De paus en de bom
Het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Japan in februari 1981 vond zijn hoogtepunt in een ’Oproep tot Vrede’ vanaf de plek waar bijna 36 jaar geleden de eerste atoombom in de geschiedenis werd gebruikt”, berichtte de Japanse „Mainitji Sjimboen”. Vanuit het vredespark in Hirosjima deed de paus op emotionele toon een oproep „aan de staats- en regeringshoofden, aan hen die politieke en economische macht bezitten . . . [om] onze medemensen te beloven dat wij onvermoeid zullen ijveren voor ontwapening en afschaffing van alle kernwapens. . . . Denk aan Hirosjima”.
Sommigen zouden er ook aan kunnen denken dat 31 jaar daarvoor een nieuwsbericht uit Rome, opgenomen in de „New York Times” van 3 februari 1950 onder de kop „Vaticaan keurt besluit over bom goed”, meldde: „Via het officiële publiciteitsorgaan ’Osservatore Romano’ heeft het Vaticaan de Amerikaanse regering en bevolking vandaag ervan verzekerd volledig begrip te hebben voor de redenen die president Truman hebben doen besluiten tot goedkeuring van het vervaardigen van een waterstofbom.” Bij een vroegere gelegenheid had paus Pius XII de Amerikaanse senaatscommissie die de defensieuitgaven moet goedkeuren, verteld dat het westerse recht „nauwelijks mag hopen te blijven gelden . . . tenzij het ondersteund wordt door een redelijke militaire macht”. — „New York Times”, 18 november 1949.
Wat moeten wij aanvangen met zulke tegenstrijdige verklaringen van twee „onfeilbare” woordvoerders? Zijn zij de oren van hun luisteraars aan het kittelen? — 2 Tim. 4:3.