Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g93 22/4 blz. 9-13
  • Mijn overpeinzingen als krijgshistoricus

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn overpeinzingen als krijgshistoricus
  • Ontwaakt! 1993
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vragen die de oorlog opriep
  • Oorlogen en voortekenen ervan
  • Naar Groot-Brittannië
  • Invasie in Europa
  • Het Ardennenoffensief
  • Pattons gebed
  • De Duitse capitulatie en het naoorlogse Duitsland
  • Activiteiten voor het legermuseum
  • Gepensioneerd en gefrustreerd
  • Een nieuwe levenswijze
  • Deel 3: 1935-1940 De Volkenbond wankelt zijn dood tegemoet
    Ontwaakt! 1987
  • De Eerste Wereldoorlog — voorspel tot de slotfase van ’s mensen bestaan? (Deel II)
    Ontwaakt! 1984
  • Deel 5: 1943-1945 De Tweede Wereldoorlog — Zijn heftige en vurige einde
    Ontwaakt! 1987
  • Deel 4: 1940-1943 Natiën in radeloze angst, gedreven door vrees
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1993
g93 22/4 blz. 9-13

Mijn overpeinzingen als krijgshistoricus

Het was 25 augustus 1944. De plaats: Parijs, Frankrijk. Terwijl onze jeep langs de brede Champs-Élysées reed, moesten wij er verscheidene keren uitspringen en dekking zoeken in portieken omdat er kogels van nazi-sluipschutters door de straat floten.

DIE dag begon voor Parijs de bevrijding van Hitlers troepen in de Tweede Wereldoorlog, en ik behoorde tot de eerste Amerikanen die de stad binnenreden. Menigten uitbundige Franse mannen en vrouwen liepen de straat op om ons als bevrijders te verwelkomen. Wij brachten de nacht door in een luxueus hotel, dat diezelfde ochtend haastig verlaten was door hoge Duitse officieren.

Ik was in Europa als lid van het historische team te velde dat de operaties van het Amerikaanse Derde Leger onder bevel van generaal George S. Patton jr. versloeg.

Vragen die de oorlog opriep

Enkele dagen voordat wij Parijs binnentrokken, reden wij over smalle wegen die kort tevoren waren vrijgemaakt van uitgebrande Duitse pantservoertuigen. Wij hielden halt bij een versterking in de bossen die recent was veroverd door Amerikaanse militairen. De lijken van Duitse soldaten lagen in het rond, verwrongen en uiteengereten. Op de gespen van hun riemen stond de standaardinscriptie „God met ons”. Toch had op een stenen muur vlakbij een Duitse soldaat de smeekbede gekrabbeld: „Führer [Hitler], sta ons bij!”

Die twee uitdrukkingen griften zich onuitwisbaar in mijn geest. Aan de ene kant beweerde het nazi-regime dat God met hen was, maar aan de andere kant smeekte een soldaat de Führer, Hitler, om redding. Ik besefte dat deze paradox niet typisch Duits was. Hij was typerend voor beide partijen in dit verschrikkelijke conflict. En dus vroeg ik me af: ’Kiest God partij in oorlogen? Aan wiens kant staat God?’

Oorlogen en voortekenen ervan

Ik ben geboren in Butte (Montana), in 1917, het jaar waarin Amerika zich in de Eerste Wereldoorlog begaf. Na in 1936 eindexamen gedaan te hebben aan een particuliere middelbare school, ging ik naar de Stanford University in Californië. Ik vond het vereiste studieprogramma voor eerstejaars echter saai vergeleken bij de spannende gebeurtenissen die zich op de aardbol afspeelden. Japan was China binnengevallen, Mussolini had Ethiopië veroverd en de Spaanse Burgeroorlog woedde. In die oorlog beproefden de nazi’s, fascisten en communisten hun wapens en strategieën bij wijze van repetitie voor de Tweede Wereldoorlog, terwijl de Volkenbond machteloos toekeek.

Na twee semesters verliet ik de universiteit en verkoos in plaats daarvan, met toestemming van mijn vader, de rest van het geld dat gereserveerd was voor mijn opleiding te gebruiken om een reis naar Europa en Afrika te maken. Ik stak in het najaar van 1938 de Atlantische Oceaan over op een Duits schip, de Deutschland, en had lange debatten met de jonge Duitse officieren aan boord over de sterkte van Hitlers Duitsland aan de ene kant en die van het Britse en het Franse rijk aan de andere kant. In Parijs praatten de mensen over Hitlers laatste dreigementen, grootspraak en beloften, maar het leven ging door alsof er niets aan de hand was. Terwijl ik Tanger in Afrika bezocht, kon ik af en toe het geluid van de strijd horen in het door de burgeroorlog verscheurde Spanje, net over de Straat van Gibraltar.

Toen ik in 1939 naar de Verenigde Staten terugkeerde, had ik bange voorgevoelens van wat ons te wachten stond. Nadat de Japanners in december 1941 Pearl Harbor hadden aangevallen en daarmee de Verenigde Staten bij de Tweede Wereldoorlog betrokken hadden, ging ik als burger bij de Legertransportdienst. In 1942, terwijl ik in Alaska was, ontving ik een oproep voor militaire dienst.

Naar Groot-Brittannië

Na een bezoek aan mijn ouders werd ik bij het leger ingedeeld en voor een jaar in de Verenigde Staten gestationeerd. Vervolgens ging de reis naar Engeland. Ons konvooi verliet de oostkust van de Verenigde Staten in het voorjaar van 1944. Mijn eerste oorlogservaring deed ik op in het noorden van de Atlantische Oceaan toen een Duitse onderzeeër het schip naast het onze tot zinken bracht. Ons konvooi verspreidde zich en van daar tot Liverpool moest elk schip zich zelf zien te redden.

Terwijl wij bij een legerdepot in Engeland op onze bestemming wachtten, werden de manschappen bijeengeroepen voor een toespraak door een aalmoezenier. Het irriteerde mij dat aalmoezeniers mannen aanspoorden om te vechten tegen leden van hun eigen religieuze organisatie aan de andere kant, maar altijd beweerden dat God aan hun kant van de strijd stond. Het was duidelijk dat niet beide partijen Gods steun konden genieten.

Tegen het voorjaar van 1944 wemelde het op de Britse Eilanden van Amerikaanse en Britse soldaten en uitrustingsstukken. Generaal Patton (onder), vermaard om zijn gedurfde tactiek in de Siciliaanse en de Noordafrikaanse veldtocht, hield strijdlustige toespraken die de manschappen niet in het ongewisse lieten over de reden waarom zij daar waren — om zo veel vijanden te doden als maar enigszins mogelijk was met elk beschikbaar wapen totdat de overwinning was behaald. Patton was het toonbeeld van een moderne gladiator: uitgesproken lang, bewapend en gehelmd, en smetteloos in het uniform — zijn veldtenue fonkelend van de sterren en onderscheidingen. Hij was ook voortvarend, vloekte als een ketter en was godsdienstig — vóór een veldslag bad hij altijd.

In zijn „Soldatengebed” van 1 januari 1944 had Patton gesmeekt: „God van onze vaderen, die ons te land en ter zee altijd naar de overwinning gevoerd hebt, blijf ons alstublieft uw bezielende leiding geven in dit grootste van onze conflicten. . . . Schenk ons de overwinning, Heer.”

Invasie in Europa

Op 6 juni 1944 staken de geallieerde invasietroepen Het Kanaal over in de grootste armada die de wereld ooit had gezien en landden onder zwaar Duits vuur op de stranden van Normandië. Het bruggehoofd was nog steeds smal toen ons Derde Leger dertig dagen later landde. Wij brachten de nacht in schuttersputjes door terwijl Duitse vliegtuigen het gebied zwaar bombardeerden.

Op 25 juli volgde de uitbraak van de geallieerde strijdkrachten uit het bruggehoofd en een week later kreeg ons Derde Leger opdracht door te breken naar het schiereiland Bretagne. Vervolgens trokken wij in de voorhoede in oostelijke richting verder, door zich terugtrekkende Duitse strijdkrachten naar de Seine bij Parijs. Tegen september waren Pattons tanks en manschappen tot diep in het oosten van Frankrijk doorgedrongen, na een van de opmerkelijkste veldtochten in de moderne geschiedenis. Wij waren in jubelstemming en dachten dat het einde van de oorlog nabij was.

Met die mogelijkheid was het echter gedaan toen de meeste voorraden en manschappen plotseling werden omgebogen naar de strijdkrachten van de Britse veldmaarschalk Montgomery aan het noordelijke front. Daar werd een massale aanval opgezet tegen de Duitse eenheden in Nederland. Maar de gevolgen waren rampzalig toen een luchtlandingsdivisie onbedoeld te midden van een sterk Duits pantserkorps landde en werd gedecimeerd. De rest van de geallieerde eenheden liep vast en het offensief mislukte.

Het Ardennenoffensief

Hitler en zijn generaals grepen de gelegenheid aan om zich te hergroeperen, nieuwe reserves op te roepen en in het geheim een enorme aanvalsmacht van pantsertroepen bijeen te brengen dicht bij de plaats waar de Amerikaanse troepen het zwakst waren. Het nazi-offensief, het Ardennenoffensief genoemd, begon op de avond van de 16de december onder een zwaar wolkendek. Het was bedoeld om een doorbraak van Duitse pantsertroepen helemaal naar de Noordzee te forceren, de geallieerde legers in tweeën te snijden en hun voornaamste aanvoerhaven te bezetten.

De Duitse pantsertroepen stroomden door de geslagen bres en het duurde niet lang of ze hadden de Amerikaanse strijdkrachten in Bastogne ingesloten. Snel veranderde het Derde Leger onder generaal Patton van richting en na een lange mars arriveerden wij eindelijk om de pantsercolonnes fel te gaan bestoken. Maar door de dichte bewolking en de zware regen, die bijna een week aanhield, kon de luchtmacht niet ingezet worden.

Pattons gebed

Op 22 december gebeurde er iets wat de kern van mijn geestelijke dilemma raakte. Weken daarvoor had generaal Patton zijn hoofdaalmoezenier een gebed in traktaatvorm laten voorbereiden om dat later bij de Siegfriedlinie, de Duitse versterkingen die zich ten westen van de Rijn uitstrekten, te gebruiken. Maar nu liet Patton zo’n 350.000 exemplaren binnen enkele uren uitreiken, één aan elke soldaat in het Derde Leger. Het was een smeekbede tot de Vader „die buitensporige regens tegen te houden” en „ons mooi weer om te vechten te schenken”, opdat het Amerikaanse leger „de onderdrukking en goddeloosheid van onze vijanden [kan] verpletteren en Uw gerechtigheid onder mensen en naties kan invoeren”.

Opmerkelijk genoeg klaarde de lucht die nacht plotseling op en bleef het de volgende vijf dagen helder. Dat maakte het de geallieerde gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers mogelijk de nazi-colonnes over hun hele lengte te bestrijken en ze zware verliezen toe te brengen. Dit betekende het einde voor Hitlers laatste Blitzkrieg, en zijn ontredderde strijdkrachten begonnen zich terug te trekken.

Patton was opgetogen. „Ik denk dat ik nog zo’n 100.000 van die gebeden laat drukken”, zei hij. „De Heer staat aan onze kant en wij moeten Hem op de hoogte houden van wat we nodig hebben.” Maar ik vroeg me af: ’Zou de lucht op 23 december toch niet opgeklaard zijn, of het gebed nu was uitgedeeld of niet?’ Het weerkundig detachement legde uit dat er een koudefront van de Russische steppen was komen opzetten en de bewolking had verdreven.

De Duitse capitulatie en het naoorlogse Duitsland

De geallieerde voorjaarsoffensieven maakten een eind aan Hitlers macht en de capitulatie vond plaats op 7 mei 1945. Die dag bevond ik me in een Duits dorp in het Rijnland, waar ik mijn lieve toekomstige vrouw ontmoette, Lilly, een vluchtelinge uit België. In november 1945 kreeg ik mijn ontslag uit het leger en trad ik in dienst bij de historische afdeling van het Amerikaanse bezettingsleger in Duitsland. In december werden Lilly en ik door de burgemeester van Frankfurt in de echt verbonden.

De historische afdeling had tot taak de geschiedenis van de bezetting te verslaan. Er werden honderden krijgsgevangen Duitse generaals gebruikt om de geschiedenis van de oorlog vanuit de Duitse invalshoek te beschrijven. Ik ben vijf jaar in Duitsland gebleven als hoofdarchivaris. Daarna verhuisden wij met onze twee kinderen, Gary en Lizette, naar de Verenigde Staten.

Na een bezoek aan mijn ouders liet ik me inschrijven bij de University of Montana. Ik was ervan uitgegaan dat mijn band met het leger ten einde was. Maar in het voorjaar van 1954, toen ik op het punt stond mijn graad als doctorandus in de antropologie te halen, verwittigden twee van mijn vroegere collega’s me ervan dat de functie van directeur/curator bij het U.S. Army Artillery and Missile Center Museum in Oklahoma vacant was. Ik solliciteerde en werd aangenomen, en wij verhuisden.

Activiteiten voor het legermuseum

Opnieuw had ik te maken met krijgsgeschiedenis. Ik ging me volop bezighouden met wetenschappelijk onderzoek, de aankoop van artefacten, exposities, rondleidingen, lezingen, archeologische opgravingen en militaire en historische ceremoniën. Ik organiseerde een klassieke ceremoniële ruitereenheid die deelnam aan de presidentiële inhuldigingsparade in Washington D.C. in 1973. Ik richtte ook een expositieruimte in voor vlaggen, waarin de geschiedenis en tradities van de nationale vlag en de vlaggen van militaire eenheden werden uitgebeeld. In de loop van de jaren breidde het artilleriemuseum zich uit van één gebouw tot het grootste legermuseum van het land.

Ondertussen groeiden onze kinderen op. Onze zoon, Gary, voelde zich na de middelbare school doorlopen te hebben doelloos en losgeslagen. Hij ging bij de mariniers en vocht mee in Vietnam. Nadat hij twee jaar overzee had doorgebracht, waren wij dankbaar hem weer gezond en wel thuis te krijgen. Het is duidelijk dat het niet lukt met oorlogen de vrede te bewaren. In plaats daarvan zijn wij er steeds weer getuige van dat lidstaten van de Verenigde Naties elkaar de oorlog verklaren, terwijl de bevolking wordt geteisterd door honger en ziekte.

Gepensioneerd en gefrustreerd

Ten slotte, na 33 jaar nauw met het leger verbonden te zijn geweest, besloot ik dat het tijd was om met pensioen te gaan. De bevelvoerend generaal en zijn staf organiseerden een speciale afscheidsceremonie voor me en de gouverneur van de staat Oklahoma kondigde een eredag voor mij af, 20 juli 1979. Ik ontving lovende getuigschriften voor mijn bijdragen op het terrein van de krijgsgeschiedenis en legermusea.

Mijn beker had moeten overlopen. En toch was ik, als ik over de tijd die achter mij lag nadacht, niet tevreden. In plaats dat ik de verschrikkingen van de oorlog aan de kaak had gesteld, was mijn loopbaan gewijd geweest aan de verheerlijking ervan door de aandacht te vestigen op de tradities, de uniformen en onderscheidingen, de wapens en tactieken, het ritueel en ceremonieel, en de pracht en praal. Zelfs generaal Dwight D. Eisenhower, de latere 34ste president van de Verenigde Staten, zei eens: „Oorlog komt neer op vuur, honger en pestilentie . . . Ik ben de oorlog gaan haten. Oorlog lost niets op.”

Na verloop van tijd kwam ik erachter dat Eisenhowers moeder een van Jehovah’s Getuigen was geweest — een geloofsrichting waarmee ik al te maken had gekregen doordat mijn vrouw de bijbel bestudeerde met de Getuigen. Zij werd in 1979 een gedoopte Getuige, zes maanden voordat ik met pensioen ging. Ze leek een ander mens geworden. Zo groot waren haar opgetogenheid en haar wens het geleerde met anderen te delen, dat onze zoon en zijn vrouw, Karin, de bijbel gingen bestuderen, en binnen een jaar werden ook zij gedoopte Getuigen.

Ikzelf was echter sceptisch. Dat God werkelijk zou ingrijpen in de menselijke aangelegenheden, dat hij een eind zou maken aan deze wereld en een nieuwe wereld, vrij van oorlog, haar intrede zou laten doen, leek mij vergezocht. Toch begon ook ik met de Getuigen te studeren, in de eerste plaats om erachter te komen of hun godsdienstige overtuiging deugdelijk gefundeerd was. Ik veronderstelde dat het met mijn achtergrond en geoefende onderzoeksvaardigheden niet lang zou duren voor ik fouten en tegenstrijdigheden in hun leer zou bespeuren.

Een nieuwe levenswijze

Toen mijn bijbelstudie vorderde, ontdekte ik echter al snel hoe ik me vergiste. Mijn scepticisme verdween toen de schellen van godsdienstige onwetendheid mij van de ogen begonnen te vallen. Ik besefte dat er inderdaad een deugdelijke basis is voor vertrouwen in Gods belofte van een nieuwe rechtvaardige wereld (2 Petrus 3:13; Openbaring 21:3, 4). En wat een opluchting was het te leren dat het kwaad en onrecht dat nu hoogtij viert onder de mensheid, bestaat omdat Satan, niet de Almachtige God, de heerser is van dit samenstel van dingen! (Johannes 14:30; 2 Korinthiërs 4:4) Dus staat Jehovah God aan geen van beide kanten in de oorlogen van de naties, ofschoon hij zich wel degelijk om mensen bekommert. — Johannes 3:16.

In 1983 ben ik gedoopt op een congres van Jehovah’s Getuigen in Billings (Montana), waarmee ik mijn opdracht aan Jehovah heb gesymboliseerd. Mijn zoon, Gary, en ik dienen als ouderling in onze respectieve gemeenten. Lilly en ik zijn intens dankbaar dat Jehovah door middel van zijn Woord en via zijn Getuigen ons hart heeft geopend voor bijbelse waarheden, zodat wij de betekenis begrijpen van de rampzalige gebeurtenissen die dit geslacht kenmerken (Mattheüs 24:3-14; 1 Johannes 2:17). — Verteld door Gillett Griswold.

[Illustratie op blz. 11]

Zwaargehavende en uitgebrande Duitse pantservoertuigen, Frankrijk, 1944

[Verantwoording]

Amerikaanse Departement van Defensie

[Illustratie op blz. 12]

Met mijn vrouw en dochtertje in 1947

[Illustratieverantwoording op blz. 9]

Parijzenaars verspreiden zich als Duitse sluipschutters het vuur openen, augustus 1944 (foto: U.S. National Archives)

[Illustratieverantwoording op blz. 10]

Foto: U.S. National Archives

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen