Grote zeilschepen bekoren Sydney
„Ik moet opnieuw het zeegat uit,
naar de eenzame zee en hemel,
En al wat ik vraag is een grote schuit,
en een ster om haar naar te sturen.”
TOEN John Masefield, Engelands beroemde 20ste-eeuwse hofdichter, deze woorden optekende in zijn ballade „Sea-Fever”, heeft hem wellicht niet de opwindende uitwerking voor ogen gestaan die grote schepen op toeschouwers kunnen hebben. Maar de aanblik van zeilschepen maakte op de inwoners van Sydney en hun menigte bezoekers beslist een onverwacht grootse indruk. Het was Australia Day, 26 januari 1988, en de haven van Sydney stond bol van de zeilen, ter inluiding van de viering van Australiës 200-jarig bestaan.
De bootjes van toeschouwers veroorzaakten opstoppingen op de waterwegen en naar schatting 2 miljoen voetgangers hadden zich langs de buitenste havenkade opgesteld. Maar waarom zo’n buitengewone belangstelling voor een groep grote zeilschepen? Omdat het evenement deel uitmaakte van een reconstructie van de reis die de Eerste Vloot 200 jaar geleden vanuit Portsmouth in Engeland naar Australië maakte. De 11 zeilschepen van die vloot verlieten Engeland op 13 mei 1787 en arriveerden in Sydney Cove op 26 januari 1788.
Oorspronkelijke reis een meesterstuk van navigatie
In zijn boek Australian Discovery and Colonisation vermeldt Samuel Bennett fascinerende bijzonderheden over die Eerste Vloot. Hij schrijft: „Het eiland Wight [Engeland] werd aangewezen als het verzamelpunt voor de vloot, die uit elf schepen bestond. . . . Het garnizoen bestond uit 200 mariniers, . . . van wie er veertig toestemming hadden gekregen om hun vrouw en kinderen mee te nemen, 81 vrijen en 696 veroordeelden. De grondleggers van de kolonie bestonden derhalve uit één vrije op twee gevangenen. . . . De gevangenen waren voornamelijk jonge mensen van het Engelse boerenland. . . . Zeer weinigen waren veroordeeld wegens ernstige misdrijven. Van de hele groep van 696 waren er slechts 55 veroordeeld tot een straf langer dan zeven jaar, en de straf van een groot aantal van hen zou binnen twee of drie jaar na de ontscheping voorbij zijn.”
Het is niet helemaal duidelijk hoeveel personen op de reis van Engeland naar Australië het leven lieten. Het cijfer varieert van het lage aantal van 14 tot ongeveer 50. Volgens één schrijver was deze reis, die meer dan acht maanden duurde en waarbij meer dan duizend mensen opeengepakt zaten op 11 kleine schepen die de halve wereld rondzeilden en waarop desondanks zo weinig doden te betreuren waren en er niet één schip verloren ging, een meesterstuk van navigatie en organisatie.
De reconstructie begint
Op 13 mei 1987 verlieten daarom opnieuw 11 zeilschepen Portsmouth, precies zoals de Eerste Vloot 200 jaar voordien had gedaan. Vier schepen waren voor die dag gehuurd om het totale aantal nauwkeurig op 11 vaartuigen te houden voor het officiële begin van de reconstructie. De zeven schepen die zuidwaarts richting Australië zeilden, kregen bij Tenerife op de Canarische Eilanden gezelschap van nog twee schepen en de laatste twee voegden zich in Sydney bij de vloot. Dit betekende dat het volledige aantal van 11 vierkant getuigde zeilschepen de haven van Sydney kon binnenvaren.
De zeeroute die men had gekozen, kwam precies overeen met die van de oorspronkelijke reis van acht maanden: Tenerife, Rio de Janeiro, Kaapstad en vandaar verder naar Sydney. Deze keer werden er echter twee extra stopplaatsen ingelast, Port Louis op Mauritius en een in Fremantle in West-Australië. De laatste ontmoetingsplaats was de Botany Bay, even ten zuiden van de haven van Sydney. Van hier uit zeilde de verenigde vloot op dinsdagmorgen, 26 januari 1988, onder konvooi de uitbundig versierde haven binnen.
Overeenkomsten maar ook verschillen
Hoewel het aanzien en de grootte van de schepen bij de reconstructie die van de oorspronkelijke schepen zo dicht mogelijk benaderden, waren er in veel opzichten opvallende verschillen. De 20ste-eeuwse replica’s waren buitengewoon comfortabel, sommige zelfs luxueus. Ze hadden naast zeilen ook motoren, waarmee ze de havens in en uit konden varen, en waren tevens voorzien van generators, diepvriezers, wasmachines, wasdrogers, douches en zelfs ontziltingstoestellen.
Wat een contrast met de beproevingen van de veroordeelden, die twee eeuwen voordien opeengepakt zaten in donkere, stinkende verblijven! De meesten waren geketend en werden slechts bij daglicht en bij goed weer aan dek gelaten. De rest van de tijd zaten zij opgesloten in de ruimen, die op gevangenissen leken. De kooien waren houten planken die 90 centimeter boven elkaar waren geplaatst; ze waren 2,30 meter lang en 1,80 meter breed. In elke kooi lagen vijf personen!
Andere zeilschepen verlenen het schouwspel extra glans
De vierkant getuigde zeilschepen van de gereconstrueerde vloot waren betrekkelijk klein. Het grootste was maar 48 meter lang en had een waterverplaatsing van slechts 530 ton. Om het schouwspel extra glans te verlenen, werden andere landen uitgenodigd grote zeilschepen te sturen om de viering mee te maken. De reactie was overweldigend. Zo’n 200 van deze schepen kwamen naar Sydney, variërend van een bescheiden dertientonner tot de Japanse reuzenbark Nippon Maru, met een lengte van 110 meter, een masthoogte van 50 meter en een waterverplaatsing van 4729 ton. De romantische zeilschepen kwamen uit de meest uiteenlopende landen, zoals Polen, Oman, India, Uruguay, Spanje, de Verenigde Staten en Nederland.
Veel van de bezoekende vaartuigen verzamelden zich in Hobart, op de eilandstaat Tasmanië, voor een oceaanrace over 620 zeemijl (1150 kilometer) naar Sydney, waar ze in de haven een erehaag vormden ter verwelkoming van het konvooi van 11 schepen van de gereconstrueerde Eerste Vloot, die vanuit de nabijgelegen Botany Bay kwam aanzeilen.
Dit was het indrukwekkende schouwspel dat de duizenden enthousiaste toeschouwers op die feestelijke 26ste januari 1988 te zien kregen. Het luidde het tweede eeuwfeest in van de Europese kolonisatie van het uitgestrekte, bruine, zonverbrande Australië — nu het tehuis van zo’n 16 miljoen mensen.
[Paginagrote illustratie op blz. 17]