Waren de bekeringsmethoden van de christenheid christelijk?
WAT is er met de christenheid aan de hand? Waarom is ze in ontelbare sekten verdeeld? Waarom hebben zo veel mensen haar kerken verlaten? Waarom hebben „christelijke” landen elkaar zo vaak bevochten? De ware religie van Christus was niet zo. Wat is er dan misgegaan? Waren de bekeringsmethoden van de christenheid verkeerd? Is ze op het zand of op de rots gebouwd? — Matth. 7:24-27.
Bekering wil zeggen dat men zich van de ene levenswijze afkeert en op een andere levenswijze overgaat. De apostel Paulus bijvoorbeeld bekeerde in het jaar 50 G.T. velen in Korinthe tot het christendom. Die stad had vanwege haar immoraliteit zo’n slechte naam dat de uitdrukking „als een Korinthiër leven” de betekenis had van „hoererij beoefenen”. Paulus schreef later aan zijn Korinthische broeders: „Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, . . . noch mannen die bij mannen liggen, noch dieven, noch hebzuchtige personen, noch dronkaards, noch beschimpers, noch afpersers zullen Gods koninkrijk beërven. Toch zijn sommigen van dat geweest.” — 1 Kor. 6:9-11.
Hoe is de oorspronkelijke, zuivere religie van Christus ontaard in het hedendaagse stelsel van de christenheid? Daar waren verscheidene factoren bij betrokken. De apostel Petrus voorzei dat „valse leraren” die zich schuldig maakten aan „losbandig gedrag” en het spreken van „vervalste woorden”, een demoraliserende invloed zouden hebben (2 Petr. 2:1-3). Jezus zei tot zijn discipelen: ’Gij zijt geen deel van de wereld’ (Joh. 15:19). Maar tijdens de tweede en derde eeuw werd het christendom door heidense filosofie en wereldse tendensen verdorven. Ook de bekeringsmethoden ontaardden.
De bekering van Constantijn
In de vierde eeuw vond een van de opvallendste „bekeringen” in de gehele geschiedenis plaats, namelijk die van de Romeinse keizer Constantijn. Men zegt dat hij vóór een bepaalde veldslag het teken van het kruis in de hemel zag staan met de woorden: „Overwin hierdoor.”
Werd Constantijn een echte christen? De christelijke bekering wordt gesymboliseerd door de doop, de totale onderdompeling in water. Constantijn heeft deze uiterst belangrijke stap tot op zijn sterfbed uitgesteld. Constantijn was geen „christelijke persoonlijkheid”, aldus de historicus H. Fisher in zijn History of Europe (Geschiedenis van Europa) en hij voegt eraan toe: „Hij . . . bracht zijn vrouw en zijn zoon ter dood. . . . Hij geloofde in Christus, maar ook in de onoverwinnelijke zon. [Constantijn stelde de zondagsviering in.] Hij . . . behield het ambt van Pontifex Maximus [hogepriester].”
Met Constantijns steun werd het „christendom” (in een verbasterde vorm) de officiële religie van het keizerrijk. Dit had een plotselinge toename in bekeringen tot gevolg en legde de basis voor talloze toekomstige bekeringen. De historicus E. Gibbon verklaart: „Aangezien de lagere rangen van de maatschappij beheerst worden door imitatiedrang, werd de bekering van hen die maar enigszins van edele geboorte waren of macht of rijkdom bezaten, spoedig gevolgd door die van de onderhorige massa.”
De bekering van heidense stammen
In de vijfde eeuw begon het decadente Romeinse Rijk af te brokkelen en uiteen te vallen. Oorlogszuchtige Germaanse stammen doorbraken de grenzen van het rijk en stroomden zuidwaarts. De beroemde Pax Romana stortte ineen en Europa werd het toneel van oorlog. Na verloop van tijd onderwierp Clovis I, een Frankische koning, zijn rivalen en werd heer en meester over een groot deel van West-Europa. De Franken waren geen christenen, maar Clovis I huwde een katholieke prinses, Clothilde genaamd.
Volgens sommige verslagen had Clovis I een soortgelijke ervaring als Constantijn. Toen hij het in een gevecht met de Alamannen zwaar te verduren had, smeekte hij Christus om de overwinning. Hij won. Nadat hij van zijn veldtocht was teruggekeerd, werd hij in 496 gedoopt. In Charles Omans boek The Dark Ages (een boek over de vroege middeleeuwen) wordt gezegd: „3000 van zijn krijgers volgden hem naar het [doop]vont.”
Werden zij echte christenen? Oman antwoordt: „Er kan niet gezegd worden dat de bekering van de koning tot gevolg had dat zijn persoonlijkheid of zijn gedrag in enig opzicht ten goede veranderde. . . . De Franken . . . haastten zich hem te volgen in de schoot der Kerk . . . Maar net als van de koning kon ook van het volk gezegd worden dat de verandering nagenoeg alleen maar uiterlijk was.”
Vroege bekeringen in Engeland
Het Engeland van de zesde eeuw was voornamelijk niet-christelijk. Onder het keizerrijk was het enigszins gekerstend, maar nadat de Saksen waren binnengevallen, hadden zij de Britse „christenen” naar het westen verdreven. Deze laatsten hadden geen banden met het pausdom in Rome. Daarom zond paus Gregorius I in 596 een monnik, Augustinus genaamd, die bij Ramsgate in Kent aan land kwam. Deze wist spoedig de plaatselijke koning, Ethelbert, te bekeren, gevolgd door de mannen van Kent. In andere delen van Engeland vonden soortgelijke massabekeringen plaats. Fisher schrijft erover: „Zowel hier als elders kan de bekering van de heiden niet worden toegeschreven aan een berouwvolle opwelling van het hart, maar aan de druk van de monarchie op een onderdanige bevolking. . . . Het geloof van de koning werd het geloof van het volk.”
Maar de belangrijkste opdracht die Augustinus van de paus had ontvangen, was de onafhankelijke Britse „christenen” tot Rome te bekeren. Twee vergaderingen die Augustinus met de plaatselijke bisschoppen belegde, mislukten volledig. „Als gij”, zo riep de „heilige” uit, „geen vrede van uw vrienden wilt ontvangen, dan zult gij oorlog met uw vijanden hebben.” Deze strijdlustige houding weerspiegelde de gedragslijn van paus Gregorius I die, volgens de Encyclopædia Britannica, „soms een aanvalsoorlog tegen heidenen voorstond ten einde hen te kerstenen”.
Bekeringen in Saksen en andere landen
Oorlog speelde beslist een belangrijke rol in de bekering van het niet-christelijke Europa. Over Karel de Grote, koning der Franken van 768 tot 814, zegt H. G. Wells: „Hij maakte van zijn aanvalsoorlogen onmiskenbaar religieuze oorlogen. . . . Hele naties werden met het zwaard tot het christendom bekeerd.” In 782 vermoordde hij in Verden in koelen bloede 4500 gevangenen die een opstand hadden geleid en zich van het „christendom” hadden afgekeerd. Met betrekking tot de verovering van Saksen zegt de Encyclopaedia Britannica: „De gewelddadige methoden waarmee deze zendingsopdracht werd uitgevoerd, waren ongekend voor de vroege middeleeuwen.”
Ongetwijfeld geïntimideerd door Karels wrede reputatie, werden de Slaven van Oost-Europa gemakkelijk onderworpen en bekeerd. In 988 trouwde Vladimir, de Russische heerser, uit berekening met een Byzantijnse prinses die tot de Oosters-Orthodoxe Katholieke Kerk behoorde, en stemde er, als onderdeel van de politieke overeenkomst, mee in een „christen” te worden. Vervolgens „gelastte hij dat al zijn onderdanen gedoopt zouden worden”.
„De bekering van Europa tot het christendom”, schreef de historicus Fisher, „was, na de eerste heroïsche periode van armoede en geestdrift, voornamelijk het gevolg van materiële berekening of politieke druk. De Goten, de Franken, de Saksen en de Scandinaviërs gingen over tot het christendom, niet als afzonderlijke personen die door een innerlijk licht werden geleid, maar als volkeren onderhevig aan massasuggestie en onder leiding van politieke heersers.”
Een groot deel van de geestelijkheid was rijk, politiek machtig, en immoreel geworden. Dit had de groei van „ketterse” sekten tot gevolg. Tegen de twaalfde eeuw was Languedoc, oftewel Zuid-Frankrijk, een broeinest van ketterij geworden. Laten wij nu eens beschouwen hoe de Kerk pogingen ondernam tot . . .
De bekering van ketters in Zuid-Frankrijk
Er waren twee groepen ketters in Languedoc — de Katharen of Albigenzen, en de Waldenzen. De eersten waren het talrijkst en hun overtuigingen bevatten elementen van het christendom en oosterse ideeën. De Waldenzen waren orthodoxer en zeer ijverig in het prediken van de bijbel onder het gewone volk.
Eerst werden vredelievende bekeringsmethoden geprobeerd. Toen deze geen succes hadden, verklaarde paus Alexander III op een Lateraans concilie: „De Kerk . . . moet . . . de hulp van vorsten inroepen, opdat mensen uit vrees voor wereldlijke straf een geestelijke genezing voor hun tekortkomingen zullen zoeken.”
Paus Innocentius III probeerde echter opnieuw een predikingsveldtocht. Een belangrijke rol hierin speelde een Spaanse priester, Domingo de Guzman. Maar ondanks zijn ijver werden maar weinig ketters bekeerd. Volgens een dominicaanse schrijver heeft hij het volgende gezegd: „Waar een zegen faalt, zal een flinke, stevige knuppel succes hebben.” Wat was deze „flinke, stevige knuppel”?
In juli 1209 vertrok een machtig leger van ridders, gewapende mannen en huurlingen van Lyon naar Languedoc. Zij waren soldaten van het Kruis, en waren op bevel van paus Innocentius III gemonsterd om een kruistocht tegen de ketters te ondernemen. Aan het hoofd stond een pauselijke gezant. Op 21 juli legerde deze strijdmacht zich dicht bij de stad Béziers in Zuidoost-Frankrijk. Een voorstel dat een groep ketters overgeleverd zou worden aan de kruisvaarders, werd door de burgers verworpen.
De volgende dag vielen de kruisvaarders aan en overweldigden spoedig de kleine groep verdedigers. De huurlingen, verdorven woestelingen, en de ridders, allen begerig om te plunderen, waren meedogenloos. Veel mensen vluchtten naar de kerken om in veiligheid te komen. De historicus Oldenbourg beschrijft in het boek The Massacre at Montségur (Het bloedbad in Montségur) wat er gebeurde: „De deuren van de kerken werden opengebroken . . . Allen die binnen waren, werden zonder onderscheid afgeslacht — vrouwen, invaliden, baby’s en priesters. . . . Binnen een paar uur was de rijke stad Béziers veranderd in niets anders dan een stad van bloedende, verminkte lichamen.” En deze schokkende beestachtigheid werd ten toon gespreid door mensen, aangevoerd door de pauselijke afgezant die triomfantelijk naar de paus schreef: „Bijna twintigduizend burgers werden over de kling gejaagd, ongeacht leeftijd of geslacht.”
Had deze „stevige knuppel” resultaat? Honderden Katharen en Waldenzen werden op de brandstapel ter dood gebracht, maar in 1229, na twintig jaar oorlog en ellende, hadden de ketterse groepen in Languedoc nog steeds veel aanhangers.
In 1233 werd twee dominicanen speciale macht gegeven als inquisiteur. Hun methode was om een „periode van gratie” aan te kondigen, waarin ketters of sympathisanten konden komen om te biechten. Maar om hun „bekering” te bewijzen, moesten zij anderen aanbrengen. Dit sluwe plan, waaraan kracht werd bijgezet door de angst voor martelingen of de brandstapel, deed velen overlopen. Er werden steeds meer personen aangebracht en dit sneeuwbaleffect veroorzaakte een schrikbewind. In slechts één plaats, Moissac, werden 210 ketters levend verbrand in een afschuwelijke massamoord. De Heilige Inquisitie slaagde erin de Katharen onder de duim te krijgen. De Waldenzen bestaan nog steeds.
Een paar eeuwen later werd het rustige Frankrijk in beroering gebracht door de strijd tussen de Kerk en de Reformatie. Toen in Engeland koning Hendrik VIII zichzelf in 1534 uitriep tot hoofd van de Kerk van Engeland, bevonden de katholieken die weigerden zich te bekeren tot zijn nieuwe politiek-religieuze stelsel, zich in groot gevaar. De stelregel: ’Het geloof van de koning is het geloof van het volk’ gold nog steeds.
Tijdens de regering van zijn zoon, Edward VI, breidde het protestantisme zich uit, maar tijdens de daaropvolgende regering van de katholieke koningin Mary werd het roer volledig omgegooid. Sir Winston Churchill geeft in zijn „History of the English Speaking Peoples” (Geschiedenis der Engels-sprekende volken) het volgende commentaar: „Hier kregen de . . . mensen die de natie vormden, in de naam van koning Edward VI het bevel het ene pad tot redding te bewandelen, en onder koningin Mary kregen zij het bevel weer terug te wandelen, in tegenovergestelde richting; en een ieder die zich niet onmiddellijk bij het eerste bevel in beweging zette of zich bij het tweede omkeerde, moest zijn overtuiging zonodig aan de galg of op de brandstapel bewijzen.”
Kunt u zich Jezus Christus, of welke ware christen maar ook, voorstellen die mensen om hun geloof tot de galg of de brandstapel veroordeelt?
[Inzet op blz. 19]
Hele naties werden met het zwaard tot het christendom bekeerd
[Illustratie op blz. 17]
Honderden die weigerden zich te bekeren, werden op de brandstapel ter dood gebracht
[Illustratie op blz. 18]
Karel de Grote bedreigde degenen die weigerden zich te laten dopen, met de dood