De zienswijze van de bijbel
Wie kan het „hongergeroep” doen ophouden?
„DE REGERING kan ons niet te eten geven omdat wij met te velen zijn”, vertelde een zwarte boer in een vruchtbaar land in het zuiden van Afrika aan Ontwaakt! „Twee jaar lang”, legde hij uit, „heeft ons land al droogte gehad. Het heeft niet geregend. Al het vee is van honger en dorst omgekomen. Overal is hongergeroep.”
Enkele dagen later brachten stortregens in die streek verlichting. Maar herstel zal lange tijd vergen, en in andere uitgestrekte gebieden van Afrika houdt het „hongergeroep” aan; bovendien is honger niet beperkt tot dat continent. Volgens The Hunger Primer, uitgegeven door Food for the Hungry, hebben 43 landen in Azië en Latijns-Amerika te maken met „wijdverbreide ondervoeding”.
Maar recentelijk is de aandacht van de wereld gevestigd op de hongersnood in Afrika, waar volgens een kop in de Londense Times zo’n ’150 miljoen levens gevaar liepen’. Popmusici in Engeland en de Verenigde Staten hebben miljoenen ponden en dollars weten los te krijgen om hongerige Afrikanen te helpen. Ontzet door de televisiebeelden van zo veel verhongerende mensen hebt u zich misschien afgevraagd: ’Waarom is er honger?’
Moeten wij het weer de schuld geven?
„Mensen hebben er doorgaans geen vrede mee wanneer hun wordt gezegd dat de honger in Afrika veroorzaakt wordt door droogte”, schrijft het hoofd van Earthscan, een nieuwsagentschap voor milieukwesties, in het Britse tijdschrift People. Waarom niet? Eén reden is dat in het verleden droogte niet altijd tot een ramp heeft geleid.
Afrika beschikt over voldoende goede bouwgrond waarop genoeg voedsel kan worden verbouwd voor meer dan de huidige bevolking. Maar het economische systeem van de wereld moedigt dit niet aan. Omdat regeringen zwichten voor economische druk, worden kleine boeren van goed land verdreven — land dat nu wordt gebruikt om overzeese markten te voorzien van voedsel en goederen. Men spreekt dan ook zijn bezorgdheid uit over het lot van Afrika’s grootste bevolkingsgroep, de arme boeren van het platteland, ten aanzien van wie velen zich afvragen of zij ooit genoeg te eten zullen krijgen.
Een andere factor is de manier waarop regeringen de rijkdom verdelen. „De steden waarin de regeringen zetelen,” verklaart Lloyd Timberlake in zijn boek Africa in Crisis, „zijn van het platteland losgescheurd, en ontwikkelingsgelden zijn opgegaan aan het vullen van deze steden met hotels, fabrieken, universiteiten en auto’s. Dit is ten koste gegaan van de zeven op elke tien Afrikanen die op het land leven.”
Kan buitenlandse hulp het „hongergeroep” doen ophouden?
„Terwijl de buitenwereld met de ene hand geeft, neemt ze terzelfder tijd met de andere”, verklaart Famine: A Man-Made Disaster?, een rapport aan de Onafhankelijke Commissie voor Internationale Humanitaire Kwesties. „Regeringen die schenkingen doen,” zo vervolgt het rapport, „dienen geen illusies te koesteren. In plaats dat hulp uit liefdadigheid wordt gegeven, krijgen de donorlanden een buitenkansje.” Waarom? Omdat donorlanden vaak veel voor zulke hulp terugkrijgen. Afrika, zo verklaart de Britse krant The Ecologist, „blijft een voorname en gestage bron van gewassen die wij dagelijks in Engeland consumeren. . . . [Het] is ook een belangrijke producent van rubber, katoen, tropisch hardhout en wordt in toenemende mate een leverancier van vee, groenten en snijbloemen.”
Afrika krijgt weliswaar geld voor al deze exportgoederen, maar het geld wordt zelden gebruikt om de hongerigen te helpen. In plaats daarvan wordt het gebruikt om de steden uit te breiden, de export te stimuleren, wapens te kopen en schulden aan het buitenland terug te betalen. „Omdat de armen de rijken voeden,” verklaart het Amerikaanse tijdschrift The Nation, „zal hongersnood in veel delen van de wereld toenemen. . . . Meer export zal de internationale landbouwindustrie ten goede komen, . . . maar het zal geen hongerige Afrikanen voeden.”
Een regering die het ’geroep’ zal stillen
De hongersnood in Afrika belicht een eeuwenoud gezegde: ’De ene mens heeft over de andere mens geheerst tot diens nadeel.’ Uitleggend waarom een dergelijke onderdrukking blijft bestaan, zegt de bijbel: „Dat wat krom is gemaakt, kan niet recht worden gemaakt” (Prediker 1:15; 8:9). Ja, menselijke regeringen bestaan uit onvolmaakte personen die tot zelfzucht geneigd zijn. Hoe kunnen zulke instellingen ooit „recht” worden en werkelijk zorgen voor de noden van de armen der aarde?
Laten wij voor het antwoord daarop eens beschouwen hoe een van de ergste droogten in de geschiedenis van Afrika werd overwonnen. Ze begon in 1730 v.G.T. en duurde zeven jaar. Maar de heerser van Egypte accepteerde van God afkomstige aanwijzingen door tijdens de eraan voorafgaande goede jaren een overvloedige hoeveelheid graan op te slaan. Wij lezen dan ook niet in het verslag dat iemand van zijn onderdanen van honger is omgekomen. Er kwamen zelfs mensen uit andere landen om graan van Egypte te kopen want „de hongersnood had de gehele aarde stevig in zijn greep”. — Genesis 41:1-57; 47:13-26.
Op wie richten de goddelijke aanwijzingen thans onze aandacht? Op de enige, lichtende uitzondering in het droevige bericht van onderdrukking en corruptie dat mensen hebben opgebouwd — Jezus Christus. „Hij ging het land door, terwijl hij goeddeed”, vertelt de bijbel. „Hij heeft geen zonde begaan” (Handelingen 10:38; 1 Petrus 2:22). ’Maar’, zo vraagt u misschien, ’wat heeft dat te maken met een regering die het „hongergeroep” kan doen ophouden?’ Heel veel, omdat Jezus degene is die door God is aangesteld om Heerser te zijn over de hele mensheid. Al het goede dat Jezus deed, met inbegrip van de wonderbaarlijke spijziging van hongerige mensenmenigten, toonde de superioriteit van God hemelse koninkrijk over elke menselijke regering. Jezus wees ook vooruit naar de tijd waarin Gods koninkrijk de heerschappij over de gehele aarde zal overnemen. — Markus 8:1-9; Openbaring 11:15.
Spoedig zal de door God aangestelde Heerser erop toezien dat het voedsel eerlijk zal worden verdeeld. Hij kan het „hongergeroep” doen ophouden (Lukas 21:10, 11, 31). De bijbel bevat deze hartverwarmende belofte betreffende Christus’ heerschappij: „Hij zal onderdanen hebben van zee tot zee en . . . tot de einden der aarde. Hij zal deernis hebben met de geringe en de arme, en de zielen van de armen zal hij redden. Er zal volop koren op aarde blijken te zijn.” In die tijd zal niemand ooit hoeven zeggen: „De regering kan ons niet te eten geven”, want honger, te zamen met lijden en de dood, zal er niet meer zijn. — Psalm 72:8, 13, 16; Openbaring 21:3-5.
[Illustratie op blz. 26]
De aarde produceert voedsel in overvloed