Ongewenste vreemdelingen — Wat is de oplossing?
SAMEN met elf anderen kroop de jonge Mexicaan om tien uur ’s avonds door een gat in de afrastering die de grensafscheiding vormt tussen de Mexicaanse stad Tijuana en de Verenigde Staten. Hun gehuurde gids, ook wel ’coyote’ genoemd, had ervoor gezorgd dat er 24 kilometer verder een auto voor hen klaarstond. Doordat de auto niet wilde starten, werden zij zo lang opgehouden dat de grenspolitie hen opmerkte en terugbracht naar Mexico.
De avond daarop volgde een nieuwe poging, nu met 15 anderen. Deze keer werden zij gesnapt toen de schroefwind van de helicopter waarmee de grenspolitie patrouilleerde, het plastic zeil waaronder zij zich verscholen hielden, deed wegwaaien, en het zoeklicht hun schuilplaats onthulde.
Bij zijn derde poging in die week werd hij opnieuw gepakt en het land uitgezet. Deze keer werd de groep ontdekt door afluisterapparatuur toen zij langs een spoorlijn liepen. Hun vierde poging lukte uiteindelijk.
Hij was slechts één van de naar schatting vijf miljoen illegale immigranten uit allerlei landen die er, ondanks de ijverige pogingen van de grenspolitie om hen tegen te houden, in zijn geslaagd de Verenigde Staten binnen te komen. Elk jaar komen er ongeveer een half miljoen bij. Hoewel velen worden gearresteerd en het land worden uitgezet, komen de meesten prompt weer terug. Waarom zijn deze mensen zo vastbesloten een land binnen te komen waar zij niet gewenst zijn? De voornaamste reden is van economische aard.
Zowel in de VS als in sommige Europese landen zoeken buitenlanders werk om wat geld naar hun behoeftige familie thuis te kunnen sturen. In Europa sturen deze buitenlandse werknemers per jaar zo’n ƒ 32 miljard naar hun geboortelanden Turkije, Portugal en Joegoslavië. Dit vormt een belangrijke factor in de economie van deze landen. De aanwezigheid van deze buitenlandse gastarbeiders schept echter problemen.
De strijd om de schaarse banen
De teruglopende economische groei en de toenemende werkloosheid geven aanleiding tot een felle strijd om werk. Vanaf het midden van de jaren ’50 tot aan de jaren ’70 hebben verscheidene Europese landen ongeveer 30 miljoen buitenlanders toegelaten om als gastarbeiders te werken. Zij zouden teruggaan als zij niet langer nodig waren, maar velen van hen besloten te blijven en lieten hun familie overkomen en nog steeds wonen er zo’n 15 miljoen gastarbeiders in deze Europese landen. Nu er zich een economische recessie voordoet, zijn er te veel buitenlanders die met de staatsburgers van de betreffende landen wedijveren om werk.
In Engeland hebben zich gewelddadige botsingen voorgedaan tussen de plaatselijke bevolking en immigranten uit Azië en West-Indië. In West-Duitsland is men geconfronteerd met een toenemend aantal demonstraties en incidenten, gericht tegen de immigranten. In Stuttgart hebben anti-Turkse groeperingen bedrijven die Turkse arbeiders in dienst houden, met represailles bedreigd.
In de zomer van 1982 goot Semra Ertan, een Turkse immigrante, een blik benzine over haar lichaam en verbrandde zichzelf uit wanhoop over de manier waarop de Duitsers Turken behandelden. Vlak voor haar dood belde zij een radiostation op en zei: „De Duitsers behoren ons niet als honden te behandelen! Ik wil als een méns behandeld worden!”
In Frankrijk bestaat een groeiende vijandigheid tegenover Algerijnse immigranten en hun gezinnen. Zweden heeft een strengere controle op het binnenkomen van buitenlanders ingesteld. Zwitserland heeft zijn pogingen om een einde te maken aan illegale immigratie geïntensiveerd. Italiaanse werkgevers die buitenlanders zonder papieren in dienst nemen, staat een forse boete te wachten. Zo zijn de buitenlanders die in een tijd van hoogconjunctuur gewaardeerd werden, nu tot een ongewenst volk geworden.
In de VS hoort men dezelfde klachten — buitenlanders concurreren met de inwoners van het land om werk. Een groot deel van de toenemende vijandigheid is gericht tegen de buitenlanders uit Indo-China en Latijns-Amerika. Een onderzoek door een econoom van de universiteit van New York onthulde dat de helft van alle nieuwe arbeidsplaatsen die sedert het eind van de jaren ’70 waren gecreëerd, door legale en illegale buitenlanders werden bezet. Een ander onderzoek onder 2000 bouwvakkers in Houston (Texas) toonde aan dat 40 procent van hen niet de Amerikaanse nationaliteit bezat.
Zowel functionarissen van de verschillende staten alsook plaatselijke beambten klagen dat hun budget niet toereikend is om ten koste van miljoenen dollars de buitenlanders onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijke hulp te blijven verschaffen. Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft in juni 1982 echter beslist dat afzonderlijke staten de kinderen van illegale buitenlanders geen gratis onderwijs kunnen ontzeggen.
Toen ambtenaren van de Immigratiedienst in mei 1982 in verschillende delen van de VS invallen deden bij een aantal bedrijven en de daar werkende illegale arbeiders het land uitzetten, waren er talloze werkeloze Amerikanen die de vrijgekomen baantjes wel wilden overnemen. Bij één fabriek waar na een inval 50 banen waren vrijgekomen, meldden zich 1000 sollicitanten. Een levensmiddelenbedrijf in Chicago met 60 vacatures ten gevolge van de inval werd geconfronteerd met 600 sollicitanten. Heel vaak beviel het nieuwe werk hun echter niet en namen zij weer ontslag.
In een bedrijf ten noorden van San Francisco werden 18 kippenplukkers gearresteerd en gedeporteerd. Voor dit werk meldden zich honderden sollicitanten. Binnen een week namen 14 van de 18 nieuw aangenomen werknemers weer ontslag. Bij een fabriek in Santa Rosa (Californië) kwamen anderen op de banen van de gearresteerde buitenlanders af maar weigerden het werk van de buitenlanders, dat bestond uit het schoonmaken van vis.
Een meubelfabriek in Santa Ana, eveneens in Californië, bleef na een inval achter met zo’n 100 onbezette plaatsen aan de lopende band. De woordvoerder van het bedrijf zei dat de arbeiders die door de overheidsinstellingen gestuurd werden, slechts zelden langer dan één dag bleven. Het werk is zwaar en eentonig en de plaatselijke bevolking wil het niet doen.
Hetzelfde gold voor een aardbeienkwekerij in Californië. De meerderheid van degenen die de gedeporteerde buitenlanders vervingen, namen na één dag al weer ontslag omdat het zulk zwaar werk is. Zij moesten de hele dag op hun knieën zitten.
Uitbuiting van buitenlanders
Werkgevers die illegale buitenlanders in dienst hebben, maken niet zelden misbruik van de angst voor deportatie bij hun werknemers. De jonge Mexicaan uit het begin van dit artikel werkte een tijdlang bij een baas die hem een derde van het minimumloon betaalde. Bovendien kreeg hij voor overwerk niets extra’s betaald.
In de Chinese wijk van New York werden 60 illegale buitenlanders uit Hong Kong aangetroffen die voor minder dan een derde van het minimumloon in een atelier werkten. In soortgelijke ateliers op zolders in Manhattan heeft men Chinezen, Koreanen en Cubanen aangetroffen die zelfs voor nog minder werkten.
Groente- en fruittelers die illegale buitenlanders in dienst nemen, beweren wel dat zij het minimumloon uitbetalen, maar meestal wordt het loon betaald aan de tussenpersoon die de arbeiders verhuurd heeft. Deze tussenpersonen, vaak zelf ook buitenlanders, houden meestal een flink deel van het loon in, waardoor er voor de arbeiders maar heel weinig overblijft als beloning voor hun harde werk.
Daar buitenlanders bereid zijn voor een beduidend lager loon te werken dan de plaatselijke bevolking, kunnen zij een zwakke bedrijfstak soms weer nieuw leven inblazen. Aangezien dergelijke bedrijven zonder hen waarschijnlijk failliet zouden gaan, zijn zij geen concurrenten voor de plaatselijke bevolking die immers de hogerbetaalde banen opeist, maar zorgen zij in werkelijkheid op zo’n manier voor werkgelegenheid in andere bedrijven die voordeel trekken van het voortbestaan van zwakke bedrijfstakken.
Pogingen het probleem het hoofd te bieden
De Europese landen zien de ongewenste buitenlanders het liefst naar hun eigen land terugkeren en dringen daar bij hen ook wel op aan. In Frankrijk geeft men vertrekkende buitenlanders een bedrag van ƒ 12.000 en een gratis vliegreis voor vier personen. Toch reageren er te weinig buitenlanders op dit aanbod, en er is een explosieve situatie aan het ontstaan.
In de VS werkt de regering aan een herziening van de immigratiewetten. Ze voorziet in amnestie voor miljoenen illegale buitenlanders, die een wettige status kunnen verkrijgen indien zij huisvesting hebben. Anderzijds voorziet deze wetgeving in een uitbreiding van zowel het personeel als het budget van de Immigratiedienst. Men hoopt dat het daardoor moeilijker wordt voor buitenlanders om het land binnen te komen. Bovendien moet het voor illegale buitenlanders lastiger worden om aan een baan te komen, omdat de werkgevers die bewust illegale buitenlanders in dienst nemen, een boete en gevangenisstraf opgelegd kan worden. Door middel van deze wetten hoopt de regering een halt toe te roepen aan de voortdurende stroom van illegale buitenlanders.
Het besluit om een wettige status te verlenen aan hen die voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van huisvesting, is ongetwijfeld toe te schrijven aan de onmogelijkheid al die miljoenen illegale buitenlanders die reeds in het land wonen, op te sporen en te deporteren. Door hun verblijf wettig te maken ontstaat er echter een nieuw probleem. De Immigratiedienst die toch al meer administratie te verwerken heeft dan ze aankan, ziet zich dan voor de enorme taak geplaatst al deze mensen een verblijfsvergunning te verstrekken. Er bestaat al een achterstand van jaren met het afhandelen van aanvragen voor een wettig verblijf. De directeur van de Immigratiedienst afdeling San Francisco zei: „Wij kampen met een enorme hoeveelheid achterstallig werk; wij raken hoe langer hoe meer achterop.”
De VS en de Europese landen kunnen niet een soort Berlijnse Muur bouwen om ongewenste vreemdelingen te verhinderen het land binnen te komen. Zelfs met verscherpte grenscontrole bestaat er weinig hoop dat de VS een halt kunnen toeroepen aan de stroom illegale buitenlanders die zal blijven aanwassen naarmate de economische en politieke situatie in Latijns-Amerika slechter wordt.
De enige oplossing voor het probleem is een totale verandering in de wereldomvattende economische en politieke systemen die zulke stromen wanhopige vluchtelingen voortbrengen. Alle pogingen die men heeft gedaan om deze systemen te veranderen, zijn op een jammerlijke mislukking uitgelopen. In plaats dat de mens een wereld voortbrengt die steeds vrediger, stabieler en eendrachtiger wordt, creëert hij een wereld die politiek steeds meer verdeeld en economisch steeds minder stabiel wordt.
De mens heeft geen antwoord op het probleem van de ongewenste vreemdelingen, maar God heeft dit wel. Zijn reeds lang beloofde wereldregering is in staat de noodzakelijke veranderingen aan te brengen. Onder die regering zal de mensheid niet langer verdeeld zijn in talloze ruziënde regeringen van menselijke makelij maar zal ze verenigd zijn onder één volmaakte, rechtvaardige heerschappij van goddelijke oorsprong. De bijbel wijst op de zekerheid die deze regering zal brengen, in de profetie in Micha 4:3, 4: „Zij zullen, natie tegen natie, geen zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. En zij zullen werkelijk ieder onder hun wijnstok en onder hun vijgeboom zitten, en er zal niemand zijn die hen doet beven.”