Wat een tragische overstroming niet kon wegvagen
Door Ontwaakt!-correspondent in Spanje
WELKOME regens begonnen neer te vallen op het zuidoosten van Spanje, op de vruchtbare landbouwgebieden van Valencia, Albacete en Murcia. Het doorgaans droge gebied van Alicante kreeg ook zijn deel. Maar de regen hield langer aan dan de mensen lief was. In enkele uren viel er meer regen dan in drie jaar het geval was geweest! Een verfrissende verandering sloeg om in een nachtmerrie. De rivieren begonnen buiten hun oevers te treden toen de regen langs de bergen naar beneden gutste.
Zo’n 50 kilometer van de kust ontstond plotseling een nieuw gevaar. De dam bij het Tous-reservoir begon te scheuren. Toen er alarm werd geslagen, was het voor sommigen al te laat. De dam begaf het en een op sommige plaatsen bijna negen meter hoge muur van water baande zich een weg door het stroomdal van de Júcar, alles op zijn pad verzwelgend.
De vloedgolf liet een spoor van verwoestingen achter: zestig steden waren zwaar getroffen, 3000 huizen verdwenen, nog eens 8000 huizen werden ernstig beschadigd en 5000 voertuigen raakten bedolven onder een zee van modder. Ongeveer 140.000 mensen leden op de een of andere manier verliezen; in sommige gevallen betrof dat het verlies van geliefden. In de provincie Valencia telde men op een bepaald moment 42 doden en 19 vermisten. Alleen al in het kleine plaatsje Carcagente kwamen elf mensen om. In de provincies Albacete en Alicante waren ook mensenlevens te betreuren.
Ooggetuigenverslagen
Jehovah’s Getuigen in het gebied werden ook zwaar getroffen. Alhoewel geen van hen het leven verloor, raakten verscheidene Getuigen wel gewond, verloren ongeveer 25 van hen hun huis en raakten nog velen meer hun meubilair en bezittingen kwijt. Drie Koninkrijkszalen werden zwaar beschadigd. Iedereen besefte hoe waar het bijbelse gezegde is: „Tijd en onvoorziene gebeurtenissen treffen hen allen.” — Prediker 9:11.
Een jonge Getuige die door modder en water heen waadde, merkte een open rioolput niet op en zonk erin weg. Toen zij tot haar schouders in de modder was weggezakt, trok haar geschreeuw de aandacht van een buurman, die haar te hulp schoot en haar het leven redde.
Een andere Getuige die zich in het overstroomde gebied bevond, verhaalt: „Het was ongeveer twee uur ’s middags en wij waren juist klaar met eten toen er plotseling een buurman aan de deur verscheen om ons te waarschuwen dat er een grote lawine van water op onze stad afkwam. Geschrokken gingen wij de straat op. Wat wij op ons af zagen komen, was een enorme rivier van water. Wij schoten het huis weer binnen, sloten de deur en probeerden met zakken en andere dingen te voorkomen dat het water binnendrong . . . maar het water kwam met overweldigende kracht over de barrière heen.
Op dat moment zagen en voelden wij hoe het water tegen onze benen opkroop. Wij probeerden onze boeken en andere bezittingen te redden maar het water stroomde zo snel binnen dat dit ons niet gelukte. Voordat wij er erg in hadden, kolkte het water om ons middel. Wij haastten ons om ons leven in veiligheid te brengen en met veel moeite bereikten wij de bovenste verdieping van ons huis. Vanaf die plaats keken wij toe hoe het water zo hoog steeg dat ook die vloer bijna onder water kwam te staan. Wij brachten de nacht biddend tot Jehovah door en hoopten dat het daglicht spoedig zou aanbreken. Dat waren angstige uren!”
Hulp komt snel op gang
Plaatselijke organisaties zoals de brandweer en het Rode Kruis, evenals veel andere vrijwilligers, stonden heel snel klaar om het getroffen gebied te helpen. De dag na de verwoestende overstroming slaagde een hulpcomité dat door het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Spanje was aangesteld er eveneens in contact te leggen met sommigen van de Getuigen in de getroffen gebieden. Twee dagen later kwam een vrachtwagen met heel veel moeite Alcira binnenrijden, beladen met voedsel, kleding en andere voorzieningen die de gemeenten in Valencia hadden ingezameld om hun noodlijdende geestelijke broeders te helpen.
Alcira, met 37.000 inwoners, was een van de zwaarst getroffen steden, aangezien de stad aan de oevers van de Júcar ligt en op slechts veertien meter boven de zeespiegel. In sommige steden bereikte het water een hoogte van wel acht meter boven het straatniveau! Toen het water zakte werd alles in een moeras veranderd met een laag stinkende modder van meer dan een halve meter dik.
Vanwege de onbegaanbare wegen en het gevaar dat door de rottende karkassen van dieren epidemieën zouden ontstaan, beperkten de autoriteiten de toegang tot de ergst getroffen steden. Het hulpcomité kreeg echter toestemming om de afgesloten gebieden binnen te gaan om de dringendste behoeften van de gemeenten van Getuigen in de zone te lenigen. Naast het verschaffen van voedsel en kleding was het nodig de huizen te reinigen van de modderlaag die was binnengekomen. In het eerste weekend na de catastrofe hielpen zo’n 200 leden van de gemeenten uit de stad en de provincie Valencia bij dat werk. Anderen die geen Getuigen waren, zoals buren en mensen die in de buurt van Koninkrijkszalen woonden, werden eveneens geholpen. Vanuit geheel Spanje kwam er hulp, daar de broeders op allerlei manieren in de bestaande behoeften voorzagen. Veel Getuigen met speciale vaardigheden boden vrijwillig aan om huizen en Koninkrijkszalen te helpen herstellen.
De uiterst belangrijke rol van de ouderlingen
Nauwkeurig bijgewerkte gemeentearchieven waarin het volledige adres waar iedereen woonde stond aangegeven, vormden een grote hulp om degenen die hulp nodig hadden te bereiken. In tijd van nood is die informatie van levensbelang. Een kringopziener die in het overstroomde gebied hulp bood, voegde hieraan toe: „De aanwezigheid van een ouderling in de gemeente die eropuit gaat om de broeders te zoeken, is een ongeëvenaarde bron van aanmoediging en troost. In moeilijke tijden zoals deze zijn goede, getrouwe ouderlingen als bron van troost en kracht onvervangbaar.”
Daarna vestigde hij de aandacht op een andere essentiële behoefte in tijd van nood. „Op woensdag 27 oktober, een week na de ramp, waren wij in staat onze eerste vergadering te houden met de gemeente Carcagente. Aangezien de Koninkrijkszaal beschadigd was, gebruikten wij een particulier huis. Het was een hartverwarmende ervaring. De broeders kwamen het appartement binnen en zagen elkaar voor het eerst sinds de overstroming hen had getroffen. De tranen sprongen hun in de ogen en zij omarmden elkaar.
De vergaderingen speelden een belangrijke rol bij het versterken van de broeders. Ik geloof dat het doorgaan van de geregelde theocratische activiteiten de broeders kracht van Jehovah schonk. Zelfs een overstroming die tot aan het plafond reikt, is niet in staat om onze theocratische gewoonten weg te vagen. De vergaderingen zijn een eerste stap geweest in de richting van een normaal leven en hebben het moreel van de broeders opgevijzeld.
Op de vergaderingen werden regelingen getroffen voor de predikingsactiviteit. Hoewel de broeders door de omstandigheden werden beperkt in hun mogelijkheden, gaf dit hun het gevoel dat zij nog steeds bedienaren van het evangelie waren. Deze drie factoren — de door de plaatselijke ouderlingen geboden hulp, de vergaderingen en de prediking — kunnen worden bezien als voorzieningen van Jehovah, ’de God van alle vertroosting’.” — 2 Korinthiërs 1:3, 4.
Juiste houding onontbeerlijk
Deze overstromingen die in oktober 1982 plaatsvonden, hielpen de Getuigen de belangrijkheid in te zien van iemands houding ten aanzien van materiële dingen. Als iemand zich geheel en al op bezittingen verlaat, raakt hij bij een ramp als deze alles kwijt. Eén Getuige bracht het als volgt onder woorden: „De uitdrukking van de apostel Paulus ’een hoop vuil’ is werkelijk toepasselijk. Want dàt zijn onze bezittingen in feite — je werkt je hele leven om ze te krijgen en in een half uur worden ze door een beetje water tot vuil gereduceerd. Dan worden ze op straat opgestapeld en verrotten ze.” — Filippenzen 3:8.
Niettemin erkennen de Getuigen, ondanks hun materiële verliezen, dat zij iets bezitten dat de krachtigste overstroming niet kan wegvagen — de liefde en solidariteit van hun broeders die hun te hulp kwamen. Zij hebben ook het voorrecht de aanmoedigende hoop van Gods koninkrijksregering over de mensheid met anderen te delen, en genieten daarnaast de zegen van samenkomsten die hun geloof en vertrouwen in Jehovah versterken.
[Illustratie op blz. 26]
Straten werden rivieren