Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 8/11 blz. 13-15
  • Trots was mijn grootste handicap

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Trots was mijn grootste handicap
  • Ontwaakt! 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De zaden van trots
  • De uitwerking van een gedwongen isolement
  • Gebed om een teken
  • „Kennis blaast op”
  • Mijn trots overwinnen
  • Een bron van waar geluk
  • Nederigheid geleerd
  • Van bitterheid tot liefde voor God
    Ontwaakt! 1983
  • Dankbaar voor Jehovah’s onophoudelijke steun
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Jehovah heeft mij kracht gegeven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Vol levensvreugde, ondanks mijn handicap
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 8/11 blz. 13-15

Trots was mijn grootste handicap

HET is niet gemakkelijk gehandicapt èn gelukkig te zijn. De meeste mensen die gebukt gaan onder lichamelijke beperkingen, raken zo nu en dan gedeprimeerd. Op zulke momenten vragen zij zich vaak af: „Waarom ik?”

Ik was daarop geen uitzondering. Ik werd geboren met een ernstige lichamelijke handicap die mij belet te lopen, te gaan staan of zelfs mijn handen te gebruiken. Deze omstandigheid heeft begrijpelijkerwijs een duidelijke uitwerking op mijn persoonlijkheid gehad. Ik kan mij nog altijd de jaloezie en frustratie herinneren die ik als kind voelde wanneer ik andere kinderen zag rennen en springen.

Soms bezocht ik een nabijgelegen kerk om God om hulp te smeken. Ik herhaalde dan vurig twintig of dertig keer het „Padre Nuestro” („Onze Vader”) en even zoveel „Ave Maria’s” („Weesgegroetjes”), die ik van tijd tot tijd afwisselde met de hartgrondige smeekbede: „Alstublieft, Heer, genees mij!” Ik beloofde God van alles te zullen doen als hij mij slechts zou genezen.

De zaden van trots

Ik werd geboren in Granada, een prachtige stad in Zuid-Spanje aan de voet van de hoog oprijzende bergen van de Sierra Nevada. Als jong kind motiveerde mijn handicap mij andere vaardigheden te ontwikkelen, en op mijn zevende was ik in schoolvakken anderen van mijn leeftijd ver vooruit. Ik ging toen heel normaal met andere kinderen om en speelde met hen terwijl ik mij, zittend op mijn stoeltje, behendig wist te verplaatsen. Ik leerde met mijn linkervoet zelfs tekenen en schrijven door een potlood tussen mijn tenen te klemmen.

Op een keer publiceerde de plaatselijke krant een artikel over mij, met foto’s die toonden hoe ik met mijn voet schreef. Deze publiciteit zorgde ervoor dat ik talloze prijzen en reizen kreeg aangeboden en daarbij de bewondering van anderen oogstte. Door dit alles begon zich in mij een ijdele en hoogmoedige geest te ontwikkelen. Trots begon mij in zijn macht te krijgen.

De uitwerking van een gedwongen isolement

Niet lang daarna kon ik niet meer naar school. Ik werd groter en het werd voor mijn moeder onmogelijk mij vanuit ons flatje op de tweede verdieping van en naar school te brengen. Vanaf mijn dertiende vervolgde ik mijn schoolopleiding daarom via een schriftelijke cursus. Ik leerde gemakkelijk en maakte goede vorderingen, maar het gedwongen isolement had geen goede invloed op mij. Hoewel ik uiterlijk misschien vrolijk en spontaan leek, begon ik te piekeren over mijn lichamelijke toestand en wat daar in de toekomst uit zou voortvloeien.

In 1971 kreeg ik een studiebeurs voor een jaar in een revalidatiecentrum in Madrid dat door katholieke nonnen werd geleid. Daar leerde ik een typemachine te gebruiken met behulp van een mondstok, wat mij later goed van pas kwam. Natuurlijk was religie een verplicht onderdeel van ons wekelijkse schema. Elke zondag kwamen wij om zeven uur ’s morgens bijeen voor de mis. Hoewel het ritueel mij onnodig leek, was ik altijd present om de nonnen die zo goed voor mij zorgden een plezier te doen.

Toen het jaar in Madrid om was, keerde ik terug naar Granada. Langzamerhand raakte ik steeds meer in mijzelf gekeerd, gevangen als ik was tussen de vier muren van mijn huis. Meestal bracht ik mijn tijd door met het lezen van romans en andere boeken die ik te pakken kon krijgen. In overeenstemming met de toen heersende mode liet ik mijn baard staan en droeg ik lang haar. Maar het was geen gelukkige tijd van mijn leven.

Gebed om een teken

Vaak was ik chagrijnig doordat ik mij eenzaam en hulpeloos voelde. Ik bad tot God en vroeg hem om een of ander teken waaruit zou blijken dat hij bestond en belangstelling voor mij had.

God gaf mij inderdaad een teken — maar niet op de manier die ik had verwacht. Tegen het einde van 1973 klopte er een getuige van Jehovah bij ons aan, en aangezien mijn moeder boodschappen aan het doen was, opende ik de deur en luisterde naar wat hij te zeggen had. Aan het eind van het gesprek bood hij mij het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt aan. Ik nam het direct, want in die periode las ik alles wat los en vast zat. Nog diezelfde middag las ik de hele publikatie uit. Ik was werkelijk verrast door de inhoud, vooral wat erin werd gezegd over twee bijbelse verboden: het verbod inzake het gebruik van beelden bij de aanbidding en het misbruik van bloed. — Exodus 20:4, 5; Handelingen 15:28, 29.

De Getuige kwam een week later terug en terwijl hij mij aantoonde wat de bijbel leerde, liet ik hem zien hoe ik met gebruikmaking van slechts mijn voeten een sigaret aanstak! Hij bood mij een gratis bijbelstudie aan voor zes maanden. Ik aanvaardde het aanbod onmiddellijk, zonder te beseffen dat dit in werkelijkheid het teken was waarom ik had gevraagd.

Ik nam snel bijbelkennis in mij op. Maar de noodzakelijke veranderingen in mijn leven aanbrengen om een echte discipel van Christus te worden, was nog heel wat anders. Mijn grootste probleem was mijn persoonlijkheid.

„Kennis blaast op”

Een korte ervaring zal duidelijk maken hoe mijn geesteshouding toen was. Na zes maanden de bijbel te hebben bestudeerd, kreeg ik bezoek van een reizende opziener van Jehovah’s Getuigen die vriendelijk naar mijn vorderingen informeerde. „Het gaat prima. Ik heb al 500 bijbelteksten uit mijn hoofd geleerd”, antwoordde ik met een zelfvoldane, tevreden glimlach. „Werkelijk waar, 500 bijbelteksten?” herhaalde hij wat ongelovig. „Ja, 500! Kijk, ik heb ze allemaal in dit notitieboek opgeschreven”, snoefde ik.

Geïntrigeerd probeerde hij mij uit met Spreuken 18:1. Onmiddellijk zei ik de tekst woordelijk op: „Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken; tegen alle praktische wijsheid zal hij losbarsten.” Daarna vroeg hij mij: „Pas je deze tekst toe? Kom je geregeld met je christelijke broeders en zusters samen?” „O ja, dat doe ik wel”, zei ik, want de broeders in de gemeente hadden er vriendelijk praktische regelingen voor getroffen dat ik de vergaderingen kon bezoeken.

Na enkele vragen besefte mijn bezoeker dat ik al die teksten inderdaad uit mijn hoofd had geleerd. Maar hij had tevens bemerkt dat ik meer aandacht schonk aan het verwerven van bijbelkennis dan aan het toepassen van die kennis in mijn leven. Hij herinnerde mij aan de tekst in 1 Korinthiërs 8:1: „Kennis blaast op, maar liefde bouwt op.” Hij hielp mij in te zien dat ik mijn persoonlijkheid moest veranderen.

Mettertijd stopte ik met roken, verbeterde mijn persoonlijke verschijning en deed leesmateriaal weg dat niet opbouwend was. In juni 1975, achttien maanden nadat ik voor het eerst getuigenis had gekregen, werd ik gedoopt.

Mijn trots overwinnen

Niettemin had ik nog steeds niet mijn trots overwonnen. Door mijn omstandigheden kon ik drie tot vier uur per dag studeren, en spoedig had ik een enorme hoeveelheid bijbelkennis vergaard, waarmee ik graag geurde. Getuigen uit de gemeente waartoe ik behoor, begonnen met hun bijbelse vragen en zelfs met persoonlijke problemen naar mij toe te komen. Ik was heel blij mijn bekwaamheid te kunnen gebruiken om anderen te helpen, maar soms voelde ik mij daardoor ook in mijn ijdelheid gestreeld.

Mettertijd nam mijn hoogmoed af. Telkens als ik besefte dat ik een trotse geest aan de dag legde, bad ik tot Jehovah en vroeg ik hem om hulp. Ik vroeg hem vooral mij te helpen het juiste motief te hebben: anderen met mijn kennis te helpen, in plaats van mijzelf te verheerlijken.

Een bron van waar geluk

Getuigenis geven aan iedereen met wie ik in contact kwam, werd een bron van waar geluk. Met anderen delen wat ik had geleerd, bracht niet alleen een innerlijke tevredenheid teweeg, maar dwong mij ook uit mijn schulp te kruipen waarin ik mij had teruggetrokken, en het stelde mij in staat met anderen om te gaan en sommigen van hen te helpen. Het schonk mij vooral voldoening een bejaarde man te kunnen helpen die met dezelfde problemen kampte als ik.

Ik ontmoette hem voor het eerst toen ik aan enkele mannen op straat getuigenis gaf. Tijdens ons gesprek viel het mij op dat er van tijd tot tijd een man op krukken langsliep. Telkens als hij langskwam, stopte hij enkele ogenblikken alsof hij wilde horen wat wij zeiden. Ten slotte hield hij vlak voor mij stil en vroeg: „Is het echt gebeurd, van die wereldomvattende Vloed?” Ik antwoordde bevestigend en legde hem vervolgens uit wat dat voor onze tijd betekende. Mettertijd kon ik een bijbelstudie met hem beginnen.

Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn lichamelijke problemen maakte hij vorderingen en paste de bijbel in zijn leven toe. Hij werd op 80-jarige leeftijd gedoopt. Zijn vrouw, die hem aanvankelijk bespotte, werd op 85-jarige leeftijd gedoopt.

Doordat ik degenen die gehandicapt zijn of die in een ander opzicht hulp nodig hebben, kan helpen, vergeet ik gemakkelijker mijn eigen problemen. In totaal heb ik tien verschillende mensen kunnen helpen de waarheid uit Gods Woord te leren kennen. Dit is een werkelijke bron van aanmoediging voor mij geweest.

Nederigheid geleerd

Het belangrijkste wat ik heb ontdekt, is dat een lichamelijke handicap het vinden van geluk in het leven niet uitsluit. De Schepper leren kennen, heeft mij geholpen realistisch te zijn en mijn handicaps, waaronder ook mijn trots, onder de ogen te zien. Ik probeer, voor zover dat gaat, een normaal leven te leiden. Ik kan nu zelf in mijn onderhoud voorzien, wat mij veel voldoening schenkt. Ik ben blij de plaatselijke gemeente als ouderling te kunnen dienen en probeer een actief aandeel te hebben aan het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk (Markus 13:10). Zonder twijfel schenkt de mogelijkheid anderen te helpen mij het meeste geluk. Bovendien heb ik geleerd Jehovah’s heerlijkheid en niet mijn eigen heerlijkheid te zoeken. — Lukas 17:10. — Zoals verteld door José Martín Perez.

[Illustratie op blz. 15]

Prediken op straat met de hulp van een andere Getuige

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen