Oorlog voeren is een gewoonte geworden
„Oorlogen zijn er in de grootste verscheidenheid, in praktisch elke vorm, grootte en kleur”, schrijft columniste Flora Lewis in The New York Times. Terwijl zij voorbeeld na voorbeeld noemt van landen die in een of andere vorm van gewapende strijd verwikkeld zijn, merkt zij op: „Het is alsof je de index van landen in een atlas leest.” De reden? „De kwestie is dat er niemand meer is die de wereld bestuurt en een schijn van orde ophoudt”, zo zegt zij. Hebben de Verenigde Naties de neiging tot oorlog voeren beteugeld? „Met al hun nadruk op soevereiniteit, nationale trots, het uiting geven aan grieven, zijn de VN een conclaaf geworden waar men een koehandel beoefent die ten doel heeft kleine onenigheden op te blazen terwijl de grote machtsconflicten blijven voortwoekeren.” Na een immens aantal conferenties waarvan toch de bedoeling zal zijn geweest oorlog te voorkomen, „zijn er nog genoeg mensen die willen vechten om de gewoonte van oorlog voeren levend te houden”, merkt Lewis op.
Voor de generatie vanaf 1914 is oorlog voeren inderdaad een gewoonte geworden. Waarom? Het bijbelboek Openbaring voorzag hoe een symbolische ruiter zwaaiend met een groot zwaard op zijn vuriggekleurd strijdros uitrijdt met de opdracht „de vrede van de aarde weg te nemen” (Openbaring 6:4). Die profetie is in deze eeuw in vervulling gegaan, want niet alleen is de aarde getuige geweest van de verschrikkingen van twee wereldoorlogen, maar ze heeft een bijna constante stroom bloedige conflicten beleefd.
Mensen die oprecht naar vrede verlangen, zien er niettemin naar uit dat de verslavende gewoonte om oorlog te voeren verbroken zal worden door de in Openbaring genoemde gekroonde symbolische ruiter op het witte paard. Dit is Christus Jezus, de „Vredevorst”. Sinds 1914 is hij ’al overwinnend’ in galop voortgereden. Eerst onderwierp hij de hemelse tegenstanders van goddelijke heerschappij en vervolgens zal hij in een strijd tegen alle aardse tegenstanders ’zijn overwinning voltooien’. Dan zal de aarde ervaren hoe vrede een gewoonte wordt. — Jesaja 9:6; Openbaring 6:2; 12:7-12.