Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g85 22/1 blz. 12-17
  • Een voorproefje van bouwen in het Paradijs

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een voorproefje van bouwen in het Paradijs
  • Ontwaakt! 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Twee zalen in 48 uur?
  • Een regenachtig begin
  • Een stroom vrijwilligers
  • Eenheid, liefde en Jehovah’s geest
  • Een vleugje aards paradijs
  • Een bijzondere gelegenheid voor bijzondere omgang
  • Een vleugje geestelijk paradijs
  • Op wereldomvattende schaal gezamenlijk bouwen
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Bij alles wat wij ondernemen naar Jehovah opzien
    Onze Koninkrijksdienst 1992
  • Hoe Koninkrijkszalen worden gebouwd
    Ontwaakt! 1972
  • Bouwen tot eer van Jehovah
    Gods Koninkrijk regeert!
Meer weergeven
Ontwaakt! 1985
g85 22/1 blz. 12-17

Een voorproefje van bouwen in het Paradijs

„Jehovah’s Getuigen staan erom bekend dat zij in 48 uur een kerk kunnen bouwen. Maar dit weekeinde hebben zij zichzelf overtroffen. Voor het eerst bouwden Jehovah’s Getuigen in 48 uur twee Koninkrijkszalen, verbonden door een woongedeelte.”

ZO LUIDDE de inleiding van verslaggeefster Annette Lopez-Munoz bij haar verhaal in de South Dade News Leader van maandag 27 februari. Het beschreef de gebeurtenissen van het afgelopen weekeinde, 25 en 26 februari.

In de omgeving van Homestead in Florida nam het aantal gemeenten van Jehovah’s Getuigen zo snel toe, dat het dringend noodzakelijk werd de achterstand in te halen. Jim Crosley, een reizend opziener in Zuid-Florida, vertelde de verslaggeefster: „Er bestaat een extra noodzaak voor het bouwen van deze Koninkrijkszalen voor onze eredienst, omdat ten tijde van de grote vluchtelingenstroom uit Mariel onze Cubaanse broeders hun land zijn uitgezet. Ook in Miami moeten wij er vijf of zes zalen bij bouwen.”

De twee zalen die in het gebied van Homestead zijn gebouwd, staan ten dienste van vier gemeenten — twee Spaanse en twee Engelse.

De Miami News haalde een andere Getuige aan, die uitlegde wat de reden was voor deze „instant”-bouw van Koninkrijkszalen: „Onze filosofie is ze zo snel mogelijk te bouwen, zodat wij ons weer met belangrijkere dingen kunnen bezighouden.”

Die „belangrijkere dingen” houden verband met het evangelisatiewerk, het in het openbaar prediken en onderwijzen van Gods komende koninkrijk, het maken van discipelen die gedoopt en opgeleid moeten worden zodat ook zij „heilige dienst voor de levende God kunnen verrichten”. — Hebreeën 9:14; Matthéüs 24:14; 28:19, 20.

Hiervoor zijn onderwijscentra — centra voor bijbelonderricht, Koninkrijkszalen — nodig. De zalen, zo vervolgde The Miami News, zijn praktisch. „De nadruk ligt niet op de versiering, want wij zien ze meer als een school of een centrum van onderwijs. Het zijn plaatsen van aanbidding, maar de erediensten hebben een educatief karakter.” Elk van beide zalen beslaat een oppervlakte van 370 m2, en bevat 250 zitplaatsen, twee leslokalen, een hal, een lectuurruimte en twee toiletgroepen.

Twee zalen in 48 uur?

Beatrice Rogers, een getuige uit Homestead, stelde een avocadobosje van 2 hectare ter beschikking op een punt dat voor vier gemeenten tamelijk centraal lag. Na een jaar wikken en wegen werd besloten twee zalen naast elkaar te bouwen.

De afgelopen twee jaar hadden Jehovah’s Getuigen in de Verenigde Staten en Canada gemiddeld één Koninkrijkszaal per week gebouwd volgens de „instant”-methode. Maar twee op één terrein? Bleek uit de ervaring die zij hadden opgedaan dat zo iets haalbaar was? Was er voldoende vrijwilligershulp beschikbaar? Als het al een uitdaging vormde om leiding te geven aan 200 tot 400 werkers bij een enkel zaalproject, wat zou er dan gebeuren als er 400 tot 600 tegelijk bezig waren? Zou het met al die mensen en al die bouwmaterialen om mee te werken niet uitlopen op een kolossale chaos?

Lang en diep werd er nagedacht over de waarschuwing van Jezus: „Wie van u bijvoorbeeld die een toren wil bouwen, gaat er niet eerst voor zitten om de kosten te berekenen, om te zien of hij genoeg heeft om hem te voltooien? Anders zou het kunnen gebeuren dat hij het fundament ervan legt, maar niet in staat is het werk te voleindigen, en dan zouden alle toeschouwers hem wellicht gaan bespotten en zeggen: ’Deze mens is begonnen te bouwen, maar kon het niet voleindigen.’” — Lukas 14:28-30.

Maar na maanden van gebedsvolle besprekingen en kostencalculaties en het bestuderen van ontwerpen en procedures, kwamen Jehovah’s Getuigen van Homestead en omgeving tot een besluit: „Met Jehovah’s zegen krijgen wij het voor elkaar!”

Op vrijdagavond 24 februari gaf Nelson Crites, een coördinator van projecten voor Koninkrijkszalen in Zuid-Florida, een vergadering van meer dan 700 enthousiaste vrijwilligers in de aula van de middelbare school in South Dade de positieve verzekering: „Dit is een historische gebeurtenis. In Jehovah’s kracht zal het werk tot stand komen.”

De vrijwilligers werden opgedeeld in elf afdelingen onder leiding van ervaren aannemers en vaklieden, van wie velen al eerder een aandeel hadden gehad aan tweedaagse zaalbouwprojecten. Ditmaal moesten er voor alles twee ploegen komen, een voor elke zaal — timmerlieden, loodgieters, elektriciens, enzovoort. Bovendien moesten alle mededelingen zowel in het Spaans als in het Engels worden gedaan. Behalve twee kranen die men had gehuurd om zaterdagochtend vroeg de dakspanten te plaatsen, werd al het werk en alle dienstverlening vrijwel volledig door vrijwilligers behartigd.

Een regenachtig begin

Op zaterdagochtend werd om zes uur een stevig ontbijt geserveerd. En daarna lag er voor die werkploeg van mannen, vrouwen en jongeren voor zo’n kwart miljoen dollar aan bouwmaterialen te wachten, alles strategisch neergelegd op precies dat plekje van de beide betonnen funderingen waar het nodig was. Elk van de funderingen, met daarop de stalen balken die in Dade County — in Florida’s orkaangebied — voorgeschreven zijn, mat 370 m2. Om zeven uur zou het werk aanvangen om die hopen en stapels bouwmateriaal te veranderen in twee identieke Koninkrijkszalen.

En exact om zeven uur werd er ook met het werk begonnen — in de regen. Sedert middernacht had het gestadig geregend. Geen enkel facet van het werk werd er echter door opgehouden. Er werden plastic tenten en luifels opgezet om elektriciens en andere werkers beschutting te bieden. Aannemers en vakspecialisten werkten vanuit hun vrachtwagens en bestelauto’s. Duizenden thuis klaargemaakte lunchpakketten werden op lange tafels onder plastic in het avocadobosje neergezet. Chefs en koks bemanden hun stoomketels, ovens en frituurpannen in hun veldkeuken onder een plastic afdak. De regen werd eenvoudig genegeerd.

Hoe harder het regende, des te sneller leken de dakspanten op hun plaats gehesen te worden. Met anderhalf uur waren de dakspanten van beide zalen geplaatst. Tegelijk daarmee verrezen de wandpanelen. Binnen de twee uur was het laatste spant op zijn plaats gehesen. Om negen uur was er geen werk meer voor de kraanmachinisten. Overal langs de omtrek werden met tientallen handen wandpanelen omhooggetild en voordat er weer een uur verstreken was, waren de wanden van beide zalen al bijna klaar. Tussen de palmbomen die daar een dag of twee tevoren door zware machines waren geplant, verrezen de contouren van de gebouwen.

Hoe donkerder de wolken werden, des te sneller vorderde het werk. Er gingen echter geen mensen weg, er kwamen er juist steeds meer. Buiten op straat zei de politieagente telkens weer dat haar moeilijkste taak was te zorgen dat zij niet in de weg liep. Vrijwilligers regelden het verkeer over een afstand van enkele blokken in 288th Street, zowel bij de kruispunten als vóór het bouwterrein. Een van de buren was zo vriendelijk geweest aan de overkant een terrein van 6 hectare gratis als parkeerruimte beschikbaar te stellen.

De regen had ook zijn nuttige kant: de graszoden van de tuinarchitect bleven goed doorweekt, klaar om uitgelegd te worden. De planten en struiken werden in grondig gedrenkte bedden gepoot. De metselaars hielden met de regen hun specie nat.

En intussen verrezen er steeds meer muren. Overal waar panelen op de dakspanten werden geplaatst, verscheen daaroverheen prompt weer zwart vilt. Honderden werkers staken als silhouetten af tegen de grijze lucht. Vanaf de grond kronkelden glinsterende luchtkanalen als reusachtige wormen omhoog naar de vliering. Men was al bezig de betimmering langs de buitenwanden vast te spijkeren. Zware bundels dakspanen werden op de schouders getorst en over de daken verdeeld. Door de zoeker van een camera zag het eruit als enorme velden van dakspanen en werkers.

En de regen? Die was onopgemerkt afgedropen. Toen het opnieuw begon te regenen, waren beide daken al klaar.

Een stroom vrijwilligers

Er werd een woongedeelte met vier kamers gebouwd als verbindingsstuk tussen de twee Koninkrijkszalen. Vanuit de lucht gezien vormden de aaneengevoegde gebouwen een reusachtige H.

Bij regen en bij zonneschijn bleef de Vrijwilligersafdeling, die in een plastic tent gehuisvest was, open. Er waren meer werkers dan werk. Helemaal uit Texas, Ohio, Idaho, Engeland, Canada en Jamaica kwamen zich vrijwilligers melden — om nog maar niet te spreken van de omliggende staten en alle delen van Florida. De stapel formulieren telde 810 aanmeldingen.

Dawn Brinklow, die de leiding had over de tuinaanleg, zei dat haar vrijwilligers de namen van de planten niet kenden — geen Philodendron selloum van een Malpighia konden onderscheiden. „Daarom hebben wij een kleurcodering aangebracht. Dan stuurden wij een ploegje op een kleur af: ’Haal eens een rode, of een blauwe, of een groene.’ Daarbij kwam nog dat elk woord in beide talen vertaald moest worden. Er was geen ploegje of het bestond wel uit een mengeling van zwarten, blanken en Hispano’s.”

Eenheid, liefde en Jehovah’s geest

Een hypotheekhouder van het perceel werd gevraagd zaterdag langs te komen om de aflossing te regelen. Hij was zo verbluft toen hij twee gebouwen van 370 m2 zag staan op de plaats waar de vorige dag nog slechts betonnen funderingen lagen, dat hij zich naar huis haastte om zijn vrouw te halen.

De Nieuwsafdeling verwelkomde en begeleidde verslaggevers, fotografen, tv-cameraploegen en een aanhoudende stroom bezoekers. Er kwamen aannemers die hoopten te ontdekken hoe zij de bouwmethode van Jehovah’s Getuigen zouden kunnen toepassen. Er kwam een leraar van de baptisten die hoopte dat hij zijn gemeenteleden de geestdrift van Jehovah’s Getuigen zou kunnen bijbrengen — „Ik kan nog geen lek in onze kerk gerepareerd krijgen zonder er iemand voor te betalen.”

Archie Francis uit Hialeah had de hele zaterdag bij de afdeling Reiniging gewerkt. Die avond arriveerde zijn tante uit de Middenamerikaanse staat Belize. Hij vertelde dat hij geholpen had bij de bouw van twee Koninkrijkszalen die in dat weekeinde werden neergezet.

„Daar geloof ik niets van”, zei zij.

„Ik kan u wel een paar videobandjes laten zien.”

„Nee.” Zij wilde het alleen geloven als zij het met haar eigen ogen kon zien.

Op haar aandringen reden zij midden in de nacht 35 kilometer naar het bouwterrein. De plamuurploeg werkte de hele nacht door, aangemoedigd door een groepje zusters die in het Spaans Koninkrijksliederen zongen. Even later stond Archie’s tante mee te zingen. „Ik denk dat ik ook maar een Getuige word”, besloot zij. „Ik heb Jehovah’s Getuigen in dienst op de zaak. Zij zijn eerlijk. En ik lees altijd hun tijdschriften.”

Een ander familielid reageerde totaal verbijsterd: „Hoe krijgen jullie dat voor elkaar?”

„Door eenheid. Liefde. Jehovah’s geest”, antwoordde Archie.

De wijk van politieagent Warren Brundage in South Dade is een broeinest van moorden, drugs en rassenrellen. Nu zag hij hier de menselijke natuur in een ander licht. „Ik vind het fantastisch!” zei hij tegen een verslaggever. „Al die mensen die hier aan het werk zijn, zonder ruzies, zonder vechtpartijen . . . Er zijn zwarten, blanken, Hispano’s . . . zij hebben allemaal verschillende beroepen maar zij werken allemaal samen aan een gemeenschappelijk doel. Gisteren stond er een bankier met het dak te helpen.” Toen om vijf uur zijn dienst afgelopen was, bleef hij.

Aan het begin van de zondagmiddag bracht een mededeling in het Engels en Spaans op verzoek van een fotograaf de werkers en bezoekers ertoe lang genoeg te pauzeren om zich aan de voorzijde te verzamelen en hun armen in een overwinningsgebaar omhoog te steken. Vierduizend personen reageerden op de oproep. Dat aantal is gebaseerd op het feit dat de afdeling Voedsel kort tevoren 4000 maaltijden had uitgereikt.

Een vleugje aards paradijs

De tuinarchitectuur gaf het terrein een steeds sterker letterlijk paradijselijk tintje. Twee tropische tuinen, één voor en één achter, kregen gestalte in een glooiend landschap met palmbomen, natuursteen en bloemen. Een karavaan van vrachtwagens voerde bomen en struiken aan. Een Getuige schonk een aantal palmbomen. De tuinarchitect die de bomen ging uitzoeken, ontdekte een groepje van drie exemplaren van de Phoenix reclinata, een zeldzame dadelpalm. De eigenaar wist niet eens dat ze er stonden. Met hoeveel tedere zorg heeft de bulldozermachinist die bomen verplaatst, toen hij hoorde dat ze per stuk ongeveer duizend dollar waard waren!

De in twee dagen aangelegde tuinen besloegen ruim een halve hectare. Een ploeg van zes man zou daar op commerciële basis naar schatting drie weken voor nodig hebben en 25.000 tot 30.000 dollar kosten. Dit was allemaal gratis.

Een bijzondere gelegenheid voor bijzondere omgang

Op zondag kwam de verslaggeefster Lopez-Munoz terug met haar moeder, die uitsluitend Portugees spreekt. De jonge journaliste had iets gevoeld dat moeilijk onder woorden te brengen was. „Wat is die dadendrang, die motivatie in jullie toch?”

„Die komt uit de bijbel”, werd haar verteld.

„Ik heb in de bijbel gelezen hoe de mensen een grote toren aan het bouwen waren en hoe God toen hun taal heeft verward en zij het werk nooit hebben afgemaakt.”

„Dat was omdat zij tegen zijn wil handelden.”

„Maar nu helpt hij jullie je taalbarrières te overwinnen?”

„Dat is omdat wij zijn wil doen.”

Jehovah’s Getuigen, zo werd haar verteld, houden in gedachte dat ’het woord van God levend is en kracht uitoefent’ (Hebreeën 4:12). Wie daar gunstig op reageert, stelt zich open voor de werking van Gods geest.

„Wat u voelt is onder andere de vreugde die wij putten uit bijzondere bijeenkomsten zoals voor het bouwen van Koninkrijkszalen”, legde iemand van de Nieuwsafdeling uit. „De dynamiek van Jehovah’s Getuigen spruit hoofdzakelijk voort uit het feit dat wij een evangelisch genootschap zijn. Wij zijn verenigd in het prediken en onderwijzen van Gods toekomstige koninkrijk. Daarom hebben wij Koninkrijkszalen nodig als centra van aanbidding en bijbels onderricht. Bij bijzondere gelegenheden zoals deze kunnen wij uitgebreider met elkaar omgaan. Wij kunnen onze specifieke vaardigheden, bekwaamheden en vermogens met elkaar delen. Of wij kunnen eenvoudig onze bereidheid tonen om alles te doen waarmee wij anderen kunnen helpen. Ieder van ons doet zijn uiterste best. En ieder wordt gewaardeerd om zijn krachtsinspanningen. Maar zelfs hierbij wordt onze omgang met elkaar door bijbelse beginselen geleid. Hier denken wij bijvoorbeeld aan Galáten 5:26: ’Laten wij niet egotistisch worden, onderlinge wedijver aanwakkerend, elkaar benijdend.’ En ook aan Spreuken 11:14: ’Wanneer er geen bekwaam beleid is, vervalt het volk.’”

Een vleugje geestelijk paradijs

Het geloof van Jehovah’s Getuigen is de factor die het hun mogelijk maakt te doen wat anderen niet kunnen. Zij beginnen met zich te ontdoen van de geest van de wereld. Dat houdt onder meer in, zoals politieagent Brundage al snel ontdekte, dat men zich ontdoet van de wereldse geest van racisme, haat, jaloezie, klassenonderscheid, drugs, bezetenheid van seks en dergelijke. Hij bevond zich in een andere wereld, waar alle kwaadaardige bitterheid, toorn, gramschap, geschreeuw en schimpend gepraat waren weggenomen, evenals alle slechtheid, en de mensen werkelijk probeerden „vriendelijk jegens elkaar [te zijn], teder mededogend, elkaar vrijelijk vergevend, zoals ook God door Christus u vrijelijk vergeven heeft”. — Efeziërs 4:31, 32.

De geest van de wereld, die openbaar wordt in „de werken van het vlees”, is God vijandig gezind. Wanneer men zich van die geest ontdoet, wordt de weg vrijgemaakt voor de vrucht van Gods geest: „liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing”. — Galáten 5:19-23; Romeinen 8:5-8.

Een bezoeker, een lid van de Mormonenkerk, zag kinderen van Getuigen — zwart, bruin en blank — met elkaar spelen. Hij merkte op: „Wij hebben een zwart kind geadopteerd. De kinderen van onze kerk mogen niet met ons kind spelen.”

Doordat Jehovah’s Getuigen gunstig op bijbels onderricht reageren, worden zij opgenomen in een eenheid die meer landen omvat dan er lid-staten van de VN zijn.

Er werd opgemerkt dat de bouw van de Koninkrijkszalen in twee dagen „een voorproefje van bouwen in het Paradijs” was. Hiermee werd uitdrukking gegeven aan de vaste overtuiging van Jehovah’s Getuigen dat de Schepper van de aarde spoedig alle elementen uit de weg zal ruimen die de aarde en de menselijke samenleving te gronde richten, en dat Hij het mogelijk zal maken op wereldomvattende schaal in paradijsstijl te bouwen. — Openbaring 11:17, 18; 21:3, 4; Jesaja 65:17-25.

[Illustratie op blz. 14]

Panelen en dakspanten gingen tegelijk omhoog. Tegen negen uur had de kraan het laatste spant op zijn plaats gehesen

[Illustratie op blz. 17]

De bestuurder van de graafmachine voert drie palmbomen aan — een onderdeel van de „instant”-tuinaanleg

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen