Geschenken in de kersttijd — Een reden tot vreugde of terneergeslagenheid?
DE VOLGENDE brief gericht aan de „Kerstman” is typerend voor vele brieven die door jonge kinderen worden geschreven en aan ouders en onderwijzers worden gegeven die beloven de brieven prompt naar de Noordpool te zullen zenden:
„Beste Kerstman,
Hoe gaat het met u? Met mij gaat het goed. Ik hoop dat u een fijne Kerst zult hebben. Ik hoop dat u een heleboel fijn speelgoed hebt, want er zijn een heleboel dingen die ik wil hebben. In de eerste plaats zou ik graag een klein broertje willen hebben. Mijn vader zegt dat u geen baby’s op de Noordpool hebt, daarom mag u mij in plaats daarvan een jong hondje geven. Ik wil een geweer, een machinegeweer, een racefiets met tien versnellingen en een bandrecorder. O, nu ik het er toch over heb, Kerstman, dit is de laatste brief die ik u schrijf omdat ik volgend jaar niet meer in de Kerstman zal geloven. Maar dit jaar geloof ik nog wel in de Kerstman.”
Herkent u deze brief? Heeft hij een bekende klank? Lijkt hij misschien op een brief die u als kind geschreven hebt? Miljoenen van dergelijke brieven komen jaarlijks op de postkantoren van veel landen binnen, door hoopvolle kinderen geadresseerd aan die mythische gever van geschenken die zij met zoveel genegenheid aanspreken met „Santa Claus” of „Santa”, de „Kerstman”.a
Weinigen schrijven het woord „alstublieft” en zelfs nog minder schrijven „dank u”. Sommige brieven zijn ontroerend, andere rieken naar hebzucht. Hoe jonger het kind, hoe minder het vraagt. Hoe ouder het kind, hoe meer geschenken er nodig zijn om hem tevreden te stellen, waardoor zijn verwachtingen voor het volgende jaar zullen uitgaan naar weer grotere en buitensporigere cadeaus.
Men heeft speelgoed ontworpen voor elke levensperiode van een kind. Er bestaat speelgoed dat leerzaam is, dat de vaardigheden op de proef stelt, dat de gedachten op geweld richt. Er is speelgoed dat bestand is tegen ruw spel en speelgoed dat na enkele dagen uit elkaar valt. Er bestaat veilig speelgoed en speelgoed dat zo gevaarlijk is dat de autoriteiten zich beijveren om het uit de handel te laten nemen. Er is speelgoed dat qua ontwerp door demonen geïnspireerd lijkt te zijn — ballen met bizarre gezichten die zo angstaanjagend zijn dat ze nachtmerries kunnen veroorzaken, en die toch vorig jaar het meest verkochte speelgoed waren, niettegenstaande de bezwaren van de ouders. Meer dan twee maanden van tevoren zijn de kinderen al helemaal ingesteld op Kerstmis. De vreugde van het geven en krijgen van cadeaus schijnt alom te heersen.
De neerslachtigheid na het feest
Maar helaas, na enkele dagen is de opwinding voorbij. Het kind heeft alle pret en vreugde uit zijn speelgoed gewrongen, of het nu veel of weinig heeft gekregen. De werkelijkheid heeft niet aan de verwachtingen voldaan. De verveling slaat toe. De oppervlakkige glittering van Kerstmis en alle ontvangen cadeaus bleken niet het wondermiddel dat het kind verwachtte. In een commentaar hierop noemde de kinderpsychologe dr. Nancy Hayes de kersttijd „een periode met het hoogste percentage depressiviteit en zelfmoord onder kinderen”. Zij merkt op dat veel jongeren neerslachtig worden wanneer Kerstmis niet de „magische oplossing voor problemen” blijkt te verschaffen. Stel u ook hun verdere verslagenheid eens voor als zij vernemen dat de „Kerstman” slechts een verzinsel is, en dat hun ouders zich grote moeite hebben getroost om hen in een leugen te doen geloven.
Vanaf hun vroegste jeugd wordt kinderen dus geleerd om met Kerstmis cadeaus te vragen en te verwachten — en dat blijft niet beperkt tot kinderen. Onder volwassenen worden vriendschappen soms afgemeten naar de waarde van de uitgewisselde cadeaus. Vaak komen de vriendschapsbanden dicht bij het breekpunt omdat iemand een geschenk heeft gegeven dat van grotere waarde was dan het geschenk dat hij terugontving. Waarschijnlijk heeft de uitdrukking „het gaat alleen om het idee” nooit zo weinig betekenis als in deze tijd van het jaar.
Credit-cards naderen de grens van hun koopkracht. De uitgeschreven cheques zorgen ervoor dat bankrekeningen in de rode cijfers komen. Het vergt sterke zenuwen om zich in het gedrang van stampvolle winkels te wagen. Het beeld van klauwende, graaiende klanten die letterlijk vechten om bepaalde, nog slechts schaarse artikelen, kan dan zelfs een moedig persoon afschrikken. Zere voeten plus de vertwijfeling over wat men zal kopen, maken deze winterritus tot een zenuwslopende beproeving. Dit alles eist zijn tol van de klanten die kerstinkopen doen.
Een winkelbediende zei: „Je ziet mensen rondrennen om een cadeau voor die-en-die te kopen en zij zijn werkelijk humeurig. Geschenken geven maakt de mensen niet blij.” Is het dan verwonderlijk dat Kerstmis door een geestelijke „het jaarlijkse seizoen van depressiviteit en neurose” genoemd werd?
Wat de frustratie nog vergroot, is het feit dat veel cadeaus gekocht en gegeven worden uit verplichting, vaak met zelfzuchtige motieven. Zo zei een hoogleraar in de sociologie: „De gever heeft niet alleen de zorg dat hij moet proberen te raden wat de ontvanger graag zou willen hebben, maar daarbij nog de zorg een passend beeld van zichzelf te projecteren.”
Wat is de drukste dag van het kerstseizoen? Vaak is dat de dag na Kerstmis. Dan zijn de winkels vol met ontvangers van cadeaus die hun geschenken komen terugbrengen, veelal voor contant geld. Maar als zij geld hadden gekregen, zouden zij hebben gevonden dat zo’n geschenk van slechte smaak getuigde. De volkomen frustratie, de getergde zenuwen, de vermoeidheid, de humeurige mensenmassa’s, het bekijken van letterlijk honderden artikelen, het slepen met de pakjes, het inpakken, de prachtige strikken, dat alles blijkt vaak voor niets. Zo veel geschenken die zo weinig werden gewaardeerd!
Voor heel veel mensen is Kerstmis niet ’de tijd voor vrolijkheid’.
Geen feestdagen nodig om te geven
Maar wat een vreugde is het wanneer gezinnen bij elkaar komen om van elkaars omgang en liefde te genieten! Ook de meegebrachte geschenken kunnen een uiting zijn van uit het hart komende liefde. Jezus zelf moedigde christenen aan om ’het geven te beoefenen’. En wie citeert niet vaak, ongeacht of hij nu wel of geen christen is, Jezus’ woorden: „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen”? (Lukas 6:38; Handelingen 20:35) Om te kunnen geven zijn beslist geen feestdagen nodig. Maar er is een andere reden waarom het geven van geschenken in de kersttijd een twijfelachtige zaak is.
Het werkelijke probleem met Kerstmis is dat het feest gebaseerd is op onwaarheid. De datum zou de geboortedag van Jezus zijn. Hoe kan dat echter waar zijn als de bijbel geen melding maakt van de datum van zijn geboorte? In werkelijkheid heeft men de datum voor Kerstmis zo gekozen dat het feest samenvalt met de „geboorte” van de zon — een zonaanbiddingsritueel.
In zijn boek The Story of Christmas schrijft Michael Harrison: „Allereerst moet worden opgemerkt dat, alle inspanningen van ontelbare geleerden ten spijt, nog niet is aangetoond op welke dag . . . Christus is geboren.” De bijbel onthult slechts de datum van zijn dood, en alleen deze datum gebood Jezus zijn volgelingen, ware christenen, te gedenken. Is het daarom verwonderlijk dat The New Schaff-Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge de opmerking maakt: „Er bestaat geen enkel historisch bewijs dat de geboortedag van onze Heer in apostolische of na-apostolische tijd werd gevierd”?
Beschouw nu objectief de volgende vragen: Zou Jezus een viering goedkeuren die voorgeeft hem te eren maar niettemin doortrokken is van heidense riten en gebruiken? Zou hij die feestperiode waarin meer moorden worden gepleegd dan in enige andere tijd van het jaar en onchristelijke drinkgelagen en wellustig leven een aanvaarde levensstijl vormen, met toegeeflijkheid bezien? Zou hij zijn goedkeuring hechten aan een feest dat bekendstaat om de depressiviteit, neurose en zelfmoorden die het veroorzaakt? Voor ware christenen moet het antwoord duidelijk zijn.
In plaats van een bepaalde tijd van het jaar opzij te zetten om vreugdevol aan anderen te geven, zal een edelmoedig persoon bemerken dat het voor de vorm van geven die zowel gever als ontvanger gelukkig maakt, altijd de tijd is. Geschenken in de vorm van onze tijd, onze energie, ons medeleven; vriendelijkheid en wijze raad; materiële giften die in een behoefte voorzien — al dergelijk geven zal zowel de gever als de ontvanger geluk schenken.
[Voetnoten]
a In Nederlandssprekende gebieden wordt de rol van geschenkengever toegedicht aan „Sinterklaas”.