Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 8/9 blz. 11-13
  • Het verhaal van een moeder

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het verhaal van een moeder
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hyperactief?
  • Problemen op school
  • Ook nog leergestoord?
  • Waarom kan ik niet leren?
    Ontwaakt! 1996
  • De zoektocht naar waarheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (publieksuitgave) 2020
  • Jessica’s spreekbeurt
    Ontwaakt! 1996
  • Wat is er mis met in het geheim verkering hebben?
    Ontwaakt! 2007
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 8/9 blz. 11-13

Het verhaal van een moeder

WIJ waren midden twintig, en nu stonden wij op het punt om ouders te worden. O, wat verlangden wij naar dit kind! Ik lette zorgvuldig op mijn voeding, verzekerde mij van goede prenatale zorg en deed alles wat in mijn vermogen lag om te zorgen dat het een normale, gezonde baby zou worden.

Toen de weeën begonnen, gingen wij opgewonden naar het ziekenhuis. Maar wat duurde dat wachten lang! Na meer dan 24 uur gaf de dokter, die bang was dat de baby stressverschijnselen zou gaan vertonen, opdracht de weeën met medicamenten te stimuleren.

Toen ik ettelijke uren later wakker werd, vernam ik dat wij een meisje hadden. Wat waren wij opgetogen, toen wij Jessica voor het eerst zagen. Maar wel viel het ons op dat zij erg rood was — anders dan de andere pasgeboren baby’s. De dokter verzekerde ons dat ze normaal en gezond was; het was een tijdelijke toestand, veroorzaakt door de moeilijke bevalling.

De eerste drie maanden kunnen bij elke baby een moeilijke periode zijn. Maar Jessica scheen altijd wel erg lang achtereen te krijsen. De dokter wuifde het weg en zei: „Daar groeit ze wel overheen.” Met ongeveer zes maanden begon Jessica te kruipen. Ze scheen boordevol energie, en verplaatste zich razendsnel van het ene ding naar het andere. Toeschouwers zeiden wel eens: „Ik krijg hoofdpijn als ik naar haar kijk.”

Toen Jessica tegen de twee jaar liep, werd het erger. Ze viel en bezeerde zich voortdurend. Ze huilde gemakkelijk en dikwijls zonder aanwijsbare reden. De maaltijden gingen in de regel met de nodige tranen gepaard. Het ergst van alles waren de driftbuien. „Waarom toch”, vroegen wij dan, „alleen maar omdat wij gezegd hebben: ’Je krijgt niet nog een koekje’?”

Van de vrolijker kant bekeken, had haar gedrag ook zijn vermakelijke momenten. Stel u voor, in een warenhuis is zij eens in de etalage geklommen, waar zij de etalagepop uitkleedde en begon weg te slepen! ’Hoe verzint ze toch zulke dingen?’ vroegen we ons af.

Dan waren er de rampen thuis, waar het voortdurend een puinhoop van jewelste was. Ik raakte aan het eind van mijn Latijn. Hoe moest ik dit kind bijhouden, dat krap twee was maar pas tegen middernacht ging slapen en bij het krieken van de dag opstond? Zelfs anderen zeiden: „Daar heb je zeker je handen aan vol.” Wij probeerden streng te zijn, maar waarom hielp niets?

Hyperactief?

Omstreeks deze tijd hoorden wij van een vriendin die op bezoek was en zag waarmee wij te worstelen hadden, dat haar kind hyperactief was en of we wel eens hadden overwogen een dokter te raadplegen die zich had gespecialiseerd in het behandelen van hyperactiviteit? Zij was ervan overtuigd dat haar zoontje er baat bij had gevonden, en raadde ons dringend aan iets te ondernemen.

Hyperactief? vroegen wij ons af. Wij wilden niet overhaast tot een verkeerde conclusie komen. Maar na een langdurig onderhoud met de dokter en nadat Jessica enige tijd was geobserveerd, kwam inderdaad hyperactiviteit als diagnose uit de bus. De dokter raadde aan de suiker uit haar voeding te schrappen en haar bepaalde vitaminen te geven, aangezien hij veronderstelde dat een gebrek aan verschillende voedingsstoffen in haar lichaam een verstoring van het chemisch evenwicht teweegbracht die hyperactiviteit veroorzaakte.

Nu wij er over nadachten, hadden wij al veel eerder opgemerkt dat Jessica na het eten van bepaalde levensmiddelen nog eens extra opgeladen scheen. Nu hadden wij eindelijk dan het gevoel dat wij een aanknopingspunt hadden. We legden een dagboek aan van de dingen die ze gegeten had en haar gedrag. Suiker alleen scheen niet de schuldige te zijn; sommige suikerhoudende voedingsmiddelen schenen geen invloed op haar te hebben.

Kort daarna kregen wij toevallig een kranteartikel onder ogen over een allergoloog en diens onlangs verschenen boek over het verband dat was gelegd tussen kunstmatige kleur- en smaakstoffen en hyperactiviteit. Dat leek toch iets meer toegespitst, vonden wij. Toen wij het boek lazen, kwam het ons heel zinnig voor. Zou het kunnen zijn dat dit Jessica’s probleem was?

Alles wees erop dat onze vermoedens juist waren. Door alle kunstmatige kleuren smaakstoffen weg te laten, werd een opzienbarend resultaat bereikt! Het tempo van Jessica ging een heel stuk omlaag. Het was alsof haar motor, die voordien veel te hard liep voor haar lichaam, nu zijn normale toerental draaide.

Kunstmatige kleur- en smaakstoffen weglaten leek ons gemakkelijk genoeg . . . tot wij de etiketten begonnen te lezen! Ze zitten overal in! En voeg daarbij nog dat wij toch ook wel eens in een restaurant of bij vrienden zouden eten — het is geen gemakkelijke taak. Het kwam echter ook wel eens voor dat Jessica iets at wat beslist „kunstmatig” was zonder dat er iets gebeurde. Het is dus niet gebleken dat zij allergisch is voor alle kunstmatige kleur- en smaakstoffen.

Problemen op school

De tijd verstreek. Toen Jessica vier en een half was, werd haar broertje Christopher geboren. We dachten dat we nu eindelijk aan een wat normaler leven konden beginnen. De mensen merkten de verandering in Jessica’s gedrag op. Voor het eerst zagen wij haar eigenlijke persoonlijkheid doorbreken.

Nu openbaarde zich een nieuwe dimensie van het probleem. Wij wisten al dat Jessica erg onhandig was, dikwijls viel en onveranderlijk met alles morste; ze zat altijd onder de schrammen en blauwe plekken. Maar weldra zou ze naar school gaan. Wij maakten ons ongerust. Waarom kostte het, nu ze toch al vijf was, zoveel moeite om een krijtje vast te houden en te kleuren op papier? Zou ze moeite hebben met leren?

De school begon. Jessica was opgewonden en blij, ze wilde zo graag leren. En zo begon het kleuren, plakken en knippen dat bij de kleuterschool hoort. Maar haar overduidelijke moeilijkheden met deze vaardigheden werden al gauw opgemerkt.

Thuis werkten wij zeer langdurig met haar. Die huiswerkuren waren voor haar en voor ons dikwijls een kwelling. Tegen het eind van het jaar overdachten wij: Waarom leek het voor een verder zo pienter kind toch zo moeilijk om het alfabet te leren schrijven? Ook andere dingen verbaasden ons: Waarom schreef ze haar naam altijd als Jesscia? En waarom draaide ze dikwijls letters om, zoals de b en de d?

In de eerste klas maakte Jessica op sommige terreinen heel snelle vorderingen. Ze scheen heel vlot te kunnen lezen, maar rekenen en spellen waren erg zwak. Het leek vreemd dat haar werkjes altijd of heel goede of heel slechte cijfers kregen. „Ik had het niet gehoord”, of: „Ik kon niet op het bord zien”, verklaarde ze dan.

Prompt lieten we haar gehoor en gezichtsvermogen onderzoeken, waaruit tot onze grote verbazing bleek dat haar gehoor en gezicht normaal waren. De toestand werd echter alleen maar erger. Ze had veel te vaak hoofdpijn en buikpijn in verband met school, en ook kreeg ze zowel in de klas als wanneer ze weer thuis was, herhaaldelijk huilbuien.

Zelfs thuis zagen wij een kind van bijna zeven, dat je honderd keer hetzelfde moest zeggen, alsof zij ons gewoon niet hoorde. Ze leek zo verstrooid. Eeuwig had zij haar schoenen aan de verkeerde voeten en trok ze haar jurk achterstevoren aan. Van de dagen van de week snapte ze niets, en ze wist het verschil niet tussen gisteren, vandaag en morgen.

In de tweede klas werden Jessica’s problemen op school zelfs nog erger. Hoe was het mogelijk, dat ze de ene dag de woorden kende, en dan bij het spellingsproefwerk letters verwisselde, zoals hius in plaats van huis? Met rekenen was het al niet anders. Eenvoudige begrippen als 2 + 2 = 4 zeiden haar weinig of niets. En de onderwijzeres maar schrijven: „U moet Jessica thuis helpen.” Wij waren ten einde raad!

Ook nog leergestoord?

Ten slotte vroegen we, tijdens een van onze vele bezoeken aan de school, de specialist op het gebied van leerstoornissen te spreken. Wij beschreven Jessica en haar moeilijkheden met leren. Zij moest een psychologisch onderzoek ondergaan. Gespannen wachtten wij het resultaat daarvan af.

Dat was ondubbelzinnig. Jessica was inderdaad leergestoord. Ze had zowel auditieve als visuele waarnemingsproblemen. Haar visuele en auditieve geheugen lag ver beneden het gemiddelde en er waren duidelijke problemen met de spiercoördinatie.

Het was pijnlijk deze feiten onder de ogen te moeten zien, maar we aanvaardden ze. De psycholoog legde ons uit wat deze bevindingen in Jessica’s geval betekenden. Met de juiste hulp konden haar door middel van speciale onderwijstechnieken de dingen geleerd worden die ze niet begrepen had en zou ze mettertijd haar klas weer kunnen inhalen.

Wij waren beslist opgelucht. Ze had al die tijd dus heus wel opgelet! Het was haar schuld niet, dat haar hersens de signalen niet registreerden die ze van haar ogen en oren kregen. Voor het eerst begrepen wij ons dochtertje nu echt.

Het is nu een jaar of wat geleden dat Jessica’s leerstoornis werd vastgesteld. Het enige wat ons spijt, is dat wij kostbare jaren verloren hebben met het opsporen van de bron van haar moeilijkheden. Wij hebben ontdekt dat naast de speciale hulp die ze op school krijgt, een privé-leraar uiterst nuttig is. De vooruitgang is groter dan wij verwacht hadden. Haar gevoel van eigenwaarde is teruggekomen. In plaats dat zij een gefrustreerd, verworpen kind op weg naar ernstige emotionele problemen is geworden, weet ze nu dat ze wel kan leren. Zij voelt zich veel vaker gelukkig, en de band van liefde tussen ons is hechter geworden.

Wat de toekomst betreft, zijn we ons ervan bewust dat Jessica er misschien langer over zal doen om volwassen te worden. Maar nu wij het probleem hebben geïdentificeerd en geleerd hebben hoe we ermee moeten omgaan, doen wij alles wat wij kunnen om haar te helpen al haar mogelijkheden te ontplooien. — Ingezonden.

[Inzet op blz. 12]

Wij hadden al lang opgemerkt dat Jessica na het eten van bepaalde levensmiddelen nog eens extra opgeladen scheen

[Inzet op blz. 13]

Hoe was het mogelijk, dat ze de ene dag de woorden kende, en dan bij het spellingsproefwerk letters verwisselde, zoals „hius” in plaats van „huis”?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen