Van onze lezers
Met broers en zussen opschieten
Hartelijk dank voor het artikel „Jonge mensen vragen . . . Waarom valt het mij zo moeilijk om met mijn broers en zussen op te schieten?” (22 juli 1987) Ik ben 16 jaar en ik heb vaak moeilijkheden met mijn zussen. Een paar dagen geleden heb ik met een van hen ruzie gehad en ik had haar wel kunnen aanvliegen! Ik gaf haar een harde duw maar slaagde erin me te beheersen. Ik weet dat christenen geen ruzies mogen hebben zoals wij. Uw artikel heeft mij geholpen in te zien hoe ik de situatie in de hand kan houden en de vrede in huis kan bewaren. Ik ga alles doen wat ik kan om de suggesties in praktijk te brengen en de eenheid in ons gezin te bevorderen.
R. A. G., Brazilië
Afrika’s wilde dieren
Ik heb genoten van uw artikelen over de wilde dieren van Afrika (22 september 1987). Ik heb erom moeten lachen, maar soms voelde ik me ook intens verdrietig over de verschrikkelijke afslachting van allerlei dieren om commerciële redenen. Dank u voor deze verhelderende feiten over wat er met dieren gebeurt.
S. R., Virgin Islands
IJs tegen hoofdpijn
Ik zat uw uitgave van 22 september 1987 te lezen en begon na het lezen van „Een blik op de wereld” hoofdpijn te krijgen. Ik kwam bij bladzijde 31. De hoofdpijn werd erger, maar daar stond het artikel „Wanneer u hoofdpijn hebt”, waarin werd verteld dat gestampt ijs helpt bij hoofdpijn. Ik ging dus naar beneden en haalde wat ijs. Dit is een van de manieren waarop Ontwaakt! mij heeft geholpen en zo zijn er nog veel meer geweest. Ik ben negen jaar. Ga zo door.
M. M., Verenigde Staten
Spreken in tongen
Ik heb exemplaren ontvangen van uw artikel, waarin ik volkomen onjuist ben geciteerd (8 april 1987, „Spreken in tongen — Is het van God afkomstig?”). U hebt mijn woorden verdraaid zodat het lijkt alsof ik het spreken in tongen een pijnlijke zaak vind, wat beslist niet het geval is. In werkelijkheid citeerde ik C. S. Lewis, die zei dat tongetaal ons in verlegenheid brengt. Vervolgens ben ik gaan uiteenzetten hoe uiterst belangrijk tongetaal in de kerkelijke geschiedenis is geweest, waarom het dus geen pijnlijke zaak mag zijn voor de kerk. . . . Door deze onjuiste aanhaling lijkt het in feite alsof ik tegen het spreken in tongen ben, wat beslist niet zo is.
Vinson Synan, Verenigde Staten
Het spijt ons dat wij onbedoeld de verklaring van C. S. Lewis, „Spreken in tongen brengt ons in verlegenheid”, aan Vinson Synan hebben toegeschreven. Wel correct was echter onze aanhaling van dr. Synans verklaring zoals die in de publikatie „One in Christ” is verschenen: „Hoe pijnlijk het ook mag zijn, glossolalie is de gave die God op strategische punten in de geschiedenis gekozen heeft om de kerk uit te breiden en te vernieuwen.” Wij hebben dr. Synan niet geciteerd om te kennen te geven dat hij tegen het spreken in tongen gekant is, maar om te laten zien dat hij erkent dat de kwestie van het spreken in tongen voor sommige oprechte aanbidders in deze tijd een dilemma zou kunnen zijn. In het bewuste artikel gaf dr. Synan een mogelijk dilemma voor sommigen aan: „Ik ben het eens met Larry Christenson, die verklaarde . . . ’God heeft soeverein verkozen de gave van tongen te gebruiken als een katalysator voor vernieuwing . . . misschien is het naar ons begrip onlogisch . . . maar hij klopt aan waar hij dat verkiest . . .’” Wij hopen hiermee duidelijk gemaakt te hebben wat dr. Synans standpunt is inzake het spreken in tongen, een standpunt dat afwijkt van het onze. — Red.