Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g87 22/4 blz. 11-14
  • Het juiste leger vinden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het juiste leger vinden
  • Ontwaakt! 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vroege opleiding
  • Een eerste ervaring met het soldatenleven
  • Het Franse Vreemdelingenlegioen
  • Een nieuw leven in een nieuw land
  • Ik ga behoedzaam te werk
  • Eindelijk het juiste leger!
  • Hoe mensen in vrede met elkaar kunnen leven
    Ontwaakt! 1994
  • Eens een soldaat van de keizer, nu een soldaat van Christus
    Ontwaakt! 1973
  • Ik leerde op Jehovah te vertrouwen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Van oorlogsheld tot soldaat van Christus
    Ontwaakt! 1998
Meer weergeven
Ontwaakt! 1987
g87 22/4 blz. 11-14

Het juiste leger vinden

HET was 1944, tijdens de tweede wereldoorlog. Als Duits krijgsgevangene van de Geallieerden groeide mijn verlangen om te ontsnappen uit tot een obsessie. Niets anders deed er nog toe. Om die reden sprongen 13 medegevangenen en ik nabij de grens van Spaans Marokko uit een rijdende trein.

Verbazingwekkend genoeg hebben wij dat allen overleefd — hoewel niet zonder ernstige kneuzingen. Onze vrijheid was echter van korte duur. Vier dagen later werden wij door bereden Arabische woestijnpolitie gepakt. Maar het brandende verlangen naar vrijheid was nog altijd aanwezig. Om dat uit te blussen was meer nodig dan een gekneusd lichaam, de vernedering van hernieuwde gevangenneming en strenge straf.

Maanden gingen voorbij; wij waren gevangenen in Casablanca. Opnieuw een ontsnappingsplan. Dit keer groeven wij moeizaam een 20 meter lange ontsnappingstunnel. Het kostte ons drie maanden van slopende inspanning, maar uiteindelijk was de avond van de ontsnapping daar. Opnieuw lukte het ons allen te ontsnappen!

Nogmaals was er een tantaliserend korte periode van vrijheid, daar wij enkele dagen later alweer werden gepakt. Ditmaal was onze straf een maand opsluiting in een speciale gevangenis met verzwaarde dwangarbeid. Nadien kwamen wij weer in het normale gevangenkamp.

Ik was nog maar negentien, en die belevenissen lieten een blijvende indruk achter. Toentertijd was ik ervan overtuigd dat ik mij in het juiste leger bevond, waardoor alle krachtsinspanningen de moeite waard schenen.

Vroege opleiding

Ik ben in september 1925 in de buurt van Bremen (Noord-Duitsland) geboren. Mijn vader was een uitstekend voetballer, zwemmer en schaatser, en zo groeide ik op met een levendige belangstelling voor sport. Maar ik hield ook van lezen. Mijn ouders gingen alleen met Kerstmis of voor een begrafenis of bij een of andere speciale gelegenheid naar de kerk. De keren dat ik naar de kerk ging, verbaasde ik mij erover hoeveel mensen tijdens het grootste deel van de preek van de pastoor sliepen.

Toen ik ouder werd, las ik avonturenverhalen, en het fascineerde mij om over andere landen te lezen. Ik herinner mij een boek te hebben gelezen over de Torres Straat — een uitgestrekt stuk zee tussen Papoea Nieuw-Guinea en Australië. Dit verre, intrigerende deel van de aarde fascineerde mij, en ik hoopte ooit nog eens dat verafgelegen gebied te kunnen bezoeken.

Wij hadden thuis een encyclopedie en hierin las ik over de vele religies in de wereld en al hun verschillende goden. Ik vroeg mij soms af of er onder al deze goden werkelijk een ware God was. Vader kreeg regelmatig een blaadje over de post dat Der Stürmer heette. Mijn belangstelling werd gewekt door de ongewone naam Jehovah die ik daarin regelmatig tegenkwam in aanhalingen uit de bijbel. Vader legde uit dat dit de naam was van de God van de joden. Ik had over veel oude goden gelezen, zoals Odin, Thor en Freyja, en over de hindoegoden Siva, Vishnu en Brahma, maar ik was nog nooit eerder de naam Jehovah tegengekomen.

Een eerste ervaring met het soldatenleven

Opgroeiend onder de nazi-heerschappij, werd ik een deel van de Hitlerjugend. In 1939 was de Tweede Wereldoorlog begonnen, en hoewel ik slechts veertien jaar oud was, werd ik opgeleid voor de oorlog. Mettertijd werden luchtaanvallen iets alledaags. Op een keer werd ik plotseling wakker toen er een brandbom door ons dak heen viel en naast mijn bed belandde. Ik maakte hem uit met zandzakken en redde zo ons huis.

In 1943 ging ik bij de valschermjagers en werd ik voor een opleiding naar Frankrijk gezonden. Na een basistraining werd ik naar de frontlinies gestuurd in Nettuno en Anzio in Italië. Mijn been werd door een kogel doorboord, en ik kwam zes weken in een ziekenhuis te liggen in Bologna. Ik keerde terug in actieve dienst en werd niet lang daarna gevangengenomen nabij Siena in Italië.

Toen wij per trein naar Frans Marokko werden vervoerd, ondernamen mijn 13 compagnons en ik onze eerste ontsnappingspoging. Na weer te zijn gepakt, werden wij overgebracht naar een krijgsgevangenkamp in de Hoge Atlas dicht bij de Sahara. Daar leerde ik stenen maken van klei en stro vermengd met water. Later werden wij overgeplaatst naar een gevangenis in Casablanca, van waar uit wij onze tweede ontsnappingspoging deden door de tunnel te graven.

Het Franse Vreemdelingenlegioen

Hoewel de oorlog in 1945 ten einde liep, bleven wij in Marokko in gevangenschap. In 1947 werden wij naar Frankrijk gebracht, waar ik een gevangene bleef tot 1948. Mijn eerste werk na mijn vrijlating was houthakken in de Pyreneeën. Maar toen voegde ik mij in 1950 bij het Franse Vreemdelingenlegioen om tegen het communisme te vechten. Eerst werd ik naar Sidi-bel-Abbès in Algerije gezonden en later naar Phillipy voor een opleiding tot parachutist in het Franse leger.

Vervolgens werd ik uitgezonden om te vechten in Indo-China. Daar raakte ik opnieuw gewond in een hinderlaag waar slechts twee van ons levend uit kwamen. Deze keer lag ik zes weken in een hospitaal in Hanoi. Na mijn herstel werd ik opnieuw teruggezonden om in het oerwoud en de rijstvelden te vechten. Alles bij elkaar genomen heb ik als para 20 maal gesprongen.

Ten slotte kreeg ik zo’n hevige aanval van geelzucht dat de legerartsen voor mijn leven vreesden. Ik herstelde, maar werd ongeschikt verklaard voor actieve dienst. Niettemin kon ik geen eervol ontslag verkrijgen. Gelukkig was ik aan de beurt voor lang verlof, en ik vroeg daarom een terugkeer aan naar Noord-Afrika.

Terwijl ik daar was, maakte ik plannen voor een andere ontsnapping, maar deze keer alleen. Ik besefte dat er zo ongeveer op elke 100 die ontsnapten, 99 weer werden gepakt. De plannen die ik maakte, waren daarom uiterst zorgvuldig. Ik slaagde erin om Port Lyautey te bereiken en aan boord te gaan van een Duitse passagiersboot. Toen ik eenmaal op volle zee was en richting Duitsland voer, was ik veilig.

Terug in Duitsland volgde een gelukkige hereniging met mijn familie, na tien jaar weg te zijn geweest. Een oude schoolkameraad zorgde ervoor dat ik mij kon voegen bij de Duitse eenheid van het Britse leger, wat het derde leger werd waarin ik dienst nam. Ik verdiende goed geld, maar ik werd het soldatenleven steeds meer beu.

Een nieuw leven in een nieuw land

De gelegenheid deed zich voor om naar Canada of Australië te emigreren. Ik koos Australië en in juni 1955 kwam ik in Sydney aan, de hoofdstad van New South Wales. Ik vernam dat er werk was bij een groot hydro-elektrisch irrigatieproject in de Snowy Mountains, zo’n 480 kilometer ten zuidwesten van Sydney. Ik wist dat dit zwaar werk zou zijn, maar het loon was goed en ik hoorde dat er veel Duitse en andere Europese immigranten aan het project meewerkten.

Sinds de oorlog had ik niet veel over religie nagedacht. Door wat ik tijdens de oorlog had gezien, was ik teleurgesteld in religie. Ik had nog nooit van Jehovah’s Getuigen gehoord, maar een collega die zei dat hij een Getuige was, sprak vaak met mij over een oplossing voor de wereldtoestanden, en wat hij zei, klonk mij heel redelijk in de oren. Maar spoedig daarna keerde hij naar Sydney terug, en ik verloor het contact met hem.

Ongeveer tegen deze tijd ontmoette en trouwde ik Christa. Ik vertelde mijn vrouw over de dingen die de Getuige mij verteld had, en ook haar klonk het goed in de oren. Tijdens een bezoek aan Sydney nam ik daarom weer contact met hem op. Hoewel hij eveneens een Duitser was, kon hij vloeiend Engels lezen en schrijven en hij gaf ons een boek in het Engels, Van het verloren naar het herwonnen paradijs. Daar Christa en ik de taal nog aan het leren waren, begrepen wij niet alles wat er in het boek stond, hoewel wij heel veel uit de plaatjes konden opmaken.

Toen de Getuige ons vertelde dat het boek ook in het Duits verkrijgbaar was, haastten wij ons op een regenachtig weekeinde naar het Australische bijkantoor van de Watch Tower Society in Strathfield. Daar verkregen wij het boek in het Duits, en ik las het in één nacht uit. Wij gingen terug om een vergadering bij te wonen in de Koninkrijkszaal van Strathfield. Iedereen was bijzonder vriendelijk, en het scheen ons een oprechte, geen voorgewende vriendelijkheid toe. Wij gingen van die vergadering weg, bedolven onder een stapel uitgaven van De Wachttoren en Ontwaakt! en enkele andere boeken in de Duitse taal.

Ik ga behoedzaam te werk

Hoewel datgene wat wij leerden fantastisch klonk, waakte ik ervoor mij in enig opzicht te binden. Dit was ten dele het gevolg van wat mijn moeder met de georganiseerde religie had ondervonden. In 1936 zei ze de Lutherse Kerk vaarwel omdat zij teleurgesteld was in de dingen die zij daar had gehoord en gezien. Zij verloor echter niet haar geloof in God en sprak er soms met mij over.

Toen ik in 1943 in dienst ging, moesten wij allemaal naar de kerk en naar een preek van een priester luisteren. Hij verzekerde ons dat als wij in de strijd zouden vallen, wij onmiddellijk naar de hemel zouden gaan om daar verenigd te worden met alle helden uit het verleden. Later merkte ik in de loopgraven en schuttersputjes op dat veel soldaten ter bescherming een kruis droegen. Mijn kameraad droeg er een toen hij pal naast mij werd geraakt en gedood. Nadat ik mijn afgrijzen te boven was gekomen, was mijn eerste gedachte: ’Wat heeft dat kruis voor hem gedaan?’

Ik stond versteld toen ik ook Engelse krijgsgevangenen een kruis zag dragen. Ik dacht: ’Als dit christendom is, dan moet ik niets van christelijke religie hebben.’ Aan beide kanten stonden mannen die beleden christenen te zijn — en zij doodden elkaar!

De volgende keer dat ik de priester zag, vroeg ik hem hiernaar. Hij zei dat wanneer er een oorlog gaande is, men voor zijn land moet vechten, maar wanneer de oorlog voorbij is, allen naar hun eigen kerk moeten teruggaan. Dit was genoeg! ’Er is hier iets helemaal scheef’, dacht ik. Nu kon ik begrijpen waarom Moeder de kerk vaarwel had gezegd.

Het was daarom te begrijpen dat ik op mijn hoede was. Niettemin raakte ik er spoedig van overtuigd dat de bijbelse waarheidsboodschap anders was. De huichelachtigheid van de georganiseerde religie was niet wat de bijbel onderwees. Ik kon nu zien waarom er zo’n verwarring en beroering op aarde was. En ik was verrukt ten slotte te vernemen wie Jehovah is. Hij is de ware God van allen, niet alleen van de joden, zoals mijn vader mij had verteld.

Ik ging ook ontdekken waar Christus Jezus in het geheel paste. Hij is Jehovah’s geliefde Zoon, en Jehovah zond hem naar de aarde om ons te tonen wat wij moeten doen, en om een losprijs te verschaffen zodat wij eeuwig leven kunnen verwerven. Ik ontdekte dat Gods koninkrijk de aarde in een paradijs zal veranderen, en wat nog meer is, dat het voor eeuwig zo zal blijven.

Eindelijk het juiste leger!

Wij beseften spoedig dat wij, om de christelijke vergaderingen regelmatig te kunnen bijwonen, onze kampeertochten in het weekeinde moesten beëindigen of op zijn minst moesten beperken. Een ander probleem voor mij was dat ik zwaar rookte. Zestien jaar lang had ik dagelijks 40 tot 60 sigaretten gerookt, plus zo nu en dan een sigaar of een pijp. Toen mij onder de aandacht werd gebracht dat een dergelijke verontreiniging van het lichaam God mishaagde, gaf ik de smerige gewoonte in één dag op.

In februari 1963 symboliseerden Christa en ik door middel van de waterdoop onze opdracht aan Jehovah. Spoedig daarna namen wij de volle-tijddienst op ons als pioniers, en in januari 1965 werden wij als speciale pioniers aangesteld. Nu was ik een soldaat in Jehovah’s christelijke „leger”.

In 1967 gingen wij naar Papoea Nieuw-Guinea, waar wij eerst dienden in Port Moresby en later in Popondetta. Wij kwamen voor korte tijd weer naar Australië en gingen in 1970 terug naar Papoea Nieuw-Guinea, waar wij dienden tot september 1981. In een van onze toewijzingen hebben wij twee Koninkrijkszalen helpen bouwen en hebben wij velen geholpen bijbelse waarheden te leren kennen. De meeste gebieden bereisden wij per kano — gebruik makend van een buitenboordmotor. In 3 1/2 jaar werden 29 personen die wij geholpen hebben, gedoopt.

Wij liepen beiden hersenmalaria op. Ik was 48 uur buiten bewustzijn en men verwachtte niet dat ik zou blijven leven. Ten slotte besloten wij in 1981 naar Australië terug te keren, waar wij als speciale pioniers in Brisbane en later in Cairns (in het noorden van Queensland) zijn blijven werken. Onze huidige toewijzing is Thursday Island, in de Torres Straat, net voor de kust van de noordelijkste punt van het Australische vasteland. Het is dat verafgelegen oord waarover ik als knaap had gelezen, nooit werkelijk gelovend dat ik daar ooit zou komen.

Terugkijkend op onze 23 jaar pioniersdienst hebben wij het nooit betreurd dat wij ons hebben aangesloten bij dit „leger”. Het verheugt ons hart dat wij in staat zijn geweest ongeveer 60 personen te helpen hun leven aan Jehovah God op te dragen. Wij vinden veel geluk in onze volle-tijdprediking en moedigen anderen altijd aan om dit gezegende werk op zich te nemen.

Ik dank Jehovah voortdurend dat ik, na in de legers van drie landen te hebben gediend, met veel teleurstellingen en na verschillende malen door het oog van de naald te zijn gekropen, mij heb kunnen aansluiten bij zijn zegevierende leger als soldaat van Christus Jezus (2 Timótheüs 2:3). Ja, uiteindelijk vond ik het juiste leger en ik bid dat ik voor eeuwig als een getrouwe strijder mag blijven dienen. — Zoals verteld door Siegmar Soostmeyer.

[Inzet op blz. 12]

Ik werd plotseling wakker toen er een brandbom door ons dak heen viel

[Inzet op blz. 13]

Aan beide kanten stonden mannen die beleden christenen te zijn — en zij doodden elkaar!

[Illustratie op blz. 11]

Toen ik in het Franse Vreemdelingenlegioen diende

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen