Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 8/11 blz. 9-12
  • Hoe ik mijn alcoholverslaving heb overwonnen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe ik mijn alcoholverslaving heb overwonnen
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zijn verhaal
  • Haar verhaal
  • Alcoholisme — de feiten, de fabeltjes
    Ontwaakt! 1982
  • Leven met alcoholisme
    Ontwaakt! 1983
  • Wat valt er te zeggen over alcoholische dranken?
    Ontwaakt! 1971
  • Wat leidt tot afhankelijkheid van alcohol?
    Ontwaakt! 1978
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 8/11 blz. 9-12

Hoe ik mijn alcoholverslaving heb overwonnen

Zijn verhaal

DE CIJFERS op het telefoontoestel leken in elkaar te vloeien terwijl ik met de grootste moeite probeerde mijn eigen nummer te draaien. De vijf pillen die ik had ingenomen, waren nu vrijwel op het hoogtepunt van hun effect. Terwijl ik mij vastklampte aan de publieke telefoon om niet te vallen, hoorde ik de stem van Mam: „Hallo? Met wie spreek ik?”

„Ik ben het”, zei ik met dubbelslaande tong en met alle concentratie die ik nog kon opbrengen. „Ik kom vanavond niet thuis; ik blijf bij een vriend logeren.” Ieder woord was een gevecht. Mijn tong woog minstens twintig kilo.

„O nee toch!” kreunde Mam. „Je hebt weer pillen geslikt! Je bent stoned!”

Ik hing de hoorn op de haak en wankelde naar mijn auto. Ik ging niet bij een vriend logeren. Ik ging met de auto naar het strand. Tijdens het rijden merkte ik opeens dat ik aan de verkeerde kant van de grote snelweg zat. Het tegemoetkomende verkeer miste mij op een haar toen ik over de middenstrook heen de weg naar het strand opreed. Ik parkeerde de auto en viel in slaap tot de volgende dag.

Dat is maar één incident om aan te tonen hoe alcoholisme mij bijna het leven had gekost. ’Maar wat heeft pillen slikken met alcoholisme te maken?’ vraagt u. Welnu, dat verband zag ik zelf destijds ook niet. Maar daar zou ik achterkomen — door schade en schande.

Laat mij u eerst iets van mijn achtergrond vertellen: ik was als tiener begonnen pillen te slikken. Ik begon met het stiekem wegnemen van kalmerende middelen — Mam had die altijd volop in huis. Enkele jaren later liet een vriend op mijn werk me kennismaken met secobarbital, een bijzonder sterk kalmerend middel. Nu kon ik minder pillen nemen om hetzelfde effect te bereiken. O ja, Mam en Pap hadden me tegen heroïne en marihuana gewaarschuwd. Maar de pillen die ik nam waren lang niet zo gevaarlijk — dat dacht ik tenminste.

Binnen een jaar was ik zwaar verslaafd, en nam wel dertig pillen per dag.

Het was mij er niet om te doen doorlopend high te zijn.a Ik had die pillen gewoon nodig om te kunnen functioneren. Als ik ze niet innam, werd ik verschrikkelijk nerveus en angstig, en beefde aan één stuk door.

Nadat ik verschillende auto’s total loss gereden had en gearresteerd was, stuurden mijn ouders mij voor behandeling naar een ziekenhuis. Daar onderging ik een geleidelijke ontwenningskuur. Het lijden dat ik doormaakte was onbeschrijfelijk. Ik had hallucinaties, aanvallen van beven, extreme en onredelijke angsten. Om een voorbeeld te noemen: Omdat mijn vriendin geen telefoon had en ik geen gesprekken kon ontvangen, belde ik haar op een van tevoren afgesproken tijd vanuit een telefooncel op. Maar ik was altijd bang dat zij er niet zou zijn — abnormaal bang, bedoel ik.

Om kort te gaan, na een week of drie werd ik uit het ziekenhuis ontslagen, gereed voor een nieuw begin. ’Mijn moeilijkheden zijn nu achter de rug’, dacht ik bij mijzelf. Maar in feite waren mijn moeilijkheden helemaal niet achter de rug.

Ik begon te drinken. Tot mijn verbazing was ik van het begin af aan in staat grote hoeveelheden alcohol te gebruiken zonder dronken te worden. Maar het duurde niet lang of ik zakte steeds dieper in een depressie. Ik had afschuwelijke angstaanvallen, waarbij ik niet durfde te rijden of zelfs maar met anderen te praten. Dan beefden mijn handen en het koude zweet brak me uit. Dikwijls zag ik maar nauwelijks kans op mijn werk te komen, trillend en bang. Op andere dagen haalde ik het helemaal niet. Ik was verward en paranoïde — een fysiek en geestelijk wrak. Ten slotte belde ik op een dag mijn baas op om te zeggen dat ik niet naar mijn werk kon komen. „Je weet dat dit je ontslag betekent”, waarschuwde hij.

„Ik weet het, maar ik kan er niets aan doen. Ik denk dat ik een zenuwinzinking heb.” Ik hing op en even later ging de telefoon weer.

„Het kan me niet schelen hoe je het doet”, zei mijn baas, „maar je zorgt dat je bij de bedrijfsgeneeskundige dienst komt — en wel onmiddellijk!”

En dat deed ik. Ik vertelde de artsen dat ik verslaafd was geweest aan kalmerende middelen en dat ik dacht dat ik een zenuwinzinking had.

„Fred, jij hebt geen zenuwinzinking”, legde een van de artsen uit. „Je bent alcoholist.”

„Maar dat kan niet”, reageerde ik prompt. „Ik drink maar drie of vier biertjes per avond.”

„Het gaat niet om de hoeveelheid die je drinkt, maar om de uitwerking van alcohol op jou persoonlijk. Het hele probleem met jou is dat je een gestel hebt dat geneigd is tot verslaving. Je zult moeten leren zonder enige soort van drug te leven — of het nu alcohol of pillen betreft. Je moet leren gelukkig te zijn zonder drugs.”

Toen stuurde hij me voor een aantal maanden naar een verpleegcentrum voor alcoholisten. Daar leerde ik een heleboel over alcoholisme. Ik leerde bijvoorbeeld dat ik, als alcoholist, alle kalmerende middelen moest vermijden. Het doet er niet toe of ze vloeibaar zijn (alcohol), of in pilvorm (zoals tranquillizers). De uitwerking op het lichaam van een alcoholist is vrijwel identiek. In het centrum maakte ik ook kennis met de waarde van voeding, vitaminen en het leiden van een geordend, gestructureerd leven van zelfdiscipline.

Maar de werkelijke sleutel tot genezing vond ik in de woorden van de dokter: „Je moet leren gelukkig te zijn zonder drugs.” Ziet u, een alcoholist is abnormaal angstig; hij piekert over alles. Maar door de bijbel te bestuderen heb ik geleerd „gelukkig te zijn zonder drugs.” O ja, ik wist vóór die tijd ook wel iets van de bijbel. Maar als gevolg van een diepgaander studie heb ik Jehovah God leren kennen, en ben ik in een Vader-kindverhouding tot hem komen te staan. Ik kan mijn zorgen op hem werpen, zodat ik me niet overmatig bezorgd maak over het leven (Matth. 6:34). Ook heb ik omgang gekregen met medechristenen, die mij als een lid van de familie behandelen. Ik heb diepe waardering voor hun voortdurende liefde en steun.

Natuurlijk heb ik leren inzien dat volstrekte onthouding van alcohol en stemmingveranderende drugs van levensbelang voor mij is. Er zijn nu verscheidene jaren voorbijgegaan. Maar ik ben werkelijk tevreden, gelukkig. Ik heb mijn God, Jehovah, mijn familie en liefhebbende christelijke broeders en zusters. Wat kan een mens nog meer verlangen? — Ingezonden.

Haar verhaal

Ik was een gezelligheidsdrinker geweest. Voor zover ik me herinneren hadden mijn man en ik zelden alcoholische dranken in huis, behalve bij bijzondere gelegenheden. Maar ik had er toen geen flauw vermoeden van dat naarmate ik bleef drinken mijn lichaam een bepaalde tolerantie aan het opbouwen was en er uiteindelijk afhankelijk van zou zijn om te kunnen functioneren.

Mijn drinken veroorzaakte geleidelijk een ingrijpende verandering in mijn persoonlijkheid. Ik merkte dat ik agressief en gewelddadig werd. Ik sloeg mijn kinderen, en was werkelijk van mening dat ik daar het volste recht toe had. Nu ik terugkijk, zie ik wel dat ik in werkelijkheid woedend was op mijzelf. Ik werd paranoïde en achterdochtig. Als ik bij het binnenkomen van een kamer twee mensen zag praten, was ik ervan overtuigd dat ze het over mij hadden omdat ze me niet mochten. Mijn kinderen probeerden me gerust te stellen door te zeggen: „Mamma, we houden van je.” Maar ik wist zeker dat ze niet van mij konden houden.

De verschrikkelijke oorlog die binnen in mij woedde, is niet te beschrijven. Na iedere keer dat ik gedronken had, waren het schuldgevoel en de schaamte ondraaglijk. Dan beloofde ik mezelf: „Ik doe het nooit meer.” Maar ik deed het wèl.

Vertrouwde vrienden voor wie ik achting had, raadden me aan te verminderen, matig te zijn. Ik heb van alles en nog wat geprobeerd om mijn drinken binnen de perken te houden. Ik verhuisde naar een andere plaats, in de gedachte dat dat zou helpen. Toen was ik er ineens zeker van dat overschakelen op een andere drank de oplossing was. Dus begon ik wijn te drinken. Maar wat ik ook probeerde, ik zag eenvoudig geen kans mijn drinken te matigen of te beheersen.

Naarmate de jaren verstreken, bleef ik in het geheim drinken, en veel zwaarder dan ook maar iemand wist. Onder de invloed van alcohol functioneerde ik namelijk vrij normaal. Ik kon mij nog steeds handhaven in een baan en voor mijn gezin en huis zorgen — zolang ik mijn alcohol maar kreeg. Om het voor mijn gezin te verbergen, werd ik een meesteres in bedriegen. De flessen in de kast in de woonkamer waren maar een schijnvertoning. Mijn gezin spoelde de drank door de gootsteen of deed er water bij. Maar ik had nog andere flessen, verstopt. Op een gegeven moment had ik zelfs vijfentwintig flessen overal in huis verstopt — de badkamer, de garage, de auto, de linnenkast, mijn tas en de laden van mijn toilettafel.

In die tijd had ik ’s nachts moeite met slapen. De alcohol was niet voldoende om mij in te laten slapen. Dus ging ik naar de dokter en kreeg een recept voor slaappillen. (Ik vertelde hem niets over mijn drinkgewoonte.) Elke avond nam ik de pillen samen met de alcohol in om ’s nachts te slapen.

Bij dat alles slaagde mijn gezin er niet in mij te overtuigen dat ik alcoholiste was. „Kijk dan naar me!” zei ik ter verdediging. „Ik ben geen sloerie uit een achterbuurt! Ik heb jullie toch als goede kinderen opgevoed terwijl ik ook nog een baan heb. Hoe kun je zelfs maar denken dat ik zo’n verschrikkelijk iemand kan zijn?”

Toen ontdekte ik op een avond dat ik mijn voorraad alcohol niet had aangevuld. Al een jaar of acht had ik me daar, samen met die pillen, helemaal op verlaten om te kunnen slapen. Dat werd de meest angstaanjagende nacht van mijn hele leven. Ik had hallucinaties en hoorde vreemde dingen. Ik verbeeldde me, slaagde er zelfs in mijzelf ervan te overtuigen dat iemand mij zou vermoorden. Naarmate de nacht vorderde werd het steeds erger. Ik wist zeker dat ik vóór de ochtend zou sterven.

Niettemin stond ik de volgende ochtend prompt weer in de drankwinkel. En wat een verschil, toen ik dat drankje naar binnen sloeg! Plotseling voelde ik me de situatie weer meester. Maar later op die dag verloor ik echt alle zelfbeheersing. Ik gaf mijn dochter een gruwelijk pak slaag. Toen drong het tot me door dat ik medische hulp nodig had, en stemde ik erin toe naar een verpleegcentrum voor alcoholisten te gaan. O nee hoor, ik dacht nog steeds niet dat alcohol mijn probleem was! Ik was ervan overtuigd dat ik bezig was mijn verstand te verliezen, en dat ik daarom wel drinken moest.

„Drinkt u?” vroeg de therapeut in het centrum.

„Ja, maar zoveel drink ik nu ook weer niet”, sprak ik in zelfverdediging. Toen liet hij me een schema zien met de verschillende symptomen van alcoholisme en vroeg me aan te strepen welke op mij van toepassing waren. Tegen de tijd dat ik klaar was, begon ik te denken: ’Misschien ben ik inderdaad een alcoholiste.’ Ik was bang.

Gedurende mijn verblijf van drie maanden in het centrum leerde ik veel over alcoholisme en welke uitwerking het op mij als persoon had, hoe het mij veranderde. Toen ik andere herstellende alcoholisten ontmoette en hen hoorde praten, realiseerde ik me dat zij net zo waren als ik.

Maar mijn nog altijd voortdurende herstelprogramma omvat nog iets anders, dat mij ten zeerste heeft geholpen. Het verpleegcentrum zei zelfs in een brief over mij: „Haar religie heeft haar meer evenwichtigheid gegeven in haar herstelprogramma.” Ziet u, als een van Jehovah’s Getuigen bezoek ik regelmatig iedere week vergaderingen waar ik leer hoe ik bijbelse beginselen moet toepassen. Dit heeft mij in staat gesteld gelukkig te zijn zonder te drinken. En mijn geluk neemt nog toe wanneer ik anderen laat delen in de schitterende dingen die ik uit de Schrift leer.

Nu ik dichter tot Jehovah God ben genaderd, heb ik uit de eerste hand de waarheid ervaren van wat in Filippenzen 4:6, 7 staat: „Weest over niets bezorgd, maar laat in alles door gebed en smeking te zamen met dankzegging uw smeekbeden bij God bekend worden, en de vrede van God, die alle gedachte te boven gaat, zal uw hart en uw geestelijke vermogens behoeden door bemiddeling van Christus Jezus.” Ja, de „vrede van God die alle gedachte te boven gaat” maakt het mij mogelijk VAN DAG TOT DAG te vorderen in mijn herstel. — Ingezonden.

[Voetnoten]

a Kalmerende middelen (sedativa) hebben een onderdrukkende werking: ze kunnen iemand „high” maken in die zin dat ze het spannings- en angstgevoel verminderen, waardoor men zich ontspannen en minder angstig voelt dan voorheen.

[Inzet op blz. 10]

„Als ik ze niet innam, werd ik verschrikkelijk nerveus en angstig”

[Inzet op blz. 10]

„Je moet leren gelukkig te zijn zonder drugs”, legde de dokter uit

[Inzet op blz. 12]

„Dan beloofde ik mezelf: ’Ik doe het nooit meer.’ Maar ik deed het wel — telkens en telkens weer”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen