een geestelijk dorre religie, zodat de Romeinen elders voedsel voor hun geest zochten.
Ingewikkelder religieuze vieringen, evenals het gebruik van tempels en beelden, werden later ingevoerd door de Etrusken.a Hetzelfde boek zegt dat zij ook degenen waren „die Rome zijn vroegste contact van enige betekenis met de Griekse goden en godinnen gaven, van wie er veel uiteindelijk nagenoeg onveranderd door de Romeinen werden overgenomen”. Het duurde niet lang of er kon gezegd worden dat „de religie in Rome vele gezichten had en vele namen droeg: elk nieuwe volk waarmee de Romeinen door verovering of handel in aanraking kwamen, schijnt iets aan het Romeinse pantheon te hebben toegevoegd”.
Van de vroeg-Romeinse geestelijken werd niet verwacht dat zij geestelijke of morele leiders waren. Het was voldoende, zegt Imperial Rome, als zij op de hoogte waren van „de juiste aanspreekvormen van de god, de taboes die aan zijn aanbidding kleefden en de gecompliceerde liturgie”. In tegenstelling tot het gewone volk, dat men plebejers noemde en dat niet voor een hoog ambt in aanmerking kwam, konden vooraanstaande geestelijken tot indrukwekkende politieke en maatschappelijke macht geraken.
Ongeveer duizend jaar lang, vanaf de tijd van Homerus, heeft de Griekse mythologie dan ook zo’n krachtige invloed uitgeoefend op de religie van zowel Griekenland als Rome dat The New Encyclopædia Britannica zegt: „De belangrijkheid van de Griekse mythologie in de intellectuele, artistieke en emotionele geschiedenis van de westerse mens is nauwelijks te overschatten.” Op z’n minst religieus gezien had Horatius, een Latijnse dichter uit de eerste eeuw v.G.T., het bij het rechte eind toen hij zei: „Het veroverde Griekenland veroverde Rome.”
Een Griekse god in opmars
Alexander III werd in 356 v.G.T. geboren in het Macedonische Pella. Hij groeide op in een koninklijk milieu en genoot privé-onderwijs van de beroemde Griekse filosoof Aristoteles, die hem hielp belangstelling te ontwikkelen voor filosofie, geneeskunde en natuurwetenschappen. De mate waarin Alexanders denkwijze werd gevormd door Aristoteles’ filosofische leer, is een strijdpunt. Er bestaat echter weinig twijfel aan Homerus’ invloed op hem, want de leesgrage Alexander had een speciale voorliefde voor de mythologische werken van Homerus. Er wordt zelfs beweerd dat hij de Ilias uit het hoofd leerde, wat geen geringe prestatie geweest zou zijn, want het zou betekend hebben dat hij 15.693 dichtregels in zijn geheugen had gegrift.
Op zijn twintigste volgde Alexander zijn vader, die was vermoord, op de Macedonische troon op. Hij begon onmiddellijk een veroveringsveldtocht die hem uiteindelijk de titel Alexander de Grote bezorgde. Hij wordt algemeen erkend als een van de grootste militaire leiders aller tijden en wegens zijn grootheid werd hij tot god verheven. Zowel voor als na zijn dood werd hem goddelijkheid toegeschreven.
Alexander verdreef de Perzen uit Egypte, waar hij als bevrijder werd binnengehaald. Het boek Man, Myth & Magic zegt: „Hij werd als farao geaccepteerd en toen hij het orakel van de god Ammon bezocht . . . werd hij door de priester officieel verwelkomd als ’zoon van Ammon’.” Dit incident verklaart kennelijk het verhaal dat hij de zoon was van Zeus, de oppergod van het Griekse pantheon.
Alexander rukte op naar het oosten, waar hij ten slotte India bereikte. Onderweg daarheen veroverde hij Babylon, waaruit veel van de denkbeelden afkomstig waren die in de mythologie en religie van zijn vaderland voorkwamen. Het was dan ook terecht dat hij van plan was Babylon tot de hoofdstad van zijn rijk te maken. Maar op 13 juni 323 v.G.T., na iets meer dan twaalf jaar geregeerd te hebben, bezweek de grote Griekse god — hij stierf op 32-jarige leeftijd!
Een vereerde Romeinse god
De stad Rome was in het midden van de achtste eeuw v.G.T. gesticht op het naburige schiereiland Italië, eeuwen voordat Griekenland onder Alexander het hoogtepunt van zijn wereldheerschappij bereikte. Na Alexanders dood verschoof de wereldmacht langzaam in de richting van Rome. Generaal Julius Caesar, het hoofd van de Romeinse staat, werd in 44 v.G.T. vermoord, en na een woelige periode van ongeveer dertien jaar versloeg zijn aangenomen zoon Octavianus zijn rivalen en ging in 31 v.G.T. over tot de grondvesting van het Romeinse Rijk.
Imperial Rome noemt Octavianus de „grootste van Romes vele keizers” en zegt dat de „Romeinen hem Augustus noemden, wat ’de vereerde’ betekent, en de bewoners van de provincies hem toejuichten als een god”. Als om deze meningen te staven liet Augustus zegelringen maken met de beeltenis van zichzelf en Alexander, zijn voorganger. Augustus werd later door de Romeinse senaat vergoddelijkt en overal in het rijk werden ter ere van hem heiligdommen gebouwd.
Verdienden zij de naam?
Tegenwoordig zou niemand zich voor wereldvrede en zekerheid op Romeinse of Griekse goden verlaten — niet op de mythische goden die vanaf de Olympus regeerden, noch op de menselijke goden die vanaf politieke tronen regeerden. Niettemin brengen valse religies al vanaf hun begindagen in Azië tot op de dag van vandaag mensen er door misleiding toe hun vertrouwen te stellen op mythische goden die wel de naam dragen maar niet de verdienste hebben. Terecht schreef Alexanders geliefde Homerus in de Ilias: „Hoe ijdel, zonder de verdienste, is de naam.”
Er is wel gezegd dat de Grieken uit de oudheid de Ilias beschouwden „als een bron van moreel en zelfs praktisch onderricht”. Thans zijn er nog veel meer geschriften waarover men zo denkt. Hoe zulke religieuze best-sellers naar waarde te schatten, zal het onderwerp zijn van ons artikel in de uitgave van 22 maart.
[Voetnoten]
a De oorsprong van de Etrusken is omstreden, maar de theorie die de meeste aanhangers telt, is dat zij in de achtste of zevende eeuw v.G.T. vanuit het Egeo-Aziatische gebied naar Italië migreerden en een Aziatische cultuur en religie meebrachten.
[Kader op blz. 23]
De alom verbreide Griekse vroomheid
De Grieken uit de oudheid hadden geen specifiek woord voor het begrip godsdienst. Zij gebruikten de term eu·se·beiʹa, die vertaald kan worden met „vroomheid”, „juist gedrag tegenover de goden”, „goed vereren” en „godvruchtige toewijding”.b
The New Encyclopædia Britannica verklaart: „De Griekse religie heeft in haar ontwikkelde vorm meer dan duizend jaar bestaan, vanaf de tijd van Homerus (waarschijnlijk negende of achtste eeuw v.Chr.) tot de regering van keizer Julianus (vierde eeuw A.D.), hoewel haar herkomst tot de langst vervlogen tijden is terug te voeren. In die periode verbreidde haar invloed zich westwaarts tot in Spanje, oostwaarts tot aan de Indus, en over de hele mediterrane wereld. Haar invloed was het meest uitgesproken bij de Romeinen, die hun godheden vereenzelvigden met de Griekse. Onder het christendom leefden Griekse heroën of helden en zelfs godheden voort als heiligen, terwijl de wedijverende madonna’s van Zuideuropese gemeenschappen de onafhankelijkheid van plaatselijke culten weerspiegelden.”
De vroege christenen kregen te maken met de aanbidders van Griekse en Romeinse valse goden. Het bijbelverslag vertelt ons: „Toen de scharen zagen wat Paulus gedaan had, verhieven zij hun stem en zeiden in het Lykaonisch: ’De goden zijn de mensen gelijk geworden en tot ons neergedaald!’ En zij noemden Barnabas toen Zeus [de oppergod van het Griekse pantheon], maar Paulus Hermes [de god die als bode voor andere goden optrad], omdat hij het woord voerde. En de priester van Zeus, wiens tempel vóór de stad was, bracht stieren en kransen naar de poorten en wilde samen met de scharen slachtoffers brengen. Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit echter hoorden, scheurden zij hun bovenklederen en sprongen midden onder de schare, terwijl zij uitriepen en zeiden: ’Mannen, waarom doet gij deze dingen? Ook wij zijn mensen en hebben dezelfde zwakheden als gij en maken het goede nieuws aan u bekend, opdat gij u van deze ijdele dingen zoudt afkeren en u zoudt wenden tot de levende God, die de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is, heeft gemaakt.’” — Handelingen 14:11-15.
[Voetnoten]
b Zie 1 Timótheüs 4:7, 8 in The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Tabel/Illustraties op blz. 24]
GRIEKSE EN ROMEINSE GODHEDEN
Veel goden en godinnen uit de Griekse mythologie bekleedden in de Romeinse mythologie een soortgelijke positie. In onderstaande tabel staan enkele belangrijke Griekse en Romeinse godheden vermeld.
Grieks Romeins Positie
Aphrodite Venus Godin van de liefde
Apollo Apollo God van licht, geneeskunde en
dichtkunst
Ares Mars God van de oorlog
Artemis Diana Godin van jacht en geboorte
Asclepius Aesculapius God van de geneeskunde
Athena Minerva Godin van handenarbeid, oorlog en
wijsheid
Cronus Saturnus In de Griekse mythologie heerser der
Titanen en vader van Zeus; in de
Romeinse mythologie ook god van
de landbouw
Demeter Ceres Godin van de plantengroei
Dionysus Bacchus God van wijn, vruchtbaarheid en
losbandigheid
Eros Cupido God van de liefde
Gaea Terra Symbool van de aarde, en moeder en
vrouw van Uranus
Hephaestus Vulcanus Smid voor de goden en god van het
vuur en de metaalbewerking
Hera Juno Beschermster van huwelijk en
vrouwen. In de Griekse mythologie
zuster en vrouw van Zeus; in de
Romeinse mythologie vrouw van
Jupiter
Hermes Mercurius Bode der goden; god van handel en
wetenschap; en beschermer van
reizigers, dieven en vagebonden
Hestia Vesta Godin van de huiselijke haard
Hypnos Somnus God van de slaap
Pluto of Hades Pluto God van de onderwereld
Poseidon Neptunus God van de zee. In de Griekse
mythologie ook god van
aardbevingen en paarden
Rhea Ops Vrouw en zuster van Cronus
Uranus Uranus Zoon en man van Gaea en vader van de
Titanen
Zeus Jupiter Heerser der goden
Ontleend aan „The World Book Encyclopedia”, uitgave van 1987, Deel 13, blz. 820
[Illustraties]
Hermes
Diana
Asclepius
Jupiter
[Verantwoording]
Foto’s Hermes, Diana en Jupiter: Met toestemming van het British Museum, Londen
Asclepius: Nationaal Archeologisch Museum, Athene
[Illustratie op blz. 20]
Athena, de godin van oorlog en wijsheid — standbeeld bij de stadspoort van Wezel (Duitsland)