Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 22/12 blz. 16-19
  • Het laatste onontsloten gebied op aarde verkennen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het laatste onontsloten gebied op aarde verkennen
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een carrière als diepzeeduiker
  • Zoeken naar onklaar geraakte onderzeeërs
  • ’De zee gaf de doden op’
  • Innovaties in de duikwereld
  • Het veilig verkennen van de wereld onder de golven
    Ontwaakt! 1995
  • Boren naar olie in onstuimige wateren
    Ontwaakt! 1980
  • Duiken voor de kost
    Ontwaakt! 1972
  • De grote witte haai belaagd
    Ontwaakt! 2000
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 22/12 blz. 16-19

Het laatste onontsloten gebied op aarde verkennen

IK WERKTE als diepzeeduiker toen wij de oproep kregen. In de ruwe wateren voor de kust van Florida (VS) was een grote catamaran omgeslagen. Onze taak? De boot bergen en aan de eigenaar terugbezorgen.

Wij kwamen rond twee uur ’s middags op de bewuste plek aan, voor de kust van Mayport (Florida). Daar lag de zeilboot, ondersteboven, laag op het water dobberend. Er stond een kalme deining van 1,20 meter die de zeilboot op en neer deed gaan terwijl hij op de stroming van de Golfstroom langzaam noordwaarts dreef. Maar de wind en de zeegang namen geleidelijk in kracht toe en toen wij uitvoeren, was de andere duiker wat zeeziek geworden.

Ik moest het dus alleen opknappen. Ik zwom met mijn duikuitrusting en zonder duikerskoord (de signaallijn van de duiker) naar de zeilboot toe. Het was de bedoeling dat ik alle tuigage, de zeilen en de mast zou loshalen zodat alleen de beide rompen en de kajuit zouden overblijven. Dan zou ik boven komen en een sleeplijn bevestigen.

Nadat ik het water in was gegaan, liet ik mij kalmpjes tot ongeveer drie meter zakken en zwom rustig naar de zeilboot toe. Wat een aanblik! De zeilen wapperden traag in de stroming, en eromheen zwommen honderden vissen. Ver in de diepte, haast niet te onderscheiden, lag de oceaanbodem. Op de een of andere wijze hield dit alles mijn aandacht vast. Het duurde echter niet lang voor ik met een schok in de realiteit terugkeerde!

Ik was niet alleen. Aan weerszijden van mij bevonden zich minstens een dozijn haaien! Ze waren zes tot negen meter van mij af, en hoewel ze rustig zwommen, kwamen ze steeds dichter naar mij toe. Ik wist dat ik te ver van onze boot af was. Wat te doen? Recht vooruit was de ondergelopen kajuit van het wrak. De kajuitdeur stond wijd open en zwaaide heen en weer door de op en neer gaande beweging van de boot op de 1,20 meter hoge deining. Die kajuit moest ik zien te bereiken!

Ik weerstond de hevige drang om als een bezetene te gaan zwemmen, maar toch duwde iedere beweging mij krachtig in de richting van dat open luik. Ik hield elke haai in mijn buurt in de gaten totdat ik het wrak was genaderd. En op dat moment zag ik hem. Daar, onder de kajuit, bevond zich een enorme haai van ruim vier meter lang! Deze knaap zou met gemak een van die andere haaien hebben kunnen opeten — en mij ook!

Stoppen kon nu niet meer. Om een of andere reden bewoog hij niet terwijl ik op de boot afkwam, en vlug was ik in de kajuit en had ik de deur achter mij gesloten. Ik schoof het heft van een draadkniptang door de beugel van het sluitijzer en wachtte rustig af wat er zou gebeuren. Alle haaien naderden het wrak tot één à anderhalve meter en bleven in de buurt. Daar zat ik dan, opgesloten in een omgeslagen wrak, een 100 km uit de kust, wensend dat ik ergens anders was. Waar dan ook!

Toen ik mij in het wrak bevond, inspecteerde ik beide rompen en de kajuitruimte. In de rompholten van de boot zat veel lucht opgesloten en die gebruikte ik om te ademen. Na ongeveer een uur keerde ik naar de deur terug. De haaien hadden zich verwijderd en waren bijna uit het zicht verdwenen. Boven mij draaide onze schipper zenuwachtig rondjes. Maar hoe stond het met de grote haai?

Ik opende de deur en keek onder de boot. En jawel hoor, hij was er nog steeds — wij stonden oog in oog! Ik trok mijzelf snel weer de kajuit in, en een paar tellen later gleed de haai onder de boot vandaan en stopte precies onder de deur. Misschien wilde hij dat ik mij onder zijn neus opnieuw buiten zou wagen. Maar ik was niet van plan hem nog een kans te geven! Ik vond dat ik van geluk mocht spreken dat hij in zo’n lethargische toestand verkeerde.

Terwijl ik vanuit de kajuit toekeek en wachtte, verdwenen de haaien ten slotte, met inbegrip van die grote haai. Wat was ik opgelucht! Dat was een van de meer opwindende duikexpedities die ik heb meegemaakt in de meer dan 20 jaar die ik heb besteed aan het verkennen van het laatste grote onontsloten gebied op aarde — de diepzee.

Een carrière als diepzeeduiker

Ik begon in 1957 met duiken in het zuiden van Florida en bracht vele uren in de oceaan door met zwemvliezen, duikbril en snorkel. Destijds wemelde het in de koraalriffen onder de kust van leven — honderden barracuda’s zweefden boven het koraal, overal zaten zeekreeften en er waren duizenden prachtige vissen met briljante kleuren.

In de zomer van 1958 vonden twee vrienden en ik tijdens het snorkelen voor de kust van Florida de overblijfselen van een Spaans schip; de vindplaats was vrijwel onaangeroerd. Het wrak lag op een koraalrif. Het scheepsanker lag zelfs nog op de plaats waar het was neergekomen en was geheel met koraal overdekt. In de buurt lagen een kanon en ook delen van musketten en andere voorwerpen. De bekoring van zulke dingen deed mij na verloop van tijd in een carrière van diepzeeduiken belanden.

Zoeken naar onklaar geraakte onderzeeërs

Na verscheidene jaren als duiker op free-lance basis te hebben gewerkt, nam ik dienst bij de Amerikaanse marine en bezocht in 1960 de marineduikschool in Key West (Florida). Nadat ik mijn opleiding had voltooid, kreeg ik bevel om mij te melden in New London (Connecticut) om dienst te doen op een van de reddingsvaartuigen voor onderzeeërs. Het schip heette de USS Sunbird ASR-15. Wij voeren tot aan Newfoundland in het noorden en Bermuda in het zuiden. Wij kruisten van tijd tot tijd ook rond op de Middellandse Zee. Schepen zoals het onze hadden tot taak de bemanning te redden van onderzeeboten die onder water in moeilijkheden waren geraakt.

Met onze reddingsduikerklok waren wij in staat om onderzeeërs te bereiken tot een diepte van 260 meter. Daarbij hadden wij een aantal duikers met diepzeeuitrusting. Gebruik makend van een zuurstof-heliummengsel als inademingsgas, konden wij meer dan 120 meter diep duiken. Schip en bemanning oefenden bij elk weertype zorgvuldig elke fase van de reddingstechnieken. ’Eindelijk zal mijn liefde voor duiken vruchten afwerpen!’ dacht ik. Maar er wachtte mij een teleurstelling.

In april 1963 bijvoorbeeld kwam de melding dat de kernonderzeeër USS Thresher SSN-593 niet was teruggekeerd van duikproeven in diep water voor de kust van New England. Omdat wij niet ver daarvandaan bezig waren met een operatie, waren wij binnen een paar uur ter plekke. Maar de Thresher lag veel te diep voor alles waarover wij beschikten — ze was vergaan op 2560 meter diepte. De oceaan was ongewoon kalm toen een laagvliegend vliegtuig een bloemkrans liet vallen. Dit was alles wat wij konden doen voor de 129 man die daar in de diepzee waren omgekomen. Ik voelde mij zo machteloos.

Er werden gebeden voor deze mannen uitgesproken, wat mij tot nadenken stemde. Ik besefte door wat er was gebeurd dat kernonderzeeërs te diep duiken voor een zinvol gebruik van ons reddingssysteem. Gefrustreerd en teleurgesteld verliet ik daarom in november 1963 de marine.

’De zee gaf de doden op’

Ik begon te werken als duiker voor een klein duikersbedrijf in Jacksonville (Florida). Er waren altijd duikwerkzaamheden te doen. Voor spoorbruggen was inspectie door duikers vereist. Telefoonkabels moesten in een met waterstralen gegraven geul worden gelegd wanneer de kabels door bevaarbare waterwegen liepen. Er waren karweien waarbij onder water met snijbranders moest worden gewerkt of dingen moesten worden gelast.

Bijzonder interessant was het bergingswerk onder water, zoals het lichten van gezonken schuiten, sleepboten en verscheidene kleinere vaartuigen. Gewoonlijk groeven wij een gang in de modder onder het gezonken vaartuig, bevestigden enorme kabels rond de romp en hesen het vaartuig vervolgens met een zware kraan omhoog.

Tijdens een lange inspectiereis van onderzeese pijpleidingen vernam ik iets wat sterk appelleerde aan mijn liefde voor de zee en mijn gevoelens ten aanzien van degenen die op zee gestorven waren. Ik ontmoette een getuige van Jehovah en spoedig stemden mijn vrouw en ik ermee in de bijbel te bestuderen.

Ik was erg opgelucht erachter te komen dat deze prachtige aarde en haar oceanen niet door vuur zullen verbranden, zoals mij als baptist was geleerd (Psalm 104:5; Prediker 1:4). Ik was gefascineerd door de gedachte dat de doden, zelfs op zee gestorven personen, zouden worden opgewekt. Schriftplaatsen als Openbaring 20:13 roerden werkelijk mijn hart: „En de zee gaf de doden in haar op, en de dood en Hades gaven de doden in hen op.” Ik wilde voor eeuwig leven op een paradijsaarde. Niet lang daarna, op 4 september 1966, werden mijn vrouw en ik gedoopt.

Innovaties in de duikwereld

Er hebben grote veranderingen plaatsgevonden in de duikwereld sinds ik aan het eind van de jaren ’50 begon. Het duiken met een aqualong heeft de oceanen voor de sportduiker opengelegd. Maar er is veel training nodig om deze sport veilig te kunnen beoefenen.

De beroepsduiker heeft echter de werkelijke veranderingen gezien. Toen ik begon, konden wij met samengeperste lucht als inademingsgas slechts een diepte van 45 meter bereiken. Maar tegenwoordig zijn er mooi gevormde, uit fiberglas en neopreen vervaardigde duikerhelmen voor het duiken in diep water, en duikers ademen een gasmengsel in waardoor zij in staat zijn in zout water zonder moeite meer dan 300 meter diep te werken. Duikers hebben allerlei soorten speciale apparatuur bij zich, zoals onderwatervideocamera’s die kleurenbeelden naar tv-schermen aan de oppervlakte zenden. Wat de camera onder water registreert, wordt door de monitor onmiddellijk op een video/geluidsband opgenomen, en kan direct worden teruggespeeld.

Duikers die in diep water werken, blijven zo lang beneden dat hun lichaam met stikstof verzadigd raakt. Wanneer dit eenmaal is gebeurd, blijft hun decompressietijd gelijk, ongeacht hoeveel langer zij daarna op dezelfde diepte blijven. Zij kunnen een week of nog langer op grote diepte leven en werken. Als zij naar de oppervlakte terugkeren, dient hun duiktoestel of leefruimte hun tot een decompressiekamer, en kunnen zij hun decompressie aan de oppervlakte voltooien.

Naar mijn mening is niets anders op aarde zo mysterieus als de diepzee. Voorbij de ondiepe koraalriffen, daar waar het water diep wordt en een blauwe kleur krijgt, liggen miljoenen vierkante kilometers oceaan waarin nog altijd enorme natuurlijke rijkdommen voor de mens verborgen zijn. Scheepswrakken uit het verleden en het heden liggen over de bodem verspreid. De meeste daarvan dienen als onderzeese woningen voor talloze vissen. Wat spreken deze wrakken tot mijn verbeelding!

Inderdaad, de oceanen zijn een wonderbaarlijk geschenk van God! Misschien kunnen wij in zijn rechtvaardige nieuwe samenstel de zeeën werkelijk verkennen en er voor eeuwig van genieten als onderdeel van Gods prachtige aarde. — Zoals verteld door Oscar Sam Miller.

[Illustratie op blz. 16, 17]

Aan weerszijden van mij bevonden zich minstens een dozijn haaien!

[Illustratie op blz. 18]

De Thresher, die later met 129 man aan boord op 2560 meter diepte verloren ging — veel te diep om hen te kunnen redden

[Verantwoording]

U.S. Navy photo

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen