Een wereld met alle oplossingen
„Hoop die wordt uitgesteld, maakt het hart ziek, een vervuld verlangen is een boom des levens.” — Spreuken 13:12, The Jerusalem Bible.
HOOP op oplossingen voor de problemen van de mens is nu al zesduizend jaar uitgesteld, en miljoenen zijn daarom neerslachtig en ziek van hart. Maar spoedig zal een vervuld verlangen een boom des levens zijn. Wat momenteel gebeurt, maakt Jezus’ woorden passend: „Heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt” (Lukas 21:28). Nabij is een wereld met alle oplossingen.
Wij bedoelen daarmee niet de wereld der mensheid zoals ze nu ingericht is. De wereld met alle oplossingen is een nieuw samenstel van dingen, in de bijbel „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde” genoemd. De apostel Petrus wees vooruit naar onze tijd als de tijd waarin dit zou komen. Hij sprak over de door water teweeggebrachte vernietiging van de goddeloze wereld in Noachs dagen en over het vurige oordeel dat de huidige wereld van goddeloze mensen zal vernietigen, en vertelde toen wat daarop zou volgen: „Maar er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig zijn belofte verwachten.” Hiermee bedoelde hij Gods Messiaanse koninkrijk in de hemelen en de gehoorzame onderdanen ervan op aarde. „En daarin”, zo wordt ons verzekerd, „zal rechtvaardigheid wonen.” — Jesaja 65:17; 2 Petrus 3:5-13.
Nu moet toegegeven worden dat vele van de huidige weeën van de mens van zijn eigen makelij zijn. Het ligt in de macht van de mens om de meeste van deze moeilijkheden te elimineren, maar hij wil het kennelijk niet. Welk huidig probleem zou bijvoorbeeld niet wijken voor het toepassen van Jezus’ gebod uw naaste lief te hebben als uzelf of anderen te behandelen zoals u wilt dat anderen u behandelen? (Matthéüs 7:12; 22:39). Bedenk eens wat mensen nu reeds zouden bereiken! Geen oorlog, geen hongersnood, geen geweld, geen misdaad, geen vervuiling, geen drugs, en nog vele andere weeën die voorbij zouden zijn.
Maar ook dan zouden andere weeën nog wel bestaan. Wat moeten wij aanvangen met de ingeboren neiging van de mens om te zondigen? (Psalm 51:5) En de ouderdom? En de dood zelf? Waar het op neerkomt is dit: De taak gaat het vermogen van de mensen te boven. Het vereist „de kracht die datgene wat normaal is te boven gaat”. Het vereist Gods kracht. — 2 Korinthiërs 4:7.
Het vereist de beëindiging van deze huidige oude „hemelen” en „aarde” en daarvoor in de plaats de beloofde „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde”. Merk op welke woorden Johannes onder inspiratie over deze verandering optekende: „En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de vroegere hemel en de vroegere aarde waren voorbijgegaan . . . En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn.” — Openbaring 21:1, 4.
Maar veel oprechte mensen vinden het tegenwoordig moeilijk deze hoop te aanvaarden. Het klinkt allemaal te mooi om waar te zijn. En misleid bovendien door onwetenschappelijke theorieën en door trouweloze geestelijken die schepping terzijde hebben geschoven ten gunste van evolutie, hebben zij hun geloof in de bijbel laten verzwakken. Zij zouden echter twee dingen moeten bedenken: (1) mensen kunnen niet de toekomst voorspellen, en (2) de bijbel kan dit wel en doet dit ook. Dat de bijbel dit kan, vormt er een bewijs voor dat hij van God afkomstig is, zoals Jesaja 46:9, 10 zegt: „Er is geen andere God, noch iemand gelijk mij; Degene die van het begin af de afloop vertel, en van oudsher de dingen die niet gedaan zijn.”
Jezus gaf een samengesteld teken om de tijd van zijn tegenwoordigheid en van het einde van dit samenstel van dingen te identificeren: wereldoorlogen, hongersnood, pestilentiën, rusteloze mensen, vrees voor wat de toekomst zal brengen, wereldwijde vervolging van zijn getuigen, en in weerwil daarvan, hun prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk over de hele aarde, alsook het doen horen van een waarschuwing van het komende einde van deze goddeloze wereld (Matthéüs hfdst. 24; Markus hfdst. 13; Lukas hfdst. 21). Dat teken, meer dan 19 eeuwen geleden voorzegd, is nu zichtbaar.
De apostel Paulus voorzei dat er „in de laatste dagen kritieke tijden zullen aanbreken, die moeilijk zijn door te komen. Want de mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, zullen aanmatigend zijn, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, geen natuurlijke genegenheid hebbend, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen van trots, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God, die een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten; en keer u af van dezen” (2 Timótheüs 3:1-5). Beslist een perfecte beschrijving van onze tijd!
Petrus profeteerde dat er „in de laatste dagen spotters zullen komen met hun spotternij, die overeenkomstig hun eigen begeerten te werk gaan en zeggen: ’Waar is nu de beloofde tegenwoordigheid van hem? Ach wat, van de dag af dat onze voorvaders zijn ontslapen, blijven alle dingen precies zo als sedert het begin der schepping’” (2 Petrus 3:3, 4). De spotters laten zich nu danig horen, in vervulling van deze profetie.
Maar in tegenspraak met hun bewering blijven de dingen niet zoals ze altijd zijn geweest. In het boek Openbaring sprak Johannes over de tijd van het einde wanneer Christus zou komen en zou gaan regeren als medekoning met de Soevereine Heer en Koning Jehovah God; wanneer de natiën in gramschap zouden ontsteken; wanneer de doden geoordeeld zouden worden en de profeten en de heiligen hun beloning zouden ontvangen; en wanneer God zou „verderven die de aarde verderven” (Openbaring 11:15-18). Nooit tevoren is de aarde zo ruïneus vervuild en hebben spotters zo grof gespot of heeft de morele verwording zo schandelijk om zich heen gegrepen en is het samengestelde teken van Jezus zo volledig vervuld.
De omstandigheden waarvoor de wereld geen oplossingen heeft, zouden volgens de voorzegging over dit geslacht komen. Ook was voorzegd dat de natiën er niet in zouden slagen oplossingen te vinden, ’geen uitweg zouden weten’. Maar de ’nieuwe hemelen en de nieuwe aarde’ weten wel de uitweg en zullen daar ook voor zorgen en zelfs een einde maken aan de invloed van de Duivel en aan de dood zelf. — Lukas 21:25; 2 Korinthiërs 4:4; Hebreeën 2:14.
De bijbel voorzei de omstandigheden die nu dit geslacht kwellen, de omstandigheden waarvoor deze wereld geen oplossingen heeft. Hij voorzei ook dat deze omstandigheden de laatste dagen van deze huidige wereld zouden kenmerken. Nu reeds laten vooraanstaande geleerden waarschuwingen horen dat deze wereld wel eens op haar eind zou kunnen lopen. De bijbel voorzei ook het teken van een naderend nieuw samenstel van dingen. Deze profetieën, die duizenden jaren geleden zijn opgetekend en nu in vervulling gaan, bevestigen de goddelijke inspiratie van de bijbel — en voor degenen die ogen hebben om het te willen zien en oren om het te willen horen, zijn er nog veel meer bewijzen voor de betrouwbaarheid van dit boek.a
De bijbel is vertrouwen waard, de bijbel is geïnspireerd, het is het boek dat vertelt over een wereld met alle oplossingen.
[Voetnoten]
a Zie voor dergelijk bewijsmateriaal alstublieft de informatie op blz. 31 over het boek Is de bijbel werkelijk het Woord van God?
[Inzet op blz. 8]
De spotters laten zich nu danig horen
[Inzet op blz. 8]
Bewijzen te over voor ogen die het willen zien en oren die het willen horen
[Kader op blz. 7]
Geïnspireerde oplossingen voor de menselijke problemen
Geen oorlog. „Hij doet oorlogen ophouden.” „Zij zullen de oorlog niet meer leren.” — Psalm 46:9; Jesaja 2:4.
Geen hongersnood. „De aarde zelf zal stellig haar opbrengst geven.” „Er zal volop koren op aarde blijken te zijn.” — Psalm 67:6; 72:16.
Geen ziekte. „Niemand die daar woont, zal zeggen: ’Ik ben ziek.’” — Jesaja 33:24.
Geen vervuiling. „Om te verderven die de aarde verderven.” — Openbaring 11:18.
Geen misdaad. „Men zal generlei kwaad doen noch enig verderf stichten op heel mijn heilige berg.” — Jesaja 11:9.
Geen goddelozen. „Wat de goddelozen betreft, zij zullen van de aarde zelf worden afgesneden.” — Spreuken 2:22.
Geen ouderdom. „Zijn vlees worde frisser dan in de jeugd; hij kere terug tot de dagen van zijn jeugdige kracht.” — Job 33:25.
Geen dood. „De gave die God schenkt, is eeuwig leven.” „De dood zal niet meer zijn.” — Romeinen 6:23; Openbaring 21:4.
Geen Satan. „Hij greep . . . Satan . . ., en hij bond hem voor duizend jaren.” — Openbaring 20:2.
Mensen veranderd. „Legt de oude persoonlijkheid . . . af en bekleedt u met de nieuwe persoonlijkheid.” — Kolossenzen 3:9, 10.
Eén religie. „Eén Heer, één geloof, één doop.” — Efeziërs 4:5.
Eén regering. „In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” — Daniël 2:44.