Een zeer bruikbaar dier
KUNT u een dier bedenken dat kan worden gebruikt voor transport, voedsel, kleding, onderdak, werktuigen en versiering? Het rendier voldoet beslist aan deze beschrijving.
Sinds onheuglijke tijden is dit stevig gebouwde dier — met een schofthoogte van wel 1,40 meter — een van de waardevolste bestaansmiddelen in de Europese poolgebieden geweest. Het heeft de Laplanders voorzien van bijna al hun materiële benodigdheden.
Het behendige en met brede hoeven toegeruste rendier kan een zwaar beladen slee met een snelheid van wel 20 tot 25 kilometer per uur over koude, besneeuwde toendra’s voorttrekken. Het kan met gemak rivieren en meren overzwemmen en vindt zonder moeite zijn weg in een sneeuwstorm. In Siberië heeft men hem zelfs gebruikt als rijdier.
Rendiermelk bevat viermaal zoveel room als koemelk. Een paar druppels ervan kunnen een kopje koffie een romige kleur geven. De Laplanders leggen het zeer aromatische rendiervlees in de zon te drogen of roken het. Zij maken kleding, schoenen, beddegoed en tenten van zijn zachte huid. Zij gebruiken zijn haar voor matrassen, zijn pezen als garen, zijn ingewanden en zes magen als voedselhouders en zijn botten en geweien om er werktuigen, knopen en sieraden van te maken. Een vest gemaakt van een rendiervacht is een goed reddingsvest aangezien de haren hol zijn en gevuld zijn met lucht.
Bijna elk deel van dit dier kan worden benut. U zult nauwelijks een nuttiger dier kunnen bedenken.