De zienswijze van de bijbel
Is voorouderverering iets voor christenen?
DE MEESTE mensen weten wel dat voorouderverering een voorname rol speelt in het leven van miljoenen mensen, vooral bij confucianisten, boeddhisten en sjintoïsten. Maar was het u bekend dat voorouderverering ook nauw met het leven in Afrika verweven is? In feite lopen er door bijna alle religies duidelijk draden van voorouderverering, misschien ook door de uwe. Het is „een universeel verschijnsel”, zegt een Nigeriaanse hoogleraar in de godsdienstwetenschappen.
Wat is voorouderverering? Misschien komt wat u ervan weet overeen met deze definitie: „Het geritualiseerd gunstig stemmen en aanroepen van overleden verwanten, gebaseerd op het geloof dat geesten [van de overledenen] invloed uitoefenen op het lot van de levenden.” — The Concise Columbia Encyclopedia.
In het huis van iemand die aan voorouderverering doet — een in Zuidoost-Azië wonende boeddhist bijvoorbeeld — kunt u dan ook een klein altaar zien staan waarop een foto van het overleden familielid een opvallend plaatsje heeft gekregen. Hier kunt u ook ruiken dat er wierook wordt gebrand of horen dat er gebeden worden gezongen en er in de handen wordt geklapt. Vaak zetten de gelovigen voedsel of bloemen op het altaar ten behoeve van hun overleden familielid.
Trekt u naar een ander werelddeel, Afrika, dan zult u bemerken dat veel Afrikanen „met hun doden leven”. In Afrika beneden de Sahara gelooft men algemeen dat tussen de levenden en de overledenen contact en communicatie mogelijk zijn. „Wij Afrikanen voelen allemaal dat onze overleden ouders en andere voorouders dicht bij ons zijn”, zegt een vooraanstaand Afrikaans protestants theoloog.
In een groot deel van Afrika worden overleden voorouders nog steeds beschouwd als het hoofd van de familie of gemeenschap waartoe zij tijdens hun leven hebben behoord. Zij blijven „geestelijke toezichthouders op familieaangelegenheden”, zegt professor E. Bọlaji Idowu in zijn boek African Traditional Religion — A Definition. Voor het vergunnen of verhoeden van nagenoeg alles kan de geest van een voorouder aangeroepen worden. De voorouders worden dan ook beschouwd als „samenbindende factoren in de Afrikaanse samenleving”, en volgens The New Encyclopædia Britannica is hun verering bevorderlijk voor de „familiesolidariteit”.
In westerse landen — zoals Frankrijk of Canada — zijn kerken, kapellen of heiligdommen gewijd aan heiligen, die men helden-voorouders zou kunnen noemen. Voor stille beelden zeggen de lippen van de gelovigen gebeden op. Of vromen bieden knielend en met uitgestrekte handen aan vergulde iconen geschenken aan. Aanhangers van de religies der christenheid zouden zeker geïrriteerd reageren als iemand de gedachte zou opperen dat hun uiting van devotie voorouderverering is; maar de boeddhist, de sjintoïst of de vrome Afrikaan glimlacht. Hij weet dat de door deze „christenen” tentoongespreide verering niet zo veel verschilt van zijn eigen daden van verering.
Waarop is voorouderverering gebaseerd?
De kern van de voorouderverering is het geloof in het voortleven van de doden doordat er iets van de menselijke persoon in leven blijft. Het is „het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel”, zegt de Oegandese katholieke auteur Damian Lwasa. Hoe gefundeerd is dat geloof? De theoloog Harry Sawyerr uit Sierra Leone geeft toe dat Afrikanen die beweren „dat hun voorouders levend zijn in de geest, daar geen enkel concreet bewijs voor hebben”.
In feite is er volgens de bijbel geen onstoffelijk deel van een mens dat de dood van het lichaam overleeft. De Schepper zelf zegt: „Ziet! Alle zielen — mij behoren ze toe. Zoals de ziel van de vader zo eveneens de ziel van de zoon — mij behoren ze toe. De ziel die zondigt, díe zal sterven” (Ezechiël 18:4). Medici en andere wetenschappers hebben geen enkel bewijs gevonden dat een bewustzijn bezittend, onstoffelijk deel van de mens de dood van het lichaam overleeft.
Lang voor Confucius of Boeddha schreef een wijze man uit voorchristelijke tijden: „De levenden zijn zich ervan bewust dat zij zullen sterven; maar wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust” (Prediker 9:5). Al eerder had Job gezegd: „Een aardse mens blaast de laatste adem uit, en waar is hij? Zijn zonen worden geëerd, maar hij weet het niet” (Job 14:10, 21). De doden kunnen dus niet dienen als „geestelijke toezichthouders op familieaangelegenheden”. Bij de dood kan men „volstrekt niets meenemen”. — Psalm 49:10, 17-19.
Sta hier eens bij stil: Eten overleden voorouders het goede voedsel dat voor hen klaargezet wordt? Duidt het feit dat het voedsel onaangeraakt blijft er niet op dat de doden machteloos zijn? Bovendien kunnen overleden voorouders zich niet bewust zijn van de verering door levende nakomelingen of van de door hen gebrachte offers. Omdat zij niet bestaan, kunnen zij zich niet interesseren voor hun vroegere familie of ingrijpen in familieaangelegenheden. De bijbel zegt: „Zij hebben tot onbepaalde tijd geen deel meer aan iets wat onder de zon moet worden gedaan.” — Prediker 9:6.
Welke hoop is er voor overleden voorouders?
Wil dit dan zeggen dat er geen hoop is op een hereniging met overleden geliefden? Beslist niet! Mensen die lang geleden door de dood gescheiden zijn, zullen herenigd worden wanneer zij in de opstanding tot leven worden gebracht. „Het uur komt”, belooft Jezus in de bijbel, „waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en te voorschijn zullen komen.” — Johannes 5:28, 29.
Deze hoop op een opstanding bracht een ingrijpende verandering teweeg in het leven van een vrouw op Okinawa die haar voorouders vereerde. Zij legt uit: ’Mijn kijk op het leven veranderde. Toen ik een volgeling van Jezus Christus werd, hielp dit mij liefdevoller te zijn tegenover mijn nog levende familieleden en anderen.’ Is liefde voor levende ouders niet veel logischer dan de verering van overleden voorouders? (Efeziërs 6:2, 3) Zij vervolgt: ’Wanneer ik thans de eenzaamheid zie van bejaarde ouders en grootouders, stemt het mij zeer dankbaar dat ik heb geleerd mijn ouders ware liefde en respect te betonen toen zij nog in leven waren.’
Daar komt nog bij dat voor christenen het ernstigste bezwaar tegen voorouderverering is, dat ze neerkomt op het overtreden van Gods duidelijke gebod: „Gij moogt geen andere goden tegen mijn persoon in hebben . . . want ik, Jehovah, uw God, ben een God die exclusieve toewijding eist” (Exodus 20:3, 5). Sla dus in plaats van overleden familieleden te vereren, acht op de bijbelse raad Jehovah te aanbidden, de Enige die een vreugdevolle hereniging met overleden familieleden mogelijk kan maken. — Openbaring 20:12, 13.
[Inzet op blz. 18]
„Wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust.” — Prediker 9:5