Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 8/10 blz. 14-17
  • Ik was een ’reuzendoder’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik was een ’reuzendoder’
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Sumo — een oude Japanse sport
  • Waarom begon ik met sumo?
  • Hoe het in een sumo-„stal” toegaat
  • Het sumoworstelperk — de ring die niet vierkant is
  • Wie wint een wedstrijd?
  • De bijbel, of sumo en sjintoïsme — Wat moest ik kiezen?
  • Een blik op de wereld
    Ontwaakt! 2000
  • Een blik op de wereld
    Ontwaakt! 1983
  • Sjintô — Japan zoekt naar God
    De mens op zoek naar God
  • Ik heb geleerd mijn oude liefde te haten
    Ontwaakt! 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 8/10 blz. 14-17

Ik was een ’reuzendoder’

HET was in de lente van 1965. Ik stond in het worstelperk tegenover Taiho, een van de grootste sumokampioenen aller tijden. Wij hadden onze mond gespoeld met het reinigingswater en als een daad van zuivering zout in de richting van de ring geworpen. Er waren vier minuten van om elkaar heen draaien en elkaar opnemen voorbijgegaan. Wij stonden weer tegenover elkaar. De waaier van de scheidsrechter was open, een signaal dat ons vertelde dat onze tijd voorbij was. Wij moesten worstelen — en worstelen deden we! Voor de zesde maal versloeg ik de grote Taiho! Deze partij bezorgde mij de bijnaam Reuzendoder. Voor mij, als Japanse sumoworstelaar, was dat natuurlijk iets geweldigs.

Sumoworstelen behoort niet tot de Olympische sporten en geniet buiten Japan eigenlijk maar weinig bekendheid. Feitelijk is Japan het enige land waar het een nationale sport is. Maar, vraagt u zich misschien af, waarin onderscheidt het zich van andere sporten? In een sumowedstrijd gaat het erom de tegenstander door middel van officieel voorgeschreven grepen of worpen tegen de grond of buiten de ring te werken.

Sumo — een oude Japanse sport

Het is een zeer oude sport die in Japan op zijn minst tot de eerste eeuw v.G.T. teruggaat, en misschien daarvóór al op het Aziatische vasteland heeft bestaan. Eeuwenlang reeds is sumo nauw verbonden met het sjintoïsme. Er werd een sjinto-ritueel aan toegevoegd waarin gelovigen de goden een zegen afsmeekten voor de rijstoogst. Gedurende de Héian-periode (794-1185 G.T.) bracht sumo de leden van het keizerlijke hof in verrukking en werd aldus de sport van keizers. Toen de politieke macht in de 12de eeuw in handen kwam van de militairen, ging men aan sumotraining dezelfde belangrijkheid toekennen als aan het boogschieten en de schermkunst, en werd ze een vereiste voor krijgers. Geleidelijk aan nam het professionele sumo de vorm aan waarin wij het nu kennen. Vanaf de Tokoegawa-periode (1603-1868) had sumo zich een vaste plaats verworven als een sport voor toeschouwers.

Waarom begon ik met sumo?

Op mijn twaalfde jaar was ik al 1,75 m lang en kon ik met gemak twee balen rijst van 60 kg elk opheffen. Mijn lengte en mijn kracht wekten bij mijn ouders hoge verwachtingen omdat zij graag zagen dat ik hun boerderij zou erven en daar zorg voor zou dragen. Tegen de tijd dat ik een tiener was, vond ik zelf dat mijn lengte voor een boer een ernstig probleem vormde, omdat het heel onprettig voor mij was de hele dag voorovergebogen op het land te werken.

Omdat ik geboren en getogen was op het noordelijke eiland Hokkaido, zou men kunnen zeggen dat ik een geboren sumoworstelaar was. Er ligt bij ons gewoonlijk van november tot april sneeuw, en van knapen die door het lopen in de sneeuw sterke heupen hebben gekregen, wordt gezegd dat zij de meest geëigende kandidaten voor deze sport zijn. Tegen de wens van mijn ouders in betrad ik de wereld van de sumosport.

Hoe het in een sumo-„stal” toegaat

Veelbelovende jongelui beginnen hun training in sumoscholen die „stallen” worden genoemd. In mijn stal begon de dag om 3 uur ’s morgens. De zeer intensieve training begon met voorbereidende oefeningen en leidde dan tot de daadwerkelijke sumoworstelwedstrijden tussen leden van onze groep. Het leven in de stal is gebaseerd op een feodaal systeem waarin iemands rang van het allergrootste belang is. Van ons, ’de groentjes’, werd verwacht dat wij kookten en ook al het schoonmaakwerk deden voor de hogergeplaatste leden. De anciënniteit in een stal bepaalde wie het eerst at en wie ’s morgens het laatst opstond.

De training ging door tot 12 uur en dan kregen wij onze eerste maaltijd — natuurlijk naar rangorde. En wat voor een maaltijd! Tjanko-nabe is het voedsel voor sumoworstelaars. Een dikke, rijk gevulde stoofpot, met als basis vlees of vis, waaraan wortelen, uien, sojakaas (tahoe), sojasaus en suiker zijn toegevoegd. Wij aten het met grote hoeveelheden rijst en spoelden het weg met grote hoeveelheden bier.

Het dutje dat op dit feestmaal volgde, vormt een belangrijke factor in het bereiken van het doel van een worstelaar — meer gewicht en reservekrachten om in wedstrijden te kunnen uitblinken. Het succes van een sumoworstelaar hangt ervan af in welke mate en hoe snel hij in gewicht en kracht kan toenemen. Hoe belangrijk de lichaamsbouw is, wordt geïllustreerd door het feit dat iemand die een sumoworstelaar hoopt te worden, aan de voor zijn leeftijdsgroep geldende maatstaven voor lengte en gewicht moet voldoen voordat hij met de training kan beginnen. En er is veel volharding voor nodig om op de sumoladder omhoog te klimmen. De jonge sumoworstelaar krijgt de kans om zijn bedrevenheid te tonen gedurende de zes 15-daagse toernooien die ieder jaar worden gehouden.

Het sumoworstelperk — de ring die niet vierkant is

In het midden van de enorme zaai voor sumowedstrijden bevindt zich een aarden platform dat zo’n 60 cm hoog is en een oppervlakte heeft van 5,5 m in het vierkant. Omdat het gebied waarbinnen geworsteld wordt, cirkelvormig is, lijkt het meer op een ring dan wat u bij westerse worstelpartijen ziet. Deze dojo, die een diameter heeft van 4,60 m, is niet door touwen omgeven, maar ligt met een rand van met zand gevulde rijstbalen ingebed in het platform, en is bedekt met een dun laagje zand. Het zand kan heel nuttig zijn in een wedstrijd waar de tegenstanders erg aan elkaar gewaagd zijn. De indrukken in het zand kunnen beslissend zijn in de bepaling van wie de winnaar is!

Reinigend zout en water zijn voorhanden. Een in sjinto-stijl gemaakt houten afdak hangt boven de ring, en eronder zijn gelukssymbolen begraven. Dan is er ook nog de altijd oplettende scheidsrechter wiens kleding lijkt op die van de vroegere krijgers, compleet met een zwarte hoofdbedekking van sjintoïstische oorsprong.

Praalvertoon viert hoogtij als de hoogstgeplaatste worstelaars binnenkomen voor de ceremoniële dagelijkse entree in de ring. Zij zijn gekleed in prachtige brokaten schorten die 4 kg of meer wegen! De worstelaars lopen de ring rond en voeren een ceremonie uit waarbij zij in hun handen klappen. Spoedig zullen de wedstrijden beginnen. Op iedere dag van het toernooi verschijnen de worstelaars op volgorde van de laagste rang tot de hoogste. Uitgezonderd de grote kampioen, wiens rang nooit meer verandert wanneer die eenmaal behaald is, kan iemands rang bij een volgend toernooi op basis van het aantal gewonnen of verloren partijen weer anders zijn.

Wie wint een wedstrijd?

Bij het sumoworstelen is de toestand van hart en geest bijna even belangrijk als lichaamsgestel en techniek. Een gezegde dat een passende beschrijving vormt van de geest tijdens een wedstrijd is: „Begin met een buiging en eindig met een buiging.” Als de worstelaar het platform op stapt, buigt hij met zijn hoofd in de richting van de ring. Wanneer is vastgesteld wie de winnaar is, worden de hoofden opnieuw gebogen.

Elke worstelaar draagt een torimawasji, of zijden lendendoek die 11,6 m lang is. Deze is zesmaal in de lengte gevouwen en wordt rond het middel gewikkeld, tussen de benen door gehaald en dan op een speciale manier op de rug vastgeknoopt.

Worstelaars kunnen meer dan 270 pond wegen. Als bulldozers vallen zij met een opmerkelijke snelheid op elkaar aan voor de eerste botsing, tatji-ai genaamd. Dat treffen op zich is al voldoende om even verdoofd te zijn. Iedere worstelaar probeert nu zo te manoeuvreren dat hij enkele lagen van de gordel van de ander te pakken krijgt om zijn tegenstander tegen de grond te werpen. Terzelfder tijd proberen beiden zich buiten het bereik van hun tegenstander te houden. Voorwaar een hele toer! Vanwege mijn bekwaamheid om tegenstanders uit de ring te tillen, kwam ik bekend te staan als de menselijke kraan.

Hoe wordt bepaald wie de winnaar is? Op het moment dat welk lichaamsdeel maar ook van de worstelaar de grond binnen of buiten de ring raakt, is de partij voorbij en heeft hij verloren. (Binnen de ring mogen de voeten uiteraard de grond raken, maar erbuiten niet.) De winnaar steekt zijn hand uit en helpt de verslagene op de been. Zij zijn nog steeds vrienden.

Gedurende zestien jaar actieve beoefening van het sumoworstelen heb ik nooit karateslagen of andere ongeoorloofde methoden zien toepassen. Zulke dingen zouden, op zijn zachtst gezegd, buitengewoon onbeleefd zijn.

De hoogstgeplaatste sumoworstelaars zijn de grote kampioenen. Ik was gevorderd tot twee plaatsen onder die rang en had de sekiwake-status bereikt, toen ik Taiho versloeg. In 1969 trok ik mij om gezondheidsredenen terug als actieve sumobeoefenaar, maar ik bleef beroepsmatig met de sumosport verbonden als scheidsrechter en instructeur. Zo was ik voor de rest van mijn leven onder dak.

De bijbel, of sumo en sjintoïsme — Wat moest ik kiezen?

Door mijn professionele leven in de sumowereld was ik zes maanden per jaar van huis weg. Op een dag in 1974 kwam een vrouw, een getuige van Jehovah, bij ons aan de deur. Zonder aarzelen accepteerde ik een brochure die ik aan mijn vrouw gaf. Daarna vertrok ik naar een toernooi op het eiland Kioesjoe. In mijn afwezigheid kwam de vrouw terug en bemerkte dat mijn vrouw diep respect voor de bijbel had. Toen ik zes weken later thuis kwam, ontdekte ik dat mijn vrouw de bijbel aan het bestuderen was. Aangezien ik in het algemeen een afkeer had van religie, stond ik haar daarin tegen.

Niettemin nodigde de Getuige die met mijn vrouw studeerde, ons voortdurend uit om samen bij haar gezin op visite te komen. Ik dacht dat het hun er alleen maar om te doen was met de ’sumoworstelaar’ te spreken. Ik kon niet begrijpen waarom zij in mij als persoon geïnteresseerd waren. Toen mijn vrouw mij in tranen smeekte om mee te gaan, stemde ik toe — maar met tegenzin. In het gezelschap van dit gezin van Getuigen genoot ik van de vriendelijke en goede sfeer. Maar zelfs toen mijn vrouw in augustus 1975 werd gedoopt, had ik er geen idee van dat ik ooit zelf op de weg der waarheid zou wandelen.

Op een dag in 1976 bezocht een van de mannelijke Getuigen mij. Ik deed helemaal geen moeite om een bijdrage te leveren tot het gesprek, maar plotseling zei ik, „Broeder, wil je de bijbel met mij studeren?” Waarom ik het zei, weet ik niet, maar ik heb het gedaan. Wij begonnen met onze studie en ik maakte enige vorderingen, maar spoedig zouden er beproevingen komen.

In de sumowereld wordt van iemand verwacht dat hij zich aanpast. Wanneer wij onderweg waren, wilde ik vrij hebben om in elke stad de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen te bezoeken. Het was ongewoon om hiervoor toestemming te vragen, en ik werd bespot. Als ik echter met de broeders samenkwam, werd ik beloond doordat ik de liefde en de eenheid zag onder Jehovah’s Getuigen in heel Japan.

In het begin verlangde ik een christen te worden maar wel in de sumowereld te blijven waar mijn inkomen verzekerd was. Toen ik Jehovah’s wil beter begon te begrijpen, besefte ik dat dit onmogelijk zou zijn. Ja, het is waar dat Jakob met een engel worstelde (Gen. 32:24-29). Maar ik moest de vals-religieuze achtergronden van het sumoworstelen in aanmerking nemen. Ook nu nog van begin tot eind doortrokken van rituelen, is het sumoworstelen ontstaan bij heiligdommen en op tempelterreinen. Hoewel de zich van rang tot rang omhoogwerkende worstelaar zelden bij de religieuze aspecten stilstaat, is het onmogelijk om sjintoïsme en sumo te scheiden.

Ik nam dus in januari 1977 de definitieve beslissing mij uit de wereld van het sumo terug te trekken. Ik werd datzelfde jaar gedoopt en ben er sindsdien voor in aanmerking gekomen als een dienaar in de bediening in de gemeente te dienen. Nu ik geleerd heb tevreden te zijn met de tegenwoordige dingen, onderhoud ik mijn gezin van vijf met schoonmaakwerk.

Ik ben niet langer een sumoworstelaar, maar u zou kunnen zeggen dat ik nog steeds een ’reuzendoder’ ben. De ’reuzen’ zijn vals-religieuze leringen en bijgeloof. Deze tradities worden omvergeworpen als ik ze ’dood’ met het zwaard van de geest, Gods Woord, de bijbel (Ef. 6:17). Als een gewone pionierbedienaar dien ik mijn Schepper gemiddeld 90 uur per maand. Op welke wijze? Door het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken (Matth. 24:14). Wilt u net als ik een ’reuzendoder’ zijn? Dat kunt u zijn als u zich met Jehovah’s Getuigen verbindt. — Zoals verteld door Kijosji Mioboedani.

[Illustratie op blz. 15]

De voormalige sumoworstelaar Mioboedani in actie

[Illustratie op blz. 17]

Hij is nu een christelijke bedienaar

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen