„Jehovah zal u toename geven”
JOODSE geschriften vertellen ons dat de joden na de ballingschap bij enkele van hun jaarlijkse feesten Psalm 113 tot 118 zongen of reciteerden. In deze psalmen, die bekendstaan als het Hallel, staat ook de belofte: „Jehovah zal u toename geven . . . Gij zijt degenen die door Jehovah gezegend zijt.” — Psalm 115:14, 15.
Gedurende 1984 werden deze woorden opnieuw gezongen — niet letterlijk, maar op symbolische wijze — bij feesten van een heel ander soort. Het waren de „Koninkrijkstoename”-districtscongressen die in dat jaar door Jehovah’s Getuigen in vele delen van de wereld werden gehouden. Hadden zij er reden voor om „Koninkrijkstoename” tot hun congresthema te kiezen en de woorden van de psalmist op zichzelf toe te passen?
Buitenstaanders merken toename op
Over de Getuigen in België schreef het dagblad Le Jour: „Het congresthema voor 1984, ’Koninkrijkstoename’, geeft een zeer passende beschrijving van deze groep . . . Van slechts 600 man sterk in 1945 bedraagt hun aantal vandaag meer dan 22.000, proselieten en sympathisanten niet meegerekend.” En in Frankrijk berichtte de krant Le Provençal: „Honderd vijf jaar na de geboorte van hun beweging nemen de Getuigen in een groeiend tempo in aantal toe.”
Maar niet alleen de numerieke groei van de Getuigen heeft de aandacht van de wereld getrokken, het is ook hun onvergelijkelijke levenswijze. Buitenstaanders zijn onder de indruk van mensen die klaarblijkelijk zijn gezegend met karaktereigenschappen die in een liefdeloze, smerige en verdeelde wereld nog maar al te zelden te vinden zijn. Zo gaf de stadiondirecteur in Florence (Italië) als commentaar: „Ik bezie het zelfzuchtig, dat weet ik, maar ik wenste dat Jehovah’s Getuigen iedere twee maanden hier in het stadion hun congressen zouden houden. Dan zou het hier altijd schoon zijn. Jullie zijn verbazingwekkend.”
„Het zijn verbazingwekkende mensen”, was een zelfde commentaar, nu uit de mond van een autoverkoper in de buurt van het congresterrein in Southampton, Engeland. Hij voegde eraan toe: „Terwijl de wereld aan het vechten en ruziën is, zijn zij zo vredig, en zij glimlachen allemaal. Wat jammer dat de hele wereld niet zo is als zij.”
De Finse journaliste Heli Savin beschreef hen als „een menigte van zevenduizend meisjes en jongens, vaders en moeders, oma’s en opa’s [die] één grote familie vormden onder wie goede manieren en eerbied voor elkaar de boventoon voerden”. De schrijfster vervolgde: „Het mooiste gezicht was naar mijn mening de jongens in de leeftijd van onze ’lastige tieners’. . . . Ik voelde echt een drang om hen te omarmen en uit te roepen: ’Er ís nog steeds hoop voor de mensheid!’”
Voldoen aan de vereisten voor toename
In oude tijden was de door God gegeven toename afhankelijk van het feit of Gods volk afgodendienst verwierp, volledig ’op Jehovah vertrouwde’, en hem ’vreesde’ (Psalm 115:4-13). De hedendaagse getuigen van Jehovah doen hun uiterste best om aan deze vereisten te voldoen. Dat zij Jehovah werkelijk vrezen, werd aangetoond door een spreker op het congres die uitlegde: „Jehovah’s Getuigen in alle delen der wereld zijn ernstige studenten van de bijbel. Ja, zij ’beven’ voor Gods Woord terwijl zij voortdurend nauwkeurige kennis in zich opnemen over het liefdevolle voornemen van hun Grootse Onderwijzer.” — Zie Jesaja 66:2.
Dit verlangen om Jehovah te behagen werd weerspiegeld in de keuze van materiaal dat in het congresprogramma werd behandeld. Veel aandacht werd besteed aan goddelijke maatstaven voor gedrag. Een ontroerend bijbels drama demonstreerde hoe het Israël in de oudheid Gods zegen verloor toen Achan godvruchtige vrees verwierp en een weg van deloyaliteit insloeg. Jehovah’s Getuigen willen voorkomen dat zich iets dergelijks in de hedendaagse christelijke gemeente voordoet.
De congressen boden Jehovah’s Getuigen ruimschoots de gelegenheid hun vertrouwen in Jehovah te tonen. Een Getuige in Zwitserland kreeg bijvoorbeeld in mei te horen dat hij eind juni ontslagen zou worden om redenen die verband hielden met religie. Ondanks deze financiële tegenslag weigerde hij ten aanzien van zijn standpunt te schipperen en ging ermee door congresplannen te maken voor zijn gezin van negen personen. Tijdens zijn laatste werkweek kreeg hij te horen dat hij zijn betrekking kon behouden, ja, zelfs een betere zou krijgen, en dat de dagen die hij voor het congresbezoek nodig had als vakantiedagen zouden worden gerekend. „Het enige probleem dat overbleef,” zo zei hij, „was de kinderen vroeg genoeg uit bed te krijgen om op tijd op het congresterrein te zijn.”
Deze en soortgelijke ervaringen laten zien hoeveel waardering Jehovah’s Getuigen hebben voor het geestelijke onderwijs waarin hun congressen voorzien. Een postbesteller in Finland wiens verzoek om vakantiedagen was afgewezen, betaalde een van zijn collega’s zo’n ƒ 100 per dag om voor hem in te vallen. Nadien merkte hij op: „Het congres was die prijs waard. Denk eens in wat ik zou hebben gemist als ik was thuisgebleven!”
Op 127 congressen in 15 Europese landen werden 11.918 nieuwe Getuigen gedoopt, van wie velen pas recentelijk het dienen van afgoden de rug hadden toegekeerd.
Onder degenen die zo’n openbare bekendmaking deden van het feit dat zij nu Jehovah als „hun hulp en schild” beschouwden, waren ook N. K. en haar 19-jarige zuster E. G. uit Zweden (Psalm 115:11). Zij zijn zigeunerinnen. De veranderingen die zij in hun traditionele manier van leven moesten aanbrengen, brachten met zich mee dat zij zeer sterke sociale banden moesten verbreken en zich moesten bevrijden van vele diepgewortelde tradities, met inbegrip van bepaalde vormen van afgoderij. Vlak voor zijn doop zei E. B., een lid van een befaamd kerkkoor in Graz, Oostenrijk: „Pas nadat ik met Jehovah’s Getuigen de bijbel was gaan studeren, begon ik te beseffen dat wat wij zongen, rechtstreeks met afgoderij verband hield.”
Natuurlijk is alles waardoor de Schepper en zijn aanbidding uit ons leven en onze gedachten worden verdrongen, een vorm van afgoderij. Voor een fanatiek pokeraar was dat zijn gokzucht. Maar wat was zijn leven onzeker! De ene dag had hij duizenden dollars, de volgende dag bezat hij geen cent. Toen hij waardering begon te krijgen voor werkelijke — geestelijke — schatten zei hij zijn afgodische leven van gokken vaarwel en werd hij gedoopt in Mo-i-Rana, Noorwegen.
Anderen vallen ten prooi aan de afgoderij van op menselijke theorieën, filosofieën en regeringen te vertrouwen in plaats van op God, wiens bestaan zij òf ontkennen òf negeren. Vito, een 37-jarige treinmachinist die in Avellino (Italië) werd gedoopt, is hiervan een voorbeeld. Als atheïst, communist en fervent aanhanger van de evolutieleer beschouwde hij religie als „opium van het volk”. Maar zijn atheïstische geloof werd geschokt toen de Getuigen hem overtuigden van de tegenstrijdigheden in de evolutietheorie. Het resulteerde in een bijbelstudie. Nu vraagt hij niet langer als de natiën: „Waar is nu hun God?”, maar als een getuige van Jehovah verklaart hij: „Onze God is in de hemel.” — Psalm 115:2, 3.
Toename uit de kleinen en de groten
Jehovah is de „levende God, die een Redder is van alle soorten van mensen” (1 Timótheüs 4:10). Of zoals Psalm 115:13 het uitdrukt: „Hij zal hen die [hem] vrezen zegenen, zowel de kleinen als de groten.” Zo waren er onder de pasgedoopte Getuigen vele gewone burgers, kleinen als het ware, maar ook anderen die vanuit werelds standpunt wellicht tot de groten zouden behoren. „Alle soorten van mensen” waren vertegenwoordigd. Beschouw eens enkele voorbeelden.
Een jaar geleden werd een topatleet en zeer gerespecteerde trainer in Helsinki (Finland) gedoopt.a Hij begon getuigenis te geven aan een 14-jarig meisje dat hij trainde. In haar drie uur durende periode van atletiektraining nam hij zelfs één uur bijbelstudie op! Nu werd zij ondanks tegenstand van de familie op een van de Finse congressen in 1984 gedoopt.
De directrice van de zondagsschool van een Baptistische Kerk in de Verenigde Staten begon, toen zij de waarheid leerde kennen, haar lessen met een gebed tot Jehovah. Zij zegt: „De leerlingen reageerden er heel goed op, maar tot mijn verwondering maakte het enkele onderwijzers en medekerkleden van streek. Velen wilden mijn lessen niet langer volgen, zij zeiden dat wat ik onderwees zo anders was dan wat de dominee had geleerd. Het was inderdaad anders, want ik gebruikte materiaal uit Mijn boek met bijbelverhalen. Ik had 30 exemplaren van het Bijbelverhalen-boek gekocht waarvoor ik de tienden voor de klas had gebruikt. Ik gaf de dominee een exemplaar ter goedkeuring. Later benaderde hij mij en zei: ’Het boek is heel goed geschreven, het bevalt mij echt, het is heel mooi. . . .’ Zijn houding veranderde plotseling toen hij las wie de uitgever was — het Wachttorengenootschap.” Deze huichelachtige houding hielp haar zich los te rukken uit gevangenschap aan Babylon de Grote, en zij werd gedoopt op het congres in Cicero, Illinois.
In Zweden haalde een 20-jarig meisje een van de boeken van het Genootschap van haar moeders boekenplank en begon erin te lezen. Gefascineerd door wat zij leerde, begon zij de vragen onderaan elke bladzijde te beantwoorden en schreef de antwoorden in een schrift. Zij las het boek vijf keer en schreef twee schriften vol met haar antwoorden. Na zich te hebben laten uitschrijven uit de Zweedse staatskerk belde zij de plaatselijke Koninkrijkszaal op en legde contact met de Getuigen.
Onder de dopelingen bevond zich ook een onderwijzeres uit Portugal die, om haar eigen woorden te gebruiken, voorheen „volledig was toegewijd aan het omverwerpen van de regering”. Een ander soort vechter, de voormalige directeur van een karateschool en zelf een karatekampioen, werd in Oostenrijk gedoopt. In Spanje was er een jonge vrouw die een leven van drugssmokkel, berovingen en immoraliteit had geleid en die op 22-jarige leeftijd, toen zij een kind verwachtte, in de steek was gelaten. Zij had bijna het punt bereikt dat zij de strijd wilde opgeven, want voordat zij met Jehovah’s Getuigen in contact kwam, overwoog zij zelfmoord te plegen.
Sommigen aanvaardden de waarheid binnen een paar maanden. Anderen hadden meer tijd nodig. Een moeder die in Duitsland werd gedoopt, had elf jaar naast Getuigen gewoond. Maar pas toen de kinderen van de Getuigen met haar kinderen van acht en elf jaar begonnen te praten, begon zij zich voor de boodschap te interesseren. En door een getuige van Jehovah te worden volgde een 91-jarige man het voorbeeld van zijn vader die iets eerder was gedoopt — 88 jaar eerder om precies te zijn — in 1896!
Sommigen ervoeren op wonderbaarlijke wijze dat de „Koninkrijkstoename” plaatsvindt onder leiding van engelen. (Zie Openbaring 14:6, 7.) Een 25-jarige Nederlandse man geloofde in reïncarnatie en beoefende spiritisme. Hij aanbad de zon en hoopte er zelfs eens een deel van te worden. Ten einde dit te bereiken was hij vastbesloten om, zoals hij dat uitdrukte, ’hoe dan ook in maart 1983’ te sterven. De Getuigen troffen hem in februari!
Wat kunnen wij nog verwachten gezien deze grote toename uit „alle soorten van mensen”, kleinen en groten?
Er komt nog meer toename!
Wij kunnen er zeker van zijn dat er nog meer gaat komen. Ten eerste heeft Jehovah nog meer toename beloofd. (Zie Jesaja 60:22.) Ten tweede bestaat er nog een geweldig potentieel voor toename zoals blijkt uit de cijfers in het kader hiernaast. Merk eens op welk percentage personen het congres bijwoonde boven het hoogtepunt van actieve Getuigen in 1984. Sta ook eens stil bij het aantal nieuwgedoopte Getuigen in het afgelopen dienstjaar, die nu allen meehelpen aan de prediking van het goede nieuws van Gods opgerichte koninkrijk tot weer anderen. Ongetwijfeld hebben de congressen een goede basis gelegd voor verdere toename. Na het congres in Hannover (Duitsland) drukte K. V. zich zo uit: „Op liefdevolle en nadrukkelijke wijze richtte het congresprogramma de aandacht op de fundamentele voorwaarden om te kunnen bijdragen tot Koninkrijkstoename — dingen die te maken hebben met ons persoonlijke leven, de verhoudingen binnen de gemeente, de houding tegenover de organisatie en het gezinsleven.”
Jehovah’s Getuigen zien deze toename niet als hun eigen verdienste. „Aan ons behoort niets, o Jehovah, aan ons behoort niets”, geven zij grif toe. Het is veeleer ’overeenkomstig Gods liefderijke goedheid, zijn trouw’ en zijn zegen dat deze toename heeft plaatsgevonden en ook in de toekomst zal voortduren. — Psalm 115:1; zie ook Zacharia 4:6.
Vreugde vindend in de dienst voor hun God nodigen Jehovah’s Getuigen overal „alle soorten van mensen” uit om persoonlijk deel te gaan uitmaken van de Koninkrijkstoename door zich bij hen aan te sluiten in het uitspreken van de woorden van het Hallel: „Maar wíj zullen Jah zegenen, van nu aan en tot onbepaalde tijd.” — Psalm 115:18.
[Voetnoten]
[Kader op blz. 20]
WAT CONGRESGANGERS ZEIDEN:
„Ik denk dat 100.000 woorden nog niet toereikend zullen zijn om te beschrijven hoe dankbaar ik Jehovah ben voor dit geestelijke feestmaal.” — R. S., Luxemburg
„In de vrijgave van de brochure De Goddelijke Naam die eeuwig zal blijven bestaan zag ik een bewijs van Jehovah’s zegen. Al heel lang hoopte ik op iets dergelijks. Een miljoen maal dank!” — A. L., Bondsrepubliek Duitsland
„De vrijgave van de Reference Bible is voor mij een persoonlijke zegen van Jehovah . . . Fantastisch! Ik heb de bijbel drie keer gelezen. De nieuwe bijbel is een aansporing om hem opnieuw te lezen.” — A. P. en J. J., Verenigde Staten
[Grafiek op blz. 22]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
DE „KONINKRIJKSTOENAME”-DISTRICTSCONGRESSEN 1984 IN ENKELE EUROPESE LANDEN EN DE VERENIGDE STATEN
Hoogste Percentage Nieuwgedoopte
aantal congresbezoek Getuigen
Getuigen boven aantal gedurende
in 1984 Getuigen dienstjaar 1984
België 20.499 39% 1.009
Denemarken 14.337 62% 391
Duitsland (Bondsrep.) 109.102 29% 4.288
Finland 15.263 54% 629
Frankrijk 82.458 34% 4.708
Groot-Brittannië 97.495 40% 5.166
Italië 116.555 45% 9.060
Luxemburg 1.129 18% 54
Nederland 27.812 51% 841
Noorwegen 7.670 48% 328
Oostenrijk 15.618 37% 790
Portugal 27.220 71% 1.859
Spanje 56.717 49% 3.671
Verenigde Staten 690.830 53% 35.618
Zweden 19.526 29% 845
Zwitserland 12.378 41% 713
Totaal 69.970
[Illustraties op blz. 19]
Boven: Congresgangers op weg om te gaan prediken in Hannover, Duitsland
Linksonder: Vrijgave van de nieuwe Reference Bible in Edinburgh, Schotland
Rechtsonder: Geen raciale barrières — Japanse Getuigen op het congres in Dortmund, Duitsland