Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 22/9 blz. 17-20
  • Hoe groter de uitdaging, hoe opwindender!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe groter de uitdaging, hoe opwindender!
  • Ontwaakt! 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De machine leren beheersen
  • Succes en gevaren
  • Opwinding en de dood
  • Een reizend gezin
  • Een verandering van denken
  • Onze nieuwe interesse
  • Een opwindende uitdaging
  • Speedway was mijn leven
    Ontwaakt! 1986
  • Motorfietsen — Hoe gevaarlijk zijn ze?
    Ontwaakt! 1992
  • Mijn strijd om met een gewelddadig leven te breken
    Ontwaakt! 1987
  • Op Jehovah steunen is lonend geweest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 22/9 blz. 17-20

Hoe groter de uitdaging, hoe opwindender!

„DAT kunnen wij ons nooit veroorloven!” Mijn vaders vriendelijke doch eerlijke antwoord bracht mij met een schok tot de werkelijkheid terug. Ik had hem net verteld dat ik motorcoureur wilde worden. Van jongs af aan was dat mijn levensdoel geweest. Maar mijn vader was gewoon realistisch, en ik was nog maar veertien, jong en onervaren.

Mijn belangstelling voor motoren had ik van mijn vader. Hij had mij al een paar keer meegenomen naar de TT-races op het eiland Man.a Maar dit jaar, 1950, was anders. Wij stonden daar samen en zagen hoe Geoff Duke, rijdend op een Norton, zijn eerste grote wedstrijd won met een rondegemiddelde van 93,33 mijl (150 km) per uur — en vervolgens bij de junioren de tweede plaats veroverde!

Ik ging het vurige ideaal koesteren aan de opwindende races op het eiland Man deel te nemen. Ik was vastbesloten dat doel te bereiken. Toen kon ik nog niet weten dat mijn droom tien jaar later werkelijkheid zou worden. Maar het was een hele uitdaging.

De machine leren beheersen

Er zijn drie belangrijke vormen van motorraces. Speedway, op een ovale sintelbaan, vereist veel techniek omdat de machines bijna plat worden gelegd om de achterwielen te laten slippen. Motorcross, wat in Engeland nog steeds bekendstaat als scrambling, wordt gehouden op ongebaand terrein en de motoren zijn uitgerust met speciale hoogprofielbanden. Bij de wegwedstrijden op het eiland Man daarentegen werpt iedere rijder zijn vaardigheid en ervaring tegen alle andere coureurs in de strijd op een normaal wegdek. Het is een race tegen de klok, waarbij de snelste rijder wint.

Toen ik met racen begon, kostte een motorfiets ongeveer £480 (ƒ 1680). Tegenwoordig kost een vergelijkbare machine om en nabij de £15.000 (ƒ 52.500). En de cilinderinhoud van machines varieert, van 50 cc tot 500 cc. Maar het geheim van succes schuilt niet zo zeer in de prijs van een machine of in de capaciteit van de motor, als wel in de vakkundigheid waarmee de motor wordt afgesteld. Heel vaak bleef ik tot twee uur ’s nachts op om aan mijn racemotor te sleutelen.

Meedoen aan een race is ook niet zo gemakkelijk als het eruitziet. Door de hoge snelheid komt er in een race een enorme kracht op het stuur te staan. Manoeuvreren met een krachtige, zware motorfiets bij snelheden boven de 160 kilometer per uur vereist heel veel lichamelijk uithoudingsvermogen en kracht. Ik werd aan het begin van elk seizoen gewoonlijk vijf of zes pond lichter. Daarbij komt nog de intense geestelijke spanning.

Succes en gevaren

In 1963 werd ik beroepsrijder en behaalde in Noord-Ierland tweemaal een eerste plaats, rijdend op Nortons. Bij de Internationale Wegraces in het Belgische Zolder werd ik eveneens eerste in zowel de 500 als de 350 cc-klasse. In 1966 en 1967 had ik een opwindend contract met het merk Paton, de fabrikant van prachtige, met de hand gemaakte motorfietsen. Met Bill Hannah uit Liverpool als sponsor reed ik eerst op het 350 cc-prototype en later op een 500 cc-model.

Met deze machines behaalde ik in 1967 enkele van mijn beste seizoenresultaten. Ik won de North West 200-race in Ierland in zowel de 350 als de 500 cc-klasse, behaalde de tweede plaats in de 500 cc-categorie van de Oostenrijkse Grand Prix, werd derde in de 500 cc-klasse van de Belgische Grand Prix en vijfde in de 500 cc-klasse van de TT op het eiland Man.

Negen jaar heb ik deze prestigieuze TT gereden en tweemaal een derde plaats behaald. Toen in 1907 de eerste race werd gehouden, was het snelste rondegemiddelde 42,91 mijl (69,04 km) per uur, maar in het seizoen 1957 was Bob McIntyre de eerste coureur die de 100 mijl-​grens (160 km/u) overschreed — met 101,12 mijl (162,7 km) per uur. Sindsdien zijn die tijden steeds scherper gesteld tot dicht bij de 120 mijl (193 km) per uur.

Met een veld van zo’n 100 coureurs is de TT op het eiland Man beslist een gevaarlijke race en dat is een van de redenen waarom die sinds het seizoen 1977 niet meer meetelt voor het wereldkampioenschap. In 1965 kreeg ik op dit circuit mijn ergste ongeluk. De coureur achter mij wilde mij heel graag passeren, maar ik had problemen met mijn achterrem en moest daarom gas terugnemen als ik een linkse en rechtse bocht moest maken. Hij wist dit natuurlijk niet en gunde mij daar niet de ruimte voor. Bijgevolg raakte hij mijn achterwiel, waardoor ik van de motor werd geslingerd.

Ik maakte een flinke schuiver over de baan, maar liep alleen blauwe plekken en schaafwonden op. Ik moet er niet aan denken wat er zou zijn gebeurd als ik op volle snelheid de stenen scheidingsmuur had geraakt. Tot mijn spijt hoorde ik later dat mijn motorfiets, die voor mij uit schoot, een baanwachter raakte, die beide benen brak en voor vele maanden in een ziekenhuis belandde.

Opwinding en de dood

Inmiddels deed ik mee aan de strijd om het wereldkampioenschap, de internationale Motorsport Grand Prix. Dit hield in dat ik elk jaar uitkwam in zo’n 20 race-evenementen en dan meedeed aan wel 35 wedstrijden, soms helemaal in Canada en Japan. Ik reisde ook veel door Europa — van Zweden en Finland in het noorden tot Spanje en Italië in het zuiden, en mijn route bracht mij vaak in Oost-Europa. Hoe opwindend was het uit te komen tegen de Oostduitse MZ-machines, de gerenommeerde Tsjechoslowaakse Jawa’s en de Russische Vosticks!

Hoewel er tot en met de tiende plaats prijzengeld wordt uitgekeerd, is het voornaamste doel van de Grand Prix zo veel mogelijk punten te behalen. Dan worden aan het eind van elke twaalf racemaanden de bij de verschillende Grand Prix-​evenementen behaalde punten opgeteld, waarna er een ranglijst wordt gepubliceerd waarop ’s werelds zes beste coureurs van dat jaar vermeld staan. Mijn beste resultaat behaalde ik in 1965 toen ik vierde werd in het Wereldkampioenschap in de 500 cc-klasse.

In de loop der jaren kwamen een aantal van mijn rivalen bij ongelukken om het leven. Maar wij allen aanvaardden dat als een uitdaging die gewoon bij de sport hoorde. Door één tragedie was ik echter erg geschokt. Ik deed mee aan een race in Finland toen een heel goede vriend van mij ten val kwam en een schedelfractuur opliep. Hij is nooit meer bij bewustzijn gekomen. Mijn vrouw, Grace, en ik bleven bij hem en zijn vrouw totdat hij stierf.

Een reizend gezin

Grace en ik waren in 1960 getrouwd. Ook zij hield van motorrijden en vond het fijn om als duopassagiere te gaan toeren. Zij vergezelde mij naar wedstrijden totdat in 1961 ons eerste kind werd geboren. Toen reisde ik alleen de wedstrijden af. Erop terugkijkend, leidde ik na Roberts geboorte een nogal zelfzuchtig leven. Ik liet hen vaak maanden achtereen alleen totdat Grace zo eenzaam werd dat ik erop stond dat zij mij vergezelde. Wij kochten een woonwagen en reisden sedertdien overal als gezin naar toe. Zelfs de geboorte van nog twee kinderen bracht geen verandering in het patroon.

Een verandering van denken

Tegen het eind van 1967 besloot ik met motorracen te stoppen en kocht een garage in Southport. Toen kwam, in de vorm van een eenpersoons Lotus Formula Ford, de verleiding om aan autoraces te gaan deelnemen. Maar ik kwam er al gauw achter dat voor het rijden op een racemotor en het besturen van een racewagen volkomen verschillende technieken moeten worden ontwikkeld.

Dit alles was voor mij een stimulerende, nieuwe uitdaging. Grace was echter niet zo blij met mijn nieuwe onderneming en toonde geen enkele belangstelling. Toen ik ten slotte de mate van gezinseenheid begon te missen die wij al die tijd dat ik racete hadden gekend, besloot ik de sport geheel op te geven.

Vreemd genoeg besefte ik later pas dat daar — eerst nog niet zo bewust — ook een andere reden in meespeelde. Wij waren ons voor iets gaan interesseren waardoor wij een nieuwe reeks waarden begonnen te ontwikkelen. De denkwijze van Grace en mij was bezig te veranderen, meer dan wij beseften.

Onze nieuwe interesse

Grace en ik waren lidmaten van de Anglicaanse Kerk, maar omdat wij zo veel reisden, was religie noodzakelijkerwijs maar een bijzaak voor ons geweest. Toen Grace in 1960 belangstelling begon te krijgen voor wat Jehovah’s Getuigen prediken, vormde ons nomadische bestaan ook daarvoor een belemmering. Tien jaar gingen voorbij voordat wij weer betekenisvolle gesprekken kregen over de bijbel en de daarin vervatte boodschap voor onze tijd.

Toen wij eenmaal een vaste woonplaats hadden, kwam Grace opnieuw met de Getuigen in contact en maakte een afspraak voor een bijbels gesprek over ’het teken der tijden’, waarbij ik ook aanwezig zou zijn. Het maakte allemaal deel uit van een speciale campagne — een zes maanden durende gratis huisbijbelstudiecursus aan de hand van een blauw boekje getiteld De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Ik kan mij nog goed herinneren dat toen die eerste afspraak dreigend naderbij kwam, ik dacht: ’Waar hebben wij ons mee ingelaten? Wat een saaie avond zal het worden!’ Maar ik had het mis.

Eén ding dat mij van die eerste ontmoeting met Jehovah’s Getuigen is bijgebleven, is het schriftuurlijke verslag in 2 Timótheüs 3:1-5. Ik weet nog goed hoe verbaasd ik was toen ik erachter kwam dat er al tweeduizend jaar zo’n nauwkeurige beschrijving bestond van ’het teken der tijden’. Dat had ik nooit geweten. Grace en ik wilden hier graag meer over weten en binnen een jaar waren wij beiden gedoopt.

Ik had nog altijd een jong gezin met vier kinderen te verzorgen, maar Grace en ik besloten de belangrijkste dingen de voorrang te geven. Met haar aanmoediging verkocht ik de zaak, nam een part-timebaan en werd als pionierbedienaar een volle-tijdprediker (Matthéüs 6:33). Als coureur had ik een ongekend opwindende tijd gehad. Maar nu ik een duidelijker kijk had op de heiligheid van het leven, zag ik mij voor een grotere uitdaging gesteld. Ik had niet gedacht dat deze uitdaging nog opwindender zou worden.

Een opwindende uitdaging

Grace en ik ontdekten al spoedig dat het telkens weer een nieuwe uitdaging vormt als wij iemand in onze christelijke bediening ontmoeten. Eerst moeten wij zijn of haar geestelijke noden onderscheiden en dan proberen die te lenigen door vaardig de bijbel te gebruiken. Kunt u zich voorstellen hoe opwindend het is een overtuigd atheïst zijn denkwijze te zien veranderen en een toegewijde dienstknecht van God te zien worden? Grace en ik hebben dat samen ervaren. Het kostte ons uren van geduldig redeneren en systematische bijbelstudie met hem en zijn vrouw, maar wat een vreugde toen zij beiden gedoopt werden!

Als motorcoureur hing heel veel van mijzelf af, van mijn ervaring en mijn bekwaamheid. Maar ik heb moeten leren dat ik in de bediening niet slechts op mijn eigen natuurlijke bekwaamheden kon vertrouwen. Het is van het grootste belang ons voor leiding gebedsvol op Jehovah’s geest te verlaten. — 2 Korinthiërs 4:7.

In de loop der jaren hebben wij als gezin vele voortreffelijke dienstvoorrechten genoten en zijn wij in staat geweest een aantal vrienden, familieleden en buren te helpen de bijbelse waarheid te aanvaarden. Vier jaar achtereen hebben wij de uitdagende toewijzing aanvaard om onze jaarlijkse vakantie te gebruiken voor een tocht door het afgelegen noordoosten van Schotland. Wij lieten veel bijbelstudiehulpmiddelen bij de gastvrije plaatselijke bevolking achter en richtten er bijbelstudies op.

Als ik terugblik zie ik duidelijk dat ik door die eerste stap in de pioniersdienst onze vier kinderen het beste voorbeeld heb gegeven. Toen zij van school kwamen, kozen zij allen voor de volle-tijddienst en hebben sindsdien in die dienst volhard. De drie die nu getrouwd zijn, hebben partners die hetzelfde doen.

Twee jaar geleden, toen onze jongste dochter van school kwam, werd het voor Grace mogelijk mij als pionierspartner te vergezellen. Ik kon toen een ander voorrecht aanvaarden, een toewijzing om als plaatsvervangend kringopziener te dienen. Nu bezoeken wij vanuit onze woonplaats vaak nabijgelegen gemeenten om hen te helpen en aan te moedigen.

Wij leiden een heel vol leven, waarbij Grace niet langer alleen maar een ondersteunende rol speelt en toekijkt zoals toen ik nog meedeed aan de motorraces. Nu nemen wij samen deel aan het maken van discipelen, en wij voelen ons als gezin volkomen gelukkig. Elke dag danken wij Jehovah voor de uitdaging en het opwindende voorrecht als zijn Getuigen te mogen optreden. — Zoals verteld door Fred Stevens.

[Voetnoten]

a „TT” staat voor „Tourist Trophy”. De TT op het eiland Man begon in 1907 en is sindsdien (de oorlogsjaren uitgezonderd) elk jaar gehouden. De wedstrijd geldt nog steeds als een van ’s werelds belangrijkste motorraces.

[Illustratie op blz. 18]

Fred en Grace Stevens

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen