De pornoplaag — Bent u zich ervan bewust?
EEN verraderlijke plaag bedreigt u en uw geliefden. Reeds miljoenen zijn erdoor aangetast. Als onzichtbare maar dodelijke radioactieve fall-out van een ongeluk in een kernreactor daalt ze haast onmerkbaar neer op hele bevolkingsgroepen voordat deze ten volle beseffen wat er gaande is. De plaag in kwestie is pornografie.
Misvattingen omtrent deze plaag hebben ervoor gezorgd dat mensen zich van geen gevaar bewust zijn, waardoor de plaag zich gemakkelijk kan uitbreiden. De gedachte bijvoorbeeld dat pornografie slechts een „grotestadskwaal” is, zou u en uw gezin kwetsbaar kunnen maken. Vandaag de dag grijpt ze ook in kleine steden en dorpen om zich heen. Ze is doorgedrongen tot in huizen, scholen, bibliotheken, gevangenissen en bedrijven.
Het is ook onjuist te denken dat slechts „vieze oude mannetjes” de producenten of tussenpersonen zouden zijn bij deze bedreiging voor uw gezin. Leiders van padvinders, juristen, acteurs, zakenlieden, geestelijken, kinderen zelfs die de tienerleeftijd nog niet eens hebben bereikt, zijn er naar verluidt bij betrokken geweest — degenen van wie u dat misschien allerminst zou vermoeden.
De dragers van deze fnuikende ziekte zijn vele: tijdschriften, boeken, films, tv-programma’s, videobanden en videospelletjes, muziek en reclame. Zelfs uw telefoonmaatschappij kan er een drager van zijn; sommige telefoonmaatschappijen tolereren een „pornolijn”! Pornobioscopen en pornografische videotheken en boekwinkels nemen sterk in aantal toe.
In een vakblad van deze smerige bedrijfstak werd eens gepocht: „In 1979 waren er . . . drie- tot viermaal zoveel pornoboekwinkels in de VS als McDonald’s-restaurants.” Wellicht had u niet verwacht dat deze plaag zo om zich heen had gegrepen. Maar dat toont alleen maar hoe heimelijk en onstuitbaar ze zich heeft verbreid.
Natuurlijk is pornografie niet slechts een 20ste-eeuwse plaag. Obscene voorstellingen blijken ook vroeger al te zijn gemaakt. Oude culturen kenden tempelprostitutie en aanbidding van fallussymbolen. Ten tijde van het Romeinse Rijk bestond er in het ontaarde Pompeji pornografische kunst. Porno is al heel oud.
Besmetting verbreiden om de winst
Het nieuwe van onze tijd is de manier waarop deze besmettelijke ziekte is uitgegroeid tot een grote winstgevende handel. Gebruik makend van moderne apparatuur leveren de pornoproducenten een enorme hoeveelheid materiaal en overspoelen de markt, zodat deze ziekte wereldwijd welhaast epidemische proporties heeft aangenomen. Dit blijkt uit de hier volgende schokkende cijfers:
CANADA — Het tijdschrift Chatelaine stelt de verkoop van pornografie op „ongeveer $6 miljard per jaar”. Een rapport in Pornography and Prostitution in Canada zegt dat zo’n „$500 miljoen per jaar” uit deze handel naar de georganiseerde misdaad gaat. Alleen al wat er jaarlijks aan pornografisch materiaal door de autoriteiten in beslag wordt genomen, vertegenwoordigt volgens de politiecommissaris van Ottawa een waarde van meer dan $20 miljoen.
VERENIGDE STATEN — Volgens een schatting van het Californische Ministerie van Justitie was pornografie in 1978 in die staat een bedrijfstak die goed was voor $4 miljard per jaar. Uit andere rapporten blijkt dat de winst van „tien grote ’naaktbladen’” $475 miljoen per jaar bedraagt en voor pornobioscopen $365 miljoen per jaar. Een pornoboekwinkel op Times Square in de stad New York kan op één dag wel $10.000 omzetten. Eén enkele „sekslijn” in dezelfde stad levert alleen al de telefoonmaatschappij dagelijks $35.000 op. Eén zo’n „dienstverlening”, die in meer dan een dozijn grote Amerikaanse staten opereert, is goed voor gemiddeld een half miljoen gesprekken per dag!
Wegens de clandestiene aard van een deel van het materiaal zijn nauwkeurige cijfers moeilijk te achterhalen. Maar één bron zegt dat de Amerikaanse verkoop van pornografie varieert „van $12 tot $50 miljard per jaar, videobanden niet inbegrepen”.
ANDERE LANDEN — In 1984 overspoelde de „florerende seksindustrie” in Japan de boekwinkels met „onverbloemd erotische tijdschriften voor tienermeisjes”. De overheid ging snel tot actie over om deze publikaties uit de winkels te verwijderen. De vele miljoenen dollars opleverende pornoindustrie in Zweden verkoopt „een half miljoen harde-pornoblaadjes” per maand. India, Maleisië en Bulgarije hebben de uitwerking van pornografische videobanden op hun jeugd gemerkt. En volgens een bericht van Associated Press heeft een golf van „vrij verkrijgbare” wellustige lectuur in China ertoe geleid dat daar in 1985 een regeringsverbod op pornografie werd uitgevaardigd.
Het is duidelijk dat deze plaag overal om u heen woedt. Wees ervan doordrongen dat ze bestaat in vormen die heel gemakkelijk uw huis kunnen binnendringen of waarmee men in aanraking kan komen in de winkel op de hoek.
Maar is het eigenlijk wel eerlijk om pornografie als een „plaag” te betitelen? Is de schadelijkheid ervan vastgesteld? Kunnen wij in alle eerlijkheid zeggen dat ze een werkelijke bedreiging vormt voor u en uw geliefden? Zou censuur of een strikt verbod geen beknotting vormen van het recht dat mensen bezitten om te lezen en te bekijken wat zij verkiezen?