Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/9 blz. 20-21
  • Het „recht om te sterven” — Wiens beslissing?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het „recht om te sterven” — Wiens beslissing?
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom het dilemma?
  • Wat de bijbel zegt
  • Wie beslist?
  • Troost bieden aan iemand die terminaal ziek is
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Ziekenhuizen — Als u patiënt bent
    Ontwaakt! 1991
  • De beste hulp is beschikbaar!
    Ontwaakt! 1991
  • Welke zorg voor de terminale patiënt?
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/9 blz. 20-21

De zienswijze van de bijbel

Het „recht om te sterven” — Wiens beslissing?

’LAAT me toch niet als een plant vegeteren!’ jammerde de 88-jarige Clara op haar ziekenhuisbed. Nadat driemaal in één week haar levensgeesten weer waren opgewekt, verlangde zij niets anders meer dan rustig te sterven. Zo gaat het met veel terminale patiënten; zij smeken te mogen sterven. Voor artsen en rechters is dit een punt van discussie — voor familieleden een pijnlijke keus. Maar wiens beslissing is het?

Waarom het dilemma?

Soms is er, volgens het boek Awareness of Dying, „een zinloos verlengen van leven binnen ziekenhuismuren door een op hol geslagen medische technologie”. Wanneer een naderende dood uitgesteld kan worden door buitengewone medische procedures, rijzen er vragen betreffende het recht om waardig te sterven. Mag een patiënt niet enige zeggenschap hebben in de manier waarop hij zal sterven — onder een martelende doodsstrijd of in alle rust? Zoals The New Encyclopædia Britannica uiteenzet: „Een in brede kringen besproken moreel dilemma wordt geboden door de patiënt die kunstmatig in leven gehouden wordt door een machine. De vraag kan dan rijzen of de machine afgezet dient te worden.” Een chirurg van een groot Amerikaans medisch centrum vraagt: „Is het afzetten van het beademingstoestel moord? Is er een moreel of ethisch verschil tussen het niet aanzetten van het beademingstoestel en het uitschakelen wanneer het eenmaal ingeschakeld is?”

Het dilemma wordt nog gecompliceerder doordat er geen eensluidende definitie is van termen zoals „levend” en „dood”, en geen zekerheid in uitgangspunten als „ongeneeslijk”, „terminaal” of „stervend”. Wat „buitengewoon” is, verschilt al naar gelang van plaats, tijd en specialistische kundigheden. En er kunnen conflicten rijzen tussen de belangen van patiënten, bloedverwanten en medisch personeel. Bovendien erkende dr. Oladapo Ashiru in 1982 in het verslag van een werkgroep „medische ethiek” van de medische faculteit van de Universiteit van Lagos (Nigeria) dat „de doodsgewaarwording moeilijk objectief te bestuderen is”.

Deze problemen vormen een uitdaging voor het geweten van artsen die zich verplicht voelen morele, ethische en religieuze overtuigingen in aanmerking te nemen. Dr. Ashiru concludeerde: „Iedere situatie opnieuw vereist een aanzienlijke hoeveelheid aandacht, respect, medisch onderscheidingsvermogen en zelfbeheersing alsook vastberadenheid.”

Wat de bijbel zegt

Het leven is een heilig geschenk van onze Schepper (Psalm 36:9). Het dient als een kostbaar bezit gekoesterd te worden. Uit eerbied voor Gods zienswijze met betrekking tot het leven, uit achting voor de wereldse wetgeving en om een goed geweten te behouden, zal een christen nooit opzettelijk iemands dood veroorzaken. — Exodus 20:13; Romeinen 13:1, 5.

Artsen erkennen dat „intensieve pogingen om het leven in stand te houden in werkelijkheid kunnen neerkomen op verlenging van het sterven in plaats van verlenging van het leven”. Dus wat staat iemand te doen wanneer de artsen zeggen dat hun inspanningen hoogstens neerkomen op het rekken van het stervensproces met behulp van mechanische apparatuur? Als de dood duidelijk ophanden of onafwendbaar is, eist de bijbel niet dat het stervensproces kunstmatig wordt verlengd. Door toe te laten dat de dood zich onder zulke omstandigheden voltrekt, zou men geen enkele wet van God schenden.

Een christen zal het nuttig vinden na te denken over de volgende bijbelse verslagen: Zowel Job als Hizkía leken ten dode opgeschreven, maar zij herstelden (Job 7:5, 6; 42:16; 2 Koningen 20:1-11). Concludeer derhalve niet te snel dat iemand stervende is. In het geval van Ben-Hadad was de afloop echter anders (2 Koningen 8:7-15). Sauls wapendrager weigerde gehoor te geven aan het verzoek van de koning hem te helpen ’waardig te sterven’, en David stelde een andere man terecht wegens bloedschuld omdat deze beweerde die ’genadedood’ voltrokken te hebben (1 Samuël 31:4; 2 Samuël 1:6-16). De bijbel keurt dus het verhaasten van de dood niet goed.

Deze voorbeelden illustreren de noodzaak van behoedzaamheid bij het behandelen van gevallen in deze tijd. Ieder geval heeft zijn eigen bijzonderheden en vereist een beslissing die onder gebed genomen dient te worden, met gepaste inachtneming van Gods zienswijze ten aanzien van de kostbaarheid van het leven. Hierin hebben wij een prachtig voorbeeld in Rebekka, die, toen zij bezorgd was voor haar leven, ’Jehovah ging raadplegen’. — Genesis 25:22.

Wie beslist?

Een veelgestelde vraag is: ’Om wiens leven gaat het eigenlijk?’ De beslissing ligt in de eerste plaats bij de patiënt omdat hij de beheerder is van het hem door zijn Schepper geschonken leven (Handelingen 17:28). Indien een patiënt echter handelingsonbekwaam wordt, kan een naaste bloedverwant of een gevolmachtigde in zijn plaats beslissen. In beide gevallen dient de plaatsvervanger de rechten van de patiënt en niet die van hemzelf te eerbiedigen en te verdedigen. Zo hebben ook in het geval van minderjarige kinderen de ouders de door God opgelegde plicht en het wettelijk recht voor hun kinderen te beslissen. — Psalm 127:3.

Anderzijds, zo stond in de Columbia Law Review te lezen, „wordt wijd en zijd erkend dat een rechtszaal niet het juiste forum is om inzake behandelingen een keuze te doen. . . . Rechtbanken zijn slecht toegerust om de rol van plaatsvervangend beslisser op zich te nemen.” En zou het, wat de medicus betreft, niet onethisch zijn als hij de patiënt zijn eigen religieuze overtuigingen opdrong? Hij dient te handelen binnen de voorschriften van de religie van de patiënt of zich terug te trekken indien zijn geloofsovertuigingen hem in ernstige gewetensnood brengen. Dikwijls is de groepsbenadering, waarbij arts, geestelijk verzorger en familie samenwerken met de patiënt, de beste manier om tot een beslissing te komen waarmee zijn belangen het best zijn gediend.

Hoe de beslissing ook mag uitvallen, christenen kunnen zich verlaten op de belofte van de Schepper dat er een tijd zal komen waarin niemand zal zeggen: „Ik ben ziek” (Jesaja 33:24). Voor de terminale patiënt is er Gods wonderbaarlijke belofte van een opstanding in een paradijs van gezondheid en leven onder Gods koninkrijk (Handelingen 24:15; Openbaring 21:1-4). De tijd is nabij dat Jehovah God door bemiddeling van Jezus Christus gehoorzame mensen het recht zal geven op leven, tot in eeuwigheid! — Johannes 3:36.

[Illustratie op blz. 21]

Wat wordt verlengd — het leven of het sterven?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen