Waarom mengt de geestelijkheid zich in de politiek?
AANGEZIEN het ook op u van invloed is, hebt u goede reden om te vragen: „Waarom?”
Begrijpelijkerwijs kan men niet op één enkel motief wijzen dat voor alle priesters, bedienaren en andere religieuze leiders die zich in de politiek hebben gemengd, zou gelden. Sommigen hebben drijfveren die de meeste mensen zouden veroordelen. Anderen hebben wellicht lofwaardige beweegredenen, zoals bezorgdheid voor de armen.
Inzicht in hun motieven zal u beter in staat stellen Gods zienswijze in deze kwestie te beschouwen en te begrijpen wat hij over toekomstige ontwikkelingen zegt.
Positie, voordelen en politiek
Laten wij, om één reden te begrijpen waarom geestelijken zich in de politiek mengen, eens enkele eerste-eeuwse religieuze leiders beschouwen. Deze mannen, de hogepriester en leden van de Farizeeën en Sadduceeën, vormden het joodse hooggerechtshof. Van streek gebracht doordat Jezus Lazarus had opgewekt, redeneerden zij: „Als wij [Jezus] zo laten begaan, zullen zij allemaal geloof in hem stellen, en de Romeinen zullen komen en zowel onze plaats als onze natie wegnemen.” — Johannes 11:48.
„Zowel onze plaats als onze natie.” Ja, zij maakten zich bezorgd om hun positie, invloed en macht, terwijl eventuele nationalistische belangen op de tweede plaats kwamen (Matthéüs 23:2-8). Door te trachten bij politici in de gunst te komen, hebben sommige geestelijken een prominente positie verworven. Voor velen is dit ook de weg geweest tot een luxueus leven. Trouwens, het laatste boek van de bijbel beschrijft „een vrouw”, genaamd „Babylon de Grote”, die opviel wegens „de kracht van haar schaamteloze weelde”. Uit de bijbel en de geschiedenis blijkt dat zij een afbeelding is van valse religie over de hele wereld. — Openbaring 17:1-5; 18:3.
Beschouw nu eens enkele bewijzen dat dit de reden is waarom sommige geestelijken zich in de politiek mengen. Het boek Religion and Revolution verklaart: „Tussen 1774 en 1790 behoorden 173 van de 192 Franse bisschoppen tot de adel. Ongeveer de helft van de bisschoppen leefde in Parijs en genoot van de pracht en praal van de Franse hoofdstad. Kardinaal Polignac stierf in 1741 zonder ooit het aartsbisdom te hebben bezocht waarover hij vijftien jaar voordien was aangesteld. Een toenemende geest van laksheid trof ook de kloosters waarvan vele zeer rijk waren.” De hogere geestelijkheid leefde in weelde, terwijl veel parochiepriesters armoede leden.
Mexico verschaft ons nog een voorbeeld. In 1810 leidde de dorpspriester Miguel Hidalgo een strijd voor onafhankelijkheid van Spanje. Professor Guenter Lewy verklaart: „De paus in Rome en praktisch alle bisschoppen veroordeelden [die Mexicaanse] patriotten. Het huichelachtige gemak waarmee de hogere geestelijken [later] veranderden in vurige ondersteuners van de onafhankelijkheid . . . was al te doorzichtig en droeg ertoe bij dat een beeld werd geschapen van de kerk als een speciale belangengroep die niet kon worden vertrouwd. . . . De kerk was rijk aan landerijen en gebouwen, een bezit waartoe, naar sommigen schatten, meer dan de helft van het onroerend goed van de natie behoorde.”
Of wij nu protestants, katholiek of joods zijn of enig ander geloof aanhangen — zouden wij er niet allen mee instemmen dat geestelijken zich niet in de politiek behoren te mengen om zich te verzekeren van een verheven positie? Niettemin is dat precies wat vaak gebeurt.
Vanaf nazi-Duitsland tot heden
De nazi-periode biedt nog meer inzicht in de inmenging van de religie in de politiek. Veel nadenkende mensen hebben zich afgevraagd: ’Hoe handelden katholieke en lutherse geestelijken tegenover Hitler en zijn beestachtige nazi’s?’
Voornamelijk verleende men steun, of streefde in ieder geval naar vreedzame coëxistentie. Van religieuze zijde gingen er maar weinig stemmen in protest op. Professor T. A. Gill schrijft over één uitzondering. „[De theoloog Dietrich] Bonhoeffer ontdekte ten slotte wat zijn vader en broers hem sinds zijn vijftiende al hadden verteld: in de dingen die het meeste telden, was de kerk niet belangrijk genoeg meer om te rechtvaardigen dat hij er zijn leven aan gaf.” Omdat Bonhoeffer geen vrede meer had met de kerkelijke steun aan Hitler of haar passiviteit, deed hij mee aan een complot om Hitler te vermoorden. Maar Bonhoeffer was een uitzondering.
A History of Christianity door Paul Johnson beschrijft wat er in de regel gebeurde: „Beide kerken verleenden over het geheel genomen massale steun aan het regime. . . . Van de 17.000 evangelische predikanten waren er op geen enkel tijdstip meer dan vijftig die lange gevangenisstraffen uitzaten [voor het niet ondersteunen van het nazi-regime]. Van de katholieken werd één bisschop uit zijn bisdom weggezonden, en een ander kreeg een korte gevangenisstraf voor overtreding van economische wetten.” Betreffende degenen die aan hun principes vasthielden, zegt Johnson vervolgens: „De moedigsten waren de Jehovah’s Getuigen, die van het begin af aan verkondigden dat zij op leerstellige gronden absolute tegenstanders van het regime waren en dienovereenkomstig lijden moesten ondergaan. Zij weigerden elke medewerking met de nazi-staat.”
Sedertdien hebben andere geestelijken medewerking verleend aan onmenselijke regimes ten einde hun plaats van prominentie, macht en rijkdom te kunnen behouden. In een redactioneel artikel in de National Catholic Reporter stond: „Het relaas van het falen van de Katholieke Kerk in Argentinië is er een van stilzwijgen en van medeplichtigheid aan een meedogenloos militair regime, een van de ergste in de recente geschiedenis. . . . Kerkprelaten bevonden zich aldus in de positie om van zich te laten horen, wat heel veel zou hebben uitgemaakt en misschien zelfs het regime zou hebben ontdaan van zijn religieuze rechtvaardiging. Doch nagenoeg tot de laatste man zeiden zij niets. Sommigen, onder wie geestelijken in militair uniform, verleenden hun steun aan de martelingen en moordpartijen.” — 12 april 1985.
Burgerrechten, sociaal recht
Maar zoals reeds is gezegd, worden enkele religieuze leiders hooglijk bewonderd om hun door andere motieven ingegeven actieve rol in de politiek.
Een voorbeeld uit de Verenigde Staten vormt de baptistische predikant Martin Luther King, een leider in de strijd voor burgerrechten die een langdurige kruistocht tegen rassendiscriminatie heeft gevoerd. Andere geestelijken hebben vooraan gestaan in de strijd voor emancipatie en de rechten van minderheden. Priesters en predikanten zijn politiek actief geworden ter ondersteuning van zaken zoals stemrecht, gelijke lonen voor gelijke arbeid, en eerlijke arbeidskansen. Recentelijk is een „bevrijdingstheologie” gepropageerd die beoogt het lijden van de armen te verlichten door bijvoorbeeld land te verdelen onder de verarmden.
Hoe denkt u over religieuze leiders die zich in de politiek begeven ter bevordering van sociale actie of „wereldlijk humanisme”, zoals zulke kwesties soms genoemd worden? Zelfs enkele geestelijken zijn verontrust over wat zij zien gebeuren. Keith Gephart, een fundamentalistische geestelijke, gaf als commentaar: „Toen ik opgroeide, hoorde ik altijd dat de kerken buiten de politiek moesten blijven. Nu schijnt het bijna een zonde er niet bij betrokken te zijn.” Een religieuze redacteur van een krant merkte op: „Vanaf de jaren ’70 zijn fundamentalistische christenen geleidelijk gaan geloven dat politiek activisme een plicht is.”
De doeleinden kunnen dus loffelijk schijnen, maar beschouw eens waartoe dergelijke stappen de geestelijkheid leiden, en kijk dan of dat uw instemming heeft.
Wat brengt de bevrijdingstheologie tot stand?
Aan Gustavo Gutiérrez, een katholieke priester in Peru, wordt algemeen de ontwikkeling toegeschreven van de „bevrijdingstheologie” als reactie op de slechte positie van de armen. Deze manier van denken is wijdverbreid onder de geestelijken in Latijns-Amerika en elders. De Engelse Manchester Guardian Weekly berichtte dat de bisschop van Durham de politieke filosofie van de regering scherp kritiseerde en aldus aandrong op „bevordering van de doelstellingen van een ’bevrijdingstheologie’”.
Heeft een dergelijke theologie slechts ten doel te beklemtonen dat men voor de armen moet zorgen, zoals de bijbel ons aanspoort? Bepaald niet. De bisschop geeft toe dat de „Britse bevrijdingstheologie enkele diagnoses van het marxisme heel serieus zal nemen”. Dit betekent onder andere dat de klassenstrijd van de armen wordt uitgelegd door middel van marxistische redenaties. Met welke gevolgen?
De National Catholic Reporter (4 juli 1986) droeg als kop „Brazilië’s landstrijd zet kerk op tegen staat”. Wat aan dit conflict ten grondslag ligt, is het feit dat slechts een klein aantal „grote landeigenaren 83 procent van het land in bezit hebben”. Door geestelijken geleide politieke bijeenkomsten en optochten vormen een deel van de „landstrijd”. En „strijd” is een passende benaming. Het artikel vermeldde dat „vorig jaar in meer dan 700 conflicten over grond 218 personen werden gedood, onder wie pater Josimo Tavares, een Braziliaanse priester en voorstander van landhervorming, die op 11 juni werd vermoord”.
De bevrijdingstheologie wint aan populariteit. Een redactioneel artikel in The New York Times bevestigde dat volgens het officiële Vaticaanse standpunt geestelijken niet betrokken mogen zijn bij partijpolitiek, maar verklaarde verder dat het Vaticaan „ook het fundamentele beginsel van de bevrijdingstheologie onderschrijft: dat het christelijke evangelie rechtvaardigt dat de armen strijd voeren voor politieke vrijheid en zeggenschap over hun leven”.
Op hetzelfde vlak ligt de beschuldiging dat Maryknoll, een katholieke missieorde, „het evangelie van de bevrijdingstheologie en socialistische politiek [heeft] gepropageerd”. Een in 1985 gepubliceerde studie, The Revolution Lobby, uitte de beschuldiging: „Maryknoll heeft er met succes voor gezorgd dat de marxistisch-leninistische boodschap van gewelddadige revolutie algemeen ingang vindt omdat het haar is toegestaan te opereren als een arm van de Katholieke Kerk. De boodschap heeft niet alleen de gemiddelde kerkganger bereikt, maar tevens vooraanstaande Amerikaanse beleidsvormers.”
Keurt God het goed?
Het is duidelijk dat overal ter wereld de religie zich in de politiek mengt, en dat hiervoor verscheidene redenen zijn. Maar hoe denkt God hierover? De bijbel toont aan dat hij spoedig zijn standpunt duidelijk kenbaar zal maken. Hoe zal dat op u en uw geliefden van invloed zijn? En welke uitwerking dient dat te hebben op uw huidige houding en daden?
[Kader op blz. 6]
„De Katholieke Kerk in Duitsland was door en door Duits, en net als de protestantse kerk steunde ze de staat en zijn gezag.” — The German Churches Under Hitler.
„De Russisch-Orthodoxe Kerk stelde zich gisteren geheel achter de ontwapeningsvoorstellen van de heer Gorbatsjov . . . Ze beschreef [ze] als ’volkomen in overeenstemming met de christelijke benadering’.” — The Guardian (Londen), 9 april 1986.
[Illustratie op blz. 7]
Martin Luther King was een prominente figuur onder de religieuze leiders die streden tegen rassendiscriminatie
[Verantwoording]
UPI/Bettmann Newsphotos
[Illustratie op blz. 8]
Armoede en onrecht hebben de aanzet gevormd voor de bevrijdingstheologie
[Verantwoording]
J. Viscarrs/WHO