Hij tracht te ontdekken waar moordenaars zich schuilhouden
WALLACE RHODES is Dr. ir., doctor en ingenieur. Hij speurt rond in een onbekende wereld, waar dodelijke ziekten zich schuilhouden. Zijn combinatie van vakgebieden, epidemiologie en ingenieurswetenschappen, is uniek. Maar zoals u zult zien, kan dat ook van zijn werk worden gezegd.
Ik volg hem — trap op, trap af — door een verbijsterend labyrint van gangen over talloze verdiepingen van het CDC — het Centers for Disease Control (een centrum voor het onderzoek en de bestrijding van ziekten) bij Atlanta in de Amerikaanse staat Georgia. De deuren die op deze witte betonnen gangen uitkomen, geven toegang tot de laboratoria en kantoren van wetenschapsmensen die hun leven wijden aan het opsporen en uitroeien van de vaak moeilijk identificeerbare ziekten die het leven van de mens bedreigen. Soms halen hun triomfen overal ter wereld de voorpagina’s, soms hun fiasco’s.
Nu bevinden wij ons op het dak van een enorm hoog gebouw. Het begint juist te stortregenen als wij de beschutting bereiken van een vierkante daketage met een oppervlakte van ruim 4000 m2. Hete, onaangename lucht slaat ons in het gezicht. Onze trommelvliezen worden overstelpt door een geraas van ventilators en motoren. In de holle ruimte met luchtverversingskanalen zo groot als gangen, lijken wij wel in het niet te verzinken.
„Men zou kunnen zeggen dat een ruimte als deze, met een dergelijke uitrusting, deel uitmaakt van mijn laboratorium”, verklaart Rhodes. „Als andere onderzoekers reageerbuisjes beginnen te schudden, begint de ingenieur in mij de oorzaak van epidemieën te zoeken in de VVAC — de verwarmings-, ventilatie- en air-conditioningssystemen van gebouwen. Soms breekt er een epidemie uit in een ziekenhuis. De artsen menen dat zij door quarantainemaatregelen een bepaalde ziekte tot één afdeling hebben weten te beperken, maar plotseling blijken mensen overal in het ziekenhuis besmet te zijn.”
Hoe heeft de ziekte zich verspreid? In de afgelopen twee decennia heeft Rhodes in honderden plaatsen en in allerlei instellingen, variërend van scholen tot vleesverpakkingsfabrieken, de oorzaken opgespoord, oorzaken die over het algemeen in verband stonden met de air-conditioning. Maar hij zou nooit kunnen vinden wat hij zoekt, als hij niet behalve van allerhande technische zaken ook iets van bacteriën afwist.
„Hoe pakt u het nu aan om een ziekte op te sporen?” vroeg ik.
„Allereerst zet ik dit masker op.”
Het zwarte masker dat hij demonstreert, omsluit zijn hele gezicht. Het geeft hem het aanzien van een persoon uit een science-fictionfilm. „Dit masker is voor 99,97 procent effectief.” De woorden klinken gedempt. „Er komt geen enkel deeltje doorheen, of het moet al kleiner zijn dan drie tiende micron. Een micron is een duizendste millimeter.”
De jacht op de Pontiac-koorts
Jaren geleden waren het maskers zoals dit, waardoor Rhodes en twee assistenten aan de Pontiac-koorts konden ontsnappen. Alle andere wetenschapsmensen van het CDC die hen voorgingen naar Pontiac (Michigan, VS) werden door de epidemie geveld. Op dat gedenkwaardige weekend liepen 95 van de 100 mensen die eraan hadden blootgestaan, de onbekende, maar acute ziekte op.
Het enige wat iemand hoefde te doen om Pontiac-koorts te krijgen, was een bepaald gebouw te betreden. Het was alsof het gebouw zelf besmet was. En het was nog wel een gemeentelijk gezondheidscentrum, met een medische en tandheelkundige kliniek, een röntgenafdeling, en dergelijke. Behalve de patiënten die er kwamen om behandeld te worden, werden ook artsen en verpleegsters en technici zelf zwaar verkouden en kregen zij last van hoge koorts, hevige aanvallen van hoofdpijn, acute spierpijnen en andere, ook bij longontsteking voorkomende, symptomen. Maar geen enkel ander gebouw kampte met dit probleem.
„Ik was op vakantie in Florida toen ze me naar Pontiac riepen”, vertelde Rhodes. „De epidemie woedde al verscheidene dagen. Toen ik de gegevens doorliep, bleek dat mensen die het gebouw betraden, alleen dan niet ziek werden wanneer de air-conditioning was uitgeschakeld. Zodra de volgende maandag het air-conditioningssysteem weer was aangezet, begonnen er weer mensen ziek te worden.” Maar niet Rhodes en zijn assistenten, met hun maskers en andere veiligheidskleding.
Het was echter niet slechts een kwestie van de door de air-conditioning teweeggebrachte luchtstroom door het gebouw, nee, het probleem was veel ingewikkelder. Rhodes vermoedde dat de besmettingshaard zich bevond in het water dat ter verdamping over de buizenkoeler werd gesproeid. Door een lek in het luchtkanalensysteem kwam damp van dit water in de circulerende lucht terecht. Er werden talloze proeven gedaan, maar het duurde dagen voordat zijn vermoedens werden bevestigd: cavia’s die blootgesteld werden aan het water, kregen Pontiac-koorts. Wat was echter de verwekker van de Pontiac-koorts? De ziektekiem moest nog uit het water worden geïsoleerd.
„Drie jaar lang”, vervolgde Rhodes, „deden microbiologen de ene proef na de andere op de cavia’s. En nog waren zij geen stap dichter bij de oplossing van de vraag wat de ziekte veroorzaakte dan op de dag dat zij begonnen. Sommige proeven werden nog jarenlang voortgezet. Ten slotte werden de reageerbuisjes met bloedserum van de menselijke slachtoffers van de Pontiac-koorts opgeslagen in vriesruimten, en zo werd dat deel van de kwestie letterlijk in de ijskast gezet.”
Het onderzoek naar de legionairsziekte
Er gingen acht jaren voorbij. Tijdens een bijeenkomst van het Amerikaanse Legioen in het Bellevue-Stratford Hotel in Philadelphia (VS), kregen 221 mensen plotseling een ziekte die even acuut en mysterieus was als de Pontiac-koorts. Maar ditmaal stierven er 34 personen.
Wat het ook was, het kwam van binnen uit het hotel. Doktoren spraken eerst van een „explosief uitbreken van longontsteking zonder aanwijsbare oorzaak”. Drieëntwintig leden van de epidemiologische onderzoeksstaf van het CDC, onder wie Rhodes, werkten samen met talloze staats- en plaatselijke gezondheidsfunctionarissen in Philadelphia. „Ik ben nooit verder kunnen komen dan de vaststelling dat de infectiebron ditmaal bij de koeltorens gezocht moest worden”, zei Rhodes.
Het kostte zes maanden van intensief laboratoriumonderzoek, met gebruikmaking van technieken die veel beter en geavanceerder waren dan die bij de vroegere speurtocht naar de Pontiac-koorts, om uiteindelijk de moordenaar, een bacterie, te ontmaskeren. De sigaarvormige bacterie werd Legionella pneumophila genoemd.
Bijna een jaar ging voorbij voordat de onderzoekers op de gedachte kwamen om wat van de nu negen jaar oude Pontiac-bloedmonsters te ontdooien en deze te vergelijken met L. pneumophila. Zij kwamen tot de conclusie dat de epidemie in Pontiac en die in Philadelphia dezelfde verwekker hadden — alleen verloren in het laatste geval 34 mensen het leven.
„Waarom”, overpeinst Rhodes, „stierven er mensen in Philadelphia, maar stierf niemand in Pontiac?” Over die vraag breken de geleerden zich nog steeds het hoofd.
Kweekplaatsen voor epidemieën
Sinds de legionellosis-bacteriën werden ontdekt, zijn geleerden tot de conclusie gekomen dat de ziekte altijd al in de een of andere vorm heeft bestaan. „Hier in de Verenigde Staten”, zei Dr. Rhodes, „komen ieder jaar 2,4 miljoen gevallen van longontsteking voor. Slechts ongeveer twee derde van deze gevallen kan in verband worden gebracht met bekende virussen of bacteriën. Wat veroorzaakt de andere 800.000 gevallen?”
„Legionellosis”, gaat hij verder, „wordt in slechts een fractie van de op longontsteking lijkende gevallen herkend. Wetenschapsmensen vragen zich af of sommige van de onbekende oorzaken iets te maken hebben met legionellosis maar nog ontdekt moeten worden.”
„Wilt u zeggen”, onderbrak ik hem, „dat er te allen tijde overal om ons heen legionellosis kan uitbreken?”
Hij knikt. „Wij zouden het kunnen krijgen door afgravingen. Of door vervuiling van het water, inclusief ons drinkwater. Of door de lucht. Wij leven en worden ziek en sterven in een vervuilde wereld.”
„U bedoelt dat er zich overal om ons heen, waar wij ook gaan, onbekende ziekten schuilhouden?”
„Dat zijn de ziekten waar wij nog naar zoeken. Ze kúnnen te allen tijde toeslaan, en doen dat ook. Er zijn bekende vormen van legionellosis geïdentificeerd in meer dan veertig staten [der VS], in Canada, in Australië en in zowat ieder land in Europa. Maar er hebben zich ook onbekende vormen van longontsteking en andere ziekten voorgedaan, en heel wat vaker.”
Zij trotseren ’s werelds dodelijkste moordenaars
Hij draait zich om en wijst in de richting van een alleenstaand gebouw. „Ik heb enige jaren geleden meegeholpen dat gebouw voor het CDC te ontwerpen en te testen. Het is het MCL — het Maximum Containment Lab [een laboratorium dat maximaal beveiligd is tegen het ontsnappen van ziektekiemen]. Daar worden nu, op dit moment, monsters van de dodelijkste ziekten op aarde bestudeerd. Lassa-koorts . . . Marburg-virus.” Hij somt een rijtje exotische ziekten op. „Waarschijnlijk hoorde men nooit van die ziekten toen de zwarte dood en de griep de mensheid teisterden. Dit zijn de acute besmettelijke ziekten van onze tijd. De mensen daar in MCL riskeren op dit ogenblik hun leven door te trachten deze moordenaars in een hoek te drijven.”
Ik hoor mijzelf zeggen: „Zouden wij in dat gebouw een kijkje kunnen nemen?” Hij grijnst. „U zult niet veel dichter bij dat gebouw kunnen komen dan u nu bent!”
Het CDC is een soort van wachttoren, wakend tegen het uitbreken van epidemieën van besmettelijke ziekten over de gehele aarde. Men weet daar waarschijnlijk meer over wat er op dit terrein gaande is dan in enig ander wetenschappelijk zenuwcentrum.
Dr. Rhodes heeft twintig jaar gezocht naar honderden mysterieuze smetstoffen in ’s mensen omgeving en toch merkt hij op: „De mysteries zijn nog steeds talrijker dan de ontdekkingen en vermenigvuldigen zich waarschijnlijk ook sneller dan de oplossingen.” — Ingezonden.