Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/9 blz. 17-19
  • Maak kennis met dat gezelligheidsdier, de prairiehond

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Maak kennis met dat gezelligheidsdier, de prairiehond
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Prairiehonden
  • Ingenieuze tunnelbouwers
  • Zijn vijanden
  • Een plaag of een nuttige werker?
  • Zijn kinderen veilig bij uw hond?
    Ontwaakt! 1997
  • Honden — Altijd ’s mensen beste vriend?
    Ontwaakt! 1985
  • Zij houden honden voor bescherming
    Ontwaakt! 1974
  • Hoe u uw hond kunt trainen
    Ontwaakt! 2004
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/9 blz. 17-19

Maak kennis met dat gezelligheidsdier, de prairiehond

Door Ontwaakt!-correspondent in Canada

IN DE jaren ’30 zou u ze bij massa’s hebben gezien op de prairies in het westen van de Verenigde Staten. Als reactie op het scherpe, waarschuwende geblaf van een uitkijk die uw nadering had gesignaleerd, renden die kleine schepseltjes dan naar hun holen. Bij de ingang van hun onderaardse woningen gingen ze op hun achterpoten staan en waren het net kleine schildwachten. Soms verhieven ze zich zelfs op hun tenen alsof ze u nog beter wilden zien. Pas als u ze heel dicht genaderd was, doken ze snel de ingang in, waarna ze zo nu en dan de kop naar buiten staken om te zien of het signaal kon worden gegeven dat alles weer veilig was. Deze diertjes waren de prairiehonden.

Prairiehonden

Zestig jaar geleden krioelden de tafellanden van Canada en de Verenigde Staten van deze kleine knaagdieren, gewoonlijk aangeduid als grondeekhoorns. Boeren en veehouders prefereerden de naam prairiehond, een naam die in verband staat met het schrille geblaf dat het dier laat horen wanneer er gevaar dreigt. Dit kleine dier, dat niet echt een hond is, heeft men wel beschreven als „een plompe, overmaatse grondeekhoorn, met een kort borstelstaartje” dat hij opgewonden op en neer beweegt. Bij sommige soorten is dit staartje zwartgepunt, bij andere witgepunt.

De ruige vacht van de prairiehond heeft een grijze of roodachtige tint; zijn buik, keel en onderkant van de snuit verlopen van donkergeel naar wit. Kleine ronde oortjes zitten dicht tegen zijn kop aan. Oranje ooglenzen geven zijn ogen een ongewoon voorkomen maar dienen om ze te beschermen tegen de zon.

De kleine, 14 gram wegende jongen worden in het vroege voorjaar geboren en worden ongeveer zeven weken gezoogd in ondergrondse kraamkamers. De moeders leggen de jongen ’in de watten’ door het nest met prairiegras of ander zacht materiaal te bekleden. In één amusant geval enkele jaren geleden bleek telkens weer het toiletpapier uit het buitentoilet van een plattelandsschool ongewoon snel op te zijn. De daders liepen tegen de lamp toen men een lange strook toiletpapier in de ingang van het hol van een prairiehond zag verdwijnen. Stelt u zich eens voor wat een knus nest die jonge pups moeten hebben gehad!

Daar prairiehonden een enorme eetlust hebben, groeien ze snel. Qua gewicht zijn de jongen na 15 maanden praktisch niet te onderscheiden van hun ouders. Etenstijd is vroeg in de morgen en laat op de dag. Ze nemen ’s middags de tijd voor een siësta in hun hol, of brengen uren door met zonnebaden, het verzorgen van elkaars pels en gewoon van het leven genieten. Vol levensplezier zijn de kleintjes met hun dartele spelletjes bezig.

Naast hun scherpe blafgeluid produceren de prairiehonden een verscheidenheid aan stemgeluiden. Wanneer ze pijn hebben of geen uitweg zien uit een gevaarlijke situatie, stoten ze een hoge gil uit. Soms maken ze knappende geluiden door hun tanden tegen elkaar te slaan zoals de aan hen verwante eekhoorns. Een ruw, raspend geluid kan erop duiden dat hij klaar is om aan te vallen. En een wijfje kan een soort getjilp beginnen wanneer ze met haar mannetje ruziet. De ’prairiehondentaal’ zou beslist heel interessant zijn — als wij ze konden verstaan!

Hoewel de prairiehond geen echte winterslaap houdt, ligt hij in sommige streken een groot deel van de winter onder de grond te slapen. Dan leeft hij van de reservevoorraad vet die hij tijdens de zomer en herfst heeft opgeslagen. Daarom komt hij ’s winters slechts zo nu en dan boven de grond om te eten — en dan nog alleen als het goed weer is. Om water hoeft hij zich niet te bekommeren, want de prairiehond haalt al het vocht dat hij nodig heeft uit de grassen en ander voedsel.

Hoe goed komt het van pas dat de gezelligheidslievende prairiehond, met zijn voorkeur voor het drukke stadsleven, een natuurlijk talent bezit voor het ontwerpen van steden! Hechte gemeenschappen die familiegroepen worden genoemd, delen een stelsel van ondergrondse gangen en holen met elkaar. Een groot aantal familiegroepen leeft bij elkaar in „steden” die een oppervlakte van wel 65 hectare kunnen hebben. Eén daarvan in Texas (VS) werd een reuzenstad die een duizelingwekkende oppervlakte van 65.000 km2 besloeg en naar schatting 400 miljoen inwoners had! En stelt u zich eens voor — een eeuw geleden strekten deze ’prairiehondensteden’ zich uit van het zuiden van Alberta en Saskatchewan tot helemaal in Mexico!

De leden van de familiegroepen kunnen goed met elkaar opschieten, verzorgen elkaars vacht, begroeten elkaar met een „kus” en vertellen elkaar (zo lijkt het) de laatste roddelpraatjes; ze geven zelfs graankorrels van mond tot mond over. Maar van aangrenzende familiegroepen wordt verwacht dat ze strikte grensregels in acht nemen, vooral in de herfst en de winter. Dominante mannetjes houden de indringers dan staande. Wanneer het niet lukt een buitenstaander door beledigingen te ontmoedigen, kunnen krachtiger maatregelen nodig zijn. Het mannetje moet zich dan wellicht op zijn achterpoten oprichten en een luid „Jip!” laten horen. Soms zal hij, terwijl zijn partner hem met haar luide aanmoedigingen trouw bijstaat, de indringer zand in het gezicht schoppen. Op andere momenten wordt het echt vechten, waarbij ze worstelen en over de grond rollen. Sommigen beweren dat werkelijk kwaadaardige dieren zelfs „gelyncht” kunnen worden en vervolgens begraven door prairiehonden die ervoor schijnen te zorgen dat de wetten van de stad worden nageleefd. In het voorjaar en de zomer zijn de grenzen wat minder strak, waardoor opnieuw vriendelijk contact met buren mogelijk wordt.

Ingenieuze tunnelbouwers

De prairiehond wordt gerekend tot de beste dierlijke ingenieurs op het gebied van tunnelbouw. De verbazingwekkende ingang naar zijn hol is een bijna verticale koker met een lengte van zo’n 2,5 tot 5 meter. Sta daar eens bij stil! Zonder lieren, emmers of grondboren slaagt hij er op een of andere manier in grote hoeveelheden grond door zijn bijna verticale schacht omhoog te brengen! De wijze waarop hij dat doet, blijft voor natuuronderzoekers een raadsel. Met de uitgegraven aarde bouwt de prairiehond rondom de ingang van zijn woning een ongeveer 60 centimeter hoge wal. Gebruik makend van zijn platte neus om de aarde aan te stampen, maakt hij een solide heuvel die wat weg heeft van een vulkaankrater. Deze omwalling dient niet alleen als uitkijkpost, maar zorgt er ook voor dat zijn hol droog blijft.

Aan de voet van de schacht bevinden zich de horizontale ’metrotunnels’ van de prairiehonden, zo’n 12 meter lang, met aan weerszijden zijtunnels en kamers. Geleidelijk loopt de tunnel weer omhoog tot een doodlopend uiteinde dat dicht genoeg onder de oppervlakte ligt om in tijd van gevaar als ontsnappingsluik te worden gebruikt. Zou er een overstroming plaatsvinden, dan trekt de prairiehond zich terug in het verste eind van de tunnel. Het binnenstromende water duwt de lucht voor zich uit en veroorzaakt zo een luchtzak waar hij veilig kan wachten totdat het water zakt. Zo is hij elke schooljongen te slim af die hem met een enkele emmer water denkt te kunnen verdrinken.

Zijn vijanden

Eens bezagen veel roofdieren dit enigszins plompe knaagdier als een lekker hapje. Dat waren onder andere coyotes of prairiewolven, lynxen, wezels, dassen, slangen, arenden en haviken. De dodelijkste vijand was de zwartvoetbunzing, daar die zonder moeite de holen kon binnendringen.

Zo lang deze vijanden het natuurlijk evenwicht in stand hielden, paste de prairiehond heel goed in de ecologie van de prairies. Maar met de komst van de blanken begon er een afslachting op grote schaal van de vijanden van de knaagdieren. Het gevolg? Een bevolkingsexplosie onder deze kleine „honden”. Ze werden een „plaag”. Ze verwoestten met hun grote vraatzucht toch immers de weidegronden? Daarbij waren hun slimme ontsnappingsluiken verborgen vallen waarin rennend vee de poten kon breken. De beslissing was gevallen. De prairiehond moest uitgeroeid!

De mens werd nu de gevaarlijkste vijand van de prairiehond en de verdelgingscampagne heeft meer dan een eeuw geduurd. Aangezien er premies werden betaald voor de staarten, trachtten zelfs schooljongens de dieren te verdrinken, er vallen voor te zetten en ze te strikken. Met strychnine en cyaankali vergiftigd graan werd in hun holen gestrooid. Zelfs kaliber .22 geweren werden aan het arsenaal toegevoegd. Tegen 1957 was in het gehele westelijke deel van Noord-Amerika het gebied waarin de prairiehondensteden voorkwamen, geslonken tot slechts 23.000 hectare.

Een plaag of een nuttige werker?

Onlangs is de zaak tegen de prairiehond opnieuw in ogenschouw genomen, en nu wordt erkend dat het diertje in veel opzichten vals beschuldigd is. De weidegronden zijn voornamelijk uitgeput door overbegrazing door het vee, terwijl onkruid zoals loogkruid, duizendknoop (varkensgras) en ’locoweed’ — ongeschikt en soms giftig voor vee — het favoriete kostje van de prairiehond waren! Zelfs de verwoestende aardrups en sprinkhanen bleken op zijn menu te staan. Daarom wordt nu toegegeven dat zijn voedingsgedrag in feite het herstel van de verslechterde weidegronden bevorderde. Zijn graaf- en ploegwerk geeft de bodem lucht en zorgt voor een goede afwatering. Als de prairiehond zich door het ingrijpen van de mens niet teugelloos had voortgeplant, zou hij ongetwijfeld nooit gebrandmerkt zijn als een plaag.

Tegenwoordig zijn er nog maar een paar geïsoleerde kolonies van prairiehonden over. Misschien hebt u prairiehonden gezien in beschermde gebieden of in een dierentuin. Deze dieren zullen u beslist boeien en u amuseren met hun vele levendige capriolen. Hopelijk zal de groeiende kennis over de instinctieve wijsheid van dit fascinerende schepseltje, zijn unieke maatschappijorde, zijn levenslust en de plaats die hij in de ecologie van de aarde inneemt, ons helpen om niet te snel van dieren te zeggen dat ze het niet waard zijn om te leven. Mogen wij in plaats daarvan in hen een weerspiegeling zien van een veel grotere wijsheid die ons aller welzijn op het oog heeft.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen