Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 8/12 blz. 16-19
  • Zijn zij bij hun terugkomst nog dezelfden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zijn zij bij hun terugkomst nog dezelfden?
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat is het effect?
  • Schuldgevoel en depressiviteit
  • Flashbacks
  • Zijn zij eerder tot geweld geneigd?
  • Oorlog — De bittere nasleep
    Ontwaakt! 1989
  • Waartoe heeft de religie in de Zuidvietnamese oorlog geleid?
    Ontwaakt! 1972
  • Hij kwam terug als een vreemde
    Ontwaakt! 1982
  • Een oorlog die mijn leven heeft veranderd
    Ontwaakt! 2005
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 8/12 blz. 16-19

Zijn zij bij hun terugkomst nog dezelfden?

„IK HAD een shell-shock ten gevolge van het granaatvuur en de bombardementen”, schreef John vanuit zijn hospitaalbed. „Natuurlijk ben ik niet krankzinnig. Maar ik heb geleefd als een wilde.” Hij voegde eraan toe: „Mijn bajonetsteken en ook de scherfwonden zijn allemaal wel weer geheeld. De meesten van ons zullen er in zes maanden redelijk bovenop zijn, maar niemand is de eerste jaren volkomen genezen.” De briefschrijver was een soldaat in de Tweede Wereldoorlog, een overlevende van een van de ergste bloedbaden van de strijd in de Pacific — Guadalcanal.

Johns toestand leek veel op die waarin miljoenen andere soldaten thuiskwamen uit de talrijke oorlogen die in onze twintigste eeuw zijn gestreden. Velen leden aan een zogenoemde shell-shock, of gevechtsmoeheid, of — om een recentere term te gebruiken — een posttraumatische stress-aandoening.a Welke aanduiding er ook gebruikt wordt, het betekent dat door de gevechtsacties diepe wonden waren toegebracht aan de geest.

Duurt het werkelijk jaren voordat dergelijke wonden „volkomen genezen” zijn? Zijn zulke personen levenslang geestelijk gehandicapt? Of, erger nog, zijn zij „wandelende tijdbommen” die zich elk moment met onbeheersbare woede tegen nietsvermoedende omstanders kunnen keren?

Wat is het effect?

Dr. Lawrence Kolb werkt als psychiater voor de Veterans Administration, het Amerikaanse regeringsbureau voor veteranenzaken. Al meer dan vijfendertig jaar heeft hij te maken gehad met soldaten die lijden aan geestesstoornissen ten gevolge van doorstane oorlogsverschrikkingen. In een interview met een „Ontwaakt!”-correspondent verklaarde hij: „Ik heb gewerkt met mannen wier geest ernstig in de war was door de Tweede Wereldoorlog. Evenzo met de Koreaanse oorlog. Ik heb een grote verscheidenheid aan soldaten meegemaakt, zelfs enkele Russische soldaten die uit de Tweede Wereldoorlog terugkeerden. Nu werk ik speciaal met degenen die zeer zware gevechten in Vietnam hebben meegemaakt. Bij elk van deze mannen treft men bepaalde volkomen gelijke symptomen.”

„Zij reageren allemaal heel sterk op geluiden, en zijn voortdurend bijzonder waakzaam en rusteloos”, vervolgde Dr. Kolb. „Allemaal hebben zij bij herhaling dromen over gevechtsacties en velen hebben moeite met slapen. Zij reageren overmatig op harde geluiden die hen aan de oorlog herinneren, velen hebben flashbacks en wanen zich werkelijk weer in een gevechtsactie. Bovendien is er vaak sprake van een sterke depressiviteit die het gevolg is van schuldgevoelens. Zij vragen zich af waarom zij in leven zijn gebleven terwijl hun makkers gedood werden.”

Harley, die gedurende de Tweede Wereldoorlog bij de marine heeft gediend en hevige gevechten heeft meegemaakt, erkende dat hij na de oorlog nog jarenlang werd geplaagd door nachtmerries over gevechtsacties. Vaak riep hij in zijn slaap: „Pas op! Kijk uit!” Badend in het zweet werd hij dan wakker. In zijn wanhoop kocht hij een klein radiootje dat hij onder zijn kussen plaatste in de hoop dat het de dromen zou verdringen! Johnny, een andere veteraan uit de Tweede Wereldoorlog, die in Europa heeft gevochten, had niet alleen die dromen maar werd vaak wakker door zijn wild bewegende vrouw naast hem in bed, die zich losworstelde omdat hij zijn handen om haar keel had. In beide gevallen namen mettertijd de frequentie en intensiteit van de dromen af.

Schuldgevoel en depressiviteit

Vele soldaten bezagen het doden van de vijand als een deel van hun plicht. Zij werden beloond wanneer zij er heel goed in waren en droegen na de oorlog geen overweldigend schuldgevoel in zich mee.

„Tijdens een gevecht is het enige waaraan je kunt denken, hoe blijf ik in leven”, vertelde Johnny. „Je verstandelijke vermogens zijn vervangen door de instinctieve reacties van een dier. Je doet alles om te blijven leven en weer thuis te komen.”

Toen voegde hij eraan toe: „Iemand van een afstand doden was niet zo’n probleem. Maar wij vielen wel ’s nachts aan en wanneer je oog in oog had gestaan met de vijandelijke soldaten die je dan doodde, liet dat je niet meer los.” Dergelijke gevechten van man tegen man of het deelnemen aan nodeloos of onrechtvaardig doden lieten vaak diepe emotionele wonden achter en dit leidde tot schuldgevoelens en depressiviteit.b

Bij andere soldaten echter ontstonden het schuldgevoel en de daarmee samenhangende depressiviteit niet door daden jegens de vijand. Zo werd bijvoorbeeld een 25-jarige gevechtspiloot na zijn vijfentwintigste missie in een herstellingsoord opgenomen. Hij was erg gespannen en zwaar depressief. Zijn spraakvermogen was aangetast. Hij had vergeefs getracht zijn spanningen door zwaar drinken te verminderen. Uiteindelijk onthulde hij in de loop van de behandeling dat hij zich verantwoordelijk voelde voor de dood van een van zijn medepiloten die was neergehaald tijdens een missie waarover hij de leiding had gehad. „Als ik maar een ander punt, een veiliger doel, had gekozen”, bracht hij eruit. „Als ik een andere aanvliegroute had gekozen, zou hij niet de dood hebben gevonden. . . . Ik kan hem maar niet uit mijn geest zetten.”

Flashbacks

David, een Vietnam-veteraan, was thuisgekomen na onbeschrijflijke dingen te hebben meegemaakt. Taferelen van slachtingen die weinigen voor mogelijk zouden houden, waren voor altijd in zijn geest gegrift. Op een dag, kort na zijn terugkomst, reed hij samen met zijn vrouw in een auto met open dak. Zijn vrouw, Elaine, legde uit wat er gebeurde. „In het tegemoetkomende verkeer was een auto waarvan de uitlaat een luide knal produceerde. Zonder een seconde na te denken probeerde David, die aan het stuur zat, uit de wagen te springen. Halverwege besefte hij wat hij deed en zei: ’Stop, ik ben niet in Vietnam. Niemand schiet op me.’ Ik begon te gillen: ’Wat doe je! Dat kan je niet doen!’” Wonder boven wonder slaagden zij erin de auto onder controle te krijgen en aan de kant te zetten.

Vaak geeft het geluid van een sirene of van vliegtuigen een veteraan het idee dat hij terug is op het strijdtoneel. Hij kan zelfs de neiging hebben dekking te willen zoeken en onder meubels te duiken als hij thuis is. Sommige veteranen zullen als zij uit hun slaap wakkergeschud worden, onmiddellijk in een vechthouding omhoogkomen alsof zij gereed zijn hun aanvaller te doden. Soms duurt dit jaren. Gevoed door spectaculaire persverslagen over dergelijke flashbacks bezien velen de mannen die uit de oorlog terugkomen, als „wandelende tijdbommen”, geneigd tot geweld — hetzij bewust of onbewust.

Zijn zij eerder tot geweld geneigd?

In werkelijkheid onthulde een onderzoek van verscheidene honderden mannen die in Vietnam hadden gediend, dat het slechts voor een „duidelijke minderheid van de veteranen” een probleem was hun gewelddadige gevoelens onder controle te houden. Het verslag in Archives of General Psychiatry verklaarde:

„Ondanks het feit dat er veel is geschreven over gewelddadige gevoelens en gedragingen van veteranen, had slechts een betrekkelijk kleine minderheid van de soldaten ernstige problemen met het beheersen van hun agressieve reacties. Hoewel 40% berichtte bij terugkeer meer prikkelbaar en kortaangebonden te zijn, was dit voor de meesten een tijdelijk, in tijdsduur begrensd verschijnsel dat binnen de eerste drie maanden verdween.”

Velen voelden zich als de veteraan uit ’40-’45 die zei: „Het was zo’n opluchting niet meer te hoeven doden.”

Hoewel men in praktisch ieder land na een oorlog een toename in het aantal geweldmisdrijven waarneemt, bestaat er geen statistisch bewijs dat het de terugkerende soldaten zijn die hiervoor verantwoordelijk zijn.c In Psychology Today legden de onderzoekers Archer en Gartner uit:

„Misschien is de toename toe te schrijven aan het feit dat doden in de ogen van de hele gemeenschap is gewettigd. Oorlogen verschaffen het concrete bewijs dat moord aanvaardbaar kan zijn. Deze omkering van het verbod op doden maakt het wellicht voor iedereen gemakkelijker om zijn toevlucht te nemen tot moord als een methode om conflicten in het dagelijkse leven op te lossen.”

In werkelijkheid ondervindt dus de hele maatschappij geestelijke schade van oorlog en niet alleen de veteranen. De toestanden op aarde sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 hebben duidelijk getoond dat wij leven in wat de bijbel de „laatste dagen” noemt. Sommige van de identificerende kenmerken die in de bijbel worden opgesomd, zijn dat de ’mensen (in het algemeen, en niet alleen terugkerende soldaten) zonder zelfbeheersing en heftig zullen zijn, en van kwaad tot erger zullen voortgaan’. — 2 Tim. 3:1-5, 13.

Wat de oorlogsveteranen betreft, Dr. Kolb, die research verricht aan het VA Medical Center in Albany, New York, en met enkelen van de ernstigste psychiatrische patiënten werkt, onthulde: „Zelfs onder de groep waarmee ik momenteel werk, is de overgrote meerderheid nog nooit in een inrichting opgenomen geweest. Velen hebben een baan. Velen zijn plichtsgetrouwe, hard werkende, toegewijde mensen. Vaak hebben zij hogere morele waarden dan de gemiddelde ’man in de straat’.”

Toch liepen deze mannen nog steeds rond met mentale beschadigingen die professionele hulp noodzakelijk maakten. Een onderzoek in 1981 duidde erop dat meer dan een derde van de mannen die zware gevechten in Vietnam meemaakten, lijdt aan posttraumatische stress-aandoeningen. Men biedt hun gewoonlijk hulp in de vorm van groepstherapie. Daarin kan de veteraan deelnemen aan groepsdiscussies met andere veteranen of gesprekstherapeuten die zullen trachten hem zijn evenwicht te laten hervinden. Soms worden medicijnen, gewoonlijk tranquillizers of slaappillen, gebruikt. Een aantal veteranen met mentale problemen ten gevolge van de oorlog hebben echter een andere oplossing gevonden. Een van hen — hij is al eerder genoemd — keerde uit Vietnam terug met een ernstige posttraumatische stress-aandoening.

[Voetnoten]

a Uit de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (uitgave van 1980), een officiële publikatie van de American Psychiatric Association.

b Een groep Amerikaanse artsen heeft onderzoek verricht naar het aantal gevallen van depressiviteit in een steekproef van Vietnam-veteranen die terugkwamen na een gemiddelde van meer dan twee jaar actieve dienst. Het onderzoek onthulde dat 33 procent van deze mannen klinisch depressief was. Voor de bevolking in het algemeen is dit gewoonlijk 15 procent.

c Al het onderzoek sinds de Eerste Wereldoorlog heeft geen eensluidend beeld opgeleverd. In 1973 rapporteerde het Bureau of Prisons dat 32 procent van de gedetineerden veteranen waren. Volgens de Veterans Administration heeft echter 49 procent van de Amerikaanse mannen tussen de zestien en vijfenzestig bij de krijgsmacht gediend. Ook is tussen 1963 en 1973 het aantal moorden voor beide seksen dramatisch gestegen. Het steeg voor vrouwen, die stellig niet aan krijgshandelingen hadden deelgenomen, met 59 procent.

[Illustratie op blz. 17]

Het effect van oorlog op de geest

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen