Jonge mensen vragen . . .
Spieken — Waarom niet?
„IK BEREID mij voor op de werkelijke wereld. De zakenwereld is niet zo ethisch, die maakt zich niet druk over goed en kwaad. Een beetje bedrog . . . is gewoon een goede training. Dan kan ik mij beter handhaven wanneer ik van school kom.” Zo rechtvaardigde een jongere genaamd Jeremy het feit dat hij een scriptie had ingeleverd die door iemand anders was geschreven.
Ook de vijftienjarige Karen had haar redenen voor oneerlijkheid, in haar geval spieken: „’O, maar het is alleen deze ene keer’, of ’Iedereen doet het, waarom ik niet?’” Karen had zich niet voldoende voorbereid op haar examen. Maar haar oneerlijkheid mocht niet baten, want zij werd door haar leraar betrapt.
Stiekem afkijken van het werk van een buurman, een opengeslagen boek op schoot, of zelfs het gebruik van de meest geavanceerde technische slimmigheden — de vindingrijkheid van degenen die spieken, is oneindig gevarieerd. Welke methoden ook worden gebruikt, er zijn velen zoals Karen en Jeremy. Uit enquêtes in de Verenigde Staten blijkt bijvoorbeeld dat meer dan de helft van alle leerlingen gedurende hun schooltijd spiekt, of heeft gespiekt. Maar spieken vormt bijna overal een probleem, en waarschijnlijk heb ook jij ermee te maken als jij een schoolgaande tiener bent. Maar waarom is spieken zo algemeen? Zelfs al is het een manier om op school hogere cijfers te halen, is het dan werkelijk lonend?
Waarom spieken zij?
In een poging deze praktijken goed te praten, beweren sommige leerlingen dat de school hen verveelt en dat zij hun tijd liever besteden aan dingen waarvoor zij zich werkelijk interesseren in plaats van te studeren. Anderen zeggen dat zij bijna gedwongen worden om te spieken. Een vijftienjarige jongere legt uit: „Elke leraar denkt dat [hij] de enige [is] die huiswerk en proefwerken opgeeft . . . Maar zoals het nu gaat, is het menselijkerwijs onmogelijk om alle proefwerken te leren.”
Maar niet iedereen vindt dat hij zich moet verontschuldigen, zoals blijkt uit een enquête in Senegal. Veel van de geënquêteerde jongeren gaven toe dat een van de voornaamste redenen voor spieken doodgewoon luiheid was. Enkelen van hen gaven toe dat zij niet spiekten wanneer zij hun lessen hadden geleerd. Als de kwestie werkelijk zo ligt, zou iedereen die in de verleiding komt te spieken de volgende waarschuwing in het bijbelboek Spreuken moeten overdenken: „Wie met lakse hand werkt, zal over weinig middelen beschikken.” — Spreuken 10:4.
„Succes is een van de redenen waarom mensen oneerlijk zijn.” Met deze woorden roert de Journal of Business Education een ander aspect aan dat vaak door leerlingen wordt genoemd. De zeventienjarige Alison beschrijft bijvoorbeeld waaraan zij en haar vrienden het hoofd moeten bieden: „Jaren geleden waren goede cijfers wenselijk. Tegenwoordig zijn ze onontbeerlijk als leerlingen ingeschreven willen worden op de universiteit.” Zij vervolgt: „Spieken is aanvaardbaarder geworden nu leerlingen het hoofd proberen te bieden aan de stress in verband met een hogere opleiding.”
Jonge mensen zijn door deze vormen van druk beïnvloed, zoals blijkt uit een enquête onder 160.000 jonge Amerikanen. Zestig procent van hen zei dat zij studeerden om proefwerken te kunnen maken, terwijl slechts veertig procent het deed om er werkelijk iets van op te steken. Randy Herbertson, voorzitter van de studentenvereniging aan de Universiteit van Colorado, beweert daarom dat „moordende concurrentie” studenten aanzet tot „wanhoopsdaden”, zoals allerlei vormen van oneerlijkheid.
De beste manier?
Toegegeven, de druk om goede cijfers te halen kan groot zijn. ’Als spieken mij helpt te slagen,’ zo zou je kunnen redeneren, ’waarom zou ik het dan laten?’ Om verschillende redenen. Eén reden is het daaraan verbonden risico. Ja, het kan verstrekkende gevolgen hebben wanneer het feit dat een leerling heeft gespiekt, blijvende schade toebrengt aan zijn reputatie. Zoals het hoofd van een rechterlijke campusraad verklaart: „Elke student die in zijn academische studie een oneerlijkheid begaat, loopt een ernstig risico zijn verdere kansen op onderwijs en werkgelegenheid te schaden.” Dit overkwam Linda. Zij legt uit: „Ik werd op plagiaat betrapt in de lente van mijn eerste studiejaar, en ik kreeg het gewoon niet voor elkaar om mijn docent Engels dat te laten vergeten.” Het draaide erop uit dat het haar niet lukte ingeschreven te worden op een andere school die zij graag had willen bezoeken.
Maar zelfs als je niet wordt betrapt of wanneer het gevaar voor straf minimaal is, heeft oneerlijkheid nog andere gevolgen op de lange termijn. Een ander jong meisje bijvoorbeeld spiekte met wiskunde. Hielp het haar? Zij zegt: „Toch zakte ik voor het tentamen. Ik heb er niets van opgestoken.” Misschien heeft dat haar ogen geopend. Maar zou zij er wel wijzer van zijn geworden als haar bedrog was gelukt? Nee, degene die spiekt is op zijn minst in één opzicht de verliezer: hij vergooit de gelegenheid die hij heeft om op school iets op te steken. Een ieder die op deze manier handelt, loopt groot gevaar om later in het leven ernstige problemen te krijgen. Als hij op oneerlijke wijze aan zijn diploma is gekomen, wat zal hij dan doen als zijn bekwaamheden op de proef worden gesteld?
Bovendien vergeet degene die spiekt dat de jaren die iemand op school doorbrengt niet alleen kunnen dienen om zijn intellectuele vermogens te vergroten, maar ook voor het aankweken van goede eigenschappen. Het boek Teenagers Themselves noemt één reden waarom jongeren deze kant van de zaak soms vergeten: „Tieners . . . zijn in de grond der zaak korte-termijndenkers. . . . De adolescent zal in zijn geest graag toekomstige karaktereigenschappen verruilen voor een onmiddellijke ontsnapping aan straf.”
Misschien is dit niet met jou het geval, maar gaat het niet op voor degene die spiekt? Zou het niet beter zijn als hij gedurende de schooltijd leert aan problemen het hoofd te bieden? Het boek Spreuken is zeer recht op de man af wanneer daarin staat: „De plannen van de vlijtige leiden waarlijk tot voordeel, maar ieder die haastig is, stuurt waarlijk aan op gebrek.” — Spreuken 21:5.
Volgens de bijbel brengt eerlijk gedrag behalve een goede persoonlijkheid nog andere voordelen. Zo wint men bijvoorbeeld een goed geweten, vrede des geestes, en vooral de mogelijkheid om in een goede verhouding te staan met de Schepper van het universum. Hij is de God der waarheid, en hij staat erop dat degenen die hem aanbidden deze zelfde hoedanigheid ontwikkelen. — Psalm 31:5; Johannes 4:24.
Spieken — of stelen?
Spieken is ook onrechtvaardig tegenover degenen die niet spieken. De tiener Kelly legt uit: „Anderen hebben misschien hun uiterste best gedaan en de voor het proefwerk opgedragen stof uit het hoofd geleerd in plaats van het uitgeschreven voor zich op hun lessenaar te hebben liggen.” Hoe denken degenen die niet spieken over anderen die het wel doen? Mevrouw Lesser, een lerares Engels in een school in New York (VS), antwoordt: „Degenen die hoge cijfers halen, hebben er een hekel aan wanneer anderen hen op oneerlijke wijze voorbijstreven.” Ja, wat zou jij ervan vinden als jij na al jouw harde werk zou zien dat iemand door te spieken een beter cijfer haalde of dat aan hem de voorrang zou worden verleend voor een baan?
Is het bovendien ook niet zo dat je gerespecteerd wilt worden? Maar zullen jouw vrienden jou respecteren als zij erachter komen dat je oneerlijk bent geweest en dat zij daardoor misschien benadeeld zijn? Hoogstwaarschijnlijk zul je nog maar moeilijk hun respect kunnen terugwinnen. Zou dit mogelijke verlies niet overwogen moeten worden voordat je besluit te spieken?
Maak jezelf dus niet wijs dat spieken iets onschuldigs is. Want als jij oneerlijk kunt zijn, kunnen anderen dat ook. Stel je eens voor dat je op een dag trouwt en kinderen krijgt. Een van de kinderen wordt ziek, en je brengt hem naar de dokter. Hoe zou jij je nu voelen als je erachter kwam dat de arts onvoldoende bekwaam was — dat hij op een oneerlijke manier zijn diploma had gehaald? Zou je de dokter een verwijt kunnen maken voor iets wat je zelf ook hebt gedaan?
Stelen betekent dat je iets neemt wat niet van jou is. Spieken is dus een vorm van diefstal, aangezien de oneerlijke persoon een cijfer of een diploma behaalt dat hij niet verdient, of zelfs een baan krijgt die naar iemand anders had moeten gaan. Daarom slaat de bijbelse raad aan dieven evenzeer op degenen die spieken: „Wie steelt [of wie spiekt], stele niet meer, maar laat hij liever hard werken, door met zijn handen goed werk te doen.” — Efeziërs 4:28.
Degene die hard werkt voor zijn studie, smaakt de voldoening dat hij zijn cijfers werkelijk verdient. Zelfs als hij in zijn latere leven niet elk detail gebruikt van wat hij op school heeft geleerd, verlaat zo iemand de school met kennis of vaardigheden die hij de rest van zijn leven goed kan gebruiken. Bovendien heeft zijn geest zich verruimd, en heeft hij een goede training gehad in het ontwikkelen van karaktervastheid.
En degene die spiekt? Die komt er spoedig achter dat hij in werkelijkheid zichzelf het meest bedrogen heeft.
[Illustratie op blz. 11]
Degene die spiekt, schaadt zowel zichzelf als anderen