Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/2 blz. 4-8
  • Oorlog — waarom?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Oorlog — waarom?
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zit oorlog ons in de genen?
  • De rol van propaganda
  • Wie nemen de beslissingen?
  • Welke invloed heeft religie op oorlog?
  • Nationalisme — het verdeeldheid zaaiend „heilig egoïsme”
  • De verborgen oorzaak van oorlog
  • „Hij doet oorlogen ophouden”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Wat bepaalt de richting die de religie inslaat?
    Ontwaakt! 1972
  • Oorlog
    Ontwaakt! 2017
  • De oorlog die oorlogen doet ophouden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/2 blz. 4-8

Oorlog — waarom?

HEBT u zich ooit afgevraagd waarom naties oorlog voeren? Als wij het antwoord op die vraag ontdekken, dan ontdekken wij wellicht ook de sleutel tot vrede.

Misschien reageert u enigszins als John Stoessinger, een hoogleraar in de politicologie: „Ik las dat oorlogen zouden zijn veroorzaakt door nationalisme, militarisme, bondgenootschappen, economische factoren, of door een andere bloedeloze abstractie die ik niet kon begrijpen. . . . Ik vroeg mij af of dit waar kon zijn. . . . Per slot van rekening waren het mensen die de oorlog aangingen. Niettemin kende men aan deze persoonlijke [menselijke] dimensie zelden het juiste gewicht toe in de traditionele boeken over oorlog.” (Wij cursiveren.) Het is duidelijk dat het menselijke element in oorlogen niet kan worden genegeerd.

In zijn boek The Evolution of War bereikt professor Otterbein een soortgelijke conclusie: „Oorlogen worden veroorzaakt door de beslissingen van mensen als leden van organisaties, of dat nu militaire organisaties zijn of bestuurslichamen.” Maar wat zijn de motieven voor oorlog? Volgens zijn studie gaat het in de grond der zaak om politieke macht, grondgebied, roof, prestige, verdediging en vergelding.

Zit oorlog ons in de genen?

Er worden vele theorieën aangedragen om de oorzaken van oorlog te verklaren. Degenen bijvoorbeeld die in evolutie geloven, zien de mens slechts als een hogere diersoort die nog steeds de agressieve en verdedigende reflexen uit de dierenwereld bezit. Zij beweren dat agressie de mens aangeboren is, dat het in zijn genen zit. De zoöloog Irenäus Eibl-Eibesfeldt schreef in The Biology of Peace and War: „Onze naaste verwanten, de mensapen, kunnen behoorlijk agressief zijn en beschermen ook hun territorium. . . . Dit doet sterk vermoeden dat onze menselijke agressiviteit een oeroude erfenis van de primaten is.”

Konrad Lorenz, de Oostenrijkse grondlegger van de moderne ethologie (de bestudering van diergedrag) beweert dat de mens een agressieve drang bezit die zijn „sterkst motiverende instinct [is dat] hem ten strijde doet trekken”. — On Aggression.

Aan de andere kant wordt die conclusie betwist door Sue Mansfield, een professor in de geschiedenis, die zegt: „Hoewel het merendeel van de culturen in historische tijden oorlog heeft gevoerd, heeft het merendeel van de mensen er niet aan deelgenomen.” Ook het feit dat regeringen hun toevlucht moeten nemen tot een dienstplicht, is een aanwijzing dat in het algemeen agressie en het doden van de medemens niet noodzakelijkerwijs met groot enthousiasme worden bezien en evenmin als een reflexreactie kunnen worden beschouwd. Professor Mansfield voegt eraan toe: „Ja, de geschiedenis suggereert dat het voeren van oorlog doorgaans een ervaring van een minderheid is geweest.”

In recente tijden is die minderheid zeer goed getraind en vooraf in de juiste geestesgesteldheid gebracht. Bovendien is met de komst van artillerie, bommen en raketten het voeren van oorlog en het doden onpersoonlijker geworden. In tegenstelling tot oorlogen in de afgelopen eeuwen, kan die gespecialiseerde minderheid haar slachtoffers doden zonder hen te zien, laat staan te kennen. Maar hoe kunnen mensen dan gemotiveerd worden om te vechten als zij de vijand niet kennen?

De rol van propaganda

Soms maken buren ruzie. Maar haast nooit leidt dat tot bloedvergieten. In de eerste plaats is het bij de wet verboden om medeburgers aan te vallen en te vermoorden. Maar in oorlogstijd geldt dat verbod niet voor burgers van een vijandig land, ondanks het feit dat de mensen in het algemeen hun „vijanden” niet persoonlijk kennen. Alles wat zij over hun vijanden weten, is wat men hun heeft voorgekauwd in de door politici beheerste media.

Dit geldt voor elke natie. Irenäus Eibl-Eibesfeldt schreef: „De publieke opinie wordt gevormd, gemaakt, door belangengroepen (politici, wapenfabrikanten, het leger) die de kiezers misleiden door hun valse of eenzijdige informatie te geven.” In dezelfde geest schreef de historicus H. E. Barnes: „Sinds de oorlogen van de Franse Revolutie . . . is er altijd een overvloedige en haast onweerstaanbare propaganda gevoerd om de oorlogvoering te beschermen tegen afwijzing ervan door het volk, oppositie, en nuchtere analyse van de strijdpunten.”

Hieruit volgt dat „welhaast iedereen zo overreed en gemanipuleerd kan worden dat hij zich min of meer vrijwillig in een situatie begeeft waarin hij moet doden en misschien sterven” (War, door Gwynne Dyer). Wegens haar politieke en economische macht kan de „elite” invloed uitoefenen op de media ten einde de massa’s op het bloedbad voor te bereiden.

Adolf Hitler en Joseph Goebbels, leiders van de heersende nazi-elite, wisten maar al te goed hoe belangrijk het was de geest van de massa te beheersen en te misleiden. Op 24 augustus 1939 ontvouwde Hitler zijn plannen voor de inval in Polen aan een groep hoge officieren: „Ik zal een propagandistische reden geven om met de oorlog te kunnen beginnen. Het geeft niet of die wel of niet geloofwaardig is. . . . Voor het beginnen en voeren van oorlog is het niet het Recht dat telt, maar de Overwinning.”

Hieruit blijkt duidelijk dat er een motivatie moet worden gecreëerd om een natie tegen een andere op te zetten. Maar wat zijn de voornaamste elementen in dat opwekken van een oorlogshysterie?

Wie nemen de beslissingen?

De Oostenrijkse econoom Schumpeter schreef: „Het gericht zijn op oorlog wordt voornamelijk gevoed door de binnenlandse belangen van de heersende klassen maar ook door de invloed van degenen die persoonlijk voordeel verwachten van een oorlogspolitiek, hetzij in economisch of in maatschappelijk opzicht.” Deze heersende klassen zijn wel gedefinieerd als „elites [die] te allen tijde bezig zijn met pogingen andere elementen van de bevolking, of de algemene stemming, te manipuleren ten einde hun eigen macht te bestendigen”. — Why War? door de professoren Nelson en Olin.

Elke natie heeft zijn heersende klasse, hoewel die groep verdeeld kan zijn in verschillende politieke partijen. Velen merken echter op dat de macht van de militaire elite in elke natie niet moet worden onderschat. Voormalig Amerikaans ambassadeur John K. Galbraith beschrijft het militaire bestel als „verreweg het machtigste van de autonome bestuursprocessen”. Hij vervolgt: „De macht van de militairen omvat niet alleen de belangrijke bronnen van macht, maar . . . alle middelen om er kracht aan bij te zetten. . . . Meer dan enige andere machtsuitoefening in onze tijd is ze het voorwerp van ernstige publieke ongerustheid.”

Galbraith licht zijn uitspraak toe door te verwijzen naar het militaire apparaat van de Verenigde Staten, dat beschikt over middelen die „elke vergelijkbare bron van macht ver overtreffen; deze omvatten niet alleen datgene waarover de eigenlijke strijdkrachten en het civiele apparaat kunnen beschikken, maar ook wat uit de wapenindustrie afkomstig is”. In de Sovjet-Unie en vele andere landen bestaat zonder twijfel een vergelijkbare situatie. En daarin ligt een gevaar opgesloten dat zou kunnen leiden tot een oorlog van wederzijdse uitroeiing — de macht van de militairen zou de macht van de politici kunnen gaan overtreffen.

Welke invloed heeft religie op oorlog?

Hoewel de macht van religie in veel landen aan het tanen is, kan ook de geestelijkheid gerekend worden tot de elitaire groep van besluitvormers. Bovendien was en is religie nog steeds de drijvende kracht achter sommige oorlogen. Eén duidelijk voorbeeld is het uit sji’itische moslems bestaande Iran dat oorlog voert tegen de Iraakse soenni-moslems.

Een overeenkomstige situatie bestaat in het conflict tussen India en Pakistan. Professor Stoessinger verklaart: „De meest barbaarse religieuze oorlog in de geschiedenis vinden wij niet in de christelijke Kruistochten tegen de Islam, noch in de Dertigjarige Oorlog waarin katholieken tegen protestanten streden. Het was de oorlog van hindoe tegen moslem in de twintigste eeuw.” Wat lokte die nog steeds voortdurende vijandschap uit? De scheiding tussen India en Pakistan in 1947. Het eerste gevolg was „een gigantische volksverhuizing, waarschijnlijk de massaalste in de geschiedenis. Meer dan zeven miljoen hindoes, bang voor vervolging in Pakistan, zochten koortsachtig hun toevlucht in India, en een evenredig aantal moslems vluchtte uit India naar veiligheid op Pakistaanse bodem. Een enorme hoeveelheid geweld en bloedvergieten, opgeroepen door religieuze haat, vergezelde deze uitwisseling van bevolkingen”. — Why Nations Go to War.

Door de hele geschiedenis heen is de priesterklasse de bereidwillige medeplichtige geweest van de heersende elite. In oorlogstijd hebben religieuze leiders in de naam van God aan beide zijden vroom de wapens en legers gezegend, terwijl zij vaak beleden tot dezelfde religie te behoren. Deze godslastering heeft veel mensen zich van religie en God doen afkeren.

Nationalisme — het verdeeldheid zaaiend „heilig egoïsme”

Soms wil het volk geen oorlog. Op basis waarvan kunnen de regeerders de bevolking dan het eenvoudigst overreden hun doeleinden te ondersteunen? De Verenigde Staten zagen zich met Vietnam voor een dergelijk probleem gesteld. Wel, wat deed de heersende elite? Galbraith antwoordt: „De oorlog in Vietnam bracht in de Verenigde Staten een van de uitgebreidste pogingen tot maatschappelijke conditionering [verandering van de publieke opinie] van onze moderne tijd op gang. Kosten noch moeite werden gespaard om het Amerikaanse publiek te doen geloven dat de oorlog noodzakelijk en aanvaardbaar was.” En dat wijst op het handigste hulpmiddel om een natie gunstig te stemmen voor oorlog. Wat dan wel?

Professor Galbraith geeft opnieuw het antwoord: „Scholen in alle landen prenten de grondbeginselen van patriottisme in. . . . De conditionering die erop gericht is dat allen zich rond de vlag scharen, draagt er in belangrijke mate toe bij dat men gehoorzaamt aan de militaire en buitenlandse politiek.” Deze systematische conditionering is even wijdverbreid in communistische landen als in Westerse naties.

Charles Yost, een oud-medewerker van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, bracht het zo onder woorden: „De hoofdoorzaak voor de onzekerheid van naties blijft hardnekkig bestaan, dat ene kenmerk waarop de naties zich juist het meest beroemen — hun soevereine onafhankelijkheid, hun ’heilig egoïsme’, hun verzet tegen alles wat verder of hoger reikt dan hun eigen belang.” Dit „heilig egoïsme” is in wezen het verdeeldheid zaaiende nationalisme, de verderfelijke leer dat enige natie, welke dan ook, superieur zou zijn aan alle andere.

De historicus Arnold Toynbee schreef: „De geest van nationalisme is een zuurmakend gistingsproces van de nieuwe wijn der democratie in de oude flessen van het primitieve stamverband.” In Power and Immortality schreef Dr. Lopez-Reyes: „Soevereiniteit is een voorname oorzaak voor hedendaagse oorlogen; . . . tenzij het verandert, zal het stelsel van soevereine nationale staten een derde wereldoorlog ontketenen.” Door de nadruk die nationalisme en soevereiniteit krijgen, wordt voorbijgegaan aan de fundamentele gedachte dat wij allen tot dezelfde menselijke familie behoren, ongeacht taalkundige of culturele verschillen. En de ontkenning daarvan leidt tot oorlogen.

Ja, deskundigen kunnen allerlei soorten verklaringen aanvoeren waarom de mens zijn eigen soortgenoten systematisch tracht te vernietigen. Niettemin is er één voorname factor die de meeste commentators negeren.

De verborgen oorzaak van oorlog

De geschiedenis van oorlog en zijn oorzaken dient niet te worden beschouwd zonder een veel groter conflict in aanmerking te nemen dat de mensheid diepgaand heeft beïnvloed. Die oorzaak wordt duidelijk in de bijbel geïdentificeerd. Dit oude boek toont aan dat een machtig geestelijk schepsel, gedreven door zelfzuchtige ambitie, tegen God in opstand kwam (Job 1:6-12; 2:1-7). Hij ontketende een opstand in de hemel en op aarde en introduceerde daarmee ongehoorzaamheid, onvolmaaktheid en de dood in de menselijke familie (Genesis 3:1-7). Zo kon Jezus toen hij op aarde was, zijn religieuze vijanden identificeren door te zeggen: „Gij zijt uit uw vader de Duivel . . . Die was een doodslager toen hij begon, en hij stond niet vast in de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. . . . Hij is een leugenaar en de vader van de leugen.” — Johannes 8:44.

Dit opstandige geestelijke schepsel, Satan (=Tegenstrever) de Duivel (=Beschuldiger, Lasteraar), heeft duizenden jaren over de naties geheerst en verdeeldheid onder ze gezaaid. Hij heeft een onzichtbare controle over de naties verkregen door middel van politieke macht. Welke basis hebben wij voor een dergelijke bewering? Het feit dat hij Christus, toen hij hem trachtte te verlokken, „alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid” kon tonen en vervolgens kon zeggen: „Ik zal u al deze dingen geven indien gij neervalt en een daad van aanbidding jegens mij verricht.” Christus ontkende niet dat Satan de macht bezat over „alle koninkrijken der wereld”. Hij wees de verleiding van de hand, zeggend: „Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten.” — Matthéüs 4:1, 8-10.

Met elke denkbare politieke list en afleidingsmanoeuvre heeft Satan de mensheid afgewend van de enige ware weg tot vrede. Het merendeel der mensheid is loyaal aan politieke stelsels die elkaar per definitie vijandig gezind zijn. Ze zullen en kunnen geen ware vrede voor de mensheid tot stand brengen omdat ze onder de invloed staan van de verkeerde god — de god die „de gehele bewoonde aarde misleidt” — Satan. Bijgevolg verwerpen ze uitdrukkelijk of stilzwijgend de enige ware weg tot vrede. — Openbaring 12:9; 2 Korinthiërs 4:4.

Maar, zo vraagt u misschien, ’wat is de ware weg waardoor vrede een realiteit zal worden? Waardoor zal zo’n ommekeer tot stand worden gebracht? En wat moet ik doen om die vrede deelachtig te kunnen worden?’ Het volgende artikel zal die vragen beschouwen.

[Illustratie op blz. 5]

Joseph Goebbels, rijksminister voor propaganda en volksvoorlichting, „meesterpropagandist van het nazi-regime”

[Verantwoording]

U.S. Library of Congress

[Illustratie op blz. 6]

Religie veroorzaakt nog steeds oorlogen, zoals het Iraans-Iraakse conflict illustreert

[Verantwoording]

I. Shateri/Gamma-Liaison

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen