De Eerste Wereldoorlog — voorspel tot de slotfase van ’s mensen bestaan? (Deel II)
In onze vorige uitgave werd in Deel I uiteengezet hoe de leiders van de naties toelieten dat de moord op aartshertog Ferdinand escaleerde tot een oorlog. Voor Europa — en weldra ook de rest van de wereld — brak een nieuw tijdperk aan. Zal het de laatste fase van ’s mensen bestaan zijn?
„DIE oorlog wordt een peuleschil”, snoefde de Duitse soldaat. „Die duurt maar een paar weken en dan hebben we hem gewonnen!” En aan de vooravond van de oorlog deelden velen dit zelfvertrouwen. De propagandacampagnes slaagden er maar al te goed in een naïef publiek ervan te overtuigen dat de oorlog snel gewonnen kon worden. De historicus Hans Herzfeld zegt: „De aan extatische opwinding grenzende toestand waarin de volken van Europa, verwend door een langdurige periode van vrede, het ’Armageddon’ van de Eerste Wereldoorlog ingingen, wordt tegenwoordig maar al te gemakkelijk afgedaan als onbegrijpelijk, zowel fundamenteel alsook psychologisch gezien. Maar ze vormt zozeer een onderdeel van dit keerpunt in de geschiedenis, dat zonder begrip voor deze golf van geestdrift en offerbereidheid, het historisch karakter van de catastrofe in alle opzichten feitelijk onbegrijpelijk zou zijn.”
Belgisch verzet — Een signaal voor Duitsland
De Duitse hoop op een snelle overwinning op Frankrijk was voornamelijk gebaseerd op de militaire strategie die Duitsland zou gebruiken. Deze variant op het „plan-Schlieffen” was bedrieglijk eenvoudig. De Duitse troepen zouden door België heen marcheren en Frankrijk van „achteren” binnenvallen en zo de versterkingen langs haar grens omtrekken. Als eerste toeslaan — en snel — was van essentieel belang voor het welslagen van deze opzet. Niemand rekende er echter op dat de Belgen enige weerstand van betekenis zouden bieden.
Een kort ogenblik staat koning Albert van België in de schijnwerpers van de geschiedenis. Duitsland eist een ongehinderde doortocht door België. In een toespraak tot de wetgevende Kamers zegt koning Albert: „Ons antwoord moet ’Neen’ luiden, wat de consequenties ook mogen zijn.” Inderhaast geformeerde Belgische troepen verzetten zich met felheid en grote woede tegen de binnendringende legers.
De propagandisten haasten zich om deze slag voor het Duitse moreel te verzachten. Bloedverwanten van mannen die in de Belgische veldtocht gesneuveld waren, zo herinnert een bejaarde Duitser zich, „ontvingen een gedachtenisdocument met de afbeelding van een engel erop en de verklaring dat de soldaat was gestorven ’voor de Keizer en voor het Vaderland’”.
Duitsland vermorzelt het nietige België. Maar de invasie van dit neutrale land heeft de toorn van de wereld opgewekt. Engeland besluit onmiddellijk dat het niet werkeloos zal toezien hoe Duitsland Europa opslokt. Op 4 augustus komt de Engelse oorlogsverklaring. Zo blijkt het verzet van België een waarschuwingssignaal voor Duitsland te zijn. De overwinning zal allerminst „een peuleschil” zijn.
De oorlog is nu een wereldoorlog geworden. De historicus Gerhard Schulz zet uiteen: „De oorlog werd een wereldoorlog juist door het feit dat de eenheid binnen het [Britse] imperium gedurende de hele oorlog gehandhaafd bleef, waardoor de geallieerde mogendheden Engeland, Frankrijk en Rusland toegang hadden tot de hulpbronnen van de gehele wereld.” Weldra zal het Ottomaanse Rijk (het huidige Turkije) een bondgenootschap sluiten met Duitsland, Japan met de geallieerden en zelfs enkele Midden- en Zuidamerikaanse landen zullen zich scharen in de strijd tegen de centrale mogendheden. Aan het eind van de oorlog zullen slechts weinig landen zich erop beroemen dat zij neutraal zijn gebleven.a
De bijbelonderzoekers zouden een nieuwe betekenis ontdekken in Jezus’ ontstellende profetie: „Want natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk.” — Matthéüs 24:7.
Impasse aan het oorlogsfront
De Duitse opmars gaat nu ondanks Franse tegenstand op Parijs aan. Maar op slechts enkele kilometers van Parijs hapert de Duitse oorlogsmachine. Slechte verbindingen en besluiteloosheid van de kant van haar militaire leiders geven de geallieerden de gelegenheid zich te hergroeperen en een vernietigende tegenaanval in te zetten. Bij de slag aan de Marne wordt het Duitse leger tot een vernederende aftocht gedwongen. Het ziet echter kans zich in te graven en een defensieve positie in te nemen. De geallieerde legers doen hetzelfde. Een dodelijk niemandsland scheidt nu de troepen in de loopgraven.
Vele maanden lang wordt de strijd een pas-op-de-plaats-affaire in een loopgravenoorlog — soldaten die zich in het niemandsland wagen, granaten naar elkaar werpen en zich haastig terugtrekken. Het mensenbloed vloeit als wijn op een dronkemansgelag, zonder de overwinning voor een van beide partijen ook maar één enkele dag dichterbij te brengen. Sporadische gevechten worden regelmatig afgewisseld met perioden van onbehaaglijke stilte waarin de media melden: „Van het westelijk front geen nieuws”.
De perioden dat er gevochten wordt, zijn onmenselijk. Een Duits soldaat herinnert zich: „Ik bediende een machinegeweer, en dit betekende dat ik altijd in de voorste gelederen zat. Wij lieten de Fransen tot op minder dan 100 meter naderen en openden dan het vuur op de reusachtige naderende troepenmassa’s . . . Wij maaiden hen eenvoudig neer.” Zinloze verliezen aan mensenlevens! De veldslagen die in 1916 bij Verdun en aan de Somme worden geleverd, duren maanden en „kosten het leven aan honderdduizenden soldaten aan beide zijden”.
Duivelse wapens verhogen de verschrikkingen van de strijd. Tweeënnegentig procent van de oorlogsslachtoffers komt voor rekening van het machinegeweer. Een Duits kanon, in de wandeling Dikke Bertha genoemd, laat dood en verderf op Parijs neerregenen vanaf de toen ongehoorde afstand van 122 kilometer. De soldaten maken kennis met het geronk van de vliegtuigen — aanvankelijk hoofdzakelijk gebruikt voor verkenningsdoeleinden, maar later een dodelijk wapen. De zeelieden leven in angst voor een aanval door onderzeeërs. En zelfs gifgassen — soms even verwoestend voor de aanvaller als voor de aangevallene — gaan tot de wapenuitrusting behoren. De historicus Herzberg noemt een gifgasaanval in 1915 bij Ieper „een van de moorddadigste gebeurtenissen uit de oorlog”. Het strijdgas eist meer dan 100.000 levens. Niettemin blijft de loopgravenoorlog aan het westelijk front in een frustrerende impasse verkeren.
Aan het oostfront echter behalen de Duitse militaire leiders Hindenburg en Ludendorff zulke overweldigende overwinningen op het slecht voorbereide Rusland, dat zij worden gedoodverfd als de onoverwinnelijke halfgoden van de oorlog. Toch ziet men in de winter van 1914-’15 ook in het oosten een impasse ontstaan. Maandenlang golft het oorlogsgetij besluiteloos af en aan. Nog in 1917 lijkt het volstrekt onduidelijk wie er zal winnen.
Het oorlogsgetij keert
In 1917 wordt Rusland lamgelegd door een revolutie. De nieuwe bolsjewiekenregering stuurt onmiddellijk aan op vrede met Duitsland, waardoor ze dit land tijdelijk ontlast van de noodzaak om op twee fronten oorlog te voeren. Duitsland is echter niet bij machte zijn voordeel te doen met deze gebeurtenissen, want nu mengt zich een formidabele vijand in de oorlog. Het tot zinken brengen van de Lusitania in 1915 roept de publieke opinie in de VS wakker tegen Duitsland. En in 1917 mengen de Verenigde Staten zich formeel in de oorlog. Voordat er echter hulp uit de VS kan arriveren, ontketenen de Duitsers wanhopig een offensief. Maar de kleine winst wordt overschaduwd door reusachtige aantallen gesneuvelden. Ook aan geallieerde zijde zijn de verliezen hoog, maar de toenemende stroom van hulp uit de VS maakt die verliezen ruimschoots goed. De Duitse offensieven worden Duitse terugtochten.
De nederlaag is echter niet uitsluitend het gevolg van militaire verliezen. De economie van Duitsland is volledig ineengestort. De geallieerde blokkade — en ook slecht weer — eisen hun tol en veroorzaken ernstige voedseltekorten. Zoals een Duitser zich herinnert: „Hoewel alles al zo lang op de bon was, bleven de rantsoenen maar kleiner worden.” In de winter van 1917 moeten de hongerige Duitsers genoegen nemen met de nederige knol als hoofdvoedsel. „De knollenwinter”, noemen zij het bitter. Pogingen om hun voedselpakket aan te vullen met de meest afgrijselijke surrogaten — van zaagsel tot aardwormen — blijken hopeloos ontoereikend. Een ooggetuige herinnert zich: „De honger was een vijand die Duitsland niet kon overwinnen . . . Vele gezinnen hadden zowel vader als zonen verloren. Nu was het enige wat zij voor zich zagen ziekte, honger en dood.” Er sterven ongeveer 300.000 personen aan ondervoeding en ziekte. De natie staat op het punt in opstand te komen.
Oostenrijk-Hongarije vergaat het al niet veel beter, daar het keizerrijk uiteen begint te vallen — met lidstaten die hetzij op vrede aansturen of de onafhankelijkheid uitroepen. Oog in oog met een verwoest moreel, als sneeuw voor de zon verdwijnende voorraden en de overweldigende massa van de geallieerde legers, hebben de centrale mogendheden geen andere keus dan zich over te geven.
Vanaf 11.00 uur in de ochtend van 11 november 1918 zwijgen de kanonnen.
In onze volgende uitgave zal de laatste aflevering de naweeën van de oorlog en de naoorlogse pogingen om de vrede te handhaven bespreken.
[Voetnoten]
a In Europa alleen Denemarken, Nederland, Noorwegen, Zweden, Zwitserland en Spanje. In heel Amerika Argentinië, Chili, Colombia, Mexico en Venezuela. In Azië Afghanistan en Perzië. In Afrika Abessinië.