Een glimp van Nepals beschermde dieren
Door Ontwaakt!-correspondent in India
HET was bijna middernacht. In de jungle om ons heen was het pikdonker. De toppen van de hoge bomen onttrokken de sterrenhemel aan het gezicht. Om te zien waar wij liepen, hielden wij onze zwakke zaklamp dicht bij de grond. Wij waren op zoek naar een tijger! Maar terwijl wij in het duister voortstrompelden, kwam er telkens een angstige gedachte in mij op — was de tijger misschien ook op zoek naar ons?
Met het doel enkele van Nepals beschermde en met uitsterven bedreigde dieren in hun natuurlijke woongebied te bewonderen, waren mijn vrouw en ik uit Calcutta (India) naar Tiger Tops gekomen, een jachthuis in Nepals Royal Chitwan National Park. Dit is een 935 vierkante kilometer groot reservaat met graslanden en prachtige oerwouden in de noordelijke delen van de Terai, tussen de uitlopers van het grote Himalajagebergte.
Naar Tiger Tops
Onze reis was een avontuur op zich. Eerst vlogen wij van Calcutta naar Katmandu, de hoofdstad van het bergachtige koninkrijk Nepal. Tijdens de vlucht hadden wij een spectaculair uitzicht op de trotse toppen van de Himalaja, waaronder de 8848 meter hoge Mount Everest.
Katmandu — bij die naam denk je onwillekeurig aan een oude en verafgelegen stad. Het verbaasde ons daarom langs de traditionele, smalle en kronkelige straten gebouwen aan te treffen die in westerse stijl opgetrokken zijn. Oude bazaars met hun handgemaakte artikelen wedijveren met winkelgalerijen waar geïmporteerde parfums, conserven en stereo-installaties zijn uitgestald. Hoewel de stad bezig is te veranderen, weet ze nog altijd te fascineren.
Op het vliegveld van Katmandu stapten wij in een vliegtuig met negentien zitplaatsen dat als bestemming de Chitwanvallei had. Na een vlucht van een half uur langs hoge bergen met terrasvormige hellingen en over diepe dalen landden wij in Meghauli op een grasveld, naar het scheen een van ’s werelds kleinste vliegvelden. Maar de reis was nog niet voorbij.
Per landrover en boomstamkano bereikten wij een kleine opengekapte plek. Tot onze verrassing kwamen uit het lange gras zes enorme olifanten op ons toegelopen. Hierop zouden wij het resterende deel van onze reis naar het jachthuis in de jungle maken. Wij zaten op gecapitonneerde platforms op de olifanten en vonden het rustige, gestadige ritme van de olifantsgang een groot contrast met alle verschillende vervoermiddelen die wij hadden gebruikt om hier te komen.
Ten slotte arriveerden wij bij Tiger Tops. Het was een uit twee lagen bestaand bamboe bouwwerk op 3,60 meter hoge palen met een rieten dak. Onze kamers waren gezellig ingericht. Net toen in de kamer ons oog viel op de mededeling: „Laat geen voedsel achter voor ongenode gasten”, hoorden wij buiten een bonzend geluid. De „gasten” waren een stel hoelmannen (slankapen) die op onze veranda rondscharrelden en om iets eetbaars bedelden.
Een kijkje bij de olifanten
In het nabijgelegen olifantenkamp legde onze gids uit welke uiterst belangrijke rol de olifanten in de exploitatie van het jachthuis speelden. Het kamp houdt er voor transportdoeleinden een kudde van twaalf olifanten op na. Tien daarvan zijn wijfjes omdat ze zachtaardiger zijn dan de mannetjes. Elke olifant eet dagelijks meer dan 450 pond voer en drinkt zo’n 200 liter water. Het onderhoud van één olifant kost 54.750 Nepalese rupees (ƒ 5000) per jaar. En aangezien een olifant gemiddeld 65 jaar leeft, helpt dit ons te begrijpen waarom een Engelsman de term „witte olifant” gebruikt voor een kostbaar maar lastig bezit. Omdat witte olifanten als heilig werden beschouwd, mocht men ze niet aan het werk zetten, waardoor ze een financiële last werden. Zo kon in vroeger tijd een koning gemakkelijk een uit de gratie geraakte minister ruïneren door hem een witte olifant te schenken.
Men vertelde ons dat de olifant door zijn kornak of oppasser kan worden getraind om een aantal mondelinge bevelen en andere tekens te gehoorzamen. Om de olifant bijvoorbeeld vooruit te laten lopen, zal de op zijn rug zittende kornak met zijn tenen achter de oren van de olifant porren, en om het dier achteruit te laten lopen, zal hij zijn hielen in de schouders van het dier drukken. Het kost vijf tot acht jaar om een olifant grondig te trainen; daarna wordt hij heel ontvankelijk voor zulke bevelen en zal hij er ondanks zijn ruim vier ton wegende lichaam snel op reageren.
Op zoek naar neushoorns
De grote Indische neushoorn wordt slechts op één plaats ter wereld aangetroffen — in het gebied tussen Nepal en de Indiase deelstaat Assam. Om een glimp te kunnen opvangen van dit zeldzame dier, trokken wij er met een groep olifanten op uit met op elk dier twee of drie personen. De olifanten vormden een enkele rij, waarbij elk rustig voortsjokte achter de voor hem lopende olifant.
Jarenlang werd het woongebied van de neushoorn bedreigd door grootscheepse cultivering en door van regeringswege gesponsorde anti-malariaprogramma’s. Pas in de laatste twee decennia of zo hebben natuurbeschermers pogingen in het werk gesteld om de situatie te stabiliseren. Nu zwerven ongeveer 300 van de naar schatting 1000 neushoorns die er op het Indiase subcontinent zijn overgebleven, in de moeraslanden van de Chitwanvallei rond.
Het duurde niet lang voor onze leidende olifant op een muur van olifantsgras afstevende dat nog een flink stuk boven ons uitstak. De opwinding van de speurtocht maakte zich van ons meester. In het gras hoorden wij de ene kornak opgewonden tegen de andere schreeuwen. Plotseling hief de olifant naast ons zijn slurf op en trompetterde doordringend, waarop ons rijdier reageerde door zijwaarts te zwenken. Te midden van al het tumult stormde er een neushoorn uit het gras te voorschijn, die rakelings langs ons heen schoot en vervolgens in het gras voor ons verdween. Wij haastten ons voorwaarts om nog een glimp van het dier op te vangen. Toen het gras week, zagen wij voor onze ogen een klein neushoorntje dat dribbelend zijn opgewonden moeder probeerde bij te houden. Samen verdwenen ze tussen de veilige bomen.
Wij waren blij dat de neushoorn het hazepad koos. Want alhoewel een olifant zich gewoonlijk tegen een tijger weet te verweren, is hij voorzichtig met dit op twee na grootste landdier. Een getergde neushoorn zal furieus vechten met zijn 30 centimeter lange hoorn of met zijn lange, scherpe onderste slagtand, die als een scalpel de buik van een olifant kan openrijten. Ondanks zijn korte poten kan de neushoorn op de korte afstand dezelfde snelheid als een paard bereiken. Dit, gekoppeld aan zijn gewicht, maakt de neushoorn tot een geduchte vijand.
Tijger gemeld
Toen op een avond na half elf iedereen in bed lag, werd plotseling de stilte van de nacht verbroken door geschreeuw en haastige voetstappen. Er was een tijger waargenomen! Drie van ons renden onder begeleiding van twee Gurkha’s de duisternis in.
Na ongeveer 400 meter gelopen te hebben, werd ons gezegd onze schoenen uit te trekken omdat ze een trilling zouden veroorzaken waar een tijger gevoelig voor is. Daar wij niet gewend waren blootsvoets te lopen, was het laatste deel van de tocht een stille kwelling voor ons. Wij mochten ook niet praten, fluisteren, hoesten of niezen. Bevond de tijger zich werkelijk voor ons, of beloerde hij ons van achteren? Waar waren wij in verzeild geraakt?
Onze gids gebaarde ons halt te houden. Wij luisterden maar hoorden niets in het geluidloze duister van de nacht. Bij het licht van onze zwakke zaklamp gingen wij voetje voor voetje verder totdat wij een 2,10 meter hoge rieten afschutting bereikten, die wij bleven volgen. Toen wij bij een rechtse bocht kwamen, gebaarde de gids ons te stoppen en ons op te stellen achter de uitsparingen in de afschutting. Wij hielden ons zo stil mogelijk en luisterden. Ja, wij konden de tijger zijn prooi horen verslinden, en het klonk heel dichtbij — te dichtbij!
Plotseling werden sterke lampen ontstoken, en daar was hij, een Bengaalse tijger of koningstijger! Hij bevond zich slechts veertig passen van ons vandaan. Instinctief verstijfde ik, niet wetend hoe hij op ons als indringers zou reageren. Maar tot mijn verbazing kwam er geen reactie van de tijger. De lichten stoorden hem niet. Naar ik later hoorde, zou hij echter zijn verdwenen als onze camera’s hadden geklikt.
Wat een prachtexemplaar! Hij lag languit naast zijn prooi, een jonge buffel. Zijn krachtige lichaam, dat van kop tot staart meer dan 2,70 meter mat, was fors en gespierd en woog waarschijnlijk zo’n 200 kilo. Hij had opvallende witte, zwarte en geel-oranje strepen. Zijn onmiskenbare kracht leek steun te verlenen aan de bewering van sommigen dat een tijger sterker is dan een leeuw. Met onze kijkers konden wij zijn prachtige kop en lijf van dichtbij bekijken. Waarlijk een van ’s werelds prachtigste dieren! Alle moeite om deze befaamde koningstijger te zien, werd ruimschoots beloond.
Ik had altijd gedacht dat de tijger van nature agressief is en bij het zien van een mens meteen zou aanvallen. Maar zoals ik ondervond, is het tegenovergestelde waar. Tenzij hij wordt geprovoceerd, is hij normaal gesproken schuw en goedaardig. Over het algemeen zal hij, wanneer hij een mens tegenkomt, de situatie overzien en dan wegrennen. Natuurfotografen berichten dat zij tijgers in hun natuurlijke omgeving tot op 3 tot 4,5 meter zijn genaderd en slechts werden tegengehouden door een waarschuwend gegrom. Dit is tevens het signaal om op de schreden terug te keren en zich langzaam te verwijderen. Het is mogelijk dat de tijger de indringer blijft volgen totdat deze uit zijn territorium is verdwenen.
Dierbare herinneringen
De volgende morgen hoorden wij weer een dringende roep: „Maak u snel gereed voor vertrek!” Automatisch dacht ik aan de drukte en het gedoe om met een taxi naar het vliegveld te komen. Alleen was onze taxi deze keer een olifant.
Niet lang daarna lagen ons prachtige jachthuis, de vriendelijke olifanten, onze katachtige vriend en onze meanderende rivier allemaal achter ons. Maar de gedenkwaardige beelden van de manier waarop deze prachtige dieren in het wild leven, namen wij mee.
[Illustraties op blz. 25]
Het Tiger Tops jachthuis midden in de jungle
[Verantwoording]
Met vriendelijke toestemming van Tiger Tops Jungle Lodge, Nepal
[Illustratie]
De Chitwanvallei, tussen de uitlopers van de Himalaja
[Illustratie op blz. 26]
Op zoek naar neushoorns in het hoge gras