Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 8/3 blz. 8-12
  • Is suiker in onze tijd zoet?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is suiker in onze tijd zoet?
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Allerwegen slecht nieuws
  • De bittere geschiedenis van suiker
    Ontwaakt! 1983
  • Het laatste nieuws over tandplak
    Ontwaakt! 1982
  • Suikerriet — Reus onder de grassen
    Ontwaakt! 2000
  • Hebt u te kampen met hypoglykemie?
    Ontwaakt! 1978
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 8/3 blz. 8-12

Is suiker in onze tijd zoet?

HERKENT u mij? Mijn wetenschappelijke vrienden kennen mij als C12 H22 O11. Sinds mijn debuut op het wereldtoneel heb ik nogal wat aanzien genoten. Er zijn tijden geweest dat ik in vele delen van de aarde kostbaarder was dan goud en ook zeldzamer. Ik herinner mij hoe eens, toen bepaalde Indiase vorsten de Chinese keizer een schatting schuldig waren, deze heerser niet in goud betaald wilde worden maar om mij vroeg.

Er hebben zich over de hele wereld hevige debatten en controversen afgespeeld in de majestueuze paleizen en verheven parlementsgebouwen, en ze draaiden om mijn aanwezigheid. Het schenkt me geen voldoening te zeggen dat miljoenen mensen letterlijk in slavernij zijn gebracht en miljoenen zijn gestorven vanwege mij.

Tegenwoordig ben ik opnieuw het middelpunt van grote controversen. Sommigen zeggen dat ik volledig en voorgoed uitgebannen moet worden. Anderen zeggen dat ik zo mooi zuiver en zoet en noodzakelijk ben, en helemaal niet de booswicht waarvoor ik word uitgemaakt.

Herkent u mij nu? Ik ben het lepeltje suiker dat volgens het populaire liedje uit de jaren ’60 ervoor zorgt dat het medicijn niet zo vies smaakt en gemakkelijker ingenomen wordt. Ik ben het lepeltje suiker in een dichtgebonden lapje dat u als dotje in de mond gestopt kreeg terwijl uw moeder haar huishoudelijke werk verrichtte. Ik ben het lepeltje suiker dat in een laagje om de laxeerpillen zit die u slikt, en dat het anders bitter smakende drankje verzoet. Ik zit in de cosmetica die u op uw gezicht aanbrengt, en in de synthetische rubbers en plastics waarvan de wereld om u heen vol is. Ik heb geholpen bij het bewerken van het leer voor de schoenen die u draagt. Tabaksgebruikers roken in hun tabak ook iets van mij. Als u uw kleren verft, ben ik er. Ik zit in sommige landen zelfs in de plastic doodkist waarin een overledene ter aarde wordt besteld. Ik ben letterlijk van wieg tot graf in uw leven aanwezig.

Bij al deze zaken en nog meer komt dan die speciale reden voor mijn grootste populariteit — het vermogen uw onverzadigbare verlangen naar iets zoets te bevredigen. En hierin ligt de paradox. Mijn goede kanten zijn volgens mijn tegenstanders nu juist mijn kwade kanten. Zij beweren dat ik overal en in alles aanwezig ben. Ik kan dit natuurlijk niet ontkennen zonder de feiten geweld aan te doen. Ik zal zelf de eerste zijn om te zeggen dat maar al te vaak het gebruik van mij misbruik is.

Het is natuurlijk waar dat het met een lepeltje suiker gemakkelijker valt een medicijn te slikken. Maar is het ook redelijk dat een lepeltje suiker moet helpen de tomatenketchup of het mierikswortelsausje of allerlei slasausjes te slikken? Of brood, of blikgroenten, of — u zult het niet geloven — zout, om nog een paar zaken te noemen? Heeft een pretzel, een zoute krakeling, suiker nodig?

Waarom moet ik een belangrijk ingrediënt zijn in voedingsmiddelen waarvan u niet verwacht dat ze zoet smaken? Als u van zoetigheid houdt, dan weet u dat een koekje waarschijnlijk uw verlangen zal bevredigen. Maar welke redelijkheid schuilt er in het feit dat een zoute cracker met zijn gehalte van 12 procent suiker u net zo goed van dienst zou kunnen zijn? Als u een bepaalde chocoladereep eet, zou u kunnen verwachten dat u 51 procent suiker naar binnen krijgt. Maar wat uw gevoel voor dit soort zaken wel eens zou kunnen verstoren, is dat u dezelfde hoeveelheid suiker verorbert in het korstje van bepaalde gepaneerde kippetjes.

Ik ben geen genie, en dat hoeft men ook niet te zijn om tot de conclusie te komen dat haast de hele levensmiddelenindustrie te werk gaat volgens het idee dat een lepeltje suiker helpt om hun produkten te verorberen, of ik nu nodig ben of niet. Ik beschouw dit als misbruik van mij. Het verleent ook extra munitie aan mijn critici.

Neem nu de wereldconsumptie van mij voor het jaar 1982 — op grond van berekeningen gesteld op meer dan tweeënnegentig miljoen ton. Amerikanen en vele anderen zullen per jaar zo’n zeventig pond van mij consumeren, en de gemiddelde tiener ruim twee en een half pond per week. Toch is 75 procent van deze consumptie niet opzettelijk: slechts een klein deel komt regelrecht uit uw suikerpot. De cijfers laten zien dat de mensen minder van mij kopen, maar hun consumptie van mij stijgt in werkelijkheid. Menu’s samen te stellen waar ik totaal niet in aanwezig ben, zou, hoewel niet onmogelijk, toch wel erg moeilijk zijn.

Waarschijnlijk herkennen de meeste mensen mij alleen zoals ik in hun suikerpot zit — witte geraffineerde suiker. In deze vorm sta ik bekend als saccharose of sucrose; ik ben dan voor ongeveer 99,9 procent zuiver en word verkocht in hetzij kristallijne of gepoederde vorm. Houd echter niet op met lezen als u op de verpakking bij de opsomming van bestanddelen de woorden suiker of saccharose (sucrose) hebt zien staan. Andere namen voor mij waarop u ook moet letten, zijn fructose (uit fruit), lactose (melksuiker), maltose (moutsuiker), glucose of dextrose, zetmeelstroop en maple sugar (ahornsuiker). Ruwe, onbewerkte suiker mag in de VS niet in de handel komen tenzij onzuiverheden — vuil, delen van insekten, schimmels, bacteriën en andere verontreinigingen — zijn verwijderd. Wanneer dit is gebeurd, kan ze verkocht worden als turbinado suiker. Hoewel deze donker van kleur is, moet ze niet verward worden met bruine suiker, die in het algemeen gewoon witte geraffineerde suiker vermengd met melasse is.

Voeg nu bij de geschatte zeventig pond geraffineerde suiker die door de gemiddelde Amerikaan in het jaar 1982 geconsumeerd zal zijn, ook nog eens een eenenveertig pond uit maïszetmeel afkomstige suiker (vanwege de geringere kosten steeds populairder in de voedingsmiddelenindustrie) die hij in allerlei etenswaren in de supermarkt aantreft, en de hoofdelijke consumptie van suiker stijgt tot nog duizelingwekkender hoogten.

Als u een zekere basiskennis aangaande mij hebt, zult u weten dat ik net als zetmeel een koolhydraat ben, een bron van energie en warmte voor uw lichaam en vervolgens de brandstof voor het bewegen van uw lichaam. Wanneer u meer koolhydraten consumeert dan uw lichaam kan gebruiken, wordt het teveel omgezet in vet.

Wat is er dan verkeerd aan het eten van suiker aangezien uw lichaam een fundamentele behoefte aan brandstof en energie heeft? Het probleem is dat ik in tegenstelling tot andere bronnen van koolhydraten geen eiwitten, geen mineralen en geen vitamines bevat — geen voedingsstoffen behalve calorieën. En die heb ik in overvloed — ongeveer zestig per eetlepel. Voedingsdeskundigen beschrijven mij als „lege calorieën”. Wanneer u daarentegen andere voedingsmiddelen eet die ook rijk zijn aan koolhydraten, zoals granen, bonen, groenten en fruit, dan verschaffen ze u niet alleen goede energiebronnen maar ook vele voedingsstoffen.

Het tijdschrift Consumer Reports van maart 1978 zet mij wel op mijn plaats. Ik kan er echter alleen maar mee instemmen wanneer het schrijft: „In wezen stelt onze voeding geen eisen ten aanzien van suiker waarin niet voorzien kan worden door andere waardevollere voedingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld fruit en groenten. Er bestaat niet eens een noodzaak om suiker die zogenoemde snelle energie te laten leveren voor een ochtendje tennis, skiën of iets dergelijks.” De reeds in uw lichaam opgeslagen energievoorraad kan daarin voorzien.

Wat de zaak nog moeilijker maakt, is het volgende: Wanneer ik al vóór een maaltijd in zulke geconcentreerde hoeveelheden ben genuttigd, met laat ons zeggen een gevulde reep, een taartje en een plakje cake, en dat weggespoeld met een blikje cola, dat ook nog eens ongeveer negen lepels suiker bevat, dan hebben al deze lege calorieën uw eetlust al bevredigd zodat de nuttige voedingsmiddelen tijdens de maaltijd niet meer aan bod komen. U wordt dikker maar in werkelijkheid komt u goede voeding te kort. U bent u sterk bewust van uw lichaamsgewicht maar beseft niet dat u aan wanvoeding lijdt.

Hoewel ik van veel slechts beschuldigd word waarvan ook veel toch wel betwistbaar is, ligt er één beschuldiging waarover alle deskundigen het eens schijnen te zijn — ik veroorzaak tandbederf, en vooral bij kinderen. Zelfs de Amerikaanse Sugar Association, de stichting die tot taak heeft het gebruik van mij te bevorderen, stemt hiermee in. Het probleem is volgens de deskundigen dat ik als suiker word gebruikt door de bacteriën die normaal in uw mond aanwezig zijn. Ze doen een kleverige substantie ontstaan die zich hardnekkig aan uw tanden hecht. Deze laag versnelt de vorming van tandplak, welke met andere zuren uw tanden aantast en ze kwetsbaar maakt voor bederf.

Volgens de deskundigen is echter niet zozeer de hoeveelheid suiker die u consumeert bepalend voor het aantal gaatjes dat u zult krijgen, als wel de vorm waarin de suiker wordt genuttigd. Als u bijvoorbeeld een reep eet die 10 procent suiker bevat, kunt u daarmee uw tanden meer schaden dan door een of andere lekkernij te drinken met 25 procent suiker. De reden ligt voor de hand. De chocolade zal aan uw tanden kleven zodat ze langer aan contact blootgesteld zijn, terwijl de suiker in de drank wordt weggeslikt. Voordat u nu met een zucht van verlichting concludeert dat u ten aanzien van frisdranken op de oude voet kunt doorgaan, moet u dit weten: Geleerden berichten dat ettelijke frisdranken per dag meer schade kunnen aanrichten dan eenmaal per week één stuk zoetigheid waarop gekauwd moet worden. Ook bevatten cola’s en andere frisdranken vaak zuren die schadelijk zijn voor de tanden.

Dus, kinderen, dit maakt nog iets duidelijk wat jullie ouders waarschijnlijk keer op keer beklemtonen: Wees ijverig in het poetsen van je tanden, doe dat regelmatig, vooral na het eten van zoetigheden. Heel belangrijk is dit als je vlak voor het naar bed gaan iets hebt gegeten waarin veel suiker zit. Hoe langer ik tussen je tanden kan zitten, hoe groter de kans op tandbederf en gaatjes.

Hier is een hoopgevend nieuwtje maar niet noodzakelijkerwijs een tegengif: Volgens recente voorlopige resultaten, zo berichtte The New York Times van 16 december 1980, zou cheddar-kaas tandbederf verhinderen. „Wij geloven dat het een waardevolle waarneming is waarvan beslist verder werk gemaakt moet worden, maar de zaak is nu nog in een voorlopig stadium”, zei Dr. William H. Bowen, hoofd van de Afdeling Cariëspreventie en Research van het National Institute of Dental Research.

Nadat een Britse geleerde had ontdekt dat cheddar een vertragende werking had op tandbederf van het menselijke gebit, hebben Amerikaanse collega’s in een vervolgonderzoek bij laboratoriumratten een test uitgevoerd met halfbewerkte cheddar. De resultaten waren hetzelfde, berichtte Dr. Bowen, „mits de dieren de kaas aten onmiddellijk na het eten van suiker, waarvan bekend is dat ze tot tandbederf bijdraagt”. The New York Times vervolgt met de opmerking: „Waarom kaas dit effect zou hebben, is onbekend.”

Allerwegen slecht nieuws

Aangezien ik mijn eigen verhaal vertel, moet ik het vertellen zoals het is, ook al plaatst het mij in een heel ongunstig licht. Maar hier is nog meer slecht nieuws voor u die zo van mij houdt. Dit nieuws betrekt ook mijn aartsrivaal zout in de zaak. Er schijnt algemene overeenstemming over te bestaan dat zout, of te veel ervan, een kwalijke rol speelt in het ontstaan van hoge bloeddruk. Nu beweert een recent rapport dat de combinatie van suiker en zout dat gevaar zou kunnen vergroten.

Volgens onderzoekers aan de medische faculteit van de Louisiana State University, waren slingerapen op drie verschillende diëten gezet. Het eerste was een normale voeding voor laboratoriumapen. Het tweede was daaraan gelijk, maar de apen kregen extra zout. Het derde was gelijk aan het tweede, met de extra hoeveelheid zout, maar ook nog met extra suiker. Science Digest van oktober 1980, waarin dit verslag stond, vertelt wat men vond:

„Alle dieren werden gedurende een basisperiode van drie weken zorgvuldig onderzocht en toen in drie groepen verdeeld; elke groep kreeg acht weken lang een van de drie voedingsprogramma’s. Zoals verwacht werd steeg de bloeddruk bij de dieren die extra zout kregen. Maar de onderzoekers berichtten in de American Journal of Clinical Nutrition dat die apen die extra zout en suiker kregen, een duidelijk hogere stijging van hun bloeddruk te zien gaven.”

Bij een aantal zaken die ik hier genoemd heb en waarmee ik het eens ben, zijn er nog vele andere ziekten waarvan ik beschuldigd word maar waarvoor geen afdoende bewijs bestaat. Ongetwijfeld zullen de controversen nog enige tijd voortduren totdat ze uiteindelijk ten gunste van een van beide standpunten beslecht zullen worden.

Ondertussen doet u er goed aan matiging te betrachten en evenwichtigheid aan de dag te leggen ten aanzien van het soort voedsel en de hoeveelheid suiker die u nuttigt. Overmatig gebruik van wat dan ook kan u ziek maken en een menigte problemen veroorzaken. Ik mag echt wel in uw dagelijkse voeding voorkomen als u uw gezonde verstand gebruikt.

En bedenk dat de Grote God, Jehovah, die mij heeft geschapen, de Israëlieten binnenleidde in het Beloofde Land, een land vloeiende van „melk en honing”, een vorm van suiker. Dat leert mij dat ik niet volkomen slecht kan zijn. En wanneer iedereen die het nieuwe samenstel waardig gerekend wordt, op de paradijsaarde ’onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom’ zit, wel, dan zal ik daar ook zijn — in die zoete druiven en rijpe vijgen! — Micha 4:4.

[Inzet op blz. 10]

Ik ben opnieuw het middelpunt van grote controversen. Sommigen zeggen dat ik volledig en voorgoed uitgebannen moet worden. Anderen zeggen dat ik zo mooi zuiver en zoet en noodzakelijk ben, en helemaal niet de booswicht waarvoor ik word uitgemaakt

[Inzet op blz. 10]

Ik zal zelf de eerste zijn om te zeggen dat maar al te vaak het gebruik van mij misbruik is

[Inzet op blz. 11]

Ten einde te verhullen hoe veel suiker er in levensmiddelen zit, gaat men er in die industrie steeds meer toe over mijn aanwezigheid onder vele verschillende namen te vermelden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen