De wereld sinds 1914
Deel 3: 1935-1940 De Volkenbond wankelt zijn dood tegemoet
DE VOLKENBOND was al vanaf de geboorte een ziekelijk kind. Historicus H. Gatzke zegt dat de eerste vergadering in 1920 „niet zozeer een wereldconfederatie van volkeren was maar meer een conferentie van nationale belangen nastrevende grote Europese machten, die eropuit waren de Bond dienstbaar te maken aan hun eigen politieke doeleinden”. Zolang nationalistisch denken nog niet was uitgeroeid, liep het leven van het kind voortdurend gevaar.
In het begin van de jaren ’30 waren veel leden van de Bond duidelijk ontevreden. Italië bijvoorbeeld vond dat het niet zijn deel kreeg van de grondstoffen in de wereld en dat het de toegang tot de wereldmarkt en investeringsmogelijkheden werden ontzegd. Ernaar strevend zijn nationale belangen veilig te stellen, viel het daarom in 1935 Ethiopië binnen. Japan, dat overeenkomstige grieven had, bezette in 1937 een deel van China. In beide gevallen bezat de Bond niet de macht om in te grijpen.
Het was duidelijk dat de Bond, nog geen 20 jaar oud, niet de flinke, gezonde tiener was die de ondersteuners zo graag zouden zien. Zijn terminale ziekte was reeds in 1936 een bron van bezorgdheid toen, zo schrijft historicus Hermann Graml, „er in Genève [op het hoofdbureau van de Bond] een stemming heerste als van een begrafenis”. Dat was geen wonder gezien het onbeschaamde gedrag waar de Bond mee werd geconfronteerd van de zijde van Italië en Japan, om nog maar te zwijgen van het gedrag van een zekere Adolf.
„Hitlers favoriete onderwerp”
Ja, ook Duitsland was ontevreden. Het voerde een harde strijd om een leidende positie in Europa te herwinnen. Generaal Hans von Seeckt, bevelhebber van de Duitse strijdkrachten in de jaren ’20, ’was van mening dat een herrijzen van Duitslands ster ondenkbaar was zonder een nieuwe oorlog’, aldus een Duits leerboek; evenmin sloot Hitler de mogelijke noodzaak van militaire actie uit. Dat is de reden waarom volgens een Duitse organisatie voor militair-historisch onderzoek „alle belangrijke maatregelen van het regime [tussen 1933 en 1939] direct of indirect herbewapening ten doel hadden”.
Zoals Hitler het zag, „bestonden de Duitse ’volksmassa’s’ uit 85 miljoen mensen die een verenigde ’raciale kern’ vormden. Voor Hitlers pseudo-darwinistische benadering was het nodig dat deze ’raciale kern’ zijn ’levensruimte’ veroverde.” Gerhard Schulz, hoogleraar in de moderne geschiedenis aan de Universiteit van Tübingen, legt uit: „Gewelddadige verovering van nieuwe gebieden was Hitlers favoriete onderwerp.”
Feitelijk hielp de Volkenbond Hitler bij zijn beslissing waar hij moest beginnen. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog was het Saarland, een landstreek tussen Frankrijk en Duitsland die in de loop der eeuwen dan weer bij Frankrijk, dan weer bij Duitsland behoord had, onder het bestuur geplaatst van de Volkenbond. Maar er was bepaald dat de burgers van het Saarland later via een stemming zouden beslissen of zij onder bestuur van de Bond wilden blijven of dat zij deel wilden gaan uitmaken van hetzij Frankrijk of Duitsland. In 1935 zou er een plebisciet of volksstemming gehouden worden.
Toentertijd genoot Hitler grote populariteit. Jonge leerlingen kregen soms dictees waarbij zij bijvoorbeeld moesten schrijven: „Net zoals Jezus de mensheid van zonde en de hel bevrijdde, zo redde Hitler de Duitse natie van de ondergang. Jezus en Hitler werden vervolgd, maar terwijl Jezus werd gekruisigd, werd Hitler verheven tot de positie van kanselier. . . . Jezus bouwde voor de hemel, Hitler voor de Duitse aarde.”
In plaats van christelijke neutraliteit tentoon te spreiden, mengden de religieuze leiders zich actief in de politiek rond het plebisciet. De overwegend katholieke inwoners van het Saarland namen ter harte wat hun bisschoppen hun vertelden: „Als Duitse katholieken zijn wij verplicht om de grootsheid, de welvaart en de vrede van ons vaderland te ondersteunen.” En de katholieke vakbonden waarschuwden: „Hij die zijn vaderland ontrouw is, zal ook niet trouw zijn aan God.”
Natuurlijk was niet iedereen het hiermee eens. Een beroemde schrijver uit die tijd, Heinrich Mann, waarschuwde: „Als u voor Hitler stemt, verlengt u zijn leven en zult u delen in de verantwoordelijkheid voor zijn wandaden . . ., zelfs voor de oorlog die door hem onvermijdelijk wordt.” Maar er waren slechts weinig van zulke waarschuwende stemmen. Dit bracht de journalist Kurt Tucholsky ertoe te schrijven dat het Saarland „in de steek gelaten [was] door Engeland, door Frankrijk, door de Volkenbond, door de internationale vakbonden en door de paus”.
In de gegeven omstandigheden was Hitlers overwinning in het plebisciet een uitgemaakte zaak. Een overstelpende meerderheid van 90,8 procent stemde voor hereniging met het nieuwe Duitse Reich.
Deze eerste grote buitenlandse politieke overwinning moedigde Hitler aan verder te gaan. De Volkenbond, die reeds op zijn doodsbed lag, was te zwak om in te grijpen toen Hitler in 1936, in overtreding van de bepalingen van het Verdrag van Versailles, het Rijnland remilitariseerde. In 1938 weerhield niemand hem van het bezetten van Oostenrijk en later dat jaar het annexeren van het overwegend met Duitsers bevolkte Sudetenland dat aan Tsjechoslowakije behoorde, een annexatie die het voorspel vormde tot de invasie van de rest van het land in 1939. Er weerklonken luide protesten, dat wel, maar meer gebeurde er ook niet.
Generale repetitie — waarvoor?
Tot op dat moment had Hitlers agressieoorlog voortgang gevonden zonder bloedvergieten. Dat gold niet voor de eerder genoemde conflicten waarbij Italië en Japan betrokken waren. „De aanval van fascistisch Italië op Ethiopië”, zegt het Italiaanse naslagwerk L’uomo e il tempo, „was tot in de kleinste details voorbereid en werd met een overweldigende inzet van materieel uitgevoerd en ondersteund door een enorm propaganda-apparaat.” Die oorlog begon in 1935, en in 1936 was de bezetting van Ethiopië voltooid. De wereld was geschokt te horen van bomaanvallen en het gebruik van gifgas.
In Azië waren de Japanse militaristen zo machtig geworden dat toen China in 1931 beschuldigd werd van een bomaanslag op een trein van de Zuidmantsjoerijse Spoorwegen, Japan dit kon aangrijpen als een excuus om troepen naar Mantsjoerije over te brengen. In 1937 rukten zij op tot in China zelf, en veroverden grote delen van het land, waaronder de steden Sjanghai, Peking, Nanking, Han-kow en Kanton.
Intussen was in 1936 in Europa de Spaanse burgeroorlog uitgebroken. Hitler en Mussolini zagen hierin een mogelijkheid hun nieuwste wapens en methoden van oorlogvoering uit te proberen. Net als de oorlogen in Mantsjoerije, China en Ethiopië diende dit als een generale repetitie voor iets groters dat in het verschiet lag. Volgens één autoriteit werden meer dan een half miljoen personen in de Spaanse oorlog gedood. Geen wonder dat het de aandacht van de wereld vasthield. En als de generale repetitie al de krantekoppen haalde, wat kon men dan wel verwachten van de eigenlijke opvoering die nog moest komen?
De bliksem slaat in Europa in
De democratieën die de ontwikkelingen op het wereldtoneel gadesloegen, waren bezorgd. Groot-Brittannië voerde de militaire dienstplicht in. Toen stelden Duitsland en de Sovjet-Unie de wereld in 1939 voor een verrassing door een niet-aanvalsverdrag te ondertekenen. In werkelijkheid was het een geheime overeenkomst om samen Polen op te delen. Erop gokkend dat de westerse democratieën wederom niet zouden ingrijpen, liet Hitler op 1 september 1939 om 4.45 uur ’s morgens zijn troepen Polen binnentrekken.
Maar dit keer had hij het bij het verkeerde eind. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden Duitsland twee dagen later de oorlog. Op 17 september trokken Russische troepen vanuit het oosten Polen binnen, en tegen het einde van de maand was de Poolse kwestie zo goed als geregeld. De Tweede Wereldoorlog was begonnen, ontketend met een snelle militaire campagne die de Duitse benaming Blitzkrieg, „bliksemoorlog”, beslist eer aandeed. In een overwinningsroes bood Hitler de westerse machten vrede aan. „Of hij dit serieus bedoelde,” schrijft de Duitse historicus Walther Hofer, „is een vraag die niet met zekerheid kan worden beantwoord.”
De eerste oorlogsjaren werden gekarakteriseerd door verrassingsaanvallen, bliksemsnel uitgevoerd en met een verwoestende uitwerking. De Sovjets dwongen in korte tijd Estland, Letland en Litouwen toe te stemmen in stationering van Sovjettroepen op hun grondgebied. Finland werd hetzelfde gevraagd, maar weigerde, waarop de Russen op 30 november 1939 het land binnenvielen. Finland vroeg in maart van het volgende jaar om vrede en verkreeg die op Russische voorwaarden.
Intussen hadden Engeland en Frankrijk overwogen via het neutrale Noorwegen Finland te hulp te komen. Maar toen Finland om vrede verzocht, stelden de Geallieerden, nu zij niet langer een voorwendsel hadden om iets te ondernemen, die plannen uit. Als voorbereiding op een latere landing, begonnen zij op 8 april 1940 in de Noorse wateren mijnen te leggen. De volgende dag, terwijl de Noren zich druk bezighielden met protesteren tegen dit leggen van mijnen, zetten de Duitsers in zowel Noorwegen als Denemarken onverwacht troepen aan land. Binnen een week kwamen Britse troepen in Noorwegen aan land, maar na verscheidene overwinningen werden ze door verontrustende berichten uit het zuiden gedwongen zich terug te trekken.
Daar had men zich maandenlang afgevraagd: Wanneer en waar zal Duitsland iets tegen Frankrijk ondernemen? De tijd verstreek terwijl de meeste militaire activiteiten zich tot zeegevechten beperkten. Aan land was alles rustig. Enkele journalisten begonnen te spreken over een „schemeroorlog” en een „phoney war”, een onechte oorlog, niet langer een Blitzkrieg, maar veeleer een Sitzkrieg, letterlijk vertaald, een „zitoorlog”.
Er was echter niets onechts aan de plotselinge aanval van de Duitsers op 10 mei 1940. Een omtrekkende beweging makend om de Maginotlinie, de verdedigingslinie waarmee Frankrijk zijn grens met Duitsland beschermde, baanden de Duitsers zich een weg door de Lage Landen, trokken met grote snelheid door België en bereikten op 12 mei de Franse grens. Tegen 14 mei was Nederland gevallen. Als een golf zich verbreidend over Noord-Frankrijk, wisten de Duitse troepen vervolgens duizenden Britse, Franse en Belgische soldaten met de rug tegen het Kanaal in te sluiten. Geen Sitzkrieg, maar in de volle zin van het woord een Blitzkrieg!
Op 26 mei begon in Duinkerken (Frankrijk) een van de spectaculairste reddingsoperaties in de geschiedenis van de oorlogvoering. Tien dagen lang voeren marineschepen en honderden burgervaartuigen over het Kanaal heen en weer en brachten zo’n 340.000 man troepen in veiligheid in Engeland. Maar niet iedereen ontkwam. In drie weken maakten de Duitsers meer dan een miljoen krijgsgevangenen.
Op 10 juni verklaarde Italië Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog. Vervolgens viel Parijs vier dagen later in handen van de Duitsers. Voor het eind van de maand was er een Frans-Duitse wapenstilstand getekend. Engeland stond nu alleen. Hofer beschrijft het als volgt: „In een Blitzkrieg-tempo dat Hitler zelf niet eens voor mogelijk had gehouden, was hij heer en meester over West-Europa geworden.”
In tegenstelling tot wat Hitler verwachtte, smeekte Engeland niet om vrede. Daarom gaf hij op 16 juli bevel tot uitvoering van „Operatie Seelöwe”, een invasie van de Britse eilanden. Engeland zette zich schrap tegen de bliksem die op het punt stond wederom in te slaan.
En wat nu?
Jarenlang hadden Jehovah’s Getuigen openlijk de ondergang van de Volkenbond voorspeld.a Nu had het bliksemsnelle uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn pijnlijke doodsstrijd beëindigd. Een begrafenis die al lang had moeten plaatsvinden, kon gehouden worden. Het lijk kon te ruste worden gelegd in de afgrond waarover wordt gesproken in Openbaring 17:7-11, het schriftgedeelte op basis waarvan de Getuigen het falen van de Bond hadden voorzegd.
Maar wat stond er nu na de dood van de Bond te gebeuren? Zou de oorlog mogelijkerwijs tot iets groters kunnen leiden, misschien tot „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige”, Armageddon? (Vergelijk Openbaring 6:4; 16:14, 16.) Hoewel zij benieuwd waren hoe de oorlog zich verder zou ontwikkelen, waren Jehovah’s Getuigen vastbesloten er niet persoonlijk bij betrokken te raken. Zij zouden hun christelijke neutraliteit hoog houden, hoewel dit hen — zowel in totalitaire als in democratische landen — zou blootstellen aan verbodsbepalingen, gevangenneming, rechtszaken en geweld van het gepeupel. Hoewel zij in dat jaar 1940 minder dan 100.000 in getal waren, gingen zij onverdroten voort met het verbreiden van de boodschap van ware hoop, de boodschap van Gods opgerichte koninkrijk.
En hoop was precies wat „Naties in radeloze angst, gedreven door vrees” nodig hadden. Dit is de titel van de volgende aflevering, Deel 4, in onze serie „De wereld sinds 1914”.
[Voetnoten]
a The Watchtower van 1 april 1922 had bijvoorbeeld op blz. 108 gezegd: „Satan . . . tracht nu een universeel rijk op te richten onder een regeling aangeduid als een volkenbond. . . . Deze verbintenis is onheilig en zal binnenkort in stukken gebroken worden.”
[Kader op blz. 21]
Andere gebeurtenissen die het nieuws haalden
1935 — Meer dan 200.000 slachtoffers in China bij
overstromingen langs de rivier de Jang-tse
1936 — De oceaanstomer Queen Mary steekt de
Atlantische Oceaan over in een recordtijd van 95 uur,
57 minuten
Hitler furieus omdat de zwarte Amerikaan Jessie Owens
vier gouden medailles wint tijdens de Olympische
Spelen in Berlijn
1937 — DuPont patenteert een nieuw produkt, nylon
Na een transatlantische vlucht vliegt het Duitse
luchtschip Hindenburg in brand als het afmeert in
New Jersey, waarbij 36 personen de dood vinden
1938 — Het Vaticaan erkent het Franco-regime als de
officiële Spaanse regering
De geleerden Hahn en Strassmann ontdekken dat
neutronen kunnen worden gebruikt om uranium te
splijten
De zogenoemde Kristallnacht waarbij joodse winkels in
Duitsland worden geplunderd en vernield
1939 — Tienduizenden in Turkije gedood bij aardbeving
Ontwikkeling van de eerste vliegtuigstraalmotor en
constructie van de eerste helikopter
1940 — Britten maken in de luchtoorlog gebruik van
de pasontwikkelde radar
[Kaart op blz. 20]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Europese gebiedsuitbreiding van de As-mogendheden eind 1940
As-mogendheden en veroverde gebieden
Noorwegen
Denemarken
Nederland
België
Sudetenland
Luxemburg
Rijnland
Frankrijk
Polen
Tsjechoslowakije
Oostenrijk
Hongarije
Roemenië
Albanië
[Illustraties op blz. 18]
Oorlog luidde de doodsklok voor de Bond
[Verantwoording]
U.S. National Archives photo
[Verantwoording]
U.S. Army photo