Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/6 blz. 22-23
  • Hebt u al eerder geleefd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hebt u al eerder geleefd?
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hebt u in het geestenrijk bestaan?
  • In menselijke gedaante, maar geen mensen
  • Gods doel met het scheppen van de ziel
  • Wat is uw ziel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Hebt u een onsterfelijke ziel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • De ziel
    Ontwaakt! 2015
  • Leven na de dood — Wat zegt de bijbel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/6 blz. 22-23

De zienswijze van de bijbel

Hebt u al eerder geleefd?

„IK KAN mij vele van mijn vorige levens herinneren — soms was ik een man, in andere levens een vrouw.” Actrice Shirley MacLaine verklaart in haar best-seller Out on a Limb hoe zij tot die conclusie gekomen is. Aanvankelijk was zij „verbaasd toen zij niet alleen ontdekte dat reïncarnatie een essentieel onderdeel van de meeste oosterse godsdiensten was . . . maar ook dat massa’s bekende denkers uit het westen deze zienswijze deelden”.

Ja, meer mensen dan u misschien zou denken — onder wie honderden miljoenen boeddhisten en hindoes — geloven dat zij eerder geleefd hebben. Zij geloven dat iets in hen — velen noemen het de ziel — de dood overleeft en wedergeboren wordt tot een of meer opeenvolgende levens. Dit „iets” keert terug in menselijke, of volgens sommigen in dierlijke of zelfs plantaardige gedaante. De meesten van hen zijn het erover eens dat het doel hiervan is de ziel geleidelijk te louteren of de persoon tot uiteindelijke volmaaktheid te brengen.

Toegegeven, het idee dat men eerder geleefd heeft en misschien opnieuw zal leven, kan fascinerend en zelfs vertroostend zijn. Maar berust het op waarheid?

Hebt u in het geestenrijk bestaan?

„Ja”, zegt de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen, waarvan de leden gewoonlijk mormonen worden genoemd. Wijlen James E. Talmage, een apostel van die kerk, schreef over de „vele schriftuurlijke bewijzen dat de geesten van de mensheid al bestonden voordat zij hun proeftijd op aarde kregen — een toestand waarin deze intelligenties leefden en hun vrije wil uitoefenden voordat zij een lichamelijke tabernakel aannamen”.

Het is waar dat Jezus, de Zoon van God, in de hemel bestond voordat hij op aarde leefde (Johannes 6:38, 62). Hierdoor kwam Talmage er juist toe te schrijven dat „het logisch is daaruit af te leiden dat, als Zijn aardse geboorte de vereniging was van een eerder bestaande of vóór-sterfelijke ziel met een sterfelijk lichaam, het met de geboorte van elk lid van het mensdom evenzo gesteld is”.

Gedurende zijn hemelse bestaan was Jezus zijn Vader altijd gehoorzaam geweest. Zijn verblijf op aarde had derhalve niet ten doel hem te onderwerpen aan een „proeftijd op aarde”, alsof hij een zondaar was. Integendeel, hij was een volmaakt, zondeloos mens, in staat zondaars los te kopen, in staat „zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen” (Matthéüs 20:28). Jezus is dus enig in zijn soort, de ’ene middelaar tussen God en de mensen’ (1 Timótheüs 2:5, 6). Zijn diensttoewijzing op aarde was tijdelijk. Nadat hij die voltooid had, kon hij naar zijn eigenlijke tehuis, de hemel, terugkeren.

Maar kunnen wij, gezien deze feiten, van de hemel zeggen dat daar ons tehuis is, net zoals hij dat kon zeggen?

In menselijke gedaante, maar geen mensen

In het verleden hebben onzichtbare geestenschepselen zich op bevel van God gematerialiseerd in zichtbare menselijke lichamen (Genesis 19:1; Lukas 1:26-28). Maar in de dagen van Noach deden sommigen van hen dit op eigen initiatief. Waarom? Met het zelfzuchtige doel seksuele betrekkingen met vrouwen te hebben (Genesis 6:2). Aangezien dit niet Gods regeling voor engelen was, was dit van hun kant een daad van ongehoorzaamheid. De bijbel noemt hen „engelen die hun oorspronkelijke positie niet hebben behouden maar hun eigen juiste woonplaats hebben verlaten” (Judas 6). Het is dus duidelijk dat de hemel de „juiste woonplaats” voor engelen is, evenals de aarde dat is voor mensen. — Vergelijk Psalm 115:16; 1 Korinthiërs 15:39, 40.

Jezus is werkelijk „vlees geworden” toen hij naar de aarde kwam (Johannes 1:14). Dat was met deze engelen niet het geval. Zij materialiseerden zich eenvoudig in menselijke lichamen, die zij weer aflegden toen de Vloed kwam en zij naar het geestenrijk terugkeerden. God heeft hen echter wegens hun opstandigheid opgesloten in „afgronden van dikke duisternis . . . om voor het oordeel bewaard te worden”. Zij konden zich niet meer in vleselijke lichamen materialiseren om op aarde te leven. — 2 Petrus 2:4.

De voorbeelden van Jezus en de gematerialiseerde engelen mogen dus niet gebruikt worden als een bewijs dat mensen in het geestenrijk hebben bestaan „voordat zij hun proeftijd op aarde kregen”, zoals de mormonen leren. Maar is daarmee ook aangetoond dat men niet eerder als mens hier op aarde heeft geleefd?

Gods doel met het scheppen van de ziel

In feite is de sleutelfactor voor de vaststelling of de mens al dan niet eerder heeft geleefd — hetzij in het geestenrijk of op aarde — het antwoord op de vraag of hij al dan niet een onsterfelijke ziel heeft. Genesis 2:7 beschrijft de schepping van de eerste menselijke ziel als volgt: „En Jehovah God ging ertoe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en in zijn neusgaten de levensadem te blazen, en de mens werd een levende ziel.”

Merk op dat de ziel niet wordt beschreven als iets dat onderscheiden is en los staat van het levenloze lichaam. Het is zelfs zo dat pas nadat God het levenloze lichaam door middel van „de levensadem” van energie had voorzien, waardoor het ging ademen, de ziel Adam tot leven kwam. Wanneer de ademhaling ophoudt en de levenskracht niet meer functioneert, wordt het lichaam weer levenloos. De mens „keert terug naar zijn grond; waarlijk, op die dag vergaan zijn gedachten” (Psalm 146:4). Hij moet wachten op de dag van de opstanding om weer te kunnen leven (Johannes 5:28, 29). Intussen kan er, in deze toestand van dood-zijn, „geen werk noch overleg noch kennis noch wijsheid” zijn (Prediker 9:5, 10). Eenvoudig gezegd: de ziel is dood.

Tientallen bijbelteksten tonen aan dat de ziel vernietigd kan worden, waarmee de onsterfelijkheid van de menselijke ziel duidelijk weerlegd is (Ezechiël 18:4, 20; Psalm 22:29; Handelingen 3:23; Openbaring 16:3). Wanneer de ziel dood is, wat blijft er dan nog over dat in een ander lichaam zou kunnen overgaan en opnieuw leven? Bovendien, waarom zou het zelfs nodig zijn dat er iets overgaat? Toen God menselijke zielen schiep, noemde hij hen „zeer goed”. Dit kon hij doen omdat zij volmaakt geschapen waren, bestemd om eeuwig op de aarde te leven (Genesis 1:31). Zij waren zielen die geen loutering nodig hadden; zij waren reeds moreel zuiver. Ook waren zij geen zielen die moesten sterven om wederom te kunnen leven. Hun vooruitzicht was eeuwig leven binnen het raamwerk van hun oorspronkelijke bestaan.

Het bijbelse antwoord op de vraag of u al eerder hebt geleefd — hetzij in het geestenrijk of op de aarde — laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Even duidelijk is de gelegenheid die God u aanbiedt om op een dag voor eeuwig op een paradijsaarde te wonen. Zou u daar meer over willen weten?

[Inzet op blz. 23]

Er zijn zo’n honderd schriftplaatsen die aantonen dat de ziel van de mens sterfelijk, vernietigbaar is; kunt u er één vinden die zegt dat de ziel onsterfelijk is?

[Illustraties op blz. 22]

Bent u al deze mensen geweest?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen