Een wereldregering — Wat zijn de obstakels?
DE GESCHIEDENIS is doorweven met wel duizend ideeën over de eisen waaraan een goede regering zou moeten voldoen, vanaf de Li (de gerationaliseerde maatschappelijke orde) van Confucius tot op de tijdens de Dumbarton Oaks Conferentie in Washington, D.C., gepropageerde ideeën waaruit de VN zijn voortgesproten. Maar wiens ideeën over regeren kunnen op wereldomvattende schaal in praktijk worden gebracht?
De wereld bestaat uit meer dan 150 naties, elk met haar eigen regeringsvorm. Veel van die regeringen zijn aangesloten bij een van de twee grote politieke ideologieën die elkaar de wereldheerschappij betwisten. Een groot aantal mensen heeft echter in beide geen vertrouwen meer. Geen van beide heeft de grote problemen van de wereld opgelost. De wereld is er ten gevolge van hun rivaliteit juist nog onstabieler en angstaanjagender op geworden. De technologie van het ruimtetijdperk heeft in hoge mate tot de ongerustheid bijgedragen.
Een onderling afhankelijke samenleving
Als de technologie van het ruimtetijdperk ons ook maar iets geleerd heeft over onze planeet Aarde, dan is het wel dit: Het leven is onderling verbonden, vanaf het allerkleinste eencellige organisme tot de meest complexe levensvormen; vrijwel alles houdt verband met al het andere. Alexander Pope, de beroemde Engelse dichter, beschreef in An Essay on Man (Een verhandeling over de mens), 1733-34, deze relatie tussen alle dingen als een „Onafzienbare keten van het Zijnde! die bij God begon”.
Dat beginsel gaat ook op voor naties. Ze zijn onderling afhankelijk. Er is misschien geen land, zelfs geen eiland, dat in de hedendaagse steeds kleiner wordende wereld onafhankelijk kan functioneren. Zo is de vraag van het ene land naar aardolie afhankelijk van de produktiecapaciteit daarvan in een ander land. En als een kettingreactie zal het feit of een land al dan niet over aardolie kan beschikken, een schijnbaar willekeurige reeks industrieën — de cosmetica-, kunststoffen- en farmaceutische industrie — ertoe brengen mensen aan te nemen of te ontslaan.
Of vergelijk de naties eens in het licht van de Noord-Zuid-verhouding tussen de rijke en de arme landen. De geïndustrialiseerde landen van het „Noorden” hebben een kwart van de wereldbevolking, maar bezitten negen tiende van de verwerkende industrieën in de wereld en ontvangen vier vijfde van het wereldinkomen. Toch zijn de economieën van de wereld met elkaar vervlochten. Zo houdt in slechts één land, de Verenigde Staten, één op de twintig banen verband met de leverantie van goederen aan landen van het „Zuiden”. Het „Noorden” is van het „Zuiden” afhankelijk voor grondstoffen die worden gebruikt in computers, radio’s, televisietoestellen en militaire apparatuur. Maar de fundamentele behoeften — voedsel, water, onderdak, werk, gezondheidszorg, onderwijs en sanitaire voorzieningen — worden in het „Noorden” veel beter gedekt dan in de meeste landen van het „Zuiden”.
Wil een wereldregering met succes kunnen opereren, dan zal ze moeten begrijpen dat zaken als armoede, werkloosheid, vervuiling en het nucleaire dilemma als de in elkaar grijpende stukjes van een legpuzzel zijn. Ze zijn niet afzonderlijk op te lossen. Ze worden allemaal tegelijk opgelost, of helemaal niet. De historicus William McNeill merkte op: „Wanneer er van een stelsel van staten zal worden overgegaan op een wereldrijk dat de aarde omspant, en óf dit ooit zal geschieden, is de ernstigste vraag waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet.”
Toch gaan de meeste naties te werk alsof ze door opperhoofden geregeerde stammen zijn, zonder een echt uitvoerbaar concept van mondiale verantwoordelijkheid voor economische en sociale ontwikkeling. Willy Brandt, voormalig kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland, verklaarde onlangs in World Press Review: „In onze moderne wereld kan men massale hongersnood, economische stagnatie, milieurampen, politieke onstabiliteit en terrorisme niet binnen nationale grenzen isoleren.” De problemen van één natie kunnen zelfs de stabiliteit van de gehele wereld aantasten.
Wat er nodig is
Wil een wereldregering goed kunnen functioneren, dan moet ze alle natuurlijke hulpbronnen en menselijke talenten kunnen mobiliseren om te voorzien in de behoeften van de allerarmsten in de wereld. In een aantal landen is de allesoverheersende zorg van de mensen hoe zij per dag hun voedsel, water en onderdak kunnen vinden. Wanneer iemands fundamentele behoeften niet worden bevredigd, zitten lichaam en denkvermogen als in een dwangbuis gevangen en wordt de geest beroofd van zelfrespect.
Als een wereldregering goed wil functioneren, moet ze de kloof tussen de levensstandaard van de rijke en van de arme landen kleiner maken. „Er is voldoende rijkdom voor iedereen”, zegt de befaamde Franse redacteur André Fontaine, „als wij die nu maar tot welzijn van de mensheid wilden gebruiken.” Van de rijkdom van de welvarende naties hebben de arme landen niets meegekregen. De armen zijn armer geworden. Zie op de hierbij afgedrukte lijst hoevelen van de wereldbevolking het aan de fundamentele levensbehoeften ontbreekt.
Wil een wereldregering goed kunnen functioneren, dan moet ze rechtvaardig zijn en mensen die in het ene deel van de wereld leven, niet begunstigen boven hen die in een ander deel leven. Maar naar wie kunnen wij opzien voor een wereldheerschappij die tot heil van de gehele mensheid kan en wil dienen? Naar mensen?
[Tabel op blz. 6]
Mensen wie het aan fundamentele levensbehoeften ontbreekt
— Ondervoed 510.000.000
— Volwassen analfabeten 800.000.000
— Kinderen die niet naar school gaan 250.000.000
— Verstoken van gezondheidszorg 1.500.000.000
— Levensverwachting beneden de zestig jaar 1.700.000.000
— Ontoereikende huisvesting 1.030.000.000
— Inkomen van minder dan $90 per jaar 1.300.000.000
Bron: Annals of American Academy of Political and Social Sciences