Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 22/10 blz. 24-27
  • Deuren in de Theems

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deuren in de Theems
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Stormvloed — het werkelijke gevaar
  • Een beweegbare stormvloedkering als bescherming
  • Hoe werkt het?
  • Een noodsituatie het hoofd bieden
  • ’Old Father Thames’ — Een uniek stukje Engels erfgoed
    Ontwaakt! 2006
  • Zie Londen vanuit een dubbeldekker
    Ontwaakt! 1978
  • Het wonder van onze wisselende getijden
    Ontwaakt! 1984
  • De Londense waterleiding — Een nieuwe dimensie
    Ontwaakt! 1996
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 22/10 blz. 24-27

Deuren in de Theems

TEGENWOORDIG kunnen een miljoen Londenaren ’s nachts rustiger slapen. Tot voor kort verkeerde hun leven in gevaar en werden hun woningen bedreigd. Ongeveer 120 vierkante kilometer van de conglomeratie Groot-Londen ligt beneden het peil van het hoogste getij. Op de kaart hierboven zijn de laagstgelegen gebieden het donkerst aangegeven. Een ernstige overstroming had een schade kunnen veroorzaken van minstens £3,5 miljard (ƒ 15 miljard) en zou een groot deel van de stad lamgelegd hebben. Het antwoord dat men nu op deze dreiging heeft gevonden, is een barrière van tien vloeddeuren dwars over de Theems. Deze waterkering werd operationeel in november 1982.

De Theems is niet altijd de duidelijk begrensde waterweg geweest die hij nu is. Er was een tijd dat het gebied van Londen tot aan de zee één groot moerasland was, dat bij hoog tij geregeld onderliep. Maar naarmate de stad groeide, werd er steeds meer land teruggewonnen en werden er rivierdijken opgeworpen om het droog te houden. Niettemin sloeg het water bij hoog tij soms een bres in deze door de mens gemaakte bedijkingen of stroomde er overheen. Een Angelsaksische kroniek maakte melding van een zware overstroming in 1099. Later berichtte de geschiedschrijver John Stow dat de Theems in 1236 buiten zijn oevers trad, zodat „een groot aantal inwoners daar verdronk, en mannen in het grote Paleis van Westminster met bootjes rondroeiden in het midden van de grote zaal”.

Overstromingen werden een zo dikwijls voorkomend verschijnsel — zo ongeveer om de tien jaar — dat men dat schijnbaar aanvaardde als iets onvermijdelijks. Eeuwenlang werd de bescherming tegen overstromingen overgelaten aan individuele landeigenaren die de rivierdijken bouwden en onderhielden waarmee zij hun eigen bezit beschermden. Toen werd door een staatswet in 1879 het plaatselijke bestuur verantwoordelijk gesteld. Toch bleef het overstromingsgevaar toenemen.

Waarom? Zoals het tijdschrift New Scientist uitlegt: „In de eerste plaats zinkt Londen geleidelijk. Niet alleen wordt het kleibed waarop de stad rust, langzaam samengedrukt, maar door de eeuwen heen is heel Engeland aan het kantelen, waarbij . . . het zuidwesten geleidelijk wegzakt met een snelheid van 30 cm per eeuw. Ten tweede worden de getijhoogten van de Noordzee elk jaar hoger.” Naar men veronderstelt, wordt dit veroorzaakt door het smelten van de polaire ijsmassa’s. En ten derde is het getij-debiet op de Theems — de hoeveelheid zeewater die de rivier open weer terugstroomt — toegenomen. Herhaaldelijk baggeren en verhoogde bedijkingen hebben voor een dieper en vrijer kanaal gezorgd waarlangs het getijwater zich snel kan voortbewegen. In de afgelopen honderd jaar hebben al deze factoren bij elkaar de getijhoogten in het centrum van Londen met 76 centimeter doen stijgen.

Stormvloed — het werkelijke gevaar

De ergste bedreiging wordt echter gevormd door de opstuwing van water ten gevolge van stormen op de Noordzee. Wanneer een gebied met lage atmosferische druk over de Atlantische Oceaan en voorbij de noordelijke punt van Schotland trekt, zorgt dat ervoor dat de zich daaronder bevindende zee als een „bult” van water omhoogkomt. Wanneer deze enorme hoeveelheid extra water, door stormwinden voortgejaagd, de trechtervormige Noordzee wordt ingestuwd en boven op een hoog getij terechtkomt, wordt Londen bedreigd. Er zouden zich nog meer complicaties voordoen als toevallig de rivier zelf door hevige regenval gezwollen zou zijn.

De laatste keer dat Centraal-Londen zelf werd overstroomd, was in 1928. Veertien mensen verdronken, een grote hoeveelheid koopwaar ging verloren en er werd enorme schade aangericht aan gebouwen en installaties. In 1953 vond er verder stroomafwaarts bij de riviermonding een nog rampzaliger overstroming plaats, waarbij 300 levens verloren gingen. Diezelfde stormvloed op de Noordzee eiste in Nederland 2000 levens. Centraal-Londen ontsnapte hier echter aan omdat de verdediging daar standhield. Ook op 8 april 1982 was de stad niet ver van een tragedie verwijderd. Een vloedgolf begon zich op de Noordzee in zuidelijke richting te bewegen, terwijl dat samenviel met een hoge springvloed. Toen er nog maar enkele uren over waren, draaide de wind echter en was het gevaar geweken.

Een beweegbare stormvloedkering als bescherming

Er was iets nodig dat Londen kon beschermen tegen overstromingen en niettemin de rivier zou openlaten voor de scheepvaart. Men kon uit twee mogelijkheden kiezen. Eén mogelijkheid was de kademuren en bedijkingen nog eens twee meter op te hogen. De voordelen zouden zijn dat kademuren gemakkelijk te onderhouden zijn, en het niet waarschijnlijk is dat een dergelijke bescherming faalt ten gevolge van menselijke vergissingen en mechanische storingen. Maar als ze maar steeds hoger zouden worden gemaakt, zouden ze het stadsbeeld ontsieren en het uitzicht blokkeren. Dat idee werd dus verworpen.

De andere mogelijkheid was een of andere barrière dwars over de rivier te bouwen en stroomafwaarts de dijken te verhogen. Het eerste voorstel betrof een dam met sluizen om schepen door te kunnen laten. Een eeuw lang werd dit plan krachtig tegengestaan door werfeigenaren die vreesden dat de lastige aanwezigheid van sluizen de scheepvaart naar andere plaatsen zou verdrijven. Later maakte het pas geïnstalleerde Londense havenbestuur ook bezwaar omdat door een dam de verzanding van de rivier sterk zou toenemen, wat zou betekenen dat er enorme bedragen aan baggerwerkzaamheden uitgegeven zouden moeten worden. Na uitgebreide besprekingen en allerlei onderzoekingen en experimenten die een beeld moesten geven over de uitvoerbaarheid van het project, werd besloten een beweegbare waterkering te maken die indien nodig in een dam veranderd kon worden. In augustus 1972 opende een staatswet de weg zodat men met het werk kon beginnen. De plaats die gekozen werd was bij Silvertown in het riviergedeelte van Woolwich, ongeveer 13 kilometer stroomafwaarts van de Tower Bridge.

Hoe werkt het?

Eenvoudig gesteld, bestaat de barrière uit drie belangrijke componenten: vloeddeuren, drempels en pijlers. De tien vloeddeuren, naast elkaar tussen de pijlers aangebracht, overspannen de rivierbreedte van 520 meter. Zes van deze deuren zijn „oprichtbare segmentschuiven” zoals de tekeningen laten zien. Als ze niet in gebruik zijn, liggen deze segmenten plat in de drempels die in de rivierbedding verzonken zijn. Op deze manier vormen ze geen belemmering voor het scheepvaartverkeer op de rivier, noch voor het getij of de stroming van de rivier zelf. Maar in opgerichte positie zullen ze bescherming bieden tegen stormvloeden die 1,70 meter hoger zijn dan de rampspoedige vloed van 1953. Vier van deze afsluitbare gedeelten zijn 61 meter breed, waardoor er genoeg ruimte is voor passerende schepen. In feite is de breedte van elk van deze openingen gelijk aan die van de Tower Bridge. En deze stalen deuren zijn 16 meter hoog, wat betekent dat ze, wanneer ze in gebruik zijn, hoger uit de rivierbedding oprijzen dan een gebouw met vijf verdiepingen.

Een interessante bijzonderheid van de drempels, die samen met de ballast 23.000 ton wegen, is dat ze voor ondersteuning niet van de zachte rivierbedding afhankelijk zijn. Evenals de vloeddeuren zelf wordt hun gewicht gedragen door de pijlers. En ze passen zo precies tussen de pijlers dat er slechts een te verwaarlozen hoeveelheid water tussendoor kan komen.

De negen pijlers waarop het enorme gewicht van zowel de beweegbare vloeddeuren als de drempels rust, moesten goed gefundeerd worden in de betonharde krijtbodem, die 15 meter onder de rivierbedding ligt. Boven op de pijlers bevinden zich de zware machines om de vloeddeuren te bewegen. Deze worden tegen weersinvloeden beschermd door met roestvrij staal beklede machinekamers die op de boeg van een schip lijken en een voortzetting vormen van het scheepsmotief dat in het ontwerp van de pijlers zelf gebruikt is.

Een noodsituatie het hoofd bieden

Alle vitale onderdelen van de machinerie van de stormvloedkering zijn in tweevoud uitgevoerd om de mogelijkheid van storing tijdens een noodsituatie tot een minimum te beperken. Stroom is beschikbaar uit drie bronnen: zowel uit de elektrische centrale van de stormvloedkering zelf, als uit staatsbedrijven, hetzij ten noorden of ten zuiden van de rivier. Niets is aan het toeval overgelaten. Binnen slechts 30 minuten kunnen alle deuren gesloten zijn — 15 minuten als grote spoed noodzakelijk is. Twee keer per maand zullen alle deuren na elkaar gesloten worden om ervan verzekerd te zijn dat ze nog steeds juist functioneren.

Schepen en kleinere vaartuigen op de Theems worden onophoudelijk met radar geobserveerd, net zoals de vliegtuigen boven een vliegveld. Indien zich een noodsituatie voordoet, zal er twee uur van tevoren een waarschuwing worden gegeven. Dan zullen de zware hefbomen de vloeddeuren overeind zetten; ze zullen in positie vastgezet worden en Londen zal veilig zijn — afgesloten van de zee. Dit werd voor de eerste keer bewezen toen, in de nacht van 1 op 2 februari 1983, een combinatie van hoogwater en stormen op de Noordzee een bedreiging voor Londen vormde. Deskundigen berichtten dat „het systeem perfect werkte”.

Gezien de kosten die de ƒ 2 miljard overschreden, rees de vraag: Is het die kosten waard — dit in het bijzonder omdat men verwacht dat de stormvloedkering gedurende de rest van deze eeuw slechts twee of drie keer per jaar nodig zal zijn? Maar als de getijhoogten in dezelfde mate zullen blijven stijgen als in de afgelopen 200 jaar, en als Londen blijft zinken, zal de stormvloedkering steeds meer gebruikt worden. Ze is gebouwd om honderd jaar mee te gaan. Met relatief lage onderhoudskosten kan het voor de stormvloedkering betaalde bedrag bezien worden als een verzekeringspremie ter bescherming van de hoofdstad — een verzekering waarvan dan aan het begin van de looptijd het volle bedrag aan premie al betaald is.

De vloeddeuren van de Theems zijn inderdaad een mooi voorbeeld van de voordelen die de mens ten deel vallen als hij zijn opmerkelijke constructieve vermogens op vreedzame wijze aanwendt.

[Kaart op blz. 24]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Westminster

Lambeth

City

Southwark

Tower Hamlets

Lewisham

Newham

Stormvloedkering

Greenwich

Bexley

Barking

[Illustraties op blz. 25]

A. Vloeddeur niet in gebruik, verzonken in rivierbedding

B. Deur omhooggedraaid ter bescherming tegen vloed, houdt water uit zee tegen

A Open positie

B Gesloten positie

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen