Rechten van de patiënt betwist!
Door Ontwaakt!-correspondent in Zuid-Afrika
„Indien niet binnen zes uur een bloedtransfusie wordt toegediend, zou de patiënt kunnen sterven.” Deze woorden maakten deel uit van een spoedaanvraag die op 26 april 1982 aan het Opperste Gerechtshof van Zuid-Afrika in Pretoria werd voorgelegd.
WIENS leven verkeerde in gevaar? Waarom werd het Opperste Gerechtshof gevraagd te beslissen of deze vorm van medische behandeling wel of niet moest worden toegepast? En wat nog belangrijker is: hoe liep het af?
Tien dagen tevoren was Malcolm John Phillips, een elektrotechnisch ingenieur uit Johannesburg, betrokken geraakt bij een ernstig auto-ongeluk ongeveer 300 kilometer van zijn woonplaats. De politie was weldra ter plaatse en na meer dan twee uur was hij uit het wrak bevrijd en werd hij per ambulance naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, in Pietersburg, gebracht. Hoewel Malcolm er ernstig aan toe was, met gecompliceerde breuken aan beide benen, was hij bij aankomst nog bij bewustzijn. Hij deelde het personeel mee dat hem onder geen voorwaarde een bloedtransfusie mocht worden toegediend. Bovendien bood hij aan een schriftelijke verklaring af te geven waarin de arts werd gevrijwaard tegen iedere wettelijke aansprakelijkheid voor eventuele ongunstige gevolgen van deze weigering. Als getuige van Jehovah wilde Malcolm gehoorzamen aan het bijbelse gebod zich „te onthouden van . . . bloed”. — Handelingen 15:19, 20, 28, 29.
Aanvankelijk werden bij de eerste hulp die hij in het ziekenhuis ontving, zijn wensen geëerbiedigd. Maar na enige dagen trad er een longinfectie op en drong men er bij hem op aan zijn standpunt inzake bloed te herzien. Toen hij bleef weigeren, bracht de orthopedisch chirurg de zaak voor het Opperste Gerechtshof. Dit geschiedde zonder medeweten van Malcolm of zijn vrouw Veronica, die voortdurend aan haar mans zijde was. Zelfs Dr. Pierre du Toit Burger, die de longinfectie behandelde, wist van niets.
„Op 26 april”, zo verklaart Veronica, „kwam ik in het ziekenhuis om zoals gewoonlijk mijn man te bezoeken. Zijn toestand was zoals ze de laatste paar dagen steeds was geweest. Niets wees erop dat het met ingang van de 26ste ernstiger was geworden en niemand gaf mij te verstaan dat dit het geval zou zijn.”
Later op die dag kreeg Veronica een schokkend telefoontje van een verslaggever van de Rand Daily Mail. Hij wilde weten wat zij vond van het vonnis van het Opperste Gerechtshof, waarbij was bepaald dat iedere arts in het ziekenhuis haar man onder dwang een bloedtransfusie mocht toedienen. De orthopedisch chirurg die deze uitspraak had weten te verkrijgen, was die dag niet in het ziekenhuis aanwezig. Hij belde Dr. Burger op en droeg hem op het vonnis uit te voeren. Maar Dr. Burger had Malcolm al de verzekering gegeven dat hij zijn wensen zou respecteren, en hij weigerde.
Malcolm heeft nooit een bloedtransfusie gekregen. Diezelfde dag werd er met de hulp van zijn vrouw een geding aangespannen om zijn rechten te beschermen. De volgende dag was het bedrijf waar Malcolm werkte zo vriendelijk hem naar een ander ziekenhuis dichter bij huis te laten overvliegen.
Een juridische knoop ontwarren
Vindt u het moeilijk te geloven dat de rechten van een volwassen patiënt zo gemakkelijk opzij gezet kunnen worden? Welnu, misschien ligt de verklaring in een nieuwe gedachtengang. In het Zuidafrikaanse tijdschrift Geneeskunde van maart 1982 stond een artikel met de titel: „Bloedtransfusie bij Jehovah’s Getuigen”. Daarin werd gesteld dat een arts de weigering van een patiënt om bloedtransfusie te aanvaarden, dient te negeren. De auteurs, professor T. Verschoor en N. J. Grobler, beweerden tevens dat de behandelend geneesheer aansprakelijk gesteld kon worden, indien de dood het gevolg zou zijn van deze weigering. Dit artikel werd een maand vóór Malcolms ongeval gepubliceerd.
Als reactie hierop schreef een advocaat bij het Opperste Gerechtshof, professor Smit, ongeveer een jaar later:
„Dit door Grobler en Verschoor geformuleerde principe, dat naar hun zeggen inherent zou zijn aan de Zuidafrikaanse wet, komt uiteindelijk op het volgende neer: Een arts is beroepshalve verplicht te genezen! . . . In de eerste plaats zou een dergelijke wettelijke verplichting een ernstige aantasting betekenen van persoonlijke rechten, dat wil zeggen, rechten met betrekking tot de fysieke integriteit, privacy, enzovoort. . . . Ten tweede zou zo’n hypothetische (want het kan niet gezien worden als iets meer dan een hypothese) beroepsmatige plicht van een arts volstrekt onhoudbare en onrealistische gevolgen en implicaties hebben voor beoefenaren van dit beroep. . . . Grobler en Verschoor beperken zich tot Jehovah’s Getuigen en bloedtransfusies bij levensgevaar. . . . Maar wettelijke beginselen zijn niet slechts van toepassing op groepen personen en onder bepaalde omstandigheden, maar zijn universeel. . . . Juristen dienen de zaak ernstig te overwegen, voordat zij een bepaalde groep personen in de samenleving welhaast draconische en volstrekt irreële plichten opleggen.” — South African Medical Journal, 19 februari 1983.
In overeenstemming hiermee waren velen, onder wie artsen en juristen, van mening dat in het geval van Malcolm Phillips een ernstige gerechtelijke dwaling had plaatsgevonden. En het is dan ook niet verwonderlijk dat Malcolm toen hij voldoende hersteld was, beroep aantekende bij het Opperste Gerechtshof om het vonnis te laten vernietigen. Toen de zaak op 9 maart 1983 werd behandeld, liet de chirurg die oorspronkelijk de „spoed”-aanvraag had ingediend, verstek gaan. Malcolms verdediging werd gevoerd door professor Strauss, auteur van het boek Doctor, Patient and the Law (Arts, patiënt en wet). De argumentatie die hij het hof ter hand stelde, bevatte voortreffelijke beginselen zoals dit:
„De appellant [Malcolm Phillips] was volledig in staat zijn wensen tot uitdrukking te brengen en te weigeren zich een bloedtransfusie te laten toedienen, niettegenstaande het feit dat hij bij een ongeluk ernstig gewond was geraakt. Onze wet kent geen beginsel volgens hetwelk de wensen van een patiënt onder deze omstandigheden door een rechtbank nietig verklaard kunnen worden. . . . Het uitvoeren van een medische operatie of het toedienen van een behandeling, tegen de wil van een persoon of zelfs zonder zijn toestemming, komt neer op aanranding, waarvoor de arts strafrechtelijk kan worden vervolgd. . . . Het hof wordt ter overweging gegeven dat wanneer een arts redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de patiënt een getuige van Jehovah is en in een vroeger stadium uitdrukkelijk heeft geweigerd bloedtransfusie te aanvaarden voor het geval dit in een toekomstig stadium mocht worden overwogen, de arts niet het recht heeft te handelen in strijd met de wil van de patiënt en dat, met verschuldigde eerbied, ook een gerechtshof daartoe niet bevoegd is.” — Wij cursiveren.
De rechter zei dat naar zijn oordeel voldoende was aangetoond dat Malcolm Phillips op het bewuste tijdstip bij zijn volle verstand was en het recht had bloed te weigeren. Het eerder uitgevaardigde vonnis was een dwaling, zei de rechter, en dienovereenkomstig beschikte hij dat het werd vernietigd.
De gelukkige afloop
Zij die rechtvaardigheid liefhebben in Zuid-Afrika, zijn blij met deze afloop. Het recht van een patiënt om een bepaalde behandeling te aanvaarden of te weigeren, is gehonoreerd. Malcolm Phillips is niet binnen de beweerde zes uur gestorven. Zoals Dr. Burger, die hem toen behandelde, zei: „Hoewel de toestand van de patiënt ernstig en verontrustend was, lag hij niet op sterven.” Jehovah’s Getuigen hebben diepe waardering voor de diensten van zulke artsen, die bereid zijn de hele patiënt te behandelen, met inachtneming van gewetensvolle, op de bijbel gebaseerde zienswijzen.a
Hoewel Malcolm slechts langzaam herstelde, kreeg hij uiteindelijk het gebruik van zijn benen terug. Nu, meer dan een jaar na zijn ongeluk, is hij blij weer aan het werk te zijn. Als gezinshoofd en ouderling in de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen leidt hij een zeer druk bestaan. En hij is vooral bijzonder blij dat hij weer kan deelnemen aan de prediking van huis tot huis, om het goede nieuws van Gods koninkrijk met anderen te delen.
[Voetnoten]
a Een publikatie die artsen en verplegend personeel heeft geholpen zich te richten naar de gewetensvolle geloofsopvattingen van een patiënt, is de brochure Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society.
[Inzet op blz. 25]
Velen waren van mening dat er een ernstige gerechtelijke dwaling had plaatsgevonden
[Illustratie op blz. 26]
Malcolm Phillips bestudeert de bijbel met zijn gezin, een jaar na zijn ongeluk