Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 22/6 blz. 14-15
  • De gerenoek — De gazelle die op een giraffe lijkt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De gerenoek — De gazelle die op een giraffe lijkt
  • Ontwaakt! 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een fijnproever met een lange nek
  • „Verboden toegang”
  • Moederzorg
  • Giraffen — Torenhoog, langbenig en elegant
    Ontwaakt! 2000
  • Wolkenkrabbers van het Afrikaanse Veld
    Ontwaakt! 1972
  • Waarom giraffen geen problemen hebben met hun bloeddruk!
    Ontwaakt! 1987
  • Gazelle
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 22/6 blz. 14-15

De gerenoek — De gazelle die op een giraffe lijkt

Door Ontwaakt!-correspondent in Kenia

WIJ zijn zojuist het Samburu National Park in het noorden van Kenia binnengereden. Onze ogen schieten van links naar rechts in een poging de grote verscheidenheid aan wild in ons op te nemen, totdat onze blik op een bekoorlijk tafereel valt van wat schijnbaar een giraffejong is dat hongerig aan een boom knabbelt. Maar bij nadere beschouwing merken wij dat het geen giraffe is.

„Wat is dat?” vragen wij aan onze glimlachende gids.

„Een gerenoek”, zegt hij. Gerenoek, zo vernemen wij, komt uit het Somali en betekent „met een giraffenek”. Het dier wordt in het Swahili swala twiga genoemd, wat „girafgazelle” betekent. Het dier is ongeveer zo groot als een hert en heeft twee sierlijke, achterwaarts gebogen hoorns.

Terwijl wij toekijken gaat de etende gerenoek op zijn achterpoten staan, waarbij hij met zijn voorpoten op een boomtak steunt. Hij ziet er inderdaad girafachtig uit als hij zijn uitzonderlijk lange nek uitstrekt, waardoor hij in staat is op 1,80 tot 2,40 meter boven de grond zijn voedsel te zoeken. Alleen al het kijken naar dit dier met zijn hartvormige kop, expressieve ogen en enorme oren is een genot! Alleen de mannetjes echter hebben hoorns.

Een fijnproever met een lange nek

Deze gracieuze gazelle houdt zich vaak op in woestijnachtige gebieden. Hij zou dan toch een onverzadigbare dorst moeten krijgen. Het verbazingwekkende is echter dat de gerenoek zelden of nooit water drinkt. Hij is in staat al het vocht dat hij nodig heeft uit de bladeren, jonge loten en twijgen te halen die hij eet. En omdat de gerenoek ongeveer 80 soorten struiken en bomen als voedsel accepteert — met inbegrip van altijdgroene planten die maar weinig andere dieren eten — slaagt hij erin in de onherbergzaamste streken te gedijen.

In zekere zin is de gerenoek een kieskeurige eter, aangezien hij slechts de beste delen van de plant uitkiest, de delen met een hoge voedingswaarde. Het is echter interessant dat de gerenoek van dezelfde loten en twijgen eet als de giraffe en de dikdik, een kleiner lid van de antilopenfamilie dat iets groter is dan een prairiehaas. Niettemin bestaat er geen ’broodnijd’ onder hen. Waarom niet? Vanwege de verschillende hoogte waarop zij eten: giraffen tussen de 4,60 en 5,50 meter, gerenoeks rond de 1,80 meter en de kleine dikdik rond de 60 centimeter.

„Verboden toegang”

In tegenstelling tot de mensen, die vaak met elkaar strijden om land, bewaren de gerenoeks gewoonlijk de vrede door elkaars grondgebied te respecteren. Elk markeert zijn grenzen met behulp van de vooroogklieren, die zich in de ooghoek van beide ogen bevinden. Hij kiest een gebied van ongeveer 1,3 vierkante kilometer uit en brengt met deze klier op takken en twijgen een teerachtige substantie aan. De substantie verspreidt een geur waardoor het territorium voor elke andere gerenoek verboden terrein wordt.

Maar hoe staat het met ongewenste indringers, zoals de cheetah, de luipaard of de leeuw, die zich weinig aantrekken van de ’bordjes’ met „Verboden toegang”? De gerenoek moet dan zijn speciale overlevingstrucs gebruiken. Hij heeft bijvoorbeeld een verbazingwekkend vermogen om stokstijf te blijven staan met een starende blik en de grote oren dicht tegen zijn hals aan gevleid. Door zijn prachtige bruine tinten versmelt hij met zijn natuurlijke omgeving. Zo blijft hij onbeweeglijk staan totdat de ongewenste bezoekers vertrekken.

Wordt de gerenoek echter ontdekt, dan zal hij op de vlucht slaan om roofdieren te ontlopen. Zijn kennis van zijn weidegrond alsook het vermogen om doornig struikgewas in en uit te rennen, maken het voor de meeste roofdieren heel moeilijk hem te volgen. Nu wij dit lichtvoetige en sierlijke dier hebben gadegeslagen, kunnen wij gemakkelijk begrijpen waarom de bijbel iemand vermaant zich met de snelheid van een gazelle uit een onverstandige overeenkomst te bevrijden. — Spreuken 6:5.

Moederzorg

Bij de geboorte ontbeert de gerenoek de vaardigheden die voor overleving nodig zijn. De moeder helpt het gerenoekjong daarom zijn eerste levensdagen door te komen. Wanneer voor een gerenoekwijfje de tijd aanbreekt om te werpen, zal ze een eenzame plek opzoeken. De meeste jongen worden in de morgenuren geboren, waardoor ze de gelegenheid hebben krachten op te doen voordat de gevaarlijke nacht begint. Het is verbazingwekkend dat de gerenoekbaby al na tien minuten op die wiebelige, dunne pootjes staat! Tegen de avond is hij al heel actief en amuseert hij Moeder met zijn speelse capriolen.

In dit vroege stadium is het gerenoekjong een gemakkelijke prooi. De moeder likt haar baby daarom grondig schoon, zodat hij geen herkenbare geurtjes verspreidt. En zijn natuurlijke camouflage stelt hem in staat zich veilig te verstoppen terwijl zijn moeder op zoek gaat naar eten. Maar soms zoekt de jonge gazelle een ander plekje op. Aangezien de moeder haar kind niet met behulp van de geur kan opsporen, bedient ze zich van ’gerenoeks’ — een zacht blaten, dat behoorlijk ver kan dragen, maar voor mensenoren gedempt klinkt. De baby zal op dit blaten reageren door op te staan of de roep te beantwoorden en zo kenbaar te maken waar hij is. Na twee weken hoeft de jonge gerenoek niet langer verborgen te worden, maar kan hij met de rest van het gezin van twijgjes en blaadjes eten.

De gerenoek is wel „een van de vreemdste dieren in Oost-Afrika” genoemd. En inderdaad, wanneer men slechts op het uiterlijk afgaat, ziet hij er nogal vreemd uit. Maar onze vriend de girafgazelle is ook sierlijk en vindingrijk en bezit een heel eigen schoonheid — nog een bewijs van de wijsheid van onze Grootse Schepper.

[Illustratieverantwoording op blz. 15]

Photo by Dino Sassi/Copyright — Kenya Stationers Limited

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen