Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/5 blz. 18-20
  • Kleine Sammy stierf aan AIDS!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kleine Sammy stierf aan AIDS!
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Hij heeft AIDS”
  • Besmetting door terloops contact?
  • Het andere kind
  • Het gevaar neemt toe
  • Wie lopen gevaar?
    Ontwaakt! 1986
  • Het helpen van mensen met aids
    Ontwaakt! 1994
  • AIDS — Wat ouders en kinderen moeten weten
    Ontwaakt! 1991
  • Is het het risico waard?
    Ontwaakt! 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/5 blz. 18-20

Kleine Sammy stierf aan AIDS!

DE OUDERS van de kleine Sammy Kushnick, Jerrold en Helen, hadden er geen idee van dat het AIDS was waaraan hun zoontje stierf. Hoe was het mogelijk dat een met liefdevolle zorg omringd kind van drie jaar in dit joodse gezin deze angstaanjagende ziekte had opgelopen?

Een specialist vertelde hun: „Hij heeft het van een bloedtransfusie gekregen.”

De Kushnicks zeiden: „Wij wisten helemaal niet dat hij een transfusie had gekregen.” Buiten hun medeweten had hun pasgeboren zoontje voordat hij het ziekenhuis verliet, twintig transfusies ontvangen van dertien verschillende donors. De transfusies varieerden, zo vertelde Jerry Kushnick later aan Ontwaakt!, „van 5 cc tot 17 cc — van minder dan een theelepeltje tot ongeveer een eetlepel vol”. Minstens één van die porties — tegenover de donor ervan misschien wel een „geschenk ten leven” genoemd — bleek in werkelijkheid een dodelijk geschenk.

Sam en zijn tweelingzusje Sara waren, op 19 augustus 1980, zeven weken te vroeg geboren. Beiden hadden ademhalingsmoeilijkheden en nog wat andere problemen die gewoon zijn voor te vroeg geboren baby’s, maar zij waren deze te boven gekomen. De opgeluchte ouders namen Sara na zes weken mee naar huis, en Sam kregen zij met zeven weken mee. Hun vader zei: „Wij dachten dat wij twee gezonde kinderen mee naar huis namen; wij waren erg opgewonden hen beiden te hebben. Ze groeiden als kool.”

Sammy’s moeder zei: „Sam groeide niet zo snel als Sara, maar men vertelde ons dat jongens zich niet zo snel ontwikkelen als meisjes.”

Toen begonnen zich andere problemen te ontwikkelen. Tegen het eind van 1982 liep Sam een verkoudheid op die niet wilde overgaan. In februari kreeg hij een oorontsteking en werd er een antibioticakuur voorgeschreven. Hij kreeg diarree, maar de arts dacht dat dit een bijwerking was van de antibiotica.

De Kushnicks stonden erop dat hij werd onderzocht, maar de artsen constateerden alleen een lichte bloedarmoede en een hoog gammaglobulinen-niveau. De kinderarts zei dat dit betekende dat Sams lichaam een zeer sterk natuurlijk afweersysteem had. Later vernamen zij dat dit juist een teken was dat er iets ernstig mis was met zijn immuunstelsel.

Later kreeg Sam spruw — Candida — een witte plek in de mond. Hij kreeg een andere infectie, daarna koorts die niet meer verdween. Zijn moeder zei: „Hij verloor gewoon elke interesse — hij was letterlijk uitgeput.” Toen werden op een zondag zijn lippen blauw. Zij zei: „Ik bracht hem naar het ziekenhuis. Zij namen hem bloed af; het was paars van het zuurstofgebrek.”

„Hij heeft AIDS”

De uitslag van het laboratorium bracht slecht nieuws. Sam had een zeldzame vorm van longontsteking, die bekendstaat als Pneumocystis carinii. Jerry vertelt dat de dokter uitlegde: „Als wij zeggen Pneumocystis carinii, bedoelen wij AIDS.” Stelt u zich de schok eens voor! Helen herinnert zich dat de dokter zei dat „er geen enkele kans bestond dat hij in leven zou blijven — het was slechts de vraag hoe lang hij zou blijven leven, maar herstel was niet mogelijk.” De kleine Sammy Kushnick stierf binnen drie weken.

Zijn vader zei: „Er waren heel veel artsen die zich Sammy’s geval hebben aangetrokken.” Eén daarvan was Dr. Arthur Ammann, een vooraanstaande autoriteit op het gebied van transfusie-AIDS, die de Kushnicks de dag voordat Sam stierf uit San Francisco lieten overkomen. Dr. Ammann had in 1982 een rapport uitgebracht over een geval van een twintig maanden oud slachtoffertje van transfusie-AIDS.a Helen herinnert zich dat hij over Sam zei: „Hij heeft AIDS en hij heeft het opgelopen door een bloedtransfusie. Op grond van de ziekenhuisgegevens van kort na zijn geboorte kan ik u zeggen dat het waarschijnlijk een van deze vijf donors is — zij zijn degenen naar wie ze eerst moeten kijken.”

Sams vader vertelde Ontwaakt! dat de artsen „niet op de overlijdensakte wilden vermelden dat AIDS de doodsoorzaak was”, maar het ten slotte toch deden. Helen voegde eraan toe: „De mensen van het ziekenhuis en de bloedbank werkten ons tegen en bleven ons zeggen dat Sam onmogelijk AIDS had kunnen krijgen van een bloedtransfusie. Toen kwamen wij erachter dat Sam de vierde baby was die in een periode van acht maanden in Los Angeles was gestorven aan wat kinderartsen het ’Syndroom van een verworven verhoogde vatbaarheid’ — kinder-AIDS noemen.”

De Kushnicks zijn ervan overtuigd dat er veel meer gevallen zijn van door bloedtransfusie overgebrachte AIDS onder kinderen dan de geregistreerde gegevens laten zien.

Besmetting door terloops contact?

Helen zei: „Ik hoop dat iedereen kalmeert zodat zij begrijpen dat het een virus is, dat het door seksueel contact en door bloedtransfusie wordt overgedragen, maar dat als er een besmetting bestond via speeksel of enig ander terloops contact, wij allen dood zouden zijn geweest.” De Kushnicks hebben niet geweten dat Sam AIDS had — zij hadden derhalve geen speciale voorzorgsmaatregelen genomen.

Wat bleek echter later uit de AIDS-test? Helen antwoordde: „De uitslag was in elk opzicht negatief bij ons. Wij hebben geen antilichamen — wat betekent dat wij zelfs niet aan het virus blootgesteld zijn geweest. Bij Sara was de uitslag ook in alle opzichten negatief.”

Aangezien het geval van de Kushnicks alom bekendheid heeft gekregen, hebben zij van andere gezinnen gehoord die evenmin wisten dat hun kind AIDS had en al evenmin extra voorzorgsmaatregelen hadden genomen. Ook bij de leden van al deze gezinnen was de uitslag van de tests negatief. Helen zei: „Men weet nu dat het virus niet erg lang buiten het lichaam kan leven, en alles wijst erop dat het niet door terloops contact kan worden overgebracht.”

Zij haalde een exemplaar van de uitgave van 30 augustus 1985 van MMWR te voorschijn, waarin staat: „Behalve de seksuele partners van met . . . [AIDS-virus] besmette patiënten en kinderen die aan besmette moeders worden geboren, is van geen enkel gezinslid van de meer dan 12.000 bij de CDC aangemelde AIDS-patiënten bericht dat zij AIDS hadden.”

Jerry denkt dat de werkelijke zorg van de gezinnen van AIDS-slachtoffers erin bestaat dat zij het slachtoffer wellicht zijn of haar laatste ziekte zullen geven — de ziekte die het door AIDS verzwakte immuunstelsel niet langer kan bestrijden. Een gezinslid dat een badkuip gebruikt, „moet die eerst met bleekmiddel reinigen voordat het AIDS-slachtoffer in het bad kan gaan”. Als u een kuchje of de griep hebt, vraagt u zich bezorgd af of u letterlijk de veroorzaker van de dood zult worden doordat u deze ziekte aan hem overdraagt.

Het andere kind

Toen de mensen op Sara’s kleuterschool hoorden dat Sam AIDS had, raakten sommigen van hen in paniek. Jerry zei: „Zelfs nadat zij van artsen en van een vertegenwoordiger van de Provinciale Gezondheidsdienst van Los Angeles te horen hadden gekregen dat Sara was getest en gezond was bevonden, en onmogelijk een drager kon zijn, weigerden zij nog altijd haar weer op school toe te laten.”

De Kushnicks deden Sara op een andere kleuterschool, een van hun eigen synagoge, waar, zoals zij vertellen, de weinige ouders die bezwaren hadden, te horen kregen: „Sara blijft. Als u uw kind van school haalt, nemen wij het volgende kind op onze wachtlijst. Sara is gezond. Wij zijn niet van plan haar van school te sturen.”

De Kushnicks denken dat er spoedig duizenden soortgelijke gevallen zullen zijn van de kinderen die verwanten met AIDS hebben. Helen vroeg: „Wat moeten wij doen? Hun allemaal privé-les gaan geven?”

Het gevaar neemt toe

Symptomen van AIDS kunnen er vijf jaar over doen eer ze zich openbaren, en niemand weet dus hoeveel mensen er met deze ziekte rondlopen. Jerry maakt zich er zorgen over dat aan drugs verslaafde prostituées de ziekte zullen overdragen op mannen die ze op hun beurt naar huis en hun vrouwen zullen meenemen, en dat die de ziekte ten slotte via een zwangerschap op hun kind kunnen overdragen. Hij vindt dat mensen bewust gemaakt moeten worden van de gevaren die kunnen ontstaan wanneer zij meerdere seksuele partners hebben.

Jerry Kushnick is een advocaat in de theaterwereld. Zijn vrouw is een theaterimpressario. Tot hun klanten behoren grote Amerikaanse televisieproducers, schrijvers en komieken. Hij vertelde Ontwaakt!: „Sinds de dood van onze zoon zal er in een deel van ons leven altijd een gevoel van leegte zijn. Mijn gevoel voor waarden is drastisch veranderd. Ik heb niet langer behoefte aan materiële dingen. Ik voel weinig behoefte om nieuwe dingen te kopen sinds onze zoon dood is. Ik zou beslist alles wat wij hebben ervoor willen geven als wij daardoor Sam zouden kunnen terugbrengen!”

De Kushnicks zeggen dat zij er ernstig over hebben nagedacht of zij met hun verhaal in de openbaarheid moesten treden. Niet alle ouders in hun omstandigheden hebben het bekend willen laten worden dat hun kind AIDS had, en wat de jonge Sara moest doormaken verklaart waarom. Helen zei: „Wij spraken erover en kwamen tot de slotsom dat als wij het niet zouden doen, wij medeplichtig zouden zijn aan moord. Wij vonden dat wij andere ouders bewust moesten maken van de problemen die kunnen worden veroorzaakt door bloedtransfusie.”

Zij zijn van mening dat de bloedbanken zeer commerciële instellingen zijn geworden, waarvan het beleid grotendeels door de bloedbankindustrie zelf wordt bepaald. Helen verklaarde tevens: „Wij wilden de mensen laten weten dat angst geen geneesmiddel voor deze ziekte is. Het oprichten van een fonds voor research om een geneesmiddel te vinden, is wat moet worden gedaan.”

De Kushnicks zijn verschenen in landelijke televisieprogramma’s in de Verenigde Staten, Australië en Engeland. Hun verhaal is verteld in kranten en tijdschriften over de hele wereld, waaronder de Los Angeles Times, The Washington Post, The Wall Street Journal en het tijdschrift People. Zij geloven dat zij veel levens hebben gered door de aandacht van de mensen te vestigen op de rol die bloed kan spelen in het overbrengen van AIDS.

[Voetnoten]

a Over dit geval werd verslag gedaan in MMWR (Morbidity and Mortality Weekly Report), een weekrapport van de Amerikaanse Centra voor Ziektebestrijding (CDC), van 10 december 1982. In Dr. Ammanns rapport over die zaak, gepubliceerd in het Britse medische tijdschrift The Lancet van 30 april 1983, stond: „Een verontrustende opmerking in dit rapport is, dat de donor van de bloedplaatjes gezond was [toen hij het bloed gaf] en pas zeven maanden na de bloedafgifte AIDS kreeg . . . De patiënt stierf op de leeftijd van twee jaar aan Pneumocystis carinii longontsteking.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen