„Maar de watervallen zullen allemaal verdwijnen!”
Door Ontwaakt!-correspondent in Brazilië
’KAN er niet iets worden gedaan om de watervallen te redden?’ Deze vraag stelde men de Braziliaanse president João Figueiredo, toen hij in september 1982 de nieuwe, gigantische waterkrachtcentrale van Itaipú bezocht. Hoe treffend was hiermee de controverse gekenschetst waarmee de bouw van de centrale was omgeven!
Boeren die hun hele leven in dat gebied hadden gewoond, waren gewend aan het donderend geraas van hun geliefde Sete Quedas watervallen. Maar hoe onvoorstelbaar ook, de watervallen zouden binnen een paar weken verdwenen zijn — ondergegaan in het uitgestrekte meer dat door het afdammen van de Paraná zou ontstaan. Het antwoord van de president, ’Als ik Sete Quedas red, wat ga ik dan doen met dat kolossale bouwwerk van Itaipú?’ bevestigde alleen maar dat de dagen van de watervallen waren geteld.
Itaipú (wat „zingende steen” betekent in het Tupi-Guaranidialect) was een bron van onenigheid geweest tussen industriëlen en ecologen. Voor Brazilië, welk land jaarlijks $10 miljard aan olie-importen besteedt, „is Itaipú niet zomaar een energieproject, het is een symbool van een Braziliaanse ontwikkelingsdroom”. Eén enthousiaste minister verklaarde zelfs: „De bouw van Itaipú is bepalend voor het voortbestaan van onze beschaving.”
Hoeveel is Itaipú waard?
De Sete Quedas watervallen in de machtige Paraná mogen niet verward worden met de — beter bekende — Iguaçu watervallen in de rivier de Iguaçu, een zijtak van de Paraná. Over de Sete Quedas watervallen vermeldt de Encyclopædia Britannica: „De rivier heeft een 3 km lang ravijn in het rode zandsteen uitgeslepen. . . . Het resultaat is een overweldigend hoewel helemaal niet zo bekend schouwspel. De rivier, die zich verbreedt tot een 5 km brede lagune, wordt plotseling ingeklemd tussen muren die slechts 900 m uit elkaar staan. Het gevolg is dat het water in een oorverdovend crescendo, dat over een afstand van wel 30 km te horen is, via verschillende geulen en zo’n 18 stroomversnellingen een totaal verval van naar schatting 900 m doormaakt.”
Plaatselijke bewoners noemen het de plaats waar de machtige Paraná dol wordt. Eén hoogleraar in de geografie zei het op deze wijze: „Er is in de hele wereld geen mooiere serie watervallen te vinden.” Het is daarom geen wonder dat ecologen vonden dat het verlies van de watervallen een te hoge prijs was! Te zamen met biologen, natuurliefhebbers, toeristenbureaus en natuurlijk de plaatselijke inwoners, jammerden zij: „Maar de watervallen zullen allemaal verdwijnen!” En ze zijn inderdaad verdwenen!
Op 13 oktober 1982 werd het omleidingskanaal dat het water van de Paraná al die jaren rond de in aanbouw zijnde dam had gevoerd, gesloten. De rivier begon te stijgen, aanvankelijk langzaam maar later met wel 90 centimeter per uur. Vijf dagen daarna begon men 150 km stroomopwaarts de uitwerking van het stijgende water bij de Sete Quedas watervallen te merken. Terwijl het water steeg, begonnen de watervallen langzamerhand in hoogte af te nemen. Hun oorverdovende gebulder nam geleidelijk af terwijl de reeks watervallen één voor één onder het zich uitbreidende meer verdween en alleen nog wat rimpelingen de plaats markeerden van wat eens een zeldzaam mooi voorbeeld van natuurschoon was geweest. Ten slotte verdwenen zelfs de rimpelingen en lag er een uitgestrekt, sereen meer dat door zijn complete stilte haast spookachtig aandeed. Ja, de Sete Quedas watervallen waren verdwenen!
’De natuur verliest het’
Het nieuwe Itaipú-meer, gelegen op de grens tussen Brazilië en Paraguay, is ongeveer 130 m diep en bedekt zo’n 780 km2 bouwland en 600 km2 oerwoud. Een voorafgaand onderzoek had aangetoond dat het gebied minstens 117 soorten subtropische planten, 90 soorten vis en nog tientallen soorten andere dieren herbergde, waaronder jaguars, tapirs, stekelvarkens en herten. Met de watervallen vonden ook een aantal historische en archeologische vindplaatsen een graf in het water. Van groter zorg waren de honderdduizend mensen wier land voor het project was onteigend en die zich ergens anders moesten kunnen vestigen.
Aan de andere kant hielden voorstanders vol dat geen van deze argumenten zwaar genoeg woog om uitstel van de bouw te rechtvaardigen. Zij voerden aan dat de kosten voor onteigening miniem zouden zijn en bij de totale bouwsom van de dam waren inbegrepen. Er zou moeite worden gedaan om dieren bijeen te drijven en over te brengen naar speciaal daartoe op te zetten reservaten. Het enorme meer dat zou ontstaan, zou zonder twijfel meer toeristen aantrekken dan ooit met de Sete Quedas watervallen het geval was geweest. En hun sterkste argument was natuurlijk de behoefte aan een nieuwe energiebron om de enorme kosten van olie-importen te compenseren.
En wat was de uitslag van de controverse? „In de strijd tussen vooruitgang en natuur, verliest de natuur het”, antwoordde het tijdschrift Veja. Bijgevolg werden in 1973 stappen ondernomen om te beginnen met de bouw van wat ’s werelds grootste waterkrachtcentrale zou worden, groter dan de Grand Coulee Dam in de Verenigde Staten. Bijna tien jaar later werd de bouw voltooid. En op 5 november 1982 werden de schakelaars omgezet waardoor er sluisdeuren opengingen en de Paraná haar normale loop kon hernemen nadat ze achter de dam een meer had gevormd. De installatie van turbines en generatoren zou later geschieden.
Een internationaal project
De bouw van de centrale was een gezamenlijke onderneming van twee landen, waarbij het werk, de kosten en ook de energieopbrengst door Brazilianen en Paraguayanen zouden worden gedeeld. De oorspronkelijk op $2 miljard begrote kosten hebben de $14 miljard reeds overschreden. Inflatie eiste haar tol!
Niettemin was men aan beide zijden opgetogen toen de werkzaamheden met een voorsprong van twee maanden op het bouwschema werden voltooid. In een door Itaipú Binacional gepubliceerde brochure stond: „Het Itaipú-project is de grootste bi-nationale onderneming in de geschiedenis en draagt er in belangrijke mate toe bij de economie van beide landen te stimuleren en de banden van broederlijke vriendschap die Brazilië en Paraguay binden zelfs nog te versterken.”
Maar van deze „banden van broederlijke vriendschap” werd af en toe veel gevergd. Een van de eerste problemen had te maken met de toekomstige elektriciteitsopbrengst van de centrale, die zich toen nog in de ontwerpfase bevond. Het contract tussen de twee landen bepaalde dat de elektriciteitsopbrengst gelijkelijk tussen beide landen zou worden verdeeld. Een overschot dat niet door Paraguay werd gebruikt, zou slechts door Brazilië gekocht kunnen worden. Maar er was een probleem: Paraguay gebruikt stroom met een frequentie van 50 hertz terwijl Brazilië 60 hertz wisselstroom gebruikt.
De oplossing? Na veel — en klaarblijkelijk soms heftige — discussies, werd uiteindelijk besloten dat negen generatoren van de centrale stroom van 50 hertz zouden produceren en de andere negen stroom van 60 hertz. Alle elektriciteit van het Paraguayaanse overschot die door Brazilië zou worden gekocht, zou getransformeerd tot gelijkstroom naar de Braziliaanse industriecentra overgebracht worden en daar opnieuw omgezet worden in 60 hertz wisselstroom. Deze op een Salomonsoordeel gelijkende beslissing loste het probleem op — maar het kostte wel $450 miljoen extra.
Project „Dierenjacht”
Misschien komt de vraag bij u op: ’Wat kwam er terecht van de belofte om iets van de flora en fauna van het gebied te redden?’ Die belofte heeft men naar verluidt gehouden. Dit project kreeg de naam „mymba kuera” („dierenjacht” in het Tupi-Guaranidialect). Twee jaar tevoren werd er begonnen een zorgvuldig geselecteerde groep van 156 personen op te leiden in het herkennen van de vele diersoorten, het hanteren van haken, netten, strikken, vallen en verdovingswapens en het gereedmaken van kooien voor allerlei zoogdieren, slangen en spinnen.
Van tevoren werd ook gezorgd voor blijvende toevluchtsgebieden met personeel dat werd opgeleid om de dieren gedurende de aanpassingsperiode in hun nieuwe woongebied te voederen en te verzorgen. Al deze mensen moesten in staat zijn hun werk in een zeer korte tijdsperiode te volbrengen. Waarom? Omdat men besefte dat er gedurende de twee weken waarin het reuzenmeer zich zou vormen, talrijke eilandjes zouden ontstaan. En dieren zouden natuurlijk op deze eilanden hun toevlucht zoeken. Maar de meeste van deze eilanden zouden ten slotte door water worden bedekt en de dieren zouden verdrinken. Het reddingswerk zou dus moeten worden verricht in de tijd dat de eilanden nog boven water uitstaken.
Er vormden zich 667 eilandjes, waarvan er echter slechts 44 overbleven toen het water zijn hoogste stand bereikte. Gedurende de eerste paar dagen werden er genoeg dieren gered om „een ark van Noach te vullen”, en tegen de tijd dat de dierenjacht voorbij was, waren er ongeveer 9200 gevangen en naar de speciale reservaten overgebracht.
Wat het planteleven betreft, er werden 110 soorten palmen, wilde ananassen en sierplanten verzameld. Daaronder bevonden zich verscheidene soorten orchideeën, waarvan drie soorten alleen in dat gebied voorkwamen. Op deze manier bleef veel van de plaatselijke flora behouden.
Ook de honderdduizend inwoners van het gebied waren bezig te verhuizen. Maanden voordat het meer zou vollopen, kon men gezinnen per vrachtauto, ossewagen en te voet zien vertrekken, alles wat waarde voor hen had, met zich meenemend naar hun nieuwe woningen. Sommige families namen zelfs hun gestorvenen mee om hen op een nieuwe plek te begraven. Alle begraafplaatsen werden geleegd, waarbij ook de lichamen die niet waren opgeëist, opnieuw werden begraven op andere kerkhoven. Het is geen wonder dat men de bewuste dag met gemengde gevoelens tegemoet zag. Eén plaatselijke inwoner deed geen moeite zijn tranen te verbergen, terwijl hij zei: ’Ik voelde een verschrikkelijk, hartverscheurend verdriet toen ik dat meer zag. Ik wil het nooit meer zien.’ Een ander snikte terwijl hij toekeek hoe het meer geleidelijk aan de watervallen opslokte: „Het is net alsof ik hier mijn broer aan het begraven ben. De Sete Quedas watervallen hoorden bij ons gezin.”
De controverse blijft bestaan
De 5de november 1982 kwam en ligt al weer achter ons. De machtige Paraná stroomt weer normaal — maar zonder de Sete Quedas watervallen. Daarvoor in de plaats, maar verder stroomafwaarts, is hun torenhoge, betonnen „grafzerk” gekomen. De industrie heeft gewonnen, de natuur heeft verloren. Maar de controverse blijft bestaan. Zoals de Estado de S. Paulo het stelde: ’Aan de ene kant staat de natuur in al haar schoonheid en verscheidenheid; daartegenover staat de „godin technocratie”.’
Opmerkelijk is dat er nu bezorgdheid wordt geuit over veranderingen in het weerpatroon. Er zijn naar verluidt reeds veranderingen in de atmosferische druk waargenomen. Toegenomen vochtigheid, krachtiger winden, aanhoudende regen over een groot gebied in het zuiden van Brazilië en in buurlanden geven aanleiding tot allerlei gissingen. Sommigen schrijven de veranderingen toe aan de aanwezigheid van het nieuwe meer. Anderen zijn even heftig in hun ontkenning dat het meer enige verandering zou kunnen veroorzaken in weerpatronen. Niemand weet het zeker.
Eén ding is echter wel zeker: De Sete Quedas watervallen zijn verdwenen en leven slechts in de herinnering voort. Hun plaats is ingenomen door de 18 turbines van de „zingende steen”, Itaipú. Ze zullen ten slotte één voor één beginnen te draaien en miljoenen mensen van elektriciteit voorzien. De tijd zal leren of ook zij de genegenheid van velen zullen winnen net zoals het geval was met Sete Quedas, de watervallen die verdwenen.
[Kaart op blz. 21]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Sete Quedas
Paraguay
de Paraná
het nieuwe meer
Brazilië
Itaipú
de Iguaçu
Iguaçu watervallen