Mijn strijd om met een gewelddadig leven te breken
ACHT jaar lang was ik lid van een bekende motorclub. De meeste van deze groepen kunnen niet zo best opschieten met andere motorclubs, waardoor er een constante rivaliteit heerst. Op een avond waren wij met een grote groep in het centrum van New Orleans op zoek naar een rivaliserende club van buiten de stad. Wij waren erop gebrand „er eens flink op los te timmeren” om een paar meningsverschillen recht te zetten.
De andere groep was nergens te vinden, dus gingen wij ieder onze eigen weg. Maar enkelen bleven in een bar hangen, waar zij op de vuist gingen met twee agenten in burger. De agenten begonnen te schieten en verwondden een van mijn vrienden. Ik zat in een rustig oud buurtcafé toen ik hoorde wat er was gebeurd. Daar ik niet wist of mijn vriend nog leefde of dood was, ging ik naar het ziekenhuis om te informeren. Zo gauw ik daar aankwam, wees er een man naar mij en riep: „Hij was er een van! Grijp hem!” Hoewel ik niet bij het gevecht betrokken was geweest, denk ik dat wij er door ons lange haar en onze baarden allemaal eender voor hen uit zagen. Hoe dan ook, ik werd gegrepen en belandde voor enkele weken in de gevangenis. Maar hoe was ik in deze gewelddadige sfeer terechtgekomen? Laat ik u eens mee terug nemen naar mijn jeugd.
Liefde op het eerste gezicht
De meeste ouders zouden teleurgesteld zijn als hun kinderen in een dergelijk leven verzeild raakten, en dit was zeker het geval met mijn vader en moeder. Zij waren vriendelijk doch streng voor me en waren voorstanders van discipline.
Mijn probleem begon in het laatste jaar van de middelbare school, toen ik tegen het gezag van mijn ouders in opstand begon te komen en ook nog zwaar begon te drinken. Toen ik op een dag op de trappen voor mijn school stond, zag ik iets dat diepe indruk op mij maakte en mij de komende jaren zou bijblijven. Er kwam een glanzend gespoten Harley Davidson „chopper” met veel chroom langs. De machine leek voorbij te zweven, en de berijder zag er volmaakt zorgeloos uit. Op slag had ik mijn hart verloren aan motorfietsen!
Later dat jaar, nadat ik eindexamen had gedaan, gebruikte ik mijn moeizaam verdiende geld uit mijn jongere jaren om een zware Engelse motorfiets van 750 cc te kopen. Die zomer reisde ik rond in de staten in het Midden-Westen en belandde ten slotte in Iowa, waar ik de universiteit bezocht.
De motorrijders-„familie”
De oorlog in Vietnam was aan de gang en voor velen van ons jongeren was het een moeilijke tijd in ons leven. De gedachte de oorlog in te moeten en te doden vond ik weerzinwekkend. Maar als ik niet op de universiteit bleef, zat er niets anders voor mij op — ik zou wel moeten. Ik besloot te protesteren, samen met vele andere gedesillusioneerde jongeren. Ik sloot mij aan bij een groepering die tegen de oorlog gekant was, maar hun bijeenkomsten waren zeer ongeorganiseerd. Na korte tijd besefte ik dat deze groep het systeem niet kon veranderen en de omstandigheden niet kon verbeteren. Toen overwoog ik mij bij een andere groep aan te sluiten, maar ontdekte dat zij zich bezighielden met andere vormen van geweld. Dit leek mij niet juist — geweld gebruiken als protest tegen geweld.
In mijn studententijd werd ik mij ook bewust van religieuze huichelarij. Als katholiek was mij geleerd dat degenen die slechte dingen deden voor eeuwig in de hel zouden lijden als zij kwamen te sterven. Mij scheen het toe dat slechts weinig mensen bij hun leven zo heilig konden zijn dat zij uiteindelijk in de hemel terecht zouden komen. Het bevreemdde mij toen ik erachter kwam dat de kerk in haar geheel het goedkeurde dat men de oorlog inging en mensen doodde. Gedesillusioneerd hield ik ermee op de kerkdiensten bij te wonen en ik beschouwde mij niet langer als een lid van de Katholieke Kerk. Op zoek naar een duidelijker begrip ging ik een cursus godsdienstfilosofie volgen. Mijn mentor bleek een atheïst te zijn en leerde ons dat net zomin als de kerstman bestaat, God bestaat!
De enige dingen die in die tijd onveranderd bleven, waren mijn zware drinken en het rijden op de motor. Teleurgesteld in de universiteit en het leven in het algemeen verhuisde ik naar New Orleans, ver in het zuiden. Hier ontmoette ik een groep anderen die dezelfde dingen nastreefden als ik. Velen van hen walgden eveneens van de maatschappij. Zij leerden mij de vele dingen die betrokken zijn bij het bouwen van een motorfiets; zij bezorgden mij een baan en verzorgden mij als ik ziek was. Deze zorg was het die mij in hen als groep aantrok.
Onze „familie” werd groter en ging ook groepen uit andere steden in heel Amerika omvatten. ’s Zomers reden wij op onze motorfietsen door heel het Midden-Westen, tot aan Minnesota en Wyoming in het noorden, Californië in het westen en zelfs tot in Mexico. Wij bezochten vele nationale parken en genoten van de schoonheid en rust van het platteland.
Onze manier van leven hield ook in dat er veel tijd werd doorgebracht met drinken in cafés. Sommige van de jongens hielden van een goede knokpartij, maar ik niet. Ik werd er goed in om situaties te herkennen die tot gevechten leidden en probeerde ze zo onopvallend mogelijk te ontlopen. Bij andere gelegenheden deden mensen echter dingen die ik niet kon verwerken, en dan ging ik hen te lijf om hun een lesje te leren. Op een keer stond ik voor een café toen er een motorfiets langsreed. Ik keek om te zien wie het was toen de duopassagier een pistool op mij richtte en vuurde! Hoe het kwam dat hij mij miste, weet ik niet.
Het effect van een moord
Ik begon te beseffen dat deze genotzuchtige manier van leven niet echt gelukkig maakte. Mettertijd trouwde ik, maar het huwelijk was geen succes; het duurde slechts drie maanden. Later werd mijn motorfiets gestolen. Op een avond, na een heel zware drinkpartij, kreeg ik hooglopende ruzie met mijn beste vriend. Hierdoor was ik erg terneergeslagen. In een poging aan alles een eind te maken, slikte ik een handvol pillen. Toen ging ik liggen om te sterven op de rivierdijk langs de Mississippi. Ik werd echter wakker in het ziekenhuis. Bij twee andere gelegenheden belandde ik eveneens in het ziekenhuis als gevolg van mijn drankprobleem.
Toen brak er een morgen aan die ik nooit zal vergeten. Om vijf uur in de ochtend werd ik opgebeld en kreeg te horen dat een van mijn beste vrienden was doodgeschoten. Hij was uit drinken gegaan met twee andere clubleden en zij hadden geprobeerd een man ervan te weerhouden een vrouw te slaan. Het bleek de vrouw van de man te zijn. Hij schoot op mijn vriend en doodde hem. Wij waren allen hevig geschokt en de hele daaropvolgende dag bracht ik bij zijn broer door om regelingen te treffen voor de begrafenis.
Toen ik ’s avonds alleen in de rouwkamer was, raakte ik het gezicht van mijn vriend aan. Hij was koud, stijf en levenloos. Waar was hij heen gegaan? Was dat het — het eind van alles? Er moest toch zeker meer zijn dan dit — een paar jaar leven en daarna de dood die een eind aan alles maakt. Het drong tot mij door dat ik niets van het leven begreep en vanaf dat moment zou ik proberen erachter te komen. Ik begon te liefhebberen in spiritisme en verschillende malen leken wij contact te kunnen krijgen met mijn vriend. Maar het was allemaal nogal vaag en mijn vragen werden er niet door beantwoord.
Wat is het doel van het leven?
Op een avond had ik te veel op en raakte bewusteloos terwijl ik op mijn motor reed. Bij het ongeluk dat volgde, bezeerde ik mijn enkel behoorlijk. Ik kon niet lopen en moest twee weken thuisblijven. In die periode klopte een man met zijn zoontje bij mij aan. Zij wilden over de bijbel spreken. Ik nodigde hen binnen. Zij vertelden mij dat zij Jehovah’s Getuigen waren. Aangezien ik die naam nooit eerder had gehoord, vroeg ik hun of zij een nieuwe religieuze groepering waren. Vriendelijk liet de man mij in de bijbel zien dat Gods naam Jehovah is en dat zij met mensen over hem spraken. Dat was nieuw voor mij. God had een naam, Jehovah. Dat was mij bij het religieuze onderricht dat ik in mijn jeugd had gekregen niet geleerd. Ik vroeg mij af welke dingen mij nog meer niet waren geleerd.
Vervolgens lieten zij mij zien dat de bijbel spreekt over het einde van de wereld, ofte wel het samenstel van dingen, waarin wij leven. Het „einde van de wereld”! Waarom had niemand mij daar ooit eerder over verteld? Dit baande de weg voor enkele verdere besprekingen, waarbij ik veel vragen stelde. Zij lieten het boek Is dit leven alles wat er is? bij mij achter. Het lezen kon mij niet snel genoeg gaan, want eindelijk kwam ik erachter wat nu precies de bedoeling van het leven is.
Ik ontdekte dat het niet Gods bedoeling is dat wij zo’n korte tijd leven en vervolgens sterven. Ik leerde over het komende einde van de dood en het vooruitzicht van eeuwig leven op een paradijsaarde. Betreffende mijn geliefde vriend vernam ik dat hij niet ergens bij bewustzijn was of gepijnigd werd; in plaats daarvan bevond hij zich in een diepe slaap, wachtend op een opstanding uit de doden. Wat een fantastisch vooruitzicht was dat! Misschien zou ik hem weerzien! — Openbaring 21:4, 5; Prediker 9:5; Johannes 5:28, 29.
Een moeilijke beslissing
Onze gesprekken over de bijbel werden onderbroken toen ik vertrok voor de grootste tocht die er die zomer door de motorclub gepland was. Ik vertelde mijn vriend Daniel, de Getuige, dat ik hem zou opbellen wanneer ik terugkwam. Hij gaf mij het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Tijdens de nu volgende, vier weken durende trektocht las ik elke keer als wij een rustpauze namen een stuk uit het boek. Toen ik terugkwam, belde ik Daniel op. Wij troffen regelingen om samen de bijbel te bestuderen, en na de eerste studie nodigde hij mij uit om de volgende zondagmiddag een vergadering te bezoeken in de Koninkrijkszaal.
Nu was er voor die zondag een clubtocht georganiseerd, en ik werd verwacht aanwezig te zijn en de leiding te nemen. De zondagmorgen brak aan en wij vertrokken. Wij stopten bij een café en iedereen begon te drinken. Om ongeveer één uur ’s middags liep ik onopvallend naar buiten, startte mijn motor en keerde naar de stad terug. Om drie uur was ik in de Koninkrijkszaal, met T-shirt, spijkerbroek, laarzen, baard en mijn haar in een paardestaart samengebonden. De Getuigen verwelkomden mij hartelijk en zeiden niets over mijn uiterlijk. Zij moedigden mij aan om nog eens te komen. Dat deed ik en sindsdien ben ik de vergaderingen blijven bezoeken.
De eerste maand was het echter moeilijk, omdat ik nog steeds de wekelijkse bijeenkomsten van de motorclub bezocht. Spoedig begon ik in te zien dat als ik bij de club bleef, het moeite zou kosten om bijbelse beginselen toe te passen en ernaar te leven. Daarom nam ik het besluit om uit de club te stappen. Het was moeilijk om die kameraden te verlaten. In de loop der jaren hadden wij samen veel meegemaakt, en daardoor hadden wij een hechte band. Aan de andere kant was het een opluchting met dat gewelddadige wereldje te breken en opgenomen te worden in Jehovah’s vreedzame wereldomvattende organisatie. Ik verkocht zelfs het geweer dat ik altijd naast mijn bed had liggen.
Steek je vinger niet in het vuur
Zes maanden nadat ik met mijn studie was begonnen, werd ik gedoopt. In deze korte periode was ik er met Jehovah’s hulp in geslaagd met mijn drinkgewoonte te breken, en mijn gedrag in het algemeen was verbeterd. Nu vind ik het fijn om mensen thuis te bezoeken net zoals Daniel mij in het begin bezocht. Aan de hand van de bijbel probeer ik mijn naasten te tonen dat Jehovah God een regering heeft die geweld verbiedt, die met rechtvaardigheid regeert en die in alle rechtvaardige dingen zal voorzien waarin menselijke regeringen niet kunnen voorzien, en dat er spoedig geen gewelddadige mensen meer op aarde zullen overblijven. Dit spreekt mij wegens mijn vroegere ervaringen met geweld vooral aan, en daarom benadruk ik dat zoveel mogelijk. — Openbaring 11:18.
Jehovah God heeft mij gezegend met een toegewijde christelijke echtgenote en twee geweldige kinderen. Wij zijn in staat om gezamenlijk van deur tot deur te werken en christelijke vergaderingen en congressen bij te wonen. Ik heb het voorrecht om in de christelijke gemeente als dienaar in de bediening te dienen. Ja, ik heb met een gewelddadig leven gebroken en heb ware vrede gevonden. Wat een contrast! Toen ik in New Orleans terug was, hoorde ik dat twee van mijn vroegere vrienden dood waren. En sinds ik hier in Louisiana woon, zijn er nog eens drie doodgeschoten. Waar zou ik zonder Jehovah zijn geweest?
Tegen de jongeren zou ik willen zeggen dat hoewel de wereld aanlokkelijk en opwindend lijkt, je je vinger niet in het vuur moet steken. Ik was in de wereld en heb het allemaal geproefd. Je mist niets. En wat degenen onder jullie betreft die proberen een goede verhouding met Jehovah op te bouwen maar denken niet in staat te zijn de noodzakelijke veranderingen aan te brengen, sta eens stil bij Jezus’ aanmoedigende woorden: „Bij God zijn alle dingen mogelijk” (Matthéüs 19:26). — Zoals verteld door David L. Wirges.
[Illustratie van David L. Wirges en zijn gezin op blz. 18]
[Illustratie op blz. 20]
In mijn gewelddadiger motortijd