Overlevingsgroepen — Zijn ze op het einde voorbereid?
„IK ZEG tegen de mensen dat zij uit de grote steden moeten trekken en naar kleinere plaatsen verhuizen, want overal ter wereld is de beschaving ten dode opgeschreven.” Zo waarschuwde een voorvechter van een groeiende beweging die zowel de nieuwsgierigheid opwekt als angst aanjaagt: de overlevingsgroepen! Deze mensen zijn er, zoals de naam al aanduidt, op uit de naar hun mening onvermijdelijke wereldramp — hetzij van nucleaire, natuurlijke, sociale of economische aard — te overleven. Hoe de rampspoed zal toeslaan, maakt hun weinig uit, want zij bereiden zich op alle mogelijkheden voor.
Boeken met onheilspellende titels als Life After Doomsday (Het leven na de oordeelsdag) voorzien hen van „verrassende informatie over schuilkelders, voedselopslag, technieken voor geneeskunde thuis, de psychologie van het overleven en de verdediging van een schuilplaats”. Tijdschriften als Survive (Overleven) houden hen op de hoogte van de laatste snufjes op overlevingsgebied: vuurwapens, gevriesdroogde levensmiddelen, gevechtsuitrusting en geprefabriceerde schuilkelders tegen radioactieve neerslag. En dit is nog maar een kleine greep uit een hele reeks van produkten die, zoals U.S. News & World Report het enige tijd geleden uitdrukte, „een nieuwe groeimarkt” in het leven hebben geroepen. Sommige overlevingsgroepen zijn zelfs zover gegaan dat zij geld hebben gestoken in hele ondergrondse woningcomplexen om een ’nucleair Armageddon’ comfortabel te kunnen uitzitten.
Vergis u niet. Het is de overlevingsgroepen ernst. Toegegeven, hun militaire manoeuvres en schietoefeningen kunnen velen een luguber fantasiespel toeschijnen. Het tijdschrift Life bracht onlangs verslag uit over de groeiende populariteit van het „Nationale Overlevingsspel”. Hierbij sjouwen de deelnemers in militaire overalls door de bossen en beschieten elkaar met namaakkogels — bij wijze van repetitie voor de guerrillastrijd na de ramp. Tot dusver „heeft het spel in 38 staten [van de VS] ingang gevonden”, zo berichtte Life.
Onvolwassen gedoe? Voor sommigen misschien wel. Maar anderen beschouwen zulke oefeningen als een ernstige zaak. Een lid van een overlevingsgroep legde uit: „Wanneer het moeilijk gaat worden, zullen de mensen ons bestelen. . . . Mensen zullen moorden plegen voor een stuk brood.”
Gekken of realisten?
Niettemin zijn velen geneigd hun schouders op te halen over de overlevingsgroepen en hun leden af te doen als ongevaarlijke gekken, maar anderen zijn van mening dat zij misschien toch nog zo gek niet zijn. De dreigingen van kernoorlog, overbevolking met de daaruit voortvloeiende hongersnood, misdaad, economische ineenstorting of zelfs het uiteenvallen van de maatschappelijke orde zijn geen onbeheerste verzinsels van neurotische figuren. Zelfs de experts weten geen raad met deze problemen, die hen diep verontrusten. Zo heeft volgens The Auckland Star een groep wetenschappelijke onderzoekers die zich Worldwatch noemt onlangs een studie gepubliceerd waarin wordt beweerd dat „de wereld op de rand staat van een economische crisis die wordt veroorzaakt door de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen”.
In tegenstelling tot degenen die „psychisch dichtklappen”, proberen de overlevingsgroepen deze angsten onder de ogen te zien. Hoewel zij uit allerlei lagen van de bevolking afkomstig zijn, en hoewel hun beweging versnipperd is door verschillende filosofieën en verschillen in aanpak, worden hun aanhangers verenigd door deze gemeenschappelijke noemer: ANGST. Zij vinden dat het „systeem” gefaald heeft — dat regeringen, politiemachten, rechtbanken en geldstelsels eenvoudig niet bij machte zijn de zich opstapelende problemen van de laatste tien jaar tot een oplossing te brengen. Daarom geven zij er de voorkeur aan zichzelf te helpen en vertrouwen zij erop dat hun eigen initiatief en bekwaamheden — tot een hoog peil opgevoerd door hun training vooraf — hen zullen redden wanneer de rampspoed toeslaat.
Een praktische aanpak?
Maar vormen schuilkelders tegen radioactieve neerslag, gevriesdroogde levensmiddelen en verborgen goudvoorraden een praktische aanpak om in de toekomst te kunnen overleven? Hoe doeltreffend zouden deze maatregelen zijn in geval van een werkelijke kernoorlog? Een in Science verschenen artikel met de titel „Biologische gevolgen op lange termijn van een kernoorlog” begon met te zeggen: „Recente onderzoekingen betreffende een kernoorlog op grote schaal (5000 tot 10.000 megaton) schatten dat alleen al door de luchtdruk van de explosies 750 miljoen mensen onmiddellijk zullen sterven; er zouden in totaal ongeveer 1,1 miljard doden vallen door de gecombineerde uitwerking van de luchtdruk, brand en straling; en bij benadering nog eens 1,1 miljard gewonden die medische hulp nodig zouden hebben. Zo zou dus 30 tot 50 procent van de hele menselijke bevolking het onmiddellijke slachtoffer kunnen worden van een kernoorlog.”
Maar veronderstel eens dat een schuilkelder toevallig op zo’n gunstige plek stond dat men aan deze onmiddellijke vernietiging zou ontkomen. Newsweek voorspelde: „Zelfs in de beste schuilkelders zouden ziekten als tyfus en cholera vrij spel kunnen hebben. De vuilopruiming zou primitief zijn; de medische zorg zou marginaal zijn en veel lijken zouden lang voordat ze begraven konden worden tot ontbinding overgaan. De meeste schuilkelders zouden donker en koud zijn en verstoken van communicatie met de buitenwereld; een grillige elektromagnetische puls, afkomstig van de explosie, zou radiozenders kunnen vernietigen. Met te veel mensen te dicht opeen te moeten leven, paniek en onzekerheid zijn factoren die de spanningen nog kunnen vergroten. Laatkomers kunnen voor besmetting zorgen en onder al die dicht opeen levende mensen kan psychische shock aanstekelijk werken.” Toch sloeg dit grimmige scenario nog maar op een beperkte nucleaire oorlog!
In haar boek Nuclear Madness (Nucleaire waanzin) verklaart Dr. Helen Caldicott verder: „Zij die het zouden overleven, in schuilkelders of in afgelegen plattelandsgebieden, zouden terugkeren in een totaal verwoeste wereld, waarin de levendragende systemen waarvan de menselijke soort afhankelijk is, zouden ontbreken.” Het nageslacht van de overlevenden zou een angstaanjagende erfenis te aanvaarden krijgen: „Blootstelling van de voortplantingsorganen aan de enorme hoeveelheden straling die door de explosies vrijgekomen waren, zou velen steriel maken. Ook een toenemend aantal gevallen van spontane abortus en misvormd nageslacht, en een reusachtige toename van zowel dominante als recessieve mutaties zouden het gevolg zijn.” Voor hoe lang? Voor „alle tijd die nog rest”, beweert Dr. Caldicott.
Een onlangs verschenen studie met de titel „Nucleaire winter: de wereldomvattende gevolgen van meervoudige nucleaire explosies” schildert een nog pessimistischer beeld. Dit rapport komt tot de conclusie dat de reusachtige hoeveelheden stof en rook die zelfs door een beperkte kernoorlog zouden worden ontketend, „krachtig op het klimaat zouden kunnen inwerken — hetgeen zou blijken uit een vele weken aanhoudende duisternis op aarde, ettelijke maanden lang temperaturen beneden het vriespunt, ernstige atmosferische storingen overal op aarde en ingrijpende veranderingen in de plaatselijke weers- en neerslagomstandigheden — een strenge ’nucleaire winter’ ongeacht het jaargetij”. In een studie over hetzelfde onderwerp kwam een team geleerden tot de volgende ijzingwekkende conclusie: ’Het uitsterven van een groot deel van de dieren, planten en micro-organismen op aarde lijkt tot de mogelijkheden te behoren, en uitsterven van de menselijke soort zelf kan niet uitgesloten worden geacht.’
Geen wonder, dat de romanschrijver Nevil Shute zich voorstelde dat na een nucleaire oorlog „de levenden de doden zouden benijden”.
„Wij of zij”
De kansen dat men met al dat trainen voor overleving het beoogde doel bereikt, zijn dus gering. Maar zelfs wanneer wij ervan uitgaan dat de voorspellingen van de geleerden te somber zouden zijn, zit er nog een zwak punt in de filosofie van de overlevingsgroepen: Hoewel een kernoorlog waarschijnlijk een eind zou maken aan regeringen en legers zoals wij die thans kennen, zou ze de fundamentele oorzaak van oorlog niet wegnemen. De bijbel zegt realistisch: „Uit welke bron komen er oorlogen en uit welke bron komen er gevechten onder u? Komen ze niet uit deze bron, namelijk uit uw begeerten naar zingenot, die strijd voeren in uw leden?” (Jakobus 4:1) Wanneer men zijn eigen zelfzuchtige belangen op de eerste plaats stelt, leidt dit onveranderlijk tot strijd.
Zijn de ideologieën waardoor de overlevingsgroepen thans bijeengehouden worden zo onzelfzuchtig van aard dat hebzucht en egoïsme hun denken niet zouden overheersen wanneer zij te maken krijgen met de schaarste en gebrek die door een wereldramp zouden ontstaan? De Christian Century haalde onlangs de woorden van Jerry Younkins aan, de woordvoerder van een „christelijke” overlevingsgroep: „Wij zijn in de eerste plaats christenen, in de tweede plaats leden van een overlevingsgroep.” Daarmee bedoelde hij dat wanneer de rampspoed werkelijk toeslaat, zij (althans in het begin) zullen proberen de christelijke beginselen in praktijk te brengen. „Wij zullen zo goed mogelijk verdelen wat wij hebben”, vervolgde hij. Maar hoe moet het wanneer de voorraden opraken? „Dan zullen wij hen doden”, zei de heer Younkins. „Het is heel eenvoudig: In die situatie is het wij of zij.”
In zo’n klimaat van terreur zouden verborgen voedsel- of goudvoorraden het doodvonnis voor een overlevende kunnen betekenen.
Overlevingsgroepen in de oudheid
Organisaties met overleving als doel zijn eigenlijk niets nieuws. De overlevingsgroepen doen zelfs denken aan een groep die in de eerste eeuw van onze Gewone Tijdrekening bestond: de joodse Zeloten. Tegen de jaren tachtig naderden de vijandige gevoelens tussen de joden en hun onderdrukkende Romeinse heersers het kookpunt. Religieus fanatisme, natuurlijke rampen zoals aardbevingen en voedseltekorten versterkten de angst dat het einde van het bestaande samenstel van dingen gekomen was (Matthéüs 24:6-8). Evenals de overlevingsgroepen in deze tijd trachtten sommigen zich tegen de toekomst te wapenen. Toen de Romeinse legers onder bevel van generaal Cestius Gallus tegen Jeruzalem optrokken, slaagden enige joodse Zeloten erin zich meester te maken van de stad Masada. In hun op 400 meter hoogte gelegen rotsvesting hadden de Zeloten een wapenarsenaal en een ruime voorraad voedsel en water. Hun overleving leek verzekerd.
Maar de Romeinse generaal Titus verwoestte Jeruzalem in 70 G.T., waarna Masada overbleef als het voornaamste doelwit van de Romeinse aanval. Zeven maanden lang hielden de Zeloten stand. Maar Romeinse genietroepen slaagden erin een enorme helling aan te leggen waardoor hun soldaten toegang kregen tot de vesting. In de wetenschap dat gevangenneming een ellendig slavenbestaan betekende, pleegden de 960 mannen, vrouwen en kinderen van Masada massaal zelfmoord. Hun pogingen om te overleven door hun toevlucht te zoeken in een zwaar bewapende vesting op de top van een berg bleken nutteloos.
Het is echter interessant dat er een groep mensen was die deze holocaust overleefde zonder hun toevlucht te nemen tot dergelijke overlevingstactieken.
[Inzet op blz. 6]
’Uitsterven van een groot deel van de dieren, planten en micro-organismen op aarde lijkt mogelijk, en uitsterven van de menselijke soort zelf kan niet uitgesloten worden geacht’
[Illustratie op blz. 5]
Is het bouwen van een schuilkelder tegen radioactieve neerslag en het opslaan van voedsel en goud de manier om zich op overleving voor te bereiden?
[Illustratie op blz. 7]
De pogingen van Zeloten zich te wapenen ten einde in Masada te overleven, hebben hen niet gered