Op zoek naar de oorzaken van vervuiling
O JA, sommigen van ons hebben hun televisietoestel, hun magnetronoven en hun personal computer. Maar waar is onze frisse lucht, ons gezonde voedsel en ons zuivere water gebleven? Waarom is een technologie die in staat is een mens naar de maan te sturen, blijkbaar niet in staat in deze meest fundamentele menselijke behoeften te voorzien? Waarom wordt het spoor van verderf dat vervuiling trekt steeds breder?
„Alles groeit”
Professor Kurt Hamerak, schrijvend voor een Duits wetenschappelijk blad, beweert dat „alle milieuproblemen hoofdzakelijk veroorzaakt worden door groei, vooral door de onverwacht snelle bevolkingsgroei”. De wereldbevolking is in de korte tijd sinds 1950 meer dan verdubbeld. Bovendien leven wij in wat een onderzoeksrapport van de Verenigde Naties een „wereld van explosief groeiende steden” noemt. Tegen het jaar 2000 zal naar schatting driekwart van de mensen in de ontwikkelde regio’s in stedelijke gebieden wonen. Wanneer de bevolkingsdichtheid toeneemt, nemen ook de kansen op vervuiling toe.
Door de groei in het aantal mensen die goederen verlangen welke door de toenemende kennis en technologie tot de mogelijkheden behoren, groeien ook de industriële produktie en de handel. Dit betekent dat er nieuwe industrieën en chemische fabrieken verrijzen — nieuwe bronnen van vervuiling. En deze hebben op hun beurt energie nodig, waarvoor nieuwe energiecentrales moeten worden gebouwd. Over de hele wereld genomen, zijn bijna 400 daarvan kerncentrales.
Wat ook toeneemt, is de hoeveelheid vrije tijd waarover mensen beschikken. Dit geeft hun meer tijd en gelegenheid om in drommen naar buiten te trekken, wat vaak vervuiling van het land, de lucht en het water met zich brengt alsook een bedreiging vormt voor het plante- en dierenleven.
In plaats van vervuiling te voorkomen heeft de moderne beschaving in werkelijkheid juist bijgedragen tot het ontstaan ervan door een materialistische zienswijze in de hand te werken die, voorzichtig gezegd, geen onverdeelde zegen is. Veel mensen in verantwoordelijke posities waarschuwen nu dat ongeremde groei tot de ondergang leidt. G. R. Taylor concludeert in The Doomsday Book: „Tot dusver leek het erop dat de materialistische zienswijze . . . moest triomferen. Plotseling begint duidelijk te worden dat ze niet kan triomferen.”
Ja, „alles groeit”, zegt professor Hamerak, „ook de problemen”. Maar er zijn andere meer cruciale redenen waarom het niet goed gaat met de strijd tegen vervuiling.
Ontoereikende kennis
Men weet bijvoorbeeld „praktisch niets”, zo zegt The Doomsday Book, „over de interacties die plaatsvinden tussen verschillende vervuilende stoffen die terzelfder tijd aanwezig zijn”. Onzeker is ook de mate waarin een mens blootgesteld kan worden aan giftige substanties of radioactiviteit voordat er nadelige gevolgen optreden. De toxicoloog L. Horst Grimme van de Universiteit van Bremen zegt dat „men onmogelijk het risico kan kwantificeren dat ontstaat door de produktie, het gebruik en de verspreiding van vervuilende stoffen”. Naar zijn mening bestaat er geen manier om met zekerheid te bepalen bij welke hoeveelheid een vervuilende stof de drempel tussen onschadelijk en schadelijk overschrijdt. „In veel gevallen”, zo zegt hij, „weten deskundigen eenvoudig te weinig om de aanvaardbare limieten te kunnen vaststellen.” Bovendien wordt er nog maar zo kort onderzoek naar verricht, dat niemand werkelijk weet welke uitwerking zelfs de „aanvaardbare limieten” op lange termijn hebben.
Nog een onbeantwoorde vraag is hoe men zich van giftige afvalstoffen moet ontdoen. Dit is geen gering probleem, want de hoeveelheid gevaarlijk afval die alleen al in West-Europa wordt geproduceerd, loopt jaarlijks in de miljoenen tonnen. (Zie kaart.) Zes van de voornaamste manieren waarop men zich van afval ontdoet zijn: (1) storten in zee; (2) gebruiken als vulgrond; (3) lange-termijnopslag; (4) mechanische, chemische of biologische bewerking; (5) verbranding op het land of op zee en (6) terugwinning en hergebruik. Geen van deze methoden is volkomen bevredigend of volkomen veilig.
Menselijke tekortkomingen en beperkingen
Op een stormachtige nacht in maart 1978 raakte de supertanker Amoco Cadiz stuurloos en liep voor de Franse kust bij Bretagne aan de grond. Meer dan 200.000 ton ruwe olie kwam in zee terecht en doodde zo’n 10.000 vogels, ontwrichtte de oesterteelt, vervuilde meer dan 160 kilometer strand en veroorzaakte een gigantische olievlek. De oorzaak: menselijke nalatigheid.
Een beangstigender voorbeeld van menselijk falen vond in april 1986 plaats. Door een ernstig ongeluk in de kerncentrale in Tsjernobyl (Sovjet-Unie) kwamen zo’n 30 mensen om het leven, kwamen talloze duizenden in gevaar te verkeren en waren 135.000 Sovjet-burgers gedwongen te evacueren. The Wall Street Journal bericht: „Veel geleerden zeggen dat de uitwerking die de door de Sovjets en Europeanen na het kernongeluk geabsorbeerde straling op de lange termijn op de gezondheid zal hebben, nog jarenlang onbekend zal blijven. . . . [Zij] verwachten een toename in het aantal gevallen van leukemie en long-, borst- en schildklierkanker.” Volgens een bericht in de Pravda was de ramp veroorzaakt door „onverantwoordelijk gedrag, grove plichtsverzaking en gebrek aan discipline”.
Soortgelijke ongelukken hebben al eerder plaatsgevonden. Der Spiegel meldt dat „de mensheid verschillende malen op een haar na aan een catastrofe is ontsnapt”. Dit Duitse tijdschrift beweert inzage te hebben gehad in 48 van de meer dan 250 rapporten over reactorstoringen uit de archieven van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, ongelukken die plaatsvonden in zulke ver van elkaar liggende landen als Argentinië, Bulgarije en Pakistan. Veel van deze ongelukken, met inbegrip van de gedeeltelijke kernsmelting van de reactor op Three Mile Island in maart 1979 in de Verenigde Staten, bleken te wijten te zijn aan menselijk falen.
Niet alleen zijn mensen tot het maken van fouten geneigd, maar zij zijn ook beperkt in hun beheersing van de natuurelementen. Aangezien de wind in Centraal-Europa in de regel van west naar oost waait, wordt de Bondsrepubliek Duitsland met de uit Engeland overgewaaide vervuilde lucht opgezadeld, terwijl de Duitse Democratische Republiek en Tsjechoslowakije het zwaarst met de vervuilde lucht uit de Bondsrepubliek te kampen hebben. Maar de wind kan zich grillig gedragen. Ten tijde van de ramp in Tsjernobyl bijvoorbeeld veranderde de windrichting, waardoor Polen, de landen rond de Oostzee en Scandinavië — en niet in de laatste plaats de Sovjet-Unie zelf — ernstiger met radioactieve lucht werden vervuild dan andere delen van Europa.
Ernstiger gebreken
Het ontbreekt mensen vaak aan eerlijkheid en objectiviteit als zij de feiten met betrekking tot vervuiling beschouwen. Terwijl milieubeschermers de negatieve aspecten zullen overdrijven om hun standpunt kracht bij te zetten, zullen hun tegenstanders de positieve kanten accentueren. Zo zegt bijvoorbeeld één deskundige over vervuilde rivieren: „Een groot deel van de Elbe, die rond de eeuwwisseling tot de visrijkste van de Europese waterwegen behoorde, is reeds lang biologisch dood.” Hetzelfde is beweerd over de Rijn, vooral na de Sandoz-tragedie. Een woordvoerder van het chemische bedrijf beweert daarentegen dat „zelfs na de brand bij Sandoz de Rijn nog altijd in een betere conditie verkeert dan tien jaar geleden”.
Strikt genomen is dit misschien waar, omdat het er in 1983 op leek dat de anti-vervuilingswetten van de regering nut afwierpen en de Rijn zich opmerkelijk herstelde. En over de Engelse rivier de Theems bericht de National Geographic: „In de afgelopen 30 jaar is de vervuiling met 90 procent verminderd.” Dit succes is alleen mogelijk geweest door eensgezinde krachtsinspanningen. Maar volgens de journalist Thomas Netter ontbreekt het hier in veel landen aan omdat een „ecologische ramp nog steeds algemeen wordt beschouwd als andermans probleem”.
Ongetwijfeld is dit één reden waarom regeringen er zo’n moeite mee hebben gezamenlijk beperkende bepalingen op te stellen. Jarenlang slaagden Canada en de Verenigde Staten er niet in het eens te worden over de bestrijding van de zure regen. Ten slotte werd in 1986 op bescheiden schaal vooruitgang geboekt. Tot op dat moment, zo zegt een Canadese functionaris, „was het met de zure regen een dooie boel, even dood als de vissen”. En hoewel 31 landen in 1987 overeenkwamen om de produktie van de spuitbussen die de ozonlaag rond de aarde schijnen aan te tasten te halveren, zal dit doel pas rond de eeuwwisseling worden bereikt. Ter bevordering van de internationale samenwerking riep de Europese Gemeenschap 1987 uit tot het „Jaar van het Milieu”.
Er zal echter weinig vooruitgang worden geboekt zolang hebzuchtige en zelfzuchtige mensen de aarde opzettelijk vervuilen met het oog op geldelijk gewin of uit gemakzucht. Succes is afhankelijk van bezorgdheid voor het welzijn van de ander en de bereidheid om persoonlijke verantwoordelijkheid te aanvaarden. „Het terugdringen van de vervuiling begint thuis — daarvan ben ik overtuigd”, zegt Duitslands milieuminister Klaus Töpfer. Iedere burger moet derhalve zijn deel doen. De kleine man mag dan wel zelfrechtvaardigend naar de grote man — de chemische fabrieken en de industrie — wijzen, maar is die kleine man een haar beter als hij eigenhandig zijn afval zo maar ergens neergooit?
De bijbel voorzei dat in „de laatste dagen” de mensen ’zichzelf zouden liefhebben, het geld zouden liefhebben, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst en zonder liefde voor het goede zouden zijn’ (2 Timótheüs 3:1-5). Aangezien dit nu juist de dingen zijn die tot de vervuiling bijdragen, ziet de situatie er misschien somber uit. Niettemin hebben wij reden te geloven dat de obstakels die een onvervuilde wereld in de weg staan, uit de weg geruimd zullen worden — en spoedig!
[Kader op blz. 6]
Obstakels bij de strijd tegen vervuiling
◼ Ongeremde groei
◼ Ontoereikende kennis
◼ Menselijke tekortkomingen
◼ Gebrek aan beheersing van de natuurelementen
◼ Zelfzuchtige onverschilligheid voor het welzijn van anderen
[Tabel/Kaart op blz. 7]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Geschat aantal tonnen giftig afval geproduceerd in een recent jaar
Finland 87.000
Noorwegen 120.000
Zweden 550.000
Nederland 280.000
Engeland 1.500.000
B. R. Duitsland 4.892.000
Zwitserland 100.000
Frankrijk 2.000.000