Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/1 blz. 22-23
  • Bloedkwestie in het nieuws in Japan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bloedkwestie in het nieuws in Japan
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een zaak die Japan schokte
  • Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
    Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
  • Het leven redden met bloed — Hoe?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Studievragen voor de brochure Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
    Onze Koninkrijksdienst 1988
  • Respect voor de heiligheid van bloed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/1 blz. 22-23

Bloedkwestie in het nieuws in Japan

„U TE onthouden van . . . bloed.” Dit duidelijke gebod lezen wij in de bijbel, in Handelingen 15:29. Het maakt deel uit van een beslissing die werd genomen door het besturende lichaam van de christelijke gemeente in de eerste eeuw en staat in Gods geïnspireerde Woord opgetekend als instructie voor christenen tot in deze tijd.

Dit goddelijke vereiste was evenwel niet iets nieuws voor de eerste eeuw. Onthouding van bloed was reeds 3500 jaar geleden in de wet van Mozes geboden, zoals uiteengezet in Leviticus 17:10-16. Ja, een soortgelijk gebod was reeds meer dan 4300 jaar geleden Noach opgelegd, de stamvader van alle thans levende mensen. Wij kunnen dit lezen in Genesis 9:4: „Alleen vlees met zijn ziel — zijn bloed — moogt gij niet eten.”

Voor degenen die volgens de bijbel leven, is het op grond van deze schriftplaatsen duidelijk dat bloed kostbaar is in Gods ogen. Als Schepper van de mens en Verschaffer van deze levensstroom is hij terecht degene die mag bepalen hoe bloed gebruikt dient te worden. Als het niet gegeten mag worden om het leven in stand te houden, dan mag het logischerwijs ook niet gebruikt worden om het leven door middel van intraveneuze voeding of bloedtransfusie in stand te houden. Degenen die de God van de bijbel aanbidden, willen zijn vereisten zorgvuldig naleven. En van zijn standpunt uit bezien is het net zo belangrijk zich van bloed te onthouden als van overspel en hoererij, zoals Handelingen 15:28, 29 duidelijk laat zien.

Een zaak die Japan schokte

Op 6 juni 1985, om 16.35 uur, was de tien jaar oude Dai Soezoeki op zijn fiets op weg om zijn eerste toespraakje te oefenen dat hij zou houden op de theocratische bedieningsschool in de plaatselijke Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen. Hij stopte voor een verkeerslicht tussen een kipauto en de vangrail. Toen het licht op groen sprong, begon Dai weer te fietsen. Hij werd gegrepen door de grote achterwielen van de truck, waarbij zijn benen werden verbrijzeld. De wonden bloedden hevig. Vijf uur nadat Dai naar een nabijgelegen ziekenhuis was overgebracht, overleed hij aan de verwondingen die hij had opgelopen.

Deze gebeurtenis werd nationaal nieuws. Wat dit ongeval nieuwswaarde gaf, was het feit dat de ouders weigerden toestemming te geven voor een bloedtransfusie. De vader van Dai bestudeert de bijbel met Jehovah’s Getuigen, en zijn moeder is reeds een gedoopte Getuige. Op religieuze gronden weigerden zij standvastig toestemming te geven voor het toedienen van bloed. Zij bezegelden zelfs hun schriftelijke weigering met hun vingerafdruk, een wettelijk bindende procedure in het geval dat iemand zijn officiële zegel op zo’n moment niet bij zich heeft. Zij achtten het juist zich te houden aan de Schrift waarin God zo consequent zijn dienaren had geboden ’zich te onthouden van bloed’.

In de tijd dat de ouders hun toestemming voor een transfusie weigerden, werd er gedreigd dat zij aangeklaagd zouden worden wegens moord als het kind vanwege hun weigering zou sterven. Een later met zorg verrichte autopsie toonde echter aan dat de dood niet te wijten was aan enige nalatigheid, noch van de zijde van de ouders noch van het ziekenhuis. Daarom werd er geen aanklacht ingediend.

De drie voornaamste nationale dagbladen, alsook invloedrijke plaatselijke kranten, brachten lange artikelen over de zaak. Ook het nieuws op de televisie en de radio maakte er melding van. Op deze wijze deden de media een sterk beroep op de gevoelens van het publiek, en zoals gebruikelijk in zulke emotioneel geladen zaken werden de feiten nogal verdraaid. Veel artikelen waren duidelijk provocerend.

Eén commentator erkende echter dat Japanners niet gewoon zijn zich te laten leiden door een zo sterke religieuze overtuiging als werd getoond door de familie Soezoeki. Hij gaf als zijn mening dat ’als er een transfusie zou zijn afgedwongen en de patiënt het overleefd zou hebben, zowel de ouders als de patiënt het erger te kwaad zouden hebben dan wanneer de patiënt toch zou zijn gestorven’. Op grond hiervan was hij van mening dat niemand echt kan oordelen over het geloof van een ander.

Japanse televisiemaatschappijen maakten veel ophef van de zaak en wekten daarmee emotionele vooroordelen op. Maar vanuit het standpunt van de familie Soezoeki was het van belang geweest de duidelijke richtlijnen van de God van de bijbel te gehoorzamen. Zo gehoorzaamden de liefhebbende, godvrezende ouders de bijbelse opdracht „zich te onthouden van . . . bloed” (Handelingen 15:20, 29; 21:25). Het feit dat het zich onthouden van bloed in drie verschillende verzen in het boek Handelingen wordt benadrukt, en dat het in één adem genoemd wordt met het vermijden van overspel en hoererij, toont aan hoe ernstig de Schepper de kwestie beziet.

In het maar zelden voorkomende geval dat een getrouwe christen komt te overlijden ten gevolge van het weigeren van bloed, zal zo iemand op Gods bestemde tijd beslist een opstanding ontvangen, in overeenstemming met zijn beloften. Net als Martha ten aanzien van haar broer Lazarus, kunnen de ouders van Dai vol vertrouwen zeggen: „Ik weet dat hij zal opstaan in de opstanding op de laatste dag.” — Johannes 11:24; 5:28, 29.

Voor Jehovah’s Getuigen is het weigeren van bloedtransfusie uitsluitend een religieuze kwestie. Het is waar dat men ook kan argumenteren dat er in veel gevallen minder risico schuilt in het weigeren van een bloedtransfusie dan in het accepteren ervan, omdat de persoon zo beschermd wordt tegen de ernstige ziekten die worden overgedragen door een bloedtransfusie, zoals AIDS en hepatitis. Voor christenen, die Gods Woord volgen, is dit een zaak van ondergeschikt belang, en geldt hun eerste zorg te gehoorzamen aan en in de gunst te blijven van de Levengever Jehovah God die ook in staat is eeuwig leven te schenken. — Psalm 36:9; Romeinen 2:6, 7.

Het kan voor een loyale christen soms een offer betekenen vast te houden aan het uitdrukkelijke bijbelse bevel ’zich te onthouden van bloed’. Maar zelfopoffering is een verdienste die in vele samenlevingen wordt erkend, en zelfopoffering in gehoorzaamheid aan iemands Schepper zal beslist zijn glimlach van goedkeuring opleveren. — Lukas 9:23, 24.

De familie Soezoeki nam het resolute besluit in gehoorzaamheid aan de Almachtige God de bijbelse richtlijn te volgen, ondanks de emotioneel geladen druk van de zijde van degenen die niet begrepen welke beginselen erbij betrokken waren (Handelingen 5:29). Moge „de God van alle vertroosting” ermee voortgaan deze familie te sterken in hun rechtschapenheid en hun een grootse zegen schenken in de opstanding! — 2 Korinthiërs 1:3, 4.

[Illustratie op blz. 23]

Dai in 1981 bij het begin van zijn eerste schooljaar

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen