Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Hiermee begon Paulus zijn redevoering op de Areópagus (Handelingen 17:22)
4. Gebruikte Mozes in dat verslag alvast de naam die later zou ontstaan? (Numeri 14:45; vergelijk Numeri 21:3)
7. Een verandering van geesteshouding (Zacharia 1:17)
8. Verhoogde plaats waarop slachtoffers worden gebracht (Genesis 8:20)
10. Tabernakeltoebehoren waarvoor de levieten moesten zorgen (Numeri 1:50)
11. Onderkomen (Psalm 15:1)
12. Een gebrek of wat maar ook dat slecht is (Hebreeën 9:14; vergelijk Deuteronomium 17:1)
16. Buigbaar lichaamsdeel waarvan de mens er twee heeft; als ze wankelen, beduidt het zwakte (Jesaja 35:3)
18. Oude naamvalsvorm van naam (Numeri 1:17)
20. Zo is Jehovah in zijn genegenheid (Jakobus 5:11)
22. Lastdieren (Nehemía 13:15)
25. Een ziekmakend gevoel (Exodus 1:12)
28. Met hun woorden lokken zij de onervarenen naar hun ondergang: een geopende grafstede is dat spraakorgaan van hen (Psalm 5:9)
31. Jakobus noemt deze mens zo omdat zijn hart leeg is, er geen waar geloof zetelt (Jakobus 2:20)
33. Een voeding die groei bevordert — in de beginfase (1 Korinthiërs 3:2)
36. Brandstof voor een brandoffer (Leviticus 1:7)
37. Het werk komt tot stand door een . . . te zijn, niet alleen een vergeetachtig hoorder (Jakobus 1:25)
38. Niet een vijand ging dit doen maar iemand met wie er vertrouwelijke omgang was geweest (Psalm 55:12)
40. Aantal (Deuteronomium 1:15)
41. Verschijnsel van korte duur (Jakobus 4:14)
42. Zo nodig zouden deze het uitroepen (Lukas 19:40)
Verticaal
1. Deel van een jaar (Jakobus 5:17)
2. Een inhoudsmaat voor droge waren (Ezechiël 46:5)
3. Salomo zelf had zich er drieduizend van eigen gemaakt (Spreuken 1:6)
5. Hun begeerte — de begeerte namelijk naar wat ze zien — spruit voort uit de wereld (1 Johannes 2:16)
6. De overste voor de zonen van Dan (Numeri 1:12)
9. Dat waren zij naar de maatstaven van de wereld (Jakobus 2:5)
12. Een niet gering bedrag (Handelingen 22:28)
13. Eén te veel (Matthéüs 6:24)
14. Wie op onwaardige wijze het brood . . ., zal schuldig zijn (1 Korinthiërs 11:27)
15. „Goed fortuin” was de naam die Lea hem gaf (Genesis 30:11)
17. Egyptes visrijke rivier die geen vangsten zal opleveren (Jesaja 19:8)
19. Voorzetsel
21. Niet de andere (Exodus 1:15)
23. Inleiding tot iets opmerkelijks (Openbaring 21:3)
24. Bij een ander klinkt deze weer anders (Johannes 10:3-5)
25. Dingen kunnen erdoor bezoedeld zijn (Handelingen 15:20)
26. „Venijn” is het oudere woord ervoor, en het spreekwoord luidt: „Geen erger venijn dan kwade tongen” (Jakobus 3:8)
27. Schaars artikel dat men moet uitkopen (Efeziërs 5:16)
29. Deze uitspraak is geldig voor . . . huis (Hebreeën 3:4)
30. Dit gebied zou de noordwestelijke grens van het land worden (Deuteronomium 11:24)
32. Onwaarheid (Psalm 7:14)
34. Labans oudste dochter
35. Niet weinige (Jakobus 3:2)
39. Insekt dat kledingstukken kan aantasten (Jakobus 5:2)
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
1. MANNEN
4. HORMA
7. SPIJT
8. ALTAAR
10. GEREI
11. TENT
12. SMET
16. KNIE
18. NAME
20. TEDER
22. EZELS
25. ANGST
28. KEEL
31. IJDEL
33. MELK
36. HOUT
37. DADER
38. SMADEN
40. TIEN
41. NEVEL
42. STENEN
Oplossing verticaal
1. MAANDEN
2. EFA
3. SPREUK
5. OGEN
6. AHIËZER
9. ARM
12. SOM
13. TWEE
14. EET
15. GAD
17. NIJL
19. AAN
21. ENE
23. ZIE
24. STEM
25. AFGODEN
26. GIF
27. TIJD
29. ELK
30. LIBANON
32. LEUGEN
34. LEA
35. VELE
39. MOT