Jonge mensen vragen . . .
Hoe kan ik God dienen als mijn ouders mij tegenstaan?
ZIJ werden geslagen en bedreigd, moesten het zonder eten stellen en werden ten slotte gedwongen het huis uit te gaan. De bron van deze slechte behandeling? Hun eigen familieleden. Dat was de ervaring van Kamal, Chani en Jaswinder, drie Indiase, in Engeland wonende zusjes. Zij wilden christenen worden, maar hun ouders — in feite hun hele familie — verzetten zich er hevig tegen dat zij de traditionele geloofsovertuigingen vaarwel zeiden.
Misschien bevind jij je in een overeenkomstige situatie. Door een studie van de bijbel ben je ernaar gaan verlangen iemand te zijn die ’de Vader met geest en waarheid aanbidt’ (Johannes 4:23). Maar misschien zijn je ouders teleurgesteld geraakt in religie of botst jouw pasgevonden geloof met de religieuze opvattingen die zij er reeds lange tijd op na houden. Hoe dan ook, het hoeft je niet te verbazen dat tegenstand van familieleden bestaat. Jezus zelf voorzei dat het ware christendom vaak verdeeldheid binnen gezinnen zou brengen (Matthéüs 10:34-37). De vraag is: Hoe moet je de situatie aanpakken?
Kamal, Chani en Jaswinder stonden pal voor de schriftuurlijke beginselen die zij leerden. Pas toen zij uit de geïndustrialiseerde Midlands verhuisden en op zichzelf gingen wonen in het zuiden van Engeland, waren zij in staat hun aanbidding vrij te beoefenen. Maar waarschijnlijk sta jij wettelijk gezien nog onder het gezag van je ouders. Wat kun je, terwijl je nog thuis woont, doen om tegenstand van degenen die je liefhebt te overwinnen? De bijbel geeft enkele beginselen waardoor je je kunt laten leiden.
Behoud een respectvolle houding
In 1 Petrus 3:15 moedigt de bijbel ons aan om ons geloof „met zachtaardigheid en diepe achting” met anderen te delen. Maar misschien ben je zo enthousiast over de pasgeleerde bijbelse waarheden dat je geneigd bent wat fanatiek of opdringerig te zijn in verband met de dingen die je gelooft, en daarbij je ouders misschien zelfs belachelijk maakt. Niemand vindt het prettig voor dom door te gaan. Als je je ouders dus constant loopt te verbeteren als resultaat van de dingen die je hebt geleerd, kun je van hun kant een negatieve reactie verwachten.
Rita, die in haar tienerjaren in West-Duitsland woonde, bekende: „Alles wat ik leerde, vertelde ik direct door aan mijn ouders, daarmee in feite zeggend dat wat zij geloofden, niet juist was.” Maar ouders hebben het recht aan persoonlijke meningen en ideeën vast te houden zonder te worden bekritiseerd — vooral niet door hun eigen kinderen. Rita geeft toe: „Ik had respectvoller tegenover hen moeten zijn en moeten erkennen dat zij op hun manier in God geloofden.”
Paulus zei de jonge man Timótheüs ’een oudere man niet streng te kritiseren’. Zou dat thuis, in het geval van je ouders die van je houden, niet evenzeer opgaan? — 1 Timótheüs 5:1.
Gehoorzaam je ouders
„Kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders”, gebiedt de bijbel (Efeziërs 6:1). Kay volgde dit beginsel op. Zij kwam met Jehovah’s Getuigen in contact toen zij nog maar acht jaar oud was. „Mijn ouders gaven ons een opvoeding die gericht was op verdraagzaamheid,” zegt Kay, „daarom stonden zij mij toe de bijbel te bestuderen en vergaderingen te bezoeken.” Desondanks moest Kay haar best doen om te zorgen dat alles wat ze zei en deed geen ongunstig licht op haar geloof wierp.
„Toen ik met Jehovah’s Getuigen begon om te gaan,” legt Kay uit, „besefte ik dat als ik ongehoorzaam was, mijn ouders dat niet alleen niet prettig zouden vinden, maar ook niet de goede invloed van de waarheid zouden zien. Als mij dus werd gevraagd de vuilnis buiten te zetten, op een bepaalde tijd thuis te zijn, te studeren op de piano of wat maar ook, probeerde ik zo goed mogelijk te gehoorzamen. Ik sprak nooit tegen.”
Kays ouders zijn nooit Getuigen geworden. Maar wegens haar gehoorzaamheid was zij in staat zonder tegenstand haar geloof te beoefenen, en zij werd op negentienjarige leeftijd een gedoopte christen.
Houd de communicatie met je ouders open
De wijze koning Salomo zei: „Ik bleek een ware zoon voor mijn vader te zijn, teder en de enige voor het aangezicht van mijn moeder” (Spreuken 4:3). Ja, het feit dat je ouders jouw geloof niet delen, maakt hen niet tot je vijanden. Je dient nog altijd te proberen „een ware zoon” of dochter te zijn. Probeer hun diepe teleurstelling te begrijpen dat jij een geloof navolgt dat hun vreemd toeschijnt. Spreek terzelfder tijd vrijuit met hen over je gevoelens en zorgen. Ten aanzien van bepaalde kwesties kun je natuurlijk met je ouders van mening verschillen omdat je gedachten nu door bijbelse beginselen worden geleid. — 1 Korinthiërs 2:14.
Alan bijvoorbeeld wilde als jongere meer tijd aan de christelijke bediening besteden. Zijn ouders wilden echter dat hij zijn universitaire opleiding zou voortzetten. Terugdenkend aan die tijd zegt Alan: „Ik denk dat ik er een beetje bang voor was mijn vader met zo’n grote beslissing te confronteren. Daarom besloot ik stiekem van school te gaan — en dat veroorzaakte nog veel meer problemen. Nadien moest ik er heel hard aan werken om het wederzijds vertrouwen weer op te bouwen, terwijl mijn vader meer respect voor mij zou hebben gehad en ons veel hartzeer bespaard zou zijn gebleven als ik hem over mijn plannen had verteld, hoewel het misschien in het begin echt niet gemakkelijk zou zijn geweest.”
Maar waarom deinsde Alan ervoor terug er met zijn ouders over te spreken? Hij bekende: „Je zou bij jezelf gemakkelijk een vervolgingswaan kunnen ontwikkelen wanneer ouders iets verhinderen wat je graag zou willen doen. Misschien denken wij: ’Dit is wat ik heb geleerd! Een mens tegenover zijn eigen vader; zijn vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn!’” (Matthéüs 10:35, 36) Alan leerde door bittere ondervinding dat het niet nodig is ouders als vijanden te behandelen. Zijn advies is: „Communiceer! Vertel hun hoe je je voelt. Ik denk dat de meeste ouders zullen luisteren — als zij zien dat je werkelijk oprecht bent.”
Wees, hoewel je trouw moet blijven aan bijbelse beginselen, „indien mogelijk, voor zover het van [jou] afhangt, vredelievend jegens alle mensen” (Romeinen 12:18). Door je ouders te laten weten hoe je werkelijk over bepaalde kwesties denkt, kunnen vaak confrontaties vermeden of tot een minimum beperkt worden. Natuurlijk dien je je ouders te gehoorzamen als zij erop staan dat je een bepaalde handelwijze volgt, zolang een dergelijke handelwijze je niet in conflict brengt met bijbelse beginselen. Laat in plaats van onbuigzaam te zijn, je „redelijkheid aan alle mensen bekend worden”. — Filippenzen 4:5.
Verwerf de steun van medechristenen
„Luister naar uw vader, die uw geboorte veroorzaakt heeft, en veracht uw moeder niet”, zegt Spreuken 23:22. Niettemin zullen je ongelovige ouders misschien af en toe moeilijk begrip kunnen opbrengen voor dingen die jij belangrijk vindt. Zo probeerde John, die nog geen tiener was, een bijbels beginsel met zijn vader te bespreken. Zijn vaders reactie: „Ik wil niet afhankelijk zijn van een bijbel of van een organisatie, je zult het dus alleen moeten uitzoeken!”
Maar in werkelijkheid sta je er niet alleen voor. Jezus beloofde de steun van geestelijke „broers en zusters” binnen de christelijke gemeente (Markus 10:30). De eerder genoemde Kay bemerkte in haar geval de waarheid hiervan. „Mijn christelijke broeders en zusters”, zegt zij, „werden mij als mijn eigen familie.” Dit wil niet zeggen dat enig ander persoon, hoe innig geliefd ook, in alle opzichten een natuurlijke ouder kan vervangen. Niettemin kunnen wij binnen de gemeente personen vinden die ons dierbaar zullen worden — als vaders en moeders — en die ons waardevolle raad en adviezen kunnen geven. — Vergelijk 1 Korinthiërs 4:15.
Behoud een positieve kijk!
Toegegeven, zelfs met behulp van bovenstaande raad, zul je je eigen situatie ongetwijfeld behoorlijk moeilijk vinden. Maar bedenk: mensen en omstandigheden veranderen! De drie aan het begin van het artikel genoemde Indiase zusters zeggen: „Wegens onze standvastigheid en respectvolle houding staan wij nu op goede voet met de hele familie.” Een Engels meisje genaamd Jane schrijft: „Ik heb vele malen moeten vechten voor de waarheid, maar nu hebben mijn ouders er veel minder moeite mee mijn geloofsovertuiging als een waar christen te aanvaarden, en ik zie ernaar uit spoedig gedoopt te worden.”
In sommige gevallen zijn ouders, bewogen door het goede voorbeeld van hun eigen kinderen, zelf opgedragen dienstknechten van Jehovah geworden! Je kùnt dus respect winnen voor je godvruchtige handelwijze, en een voorbeeld worden, niet alleen voor „de getrouwen”, maar ook voor je huisgenoten van wie je heel veel houdt (1 Timótheüs 4:12). Geef je vaste besluit om God te dienen niet op. Pas de hier gegeven suggesties gebedsvol toe en vertrouw op Jehovah. De psalmist gaf ons de verzekering: „Wentel uw weg op Jehovah, en verlaat u op hem, en hijzelf zal handelen.” — Psalm 37:5.
[Inzet op blz. 20]
Ongelovige ouders kunnen zich soms moeilijk verplaatsen in wat een christelijke jongere belangrijk vindt
[Illustratie op blz. 18]
Deze drie jonge vrouwen bleven standvastig in hun christelijke geloof ondanks tegenstand van de familie